Diversiteit en inclusie in de lokale politiek vanaf 1986

In achtergronden door Alfons Fermin, Zeki Arslan en Peter Zwaga op 07-03-2021 | 08:24

Op nieuwkomers in de lokale politiek wordt extra gelet en daardoor hebben raadsleden met een migratieachtergrond het idee dat ze zich dubbel moeten bewijzen, of soms driedubbel, als ze ook vrouw zijn. Veel oud-raadsleden gaven aan dat ambitieuze partijleden met een migratieachtergrond ook ongelijke kansen hadden (en hebben) bij hun verdere politieke carrière. Toch kijken de meeste oud-raadsleden met tevredenheid terug op hun raadslidmaatschap. Dat blijkt uit onderzoek van Alfons Fermin, Zeki Arslan en Peter Zwaga, dat ze hieronder beschrijven.

25 jaar geleden kregen ingezetenen met een niet-Nederlandse nationaliteit lokaal kiesrecht, als een element van het Minderhedenbeleid, bedoeld om de emancipatie van ‘etnische minderheden’ te bevorderen. De onderzoekers Alfons Fermin, Zeki Arslan en Peter Zwaga onderzochten hoe de lokale politieke participatie van mensen met een migratieachtergrond zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. Daarvoor interviewden ze 19 raadsleden met een migratieachtergrond die tussen 1986 en 2018 actief waren in gemeenteraden. De ervaringen van deze oud-raadsleden werden vergeleken met die uit eerder onderzoek. Om de interviews in hun context te plaatsen, voerden ze tevens een uitgebreid literatuuronderzoek uit en spraken ze met vertegenwoordigers van enkele politieke partijen betrokken bij het bevorderen van diversiteit en inclusie in hun partij. Het onderzoek werd gefinancierd door de VNG en het ministerie van BZK.

De interviews laten een ontwikkeling zien van raadsleden met een migratieachtergrond die pioniers in de jaren tachtig en begin jaren negentig waren, de hierop volgende ‘normalisering’ en de toename van hun aantal vanaf midden jaren negentig tot 2010, toen raadsleden met een migratieachtergrond steeds meer ‘gewone’ raadsleden werden. Na 2010 verslapte de aandacht van de politieke partijen voor het onderwerp van diversiteit in de politiek en verschoof de aandacht naar de negatieve kanten van de multiculturele samenleving. Sinds kort staat het weer in de belangstelling, mede door de opkomst van multiculturele partijen als DENK, maar ook door de Black Lives Matter-beweging. 

Een aanzienlijk aantal van de geïnterviewde oud-raadsleden is met voorkeurstemmen in de raad gekomen, door het mobiliseren van hun achterban. Goed georganiseerde migrantengroepen – vooral van Turkse, maar ook van Marokkaanse herkomst – zijn daardoor in grotere steden sinds de jaren negentig redelijk tot goed vertegenwoordigd geweest. Maar minder goede georganiseerde migrantengroepen – zoals die met Surinaamse en Antilliaanse wortels – waren sterk ondervertegenwoordigd. De interviews laten zien dat raadsleden die vanuit een onverkiesbare plaats met voorkeurstemmen in de raad kwamen, regelmatig te maken kregen met wantrouwen. Onder meer vanwege de vrees dat ze iets voor hun achterban terug moesten doen of omdat ze een plaats zouden hebben ingenomen van een kandidaat die boven hen op de lijst was geplaatst. Hier lijkt sprake te zijn van het meten met twee maten, want eenzelfde wantrouwen is er niet tegenover een raadslid die ondernemer is en die actief campagne voert onder lokale ondernemers. 

In tegenstelling tot eerder onderzoek laat dit onderzoek zien dat ervaringen met ongelijke behandeling, vooroordelen en discriminatie in de loop van de tijd niet afnamen. Op nieuwkomers in de lokale politiek wordt extra gelet en daardoor hadden raadsleden met een migratieachtergrond het idee dat ze zich dubbel moesten bewijzen, of soms driedubbel, als ze ook vrouw waren. Veel oud-raadsleden gaven aan dat ambitieuze partijleden met een migratieachtergrond ook ongelijke kansen hadden (en hebben) bij hun verdere politieke carrière.

Toch keken de meeste oud-raadsleden met tevredenheid terug op hun raadslidmaatschap, omdat ze zich na wat aanvangsproblemen het vak hadden eigengemaakt. Velen vonden dat ze ook een bijdrage hadden kunnen leveren aan de participatie en emancipatie van mensen met een migratieachtergrond, door hun bijdrage aan het lokale beleid en door hun voorbeeldfunctie. 

Migrantenorganisaties vervulden een belangrijke rol zowel bij de vorming van politici in spe als bij het bevorderen van deelname aan verkiezingen onder migrantengroepen. Toch bestaat er een hardnekkig wantrouwen binnen politieke partijen tegen politici die banden onderhouden met migrantenorganisaties en die opkomen voor de belangen van deze groepen. Dat is vreemd, want van raadsleden wordt wel verwacht dat ze in contact staan met de samenleving en in gesprek gaan met lokale groeperingen en organisaties, zoals die van jongeren, minima en LHBTI’ers. Migrantengroepen horen daar ook bij. Maar dat laatste leek niet goed te passen bij de verharding van het politiek en maatschappelijk discours over de multiculturele samenleving. De interviews met oud-raadsleden laten zien dat het volgens hen steeds moeilijker werd om binnen de lokale politiek en beleid specifieke aandacht te geven aan de belangen en noden van migrantengroepen. 

Het onderzoek toont aan dat het lokaal kiesrecht van mensen met een migratieachtergrond nog steeds aandacht behoeft. Bijvoorbeeld de politieke participatie van sterk ondervertegenwoordigde migrantengroepen en de ondervertegenwoordiging van migrantengroepen in de gemeenteraden van middelgrote en kleine steden. Dat geldt ook voor de ongelijke kansen op een verdere carrière in de politiek. Ook zijn er voor politieke partijen redenen genoeg om zich te herbezinnen op hun opvattingen over inclusie en diversiteit naar herkomst, niet alleen binnen de partij, maar ook in de samenleving. Partijen hebben lange tijd de belangen van en contacten met migrantengroepen veronachtzaamd. Dit lijkt ten koste te zijn gegaan van het vertrouwen van mensen met een migratieachtergrond in de politiek. Dit kan een reden zijn waarom burgers met een migratieachtergrond zich hebben afgekeerd van de gevestigde partijen, en heeft de opkomst van partijen als DENK en Nida bevorderd. 

Het onderzoek heeft eveneens duidelijk gemaakt dat er een grote kennislacune is wat betreft recente ontwikkelingen. Zo is er sinds 2010 geen onderzoek meer gedaan naar de politieke participatie van mensen met een migratieachtergrond en zijn er geen cijfers meer bijgehouden van de aantallen raadsleden met een migratieachtergrond. De politiek vond het geen relevant onderwerp meer. Gelukkig is het tij recentelijk gekeerd. Onderzoek en kennisvergaring over dit onderwerp blijft nodig om inzicht te verkrijgen in de problemen en oorzaken van hun ondervertegenwoordiging en daarmee naar oplossingen te zoeken om de diversiteit en inclusie in de politiek te bevorderen.

Alfons Fermin (Fermin Onderzoek & Advies/Het Onderzoekerscollectief) en Zeki Arslan en Peter Zwaga (Platform Sociale Binding). 

Het rapport ‘Diversiteit in de gemeenteraad. Ervaringen van raadsleden met een migratieachtergrond, 1986-2018’ is hier te downloaden. 

Bron foto

Zie ook:

De gemeenteraad is geen goede afspiegeling van de samenleving dat bleek uit een verkennend onderzoek onder raadsleden uit de 31 grote gemeenten, uitgevoerd door de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. Lees het onderzoek hier

Op raadsleden.nl verschijnen interviews met raadsleden in een reeks over diversiteit en inclusiviteit in de gemeenteraad. Het eerste interview is met Simion Blom, die in de Amsterdamse raad zit namens GroenLnks. 

Hoeveel kleur krijgt de nieuwe Tweede Kamer?

 

Lees ook (veel oudere artikelen) over politiek en diversiteit:

 


Meer over gemeente, gemeenteraad, politici, politici met migratieachtergrond.

Delen:

Reageer