Promotieonderzoek naar slavernij in Suriname, Ghana, Zuid-Afrika en Curaçao

In achtergronden op 07-11-2012 | 14:26

Veel samenlevingen worstelen met de presentatie van hun verleden. Oorlogen, onderdrukking en uitsluiting zijn geen gemakkelijke thema’s. Vanaf het einde van de twintigste eeuw wordt in musea, bij monumenten en op andere locaties vaker stilgestaan bij het koloniale slavernijverleden. In haar promotieonderzoek ‘Slavernij in perspectief: Mondialisering en erfgoed in Suriname, Ghana, Zuid-Afrika en Curaçao’ concludeert Valika Smeulders dat deze nieuwe presentaties echter zeer uiteenlopende perspectieven weergeven. Zij promoveert donderdag 15 november 2012 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Diverse slavernijpresentaties
Smeulders onderzocht de vertegenwoordiging van nazaten in de presentaties zelf, in de productie en bij de bezoekers van presentaties. Om aan de behoeften van verschillende groepen te voldoen, zijn er uiteenlopende presentaties ontstaan die diverse versies van het koloniale verleden tonen, aldus Smeulders. Er zijn mensen die het verleden bij voorkeur zien als het verhaal van de koloniale machthebbers, terwijl anderen het perspectief benadrukken van de mensen die slaaf werden gemaakt.

Invloeden op slavernijpresentaties
Internationale samenwerking en financieringsstromen en het internationale publiek hebben een aanzienlijke invloed op de nieuwe presentaties. Deze invloed kan op gespannen voet staan met de manier waarop op nationaal niveau het verleden wordt belicht. Nationaal wordt het verleden vaak ingezet als instrument om sociale cohesie te bevorderen. Het slavernijverleden leent zich daar echter niet gemakkelijk voor.

Brede belangstelling voor slavernij
Het thema wordt daarom nog vaak vermeden. In veel presentaties blijft het verband tussen welvaart en onderdrukking nog steeds onderbelicht. Ook worden tentoonstellingen vaker neergezet op plaatsen waar het vertoon van de koloniale macht centraal staat, en niet op plaatsen waar het verzet tegen die macht plaatsvond. Toch worden ook slavernijpresentaties goed bezocht. Dat het aanwezige publiek uit mensen van allerlei nationaliteiten en achtergronden bestaat, laat zien dat er brede belangstelling is voor de ervaring van slavernij.

Publiek debat over slavernij
In het publieke debat over slavernij wordt vaak de zwart-wit tegenstelling benadrukt: veel slachtoffers waren West-Afrikaans, veel daders waren Europees. Ook deze nadruk op ‘ras’ is een erfenis van de trans-Atlantische geschiedenis. De bevindingen in Zuid-Afrika (waar de helft van de slaafgemaakten afkomstig was uit het gebied rondom de Indische Oceaan) en Ghana, waar lokale slavernij bestond, wijzen op een andere verklaring voor de hedendaagse versies van het verleden. Wat vertelt wordt, is eerder te verklaren vanuit de affiniteit die de vertellers voelen met hetzij machthebbers, hetzij onderdrukte groepen. Uiteindelijk zegt het presenteren van het slavernijverleden vooral iets over de bereidheid van samenlevingen te praten over de sociaaleconomische verhoudingen van toen en nu.

Smeulders promoveert op donderdag 15 november a.s. om 15.30 uur (locatie: Woudestein, senaatszaal; Erasmus School of History, Culture and Communication). Promotoren: prof.dr. M.E. Halbertsma; prof.dr. A.A. van Stipriaan Luïscius. Meer informatie via Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam (tel. (010) 408 1216; press@eur.nl).

Dit bericht is afkomstig van de Erasmus Universiteit en met toestemming van de auteur op Republiek Allochtonië geplaatst.


Meer over Erasmus Universiteit, kolonialisme, onderzoek, Slavernij.

Delen:

Reageer