Nieuwe piek in hatecrime tegen moskeeën

In achtergronden door Roemer van Oordt op 14-04-2021 | 22:02

Brandstichting bij een moskee in aanbouw in Gouda, shockerende en grievende dreigbrieven in de brievenbus bij een flink aantal islamitische gebedshuizen verspreid over het hele land en onvervalste doodsbedreigingen aan het adres van de bezoekers van moskee Omar Ibn Al Khattab in Almere. Begin april tekent zich een nieuwe piek van gewelddadige anti-islam voorvallen in Nederland af. Roemer van Oordt deed een rondje langs de velden en schetst de achtergronden.

1) Waarom nu?
Een ingewikkelde vraag. Vaak zijn pieken in (gewelddadige) discriminatoire voorvallen bij moskeeën terug te leiden naar specifieke gebeurtenissen. In Nederland was het bijvoorbeeld flink raak na de moord op Theo van Gogh in 2004 en als reactie op een reeks internationale aanslagen uit naam van de islam in 2015 en 2016. Maar daar is momenteel geen sprake van. Soms gaat het om zogenaamd Copycat gedrag. Aandacht in de media voor anti-islamacties in Europa of elders lokt een andere daad uit. Ook daarvan nu geen spoor. Het zou kunnen dat er een verband is met aandacht voor de islam in verband met de aanvang van de voor moslims bijzonder betekenisvolle maand Ramadan, maar dat blijft gissen.
 
2) Waar en wat?
Nu verspreid over het hele land. In de praktijk gaat het vaak om doelwitten die herkenbaar zijn als moskee, dus met minaretten en koepels. Ook zijn moskeeën in aanbouw regelmatig de klos, zoals bij de brandstichting op 3 april in Gouda. Gelukkig voorkwam een passerende taxichauffeur die getuige was van het voorval erger door direct de brandweer te bellen. De materiële schade valt in het niet bij de zware aantasting van het gevoel van veiligheid bij bestuur en bezoekers. 

De eind maart en begin april breed gedeelde dreigbrief werd onder meer afgeleverd bij moskeeën in Amsterdam. Rotterdam, Culemborg, Deventer, Vaassen, Enschede, Utrecht, IJmuiden, Groningen, Almere, Leeuwarden, Apeldoorn, Steenwijk en Middelburg, Dat zijn gebedshuizen die daar direct, via hun koepelorganisatie of in de loop van de afgelopen week bij navraag door mij mee naar buiten zijn gekomen.

De brief bevatte een luier met daarop de tekst ‘Paascadeau voor de jankerds in onze maatschappij!!’ In de envelop zaten verder zowel een afbeelding van de profeet Mohamed met een hoofddeksel in de vorm van een brandende bom vergezeld van het opschrift ‘Muhammed terrorist’ als versnipperde bladzijden uit de Koran.
 

Foto: Abou Bakr Assadik moskee uit Almere


Deze vorm van hatecrime herinnert aan de meest recente Nieuwjaarswens in de vorm van een puzzel van de extreemrechtse formatie Pegida die in de brievenbus viel bij een groot aantal moskeeën, waarop een dameshak een Koran doorboort en de tekst ‘NO ISLAM JUST FREEDOM’ valt te lezen.
 

Foto via Mustafa Hamurcu, voorzitter van Milli Görüs Noord Nederland (MGGN)

Opvallend daarbij is dat door Pegida en andere extreemrechtse splinters nooit verwezen wordt naar (individuele) moslims maar altijd naar de islam (als religie). Dat is niet zomaar. Hoe schokkend, kwetsend en beledigend ook, als er niets gezegd wordt over de aanhangers van de islam (moslims), maar alleen over de islam zelf is dat volgens het Openbaar Ministerie (OM) geen groepsbelediging of discriminatie en dus niet strafbaar

Dat geldt dus nadrukkelijk niet voor de anonieme dreigbrief die moskee Omar Ibn Al Khattab ontving. Zoals bestuurslid Fariz Akkouh mij telefonisch liet weten: ‘daar zit geen woord Chinees bij’.


App via bestuur moskee Omar Ibn Al Khattab

3) Daders?
Dit keer anoniem, dus niet opgeëist door georganiseerde verbanden. De dreigbrieven werden gelet op de poststempels verstuurd vanuit een tweetal grote steden. De opgepakte brandstichter in Rotterdam is volgens de politie ‘een verwarde man’. Het moskeebestuur gelooft daar geen snars van, net zomin als de bonte reeks bestuurders en vertegenwoordigers van islamitische (koepel)organisaties die ik er naar vroeg. Steevast is hun antwoord iets in de trend van: ‘als een moslim betrokken is bij een gewelddadig voorval is het een terrorist, niet-moslims zijn op een of andere manier altijd verward’.


Extreemrechts
Anders dan nu, wordt de afgelopen jaren veel van de hatecrime tegen moskeeën uitgevoerd of opgeëist door de kleine harde kernen van Pegida Nederland en andere radicaal- en extreemrechtse formaties in Nederland, waaronder Rechts in Verzet en Identitair Verzet. Zij kiezen bewust en gericht voor maximale media-exposure. Tekenend is verder dat doelen die worden uitgekozen meestal al onder het kritische vergrootglas van politiek en samenleving liggen. Er wordt daarbij handig ingespeeld op de sterk gepolitiseerde en versimplificeerde discussie over zaken als salafisme, opruiend prekende imams, buitenlandse financiering van moskeeën en ‘de lange arm van Ankara’. Hiermee proberen ze de aandacht af te leiden van hun ideologische drijfveren en achtergronden, die inmiddels vooral sterk islamofoob en xenofoob zijn, maar hun oorsprong meer dan eens vinden in het antisemitisme.
Vaak refereren ze aan het breder levende idee over de onmacht en het gebrek aan daadkracht bij de politiek. ‘De tijd van toekijken is afgelopen en hopen op doortastende daden van onze politici is voorbij….Wij stappen in waar de overheid faalt’, of ‘Dit is nog maar het begin, we beginnen klein, wij trappen af, u hoort nog vaker van ons en wij gaan hier een verzetsvoorbeeld voor Nederland neerzetten’, zijn veelgebruikte teksten bij hun acties tegen (de bouw van) moskeeën.. Ook wanneer er openlijk gedreigd wordt met dit soort heftigere en meeromvattende herhaling van de acties, blijft het OM bij het standpunt dat er geen sprake is van strafbare feiten. De doelen die deze extreemrechtse organisaties nastreven staan haaks op onze grondwet en beperken de rechten van bijna een miljoen Nederlanders, waaronder geloofsvrijheid en het recht om instituties op te zetten om het geloof te belijden. Ondanks hun geringe actieve aanhang, dragen ze met deze strategie wel fors bij aan het voeden van anti-islam en xenofoob sentiment in de Nederlandse samenleving.

4) Melden en de publiciteit zoeken of juist niet? Wat is er zichtbaar?
Bij afwegingen om hatecrime al dan niet te melden of aan te geven spelen bij nogal wat plaatselijke moskeebestuurders angst voor represailles, groeiende gevoelens van onveiligheid onder de bezoekers, slechte ervaringen met de politie of andere betrokken instanties en het idee dat er toch niets mee gebeurt of dat het inmiddels ‘gewoon’ wordt gevonden een belangrijke rol. Wat we te horen en te zien krijgen is dus zonder twijfel slechts een beperkt deel van het verhaal. Dat maar een zeer beperkt deel van de aangiftes door het OM in behandeling werd genomen, helpt daarbij ook niet. Maar het moet gezegd dat bij een ander deel van de bestuurders de meldings- en aangiftebereidheid - al dan niet ingegeven door een uniforme beleidslijn van koepelorganisaties of door materiële afwegingen (waaronder verzekeringsclaims) - aanzienlijk hoger ligt.

Afhankelijk van eerdere ervaringen zoeken moskeeën (pro)actief naar aandacht van de media. Op de onderliggende vraag om dat wel of niet te doen is moeilijk eenduidig antwoord te geven. Aan de ene kant kan je beweren dat media-aandacht precies is wat de daders willen en dat je zeker de kleine, harde kern van georganiseerd extreemrechts daarmee in de kaart speelt. Anderzijds is aandacht voor het onderwerp nodig om het blijvend en met prioriteit op de politieke agenda te krijgen. Soms wordt in overleg met de politie in verband met het onderzoek besloten om af te zien van media-aandacht of om daar juist gebruik van te maken.  

En ook nu blijken de meningen daarover verdeeld. Sommige bestuurders die ik de afgelopen dagen sprak zijn voor. Bijvoorbeeld Fariz Akkouh van moskee Omar Ibn Alkhattab:

De kans op herhaling is dan volgens mij kleiner. Ze hebben het nieuws gehaald met hun actie en zullen geen aanleiding hebben om het nog een keer te doen. Als er niets over naar buiten komt is hun doel niet bereikt en slaan ze mogelijk op nieuw toe.  

In dezelfde stad deed Hassan Fadili, voorzitter van moskee Abou Baker Assadik, het niet:

We hebben dit keer besloten de media er niet bij te halen. Je geeft de daders dan toch de aandacht die ze niet verdienen. En voorbeeld doet volgen. Aangifte doen bij de politie van de ontvangen dreigbrief vonden we genoeg. En natuurlijk nemen we al tijden lang onze eigen veiligheidsmaatregelen. Het was wel vervelend dat het via andere kanalen toch nog voordat wij zelf onze bezoekers over het voorval hadden kunnen informeren bij de media belandde.

Dit zijn overigens mannen die weten waar ze het over hebben. Ze waren naast ontvangers van doorlopende hatemails - die ze naar eigen zeggen al lang van zich af laten glijden - eerder respectievelijk onder meer doelwit van bezoekjes van Geert Wilders en demonstraties en acties van Rechts in Verzet.

Naast het landelijke Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) treden ook diverse (Neder) Turkse en Marokkaanse islamitische koepelorganisaties naar aanleiding van deze nieuwe piek aan voorvallen actief naar buiten. De net aangetreden woordvoerder Ömer Karaca van Milli Görüş Noord-Nederland lichtte mij zondag tijdens een training die ik gaf aan het nieuwe, en zo bleek op alle fronten door vrouwen gedomineerde, niet-gescheiden om de vergadertafel gepositioneerde federatiebestuur het beleid toe.

Vanaf nu is de regel om bij vermoeden van hatecrime tegen onze instituties altijd aangifte te doen bij te politie en ook publiek te gaan. We zorgen er voor dat alles gedeeld wordt met de politie en met gremia die bovenop dit soort zaken zitten, zoals Republiek Allochtonië. We adviseren ook alle andere religieuze organisaties met klem om aangifte te doen bij vernieling en bedreiging, ongeacht de grootte van de materiële en immateriële schade.

Bij de aan de koepel verbonden Westermoskee in Amsterdam ging op 15 december 2020 een steen door een ruit. Aanvankelijk dacht het moskeebestuur dat het om vandalisme ging, maar nadat camerabeelden uitwezen dat de vermoedelijke dader een nazigroet uitbracht, gaat men er vanuit dat de vernieling in hun woorden ‘een haatdragend en islamofoob karakter heeft’. Een persbericht volgde, waarin werd aangegeven dat het een maand eerder al raak was in Utrecht en Zaandam.

Regionale koepels, zoals de Raad van Marokkaanse Moskeeën Noord-Holland, kwamen ook naar buiten met een persbericht. Daarin worden de autoriteiten op milde toon aangezet om nog meer actie te ondernemen. De secretaris van de koepel, Mohamed El Fakiri van moskee Al Mohsinien uit Langedijk is wel wat gewend. Hij heeft inmiddels maar liefst 22 camera’s aangeschaft om de zaak onder controle te houden. Dat heeft gewerkt, merkt hij: 

We hebben geen last meer. Vroeger was het steeds raak. Stenen door ruiten, poging tot brandstichting, bekladding. Het ging vooral om extreemrechtse jongens bij ons uit de buurt. Die hebben we jaren geleden samen met de politie een keer uitgenodigd om te praten. Ook dat heeft wel geholpen denk ik.

Een van de bij de Noord-Hollandse Raad aangesloten moskeeën ontving onlangs de envelop met luier en hatepost. De altijd goedlachse voorzitter Lahcen Farah van de duidelijk als zodanig te herkennen moskee El Oumma in Amsterdam somt de reeks haat- en dreigbrieven en mails van het afgelopen jaar nog even rustig op. ‘We doen altijd aangifte, maar horen of zien er helaas weinig van terug’. 

5) Impact en maatregelen
Niet alleen in Rotterdam, maar ook in Almere zit de schrik er flink in. Bestuurder Fariz Akkouh van moskee Omar Ibn Al Khattab lichtte te bezoekers zelf in:

Ze zijn natuurlijk heel erg geschrokken van de inhoud van de brief, maar vragen zich vooral ook af wat er mogelijk verder gaat gebeuren. Het zijn nogal heftige dreigementen. Het is voor ons daarom ook moeilijk te vatten dat de politie na de aangifte niet regelmatig patrouilleert bij onze moskee. Gewoon bijvoorbeeld tijdens het vrijdaggebed even laten zien dat er op onze veiligheid gelet wordt, dat ze het serieus nemen. We hebben de woordvoerder van de burgemeester gesproken. Die vindt het ook allemaal heel erg, maar verder horen we niets meer. 

Stadsgenoot Hassan Fadili van moskee Abou Bakr Assadik valt hem bij:

We verwachten meer van de lokale autoriteiten. Van de burgemeester en van zijn ambtelijk apparaat. Ze moeten de juiste ondersteuning bieden, en onze veiligheid beschermen door meer zichtbaar te zijn in de omgeving van de moskeeën.

Belangrijk probleem blijft dat dit soort acties doorgaans zowel politiek als maatschappelijk worden beoordeeld als incidenten en niet gezien worden als onderdeel van een breder fenomeen dat vraagt om beleid. Naast het ontbreken van strafrechtelijke veroordelingen is er tegen deze trend weinig weerwoord van bijvoorbeeld bestuurders en politici. In de praktijk is slechts mondjesmaat sprake van consequente, unanieme en onvoorwaardelijke veroordelingen van discriminatoire, beledigende, intolerante en gewelddadige handelingen en uitingen tegen moslims of islamitische instituties.

De politieke ambities op dat vlak zijn niet alleen beperkt, maar ook nog eens voorwaardelijk. Ze worden doorgaans in één adem genoemd met de aanpak van - al dan niet veronderstelde - problemen binnen ‘de moslimgemeenschap’. Teken aan de want: sinds 9/11 is er in Den Haag honderden keren gesproken over moskeeën, waarbij het bijna altijd ging over de moskee als potentiële bron van dreiging en radicalisering en zelden of nooit over de moskee als doelwit van geweld. In de optiek van veel slachtoffers en hun vertegenwoordigers gaat het weldegelijk om een georganiseerde, vaak door extreemrechts geclaimde trend, waarvan de impact op de gemeenschap groot is.

Muhsin Köktas, voorzitter van het CMO, overlegde mij gisteren een lijst van incidenten die de afgelopen 2 jaar werden gemeld door de ruim 150 moskeeën die aangesloten zijn bij de Islamitische Stichting Nederland (ISN). Dat zijn er nogal wat.

We drukken alle moskeeën op het hart niet alleen bij ons te melden maar vooral ook aangifte te doen. Maar dat gaat niet altijd naar wens. Politie, justitie en politiek moeten actiever worden. Deze trend vraagt om meer bescherming, aangiftes moeten prioriteit krijgen en daders moeten gevonden, vervolgd en bestraft worden

Saïd Bouharrou van de Landelijke Raad van Marokkaanse Moskeeën vindt het eng dat je niet weet of het één mafketel is of een gecoördineerde actie. Net als Köktas pleit hij voor de aanstelling van een coördinator die moslimgerelateerde haatincidenten onderzoekt. Ook wil hij dat er voorrang wordt gegeven aan aanvallen en bedreigingen op moskeeën die gebaseerd zijn op moslimhaat en stelt hij zwaardere straffen voor, om het signaal af te geven dat het niet wordt getolereerd. Bouharrou acht het gezamenlijk met de overheid opgestelde veiligheidsprotocol voor moskeeën (Handreiking Veilige Moskee; RvO) ontoereikend. ‘We moeten niet wachten tot er doden vallen’, zegt hij bij de NOS

Per app laat Saïd Bouharrou mij weten:

Als samenleving zien we veiligheid als een grondrecht maar gaan eraan voorbij dat dit niet in de grondwet is verankerd. Misschien wordt het tijd om veiligheid wel expliciet te verankeren in de grondwet zodat een burger of gemeenschap zo nodig daarop een beroep kan doen richting de overheid. Het kabinet doet te weinig als het gaat om het waarborgen van de veiligheid van Nederlandse moslims en hun moskeeën. We hebben verschillende voorstellen aangedragen. Maar de overheid is aan zet. En hard gaat het niet helaas.

6) Hoe verder? Veel steunbetuigingen uit joodse hoek
De bestuurders die ik de afgelopen week sprak zijn alles behalve jankerds, klagers of mensen die in een slachtofferrol kruipen. Maar teleurstelling en onbegrip over het uitblijven van concrete actie druipt er wel van af. In eerder onderzoek concludeerde Ineke van der Valk al dat veel moskeeën weliswaar melding doen bij de politie, maar over het algemeen teleurgesteld zijn over de bagatelliserende en depolitiserende reactie van politie en overheden.

Gelukkig is het niet allemaal kommer en kwel. Naast nare berichten op Facebook ontving de moskee in aanbouw Assalam (Vrede) in Gouda donaties en steunbetuigingen van alle kanten. De Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam stak een hart onder riem van alle getroffen moskeeën en hun bezoekers met een mooie en krachtige steunbetuiging. Ook het Centraal Joods Overleg (CJO) spreekt in een brief aan CMO-voorzitter Muhsin Köktas nadrukkelijk afschuw uit over de bedreiging van islamitische instellingen. Er gaat vanuit de joodse gemeenschap een petitie ter ondertekening rond onder de titel 'Geen ruimte voor islamofobie'. Daarin worden maatschappelijke organisaties, de politiek, actiegroepen, en individuen opgeroepen om zich uit te spreken tegen moslimhaat en de bedreigingen en geweld tegen de islamitische gemeenschap in Nederland af te keuren. Ook het Veiligheidspact tegen Discriminatie, kwam met een verklaring die bestuurders en politici oproept de vrijheden, rechten en veiligheid van moslims en hun instituties actief te beschermen. Het Pact bezoekt binnenkort een van de getroffen moskeeën in Amsterdam.

Die inlevende reacties zijn mooi. Maar de aanpak van dit maatschappelijke probleem vraag om veel meer en dat wordt door slechts enkele  politici structureel geagendeerd.
  

Mohamed Atrar van de koepel Moskee Alert in Amsterdam is zoals altijd klip en klaar:

We vragen niet veel, niet om een uitzonderingspositie, we vragen om gelijke behandeling. En dus om meer aandacht en vooral actie van lokale en nationale overheden als het gaat om al die narigheid tegen moskeeën. En dan is er nog heel veel wat niet naar buiten komt. Maar wat we vooral ook willen is om een keer te horen dat de islam, moslims en hun organisaties, hun moskeeën horen bij dit land en er onderdeel van zijn….


Lees ook: Overzicht haatincidenten gericht tegen moskeeen update april 2021


Deze maand verschijnt van de hand van Ineke van de Valk, Ewoud Butter en mijzelf de 4e Monitor Moslimdiscriminatie. Speciale aandacht is er voor discriminatie van moslims op de arbeidsmarkt, maar er wordt zoals altijd ook uitgebreid ingegaan op hatecrime tegen moskeeën en op radicaal- en extreemrechts in Nederland.


Meer over cmo, hatecrime, islam, isn, milli görüs, moskeeën, moslims, rmmn, rvm n-h.

Delen:

Reageer