Kabinet Jetten: geen aandacht meer voor moslimdiscriminatie
In achtergronden door Ewoud Butter op 01-02-2026 | 12:09
In het coalitieakkoord dat D66, VVD en CDA afgelopen vrijdag publiceerden, krijgt discriminatie weer meer aandacht. Maar één vorm ontbreekt volledig: moslimdiscriminatie (moslimhaat) wordt nergens genoemd. Dat is opmerkelijk. De kabinetten Rutte III, IV en zelfs het kabinet Schoof I benoemden deze vorm van discriminatie wel in hun regeerakkoord.
Het kabinet Rutte III (VVD, CDA, D66, ChristenUnie) was het eerste kabinet dat expliciet over de uitsluiting van moslims sprak. In het regeerakkoord ('Vertrouwen in de Toekomst') schreven de partijen dat voor antisemitisme, homohaat en moslimhaat geen plaats is in onze samenleving. De coalitiepartijen kozen er destijds voor deze vormen van discriminatie in één lange opsomming te noemen met andere vormen van ongewenst gedrag namelijk: “eerwraak, genitale verminking, kinderhuwelijken, gedwongen huwelijken, haat zaaien en geweld tegen andersdenkenden en tegen minderheden”.
Over racisme werd in dit akkoord nog met geen woord gerept. Het onderwerp kwam tijdens deze regeerperiode wel op de agenda toen naar aanleiding van de Black Lives Matter-protesten in 2020 voor het eerst een debat over institutioneel racisme werd gevoerd en onder andere werd besloten tot de instelling van een Staatscommissie Discriminatie en Racisme en een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR). Eerder had de Tweede Kamer ook al besloten tot de aanstelling van een Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB).
Rutte IV
Bij het aantreden van Rutte IV schreven VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in hun coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ onder andere: “We willen dat iedereen in Nederland vrij kan zijn. Vrij om te zijn wie je bent. Vrij van discriminatie en racisme”. Ook werd voor het eerst (en het laatst) gesproken over institutioneel racisme: “Voor institutioneel racisme is geen plek in onze samenleving. We zetten ons in tegen etnisch profileren.”
Het kabinet kondigde aan de positie te willen versterken van de NCDR, de NCAB, het College voor de Rechten van de Mens, de Nationale Ombudsman en de gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen. “We maken met hen een meerjarig plan ter bestrijding van alle vormen van discriminatie, haatzaaien en racisme.”
Moslimhaat werd opnieuw expliciet genoemd. Deze keer in een nog langere, nog bontere opsomming van ongewenst gedrag:
“Voor homohaat, antisemitisme, moslimhaat, vrouwenhaat, (online) seksuele uitbuiting, eerwraak, genitale verminking, kinderhuwelijken, gedwongen huwelijken, haatzaaien en geweld tegen andersdenkenden en tegen minderheden is geen plaats in onze samenleving. Hiertegen treden wij op, onder meer door de aanpak van online bedreigingen, beveiliging van slachtoffers, aanmoediging van het doen van aangifte en gevolgen voor visumverlening.”
Dit kabinet ontwikkelde, zij het mondjesmaat, beleid om discriminatie en uitsluiting van moslims tegen te gaan. Er kwam onder andere een handreiking, getiteld Vergroten meldingsbereidheid bij discriminatie: een public-design aanpak die deels gebaseerd was op lessen die geleerd waren uit de ‘proeftuin moslimdiscriminatie melden’. Ook werd een handreiking voor gemeenten door Movisie gepubliceerd om specifieke discriminatiegronden aan te pakken, waaronder ook moslimdiscriminatie.
Specifieker gericht op moslimdiscriminatie was de opdracht die het ministerie van Sociale Zaken gaf voor een onderzoek naar de discriminatie van moslima’s op de arbeidsmarkt. Met een kleine meerderheid nam de Tweede Kamer een amendement van Stephan van Baarle (DENK) aan om uitvoering te geven aan het voorstel van de NCDR om een nationaal onderzoek naar moslimdiscriminatie te doen. Tegen dit voorstel stemden VVD, PVV, FvD, SGP, JA21 en de eenmansfracties BBB, Van Haga en Pieter Omtzigt.
Kabinet Schoof
Na de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 trad in 2024 het Kabinet Schoof (VVD, PVV, NSC, BBB) aan. In het hoofdlijnenakkoord van deze rechtse coalitie was veel minder aandacht voor de aanpak van discriminatie en racisme. Onbenoemd bleef het echter niet:
Er worden maatregelen genomen tegen geweld gericht tegen LHBTIQ+-ers. Om (kwetsbare) jongeren te beschermen die worden gedwongen om hun seksuele gerichtheid te onderdrukken, wordt een effectieve aanpak geïntroduceerd. Er wordt daadkrachtig opgetreden tegen degenen die zich schuldig maken aan discriminatie, racisme, antisemitisme en moslimhaat, zowel op straat als online.” En: “De bestrijding van antisemitisme wordt versterkt.
Over institutioneel racisme werd in het nieuwe regeerakkoord niet meer gesproken.
Afgezien van aangescherpte aanpak van antisemitisme, gaven het kabinet Schoof en de nieuwe meerderheid in de Tweede Kamer weinig prioriteit aan het tegengaan van discriminatie en racisme. Ze moesten nog wel wat met de resultaten van het Nationaal onderzoek naar moslimdiscriminatie. Een meerderheid van de Tweede Kamer weigerde de onderzoeksresultaten te behandelen. Alleen GL-PvdA, D66, Volt, SP, DENK en PvdD stemden voor behandeling.
Het kabinet kwam eind vorig jaar nog wel met een reactie op het onderzoek. De staatssecretaris van Participatie en Integratie, Jurgen Nobel (VVD), die enkele dagen na de Maccabi-rellen in 2024 nog had verklaard dat ‘islamitische jongeren voor een heel groot deel onze Nederlandse normen en waarden niet onderschrijven’, stuurde een brief naar de Tweede Kamer waarin hij moslimdiscriminatie erkent als een probleem, maar voor de aanpak daarvan vooral verwijst naar generieke maatregelen tegen discriminatie en racisme.
Kabinet Jetten
Het nieuwe kabinet van D66, VVD en CDA kiest in tegenstelling tot het vorige kabinet voor stevigere institutionele stappen in het algemene discriminatiebeleid. Zo wordt in het coalitieakkoord Aan de slag aangekondigd dat de NCDR en de NCAB wettelijk verankerd worden en dat er meer discriminatierechercheurs komen. Verder komt er een landelijke antidiscriminatievoorziening met fysieke loketten zodat “discriminatie en antisemitisme nog beter in beeld komen”, worden politienetwerken zoals Roze in Blauw en het Joods Politienetwerk versterkt, worden betaald voetbalorganisaties verplicht om schriftelijke plannen te hebben voor antiracisme, inclusie en een sociaal veilig klimaat en wordt gewerkt aan maatschappelijke bewustwording over het koloniale verleden en het slavernijverleden. Ook zal strenger worden opgetreden tegen discriminerende en antisemitische spreekkoren. Over institutioneel racisme wordt wederom niet gesproken, maar wel schrijft het nieuwe kabinet: “in overheidsoptreden heeft etnisch profileren geen plek.”
Onder het kopje emancipatie worden maatregelen beschreven om de emancipatie en veiligheid van de lhbtiq+ gemeenschap, mensen met een beperking en vrouwen te bevorderen, onder meer via het Regenboogakkoord, een Nationaal Actieplan Stop Geweld tegen Vrouwen, wetgeving over loontransparantie en draagmoederschap, en het versterken van vrouwengezondheid en vrouwelijke rolmodellen.
Discrimineer niet bij de aanpak van discriminatie
“Moslimdiscriminatie”, “moslimhaat” of “islamofobie” komen voor het eerst sinds 2017 niet meer in een regeerakkoord voor. Het ontbreken van moslimdiscriminatie valt niet te onderbouwen.
Uit verschillende onderzoeken weten we dat ongeveer de helft van de Nederlandse moslims discriminatie op grond van geloof ervaart. Van de meldingen die de discriminatiebureaus jaarlijks binnenkrijgen, gaat het bij ongeveer 5% van de meldingen om moslimdiscriminatie. Dat is, om een vergelijking te trekken, net iets minder dan het aantal meldingen van lhbtiq+ discriminatie en ruim het dubbele van het aantal meldingen van antisemitisme. Het is volkomen terecht dat er veel aandacht is voor deze laatste twee vormen van discriminatie, maar discrimineer dan niet bij de aanpak van discriminatie en neem ook moslimdiscriminatie mee.
Er worden in het hoofdstuk ‘Asiel, migratie en integratie’ overigens wel een aantal andere maatregelen aangekondigd die op Nederlandse moslims van toepassing zijn. Een daarvan raakt ook het non-discriminatiebeginsel: het kabinet wil het ‘gedeeltelijke verbod op gezichtsbedekkende kleding strenger handhaven door sneller boetes uit te delen. Pure symboolpolitiek. Het gaat hier in feite om een ‘boerkaverbod’ dat geldt voor naar schatting 100-400 islamitische vrouwen. Uit een evaluatie van het Verwey Jonker Instituut bleek dat deze wet in de praktijk maar een heel beperkte en indirecte bijdrage levert aan veiligheid, communicatie en identificatie en nauwelijks wordt gehandhaafd maar wél een sterk negatief effect heeft op de kleine groep vrouwen die een niqab draagt. Deze vrouwen ervaren meer agressie, uitsluiting, isolement en verminderde toegang tot onderwijs, zorg, overheid en OV en voelen zich onveiliger.
Om een Kamermeerderheid te krijgen en te voorkomen dat het verbod in strijd zou zijn met artikel 1 van de Grondwet (non-discriminatie) en art. 9 EVRM (vrijheid van godsdienst), zijn er bij de invoering van de wet ook mensen die integraalhelmen en bivakmutsen dragen aan toegevoegd. Door het verbod op gezichtsbedekkende kleding nu onder het ‘kopje ‘asiel, migratie en integratie’ te behandelen, maakt het kabinet duidelijk dat het toch echt niet om mensen met integraalhelmen gaat.
Aandacht voor moslimdiscriminatie in een coalitieakkoord is meer dan semantiek. Woorden in een regeerakkoord sturen: wat je benoemt, kun je monitoren, financieren, en in Kamerbrieven terug laten komen. Het is nu aan de oppositiepartijen om het onderwerp te agenderen.
Ewoud Butter is zelfstandig onderzoeker
Lees ook:
Factsheet moslimhaat en moslimdiscriminatie
Vond u dit artikel waardevol?
Als u dit artikel waardeert, dan kunt u dat laten blijken met een (kleine) donatie. Daarmee blijft het mogelijk dit werk onafhankelijk te blijven doen.
Je kunt met iDeal doneren via deze link: https://bunq.me/republiekallochtonie
Meer over moslimhaat.


