Ervaringen met moslimdiscriminatie en de rol van de politiek. Deel I: een peiling

In achtergronden door Ewoud Butter en Martijn de Koning op 24-02-2021 | 10:00

Het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie en Emcemo organiseren in aanloop naar de verkiezingen verschillende debatten met politici en anderen over de aanpak van moslimhaat en moslimdiscriminatie. In dat kader is tussen 25 januari en 16 februari een verkennende peiling uitgezet. Martijn de Koning en Ewoud Butter beschrijven hieronder de resultaten van deze peiling.

De peiling

Doel van deze peiling was om een geïnformeerd verkennend beeld te krijgen van mogelijke interventies om moslimdiscriminatie en moslimhaat tegen te gaan. Het is belangrijk te beseffen dat deze peiling niet representatief is en geen afspiegeling vormt van de Nederlandse bevolking of een specifiek deel ervan. We beogen dus ook geen uitspraken te doen over een populatie.

De peiling is online en via whatsapp verspreid. Respondenten hebben zichzelf anoniem aangemeld en zijn niet geselecteerd. Er is dus geen random selectie uit een populatie en het ligt voor de hand om te veronderstellen dat mensen die moslimdiscriminatie en moslimhaat een probleem vinden of er mogelijk zelf ervaring mee hebben, eerder mee toen.  

We zien de uitkomsten dan ook als een kleine verkenning en aanzet voor discussie en voor mogelijk verder onderzoek. In de komende weken publiceren we stapsgewijs de resultaten van de enquête. In deze aflevering vatten we resultaten van de peiling samen: wat zien de respondenten zien zij als belangrijke maatregelen die de politiek moet nemen? In een volgend verslag gaan we inhoudelijk in op de ervaringen van  respondenten met de invloed van politici op hun dagelijks leven in relatie tot moslimhaat en moslimdiscriminatie. In een laatste verslag presenteren we voorzichtige conclusies en aanbevelingen. 

Wie zijn de respondenten?

In totaal hebben 618 mensen gereageerd. Dit is beduidend meer dan de 200 waar we op hadden gerekend. Vrouwen vormen een kleine meerderheid (54%). Alle leeftijdsgroepen zijn vertegenwoordigd. De grootste groep is tussen de 31 en 40 jaar (29%), gevolgd door 41-50 jaar (20%) en 51-60 jaar (18%). 

De respondenten zijn afkomstig uit het hele land. Relatief veel respondenten komen uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en in mindere mate uit Eindhoven, Haarlem en Zaanstad. Van alle respondenten identificeert 60% van de mensen zich als moslim, 36% niet en 4% gaf ‘anders’ aan. Deze laatste categorie bestaat onder andere uit mensen die aangeven zichzelf als christen, seculier moslim, aleviet en ex-moslim te beschouwen.

Ervaringen met discriminatie en de rol van de politiek

De helft van de respondenten heeft zelf in het afgelopen jaar discriminatie ervaren, 42% heeft geen discriminatie ervaren en 8% twijfelt hierover. Van de mensen die zich identificeren als moslims geeft 65% aan discriminatie te hebben ervaren en 8% twijfelt. 

Van de moslims die discriminatie hebben ervaren, geeft bijna 90% aan onder andere discriminatie op grond van hun geloof te hebben ervaren.  Dit ligt hoger dan bij ander onderzoek naar ervaren discriminatie onder moslims op grond van hun religie. In het in 2020 gepubliceerde onderzoek naar Ervaren Discriminatie door het SCP (Andriessen e.a, 2020) wordt geconcludeerd dat, inclusief twijfel, 69% van de Nederlandse moslims aangeeft zich het voorgaande jaar gediscrimineerd te hebben gevoeld op grond van hun geloof. In een onderzoek naar ervaren moslimdiscriminatie in Utrecht (Omlo, Butter, 2020) gaf 72% van de moslims aan wel eens te maken gehad met discriminatie op grond van hun geloof. 

In absolute aantallen geven in onze peiling 219 moslims aan het afgelopen jaar te zijn gediscrimineerd op grond van hun geloof. Ter vergelijking: alle anti discriminatievoorzieiningen ontvingen in 2019 samen 192 meldingen van moslimdiscriminatie. De politie is in 2019 gestopt met het registreren van moslimdiscriminatie. Uit het eerdergenoemde SCP-onderzoek weten we dat slechts 3% van de Nederlanders met een discriminatie-ervaring hiervan ook melding maakt. 

Van de niet-moslims in onze peiling geeft 24% aan discriminatie te hebben ervaren en twijfelt 8%. Dit is vergelijkbaar met ander onderzoek naar ervaren discriminatie. En, ook in overeenstemming met ander onderzoek (zie bijvoorbeeld het vergelijkbare onderzoek van Meld Islamofobie), degenen die discriminatie hebben ervaren, hebben vaak meerdere vormen van discriminatie ervaren. 

De meest genoemde discriminatiegronden zijn discriminatie op grond van godsdienst (74%), gevolgd door herkomst (60%), mening (26%), gender/geslacht (15%), leeftijd (9%), seksuele voorkeur (5%), beperking/handicap (4%). Een kleine 10% heeft ‘anders’ ingevuld. Voorbeelden die in dat kader worden genoemd zijn discriminatie op grond van kleding, huidskleur en discriminatie op grond van de herkomst of religie van familieleden. Tot slot zijn er respondenten die benadrukken dat er ook binnen groepen wordt gediscrimineerd en groepen tegelijkertijd slachtoffer en dader van discriminatie kunnen zijn. 

In ons onderzoek is er geen verschil tussen moslims en anderen als het gaat om ervaring met discriminatie op grond van herkomst, mening en beperking. Moslims in ons onderzoek geven veel vaker aan gediscrimineerd te worden op grond van hun geloof, anderen geven vaker leeftijd, gender, seksuele gerichtheid aan als discriminatiegrond. Ongeveer 2/3 van de respondenten geeft aan in het dagelijks leven effecten te merken van de wijze waarop politici spreken over moslims. Hier komen we in een volgend verslag op terug. 

Stemmen

Van de respondenten weet 63% al waar ze op gaat stemmen, 30% weet dat nog niet. Van degenen die het weten stemt een meerderheid op NIDA, BIJ1, Denk of GroenLinks, bij degenen die het nog niet weten wordt vooral GroenLinks als optie genoemd. 

Maatregelen tegen discriminatie

De respondenten zijn het eens met het gros van de mogelijke maatregelen die in de enquête worden genoemd, variërend van meer aandacht voor extreemrechtse radicalisering, toetsing van wetsvoorstellen aan de grondwet door de rechter, meer onderzoek, registratie van moslimdiscriminatie door de politie, campagne voor meldingsbereidheid, een nationaal actieplan, een nationaal coördinator aanstellen, enz. Daarnaast zijn er door 225 respondenten alternatieve oplossingen gegeven. De lijst is te lang om hier helemaal weer te geven, maar hieronder een selectie:

  • Vooroordelen worden weggenomen door meer van elkaar te weten en elkaar te ontmoeten. Daarom moeten we meer investeren in ontmoeting, voorlichting, educatie etc.
  • Justitie moet meer prioriteit geven aan moslimdiscriminatie. Aangiften moeten door politie serieuzer genomen worden, het OM moet meer tijd vrij gaan maken voor (moslim)discriminatie
  • Er moet een onafhankelijk instituut met betaalde krachten komen dat moslimhaat registreert en er jaarlijks over rapporteert
  • Media en politici moeten vaker aangesproken worden op het gebruik van stigmatiserende frames en beeldvorming
  • Overheid en politici moeten zelf het goede voorbeeld geven en worden aangesproken of gestraft wanneer ze uitlatingen of wetsvoorstellen doen die haaks staan op de grondwet
  • Werk als overheid meer samen met islamitische organisaties en migrantenorganisaties
  • Aandacht voor alle vormen van discriminatie is goed, maar stop met focussen op één vorm van discriminatie. Maak geen hiërarchie in slachtofferschap, bevorder solidariteit tussen alle groepen (moslims, joden, vrouwen, lhbti+ etc.). Het is goed te beseffen dat al deze 'groepen' zowel slachtoffer als dader kunnen zijn van discriminatie en uitsluiting. 

Niet geheel verrassend (gegeven de vraagstelling) spreekt uit deze opsomming van maatregelen enerzijds een mogelijke kritiek op de overheid dat deze te weinig zou doen, maar mogelijk ook een vertrouwen in de overheid als partner in de strijd tegen moslimhaat en moslimdiscriminatie. Iets waar verschillende panelleden in de discussie op zondag toch ook hun vraagtekens bij plaatsten. 

Vervolg

In de week van 8 maart gaan we in op de ervaringen van deelnemers aan dit onderzoek met de invloed van politieke retoriek op het dagelijks leven.

Daarvoor, op zaterdag 6 maart, gaan het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID) en Emcemo in gesprek met vertegenwoordigers van anti-islamofobie organisaties op EU niveau en uit Frankrijk, Engeland en Spanje. Wees erbij en meld u aan. Dat kan HIER.  

Houdt ook de facebookpagina in de gaten voor meer nieuws: https://www.facebook.com/IslamofobieNL

Zie ook: 

Kabinet en Kamer zoeken nog naar aanpak van moslimdiscriminatie

 

In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen zullen de komende weken diverse artikelen op Republiek Allochtonie verschijnen. U vindt ze hier

 


Meer over discriminatie, moslimdiscriminatie, moslimhaat.

Delen:

Reageer