Mensenrechtenorganisaties roepen Nederland op het matje bij de VN

In opinie op 17-08-2015 | 13:34

De Nederlandse overheid komt haar internationale verplichting om racisme te voorkomen en tegen te gaan onvoldoende na. Dat concluderen het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) en 25 andere niet-gouvernementele organisaties en deskundigen in hun rapportage aan het Antiracisme-comité van de Verenigde Naties.

Het College voor de Rechten van de Mens vindt dat de overheid te weinig doet om discriminatie aan te pakken. Bovendien legt de overheid te veel verantwoordelijkheid bij de burger zelf, of bij andere partijen zoals werkgevers om discriminatie te bestrijden.

De organisaties presenteren hun conclusies tijdens de bespreking van de Nederlandse rapportage over rassendiscriminatie door het VN-comité inzake de uitbanning van rassendiscriminatie. Morgen en overmorgen beantwoordt Nederland in Genève vragen over de praktijk en het beleid op gebied van rassendiscriminatie. Dit is een periodieke procedure, waarin alle 177 leden van het VN-Verdrag tegen Racisme op hun beurt worden uitgenodigd om hun racismebeleid onder de loep te nemen. Eind augustus zal het VN-Comité aanbevelingen doen aan de Nederlandse regering.

Volgens het NJCM e.a. schiet de Nederlandse overheid op meerdere terreinen tekort. Zo onderkent zij nog altijd niet dat politie-discriminatie (zogenaamde etnische profilering) een structureel probleem is. Uit onderzoek blijkt dat afkomst een belangrijke rol speelt bij het laten stoppen, staande houden en preventief fouilleren van personen door de politie. Het NJCM wil via het Comité afdwingen dat de Nederlandse overheid stevig beleid ontwikkelt en voldoende middelen beschikbaar stelt om discriminatie door de politie tegen te gaan.

Ook weigert de Nederlandse overheid volgens de organisaties effectieve maatregelen te nemen om de hardnekkige discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan en de positie van etnische minderheden op de arbeidsmarkt te verbeteren. Zo zouden etnische minderheden geholpen moeten worden bij het vinden van werk, bijvoorbeeld door hen te ondersteunen bij de start van hun loopbaan.

In haar beleid ten aanzien van (vooral niet-westerse) vreemdelingen voldoet de Nederlandse overheid eveneens niet aan de internationale normen. Zo geeft de Nederlandse wet geen onvoorwaardelijk recht op basisvoorzieningen als ‘bed, bad en brood’ aan ongedocumenteerde migranten. Het NJCM roept de overheid op om iedereen deze basisrechten toe te kennen, ook ongedocumenteerden, bovenal kinderen, en hen van onderdak, eten en kleding te voorzien.

De schaduwrapportage van het NJCM en 25 andere organisaties en deskundigen vindt u HIER.

Bron: deze tekst is grotendeels overgenomen van de NJCM

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens vraagt ook aandacht voor rassendiscriminatie op de arbeidsmarkt, waardoor mensen van niet-westerse afkomst een kleinere kans hebben op een baan. Vooral de hoge jeugdwerkloosheid onder niet-westerse migranten is zorgelijk. Meisjes met een hoofddoek hebben problemen bij het vinden van een stageplaats en daarmee bij het afronden van hun studie. Andere punten die het College aan de orde stelt zijn horecadiscriminatie, etnische profilering en discriminerende uitlatingen in (sociale) media.

Volgens het College is het nodig dat Nederland erkent dat rassendiscriminatie veel vaker voorkomt dan mensen denken, dat het schadelijker is dan men zich bewust is, en vooral dat het een structureel fenomeen is. Mensen die discriminatie ervaren kunnen hierover klagen of aangifte doen. Dat neemt niet weg dat discriminatie dan al heeft plaatsgevonden, en dat is kwalijk. Juist dat moet de overheid voorkomen.

Er zijn inmiddels wel diverse maatregelen getroffen om de kansen van mensen in een achterstandspositie op een baan te vergroten. Dat is goed, maar niet genoeg volgens het College. Het doet namelijk niets aan de andere kant van het verhaal: er bestaat discriminatie. Een gelijke uitgangspositie creëert nog geen gelijke kansen. Ook de oproep van de overheid om discriminatie te melden is uiteraard nuttig in de bestrijding daarvan, maar kan alleen slagen als er voldoende vertrouwen bestaat dat de melding ook leidt tot actie. Dat vertrouwen is er onvoldoende.

De overheid moet allereerst erkennen dat zij, en niet de burger, primair verantwoordelijk is om rassendiscriminatie tegen te gaan. Daarnaast moet zij meer doen om rassendiscriminatie te voorkomen en te bestrijden. Zij moet actief uitdragen dat rassendiscriminatie te allen tijde onacceptabel is, ook in het publieke debat. Ook is een grotere bewustwording nodig. Dat betekent inzicht bieden in wat rassendiscriminatie is, en dat het ook in onschuldig bedoelde handelingen kan zitten. De oorzaak van rassendiscriminatie ligt vaak in de stereotiepe opvattingen en vooroordelen die iedereen heeft. Dat onderkennen is een noodzakelijke voorwaarde om ervoor te zorgen dat stereotypen geen rol spelen. Denk aan werving en selectie en mensen staande houden op straat. Een structurele verandering vraagt om training van beroepsgroepen, zoals leerkrachten, politie en ambtenaren.

Het hele rapport van het College voor de Rechten van de Mens kunt u hier lezen.

Bron: deze tekst is grotendeels overgenomen van de website van het Coillege voor de Rechten van de Mens

Zie ook:

Discriminatie op arbeidsmarkt is sluimerend gif

Discriminatie? dat doen de anderen. Overzicht van artikelen over discriminatie

Ruim 40 aanbevelingen om mensenrechten in Nederland te verbeteren

Nederlanders: eigen mensenrechten eerst

Meer artikelen over discriminatie hier, artikelen over mensenrechten hier

 


Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

 

 

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  


 


Meer over college voor de rechten van de mens, discriminatie, etnisch proflieren, mensenrechten, njcm, racisme.

Delen:

Reageer