Jan Pronk: 'Opvang vluchtelingen in eigen regio is beter' is een drogreden

In opinie door Jan Pronk op 06-03-2014 | 08:59

Tekst: Jan Pronk

Een redelijk klinkende redenering: ‘vluchtelingen zijn er beter aan toe in de eigen regio’, wordt tot in het extreme doorgetrokken. Het argument van de kosteneffectiviteit is huichelachtig. De internationale hulp voor de opvang van vluchtelingen in de eigen regio is schandalig laag. Europa, inclusief ons eigen land, sluit de ogen en de beurs. Dat stelt Jan Pronk.

Vluchtelingen kunnen beter opgevangen worden in de eigen regio dan verder weg, bijvoorbeeld in het Westen. Wanneer zij worden opgevangen dicht bij het land dat zij ontvluchten, kunnen zij sneller terugkeren als het weer veilig is. Zij kunnen zich in een land in de eigen regio gemakkelijker aanpassen aan de sociale en culturele omstandigheden dan in een (Westers) land met een ander ontwikkelingsniveau. Zij zullen er ook beter kunnen integreren, in het geval dat de opvang langer moet duren. Opvang van vluchtelingen in de eigen regio is bovendien goedkoper. Voor eenzelfde bedrag kunnen in de eigen regio meer vluchtelingen geholpen worden. Dat is kosteneffectief.

Deze argumenten worden vooral gebruikt door Westerse opinieleiders en politici. Het klinkt aannemelijk: opvang in de eigen regio is beter. Maar de vraag is: beter voor wie? Voor de vluchtelingen zelf? Voor de landen in de omgeving van het land waar de burgeroorlog woedt? Of voor de landen die de vluchtelingen niet hoeven op te vangen, omdat zij verder weg gelegen zijn? 

Vier van elke vijf vluchtelingen in de wereld worden reeds in de eigen regio opgevangen. Daar komen de ontheemden nog bij: al die mensen die van huis en haard verdreven zijn, maar de grens niet bereiken en ergens in eigen land proberen te overleven. Het eigen land en de eigen regio: dat zijn over het algemeen arme ontwikkelingslanden en het is er doorgaans niet veilig. Armoede en onveiligheid nemen er zelfs toe door de komst van grote groepen vluchtelingen. De druk op kwetsbare voorzieningen in die landen wordt immers groter. Bovendien brengen concentraties vluchtelingen het conflict waarvoor men vluchtte met zich mee. De opvang van miljoenen vluchtelingen uit Afghanistan in Pakistan sinds 1980 was bewonderenswaardig. Maar het conflict in Afghanistan was vlakbij en Pakistan is gedestabiliseerd. Vluchtelingen uit Irak zijn op grote schaal opgevangen in Jordanië en Syrië, zonder noemenswaardige hulp van buitenaf. De huidige stroom van vluchtelingen uit Syrië naar Turkije, Jordanië en Libanon vormt niet alleen een gigantisch humanitair, sociaal en economisch probleem, maar vergroot de kans dat het geweld in Syrië ook deze landen overspoelt. Vluchtelingen uit landen in Afrika zijn op het eigen continent altijd ruimhartig opgevangen. Bijna alle Afrikaanse buurlanden hielden hun grenzen open en de lokale bevolking maakte plaats. De gevolgen waren aanzienlijk: ontbossing, waterschaarste, voedseltekorten en etnische spanningen. Landen in de omgeving van een conflicthaard - hieronder vallen ook Zuid-Europese landen van eerste aankomst - verdienen zowel financiële als praktische hulp, niet alleen om vluchtelingen op te vangen, maar ook om hen in staat te stellen op een veilige manier verder te trekken.

Het aantal vluchtelingen dat in het welvarende Westen opvang zoekt is relatief gering. Waar hebben we het dus over, in Europa, Australië en Amerika? De opvangmogelijkheden zijn groter, economisch en organisatorisch. Maar de begrotingsmiddelen en de organisatiekracht in Europa en Australië worden vooral gebruikt om de grenzen te versterken, vluchtelingen tegen te houden, op te sluiten en terug te sturen. Ze kunnen immers beter in de eigen regio blijven? Die redenering gaat zelfs zover dat van Spanje, Italië, Malta, Griekenland en Bulgarije - geografisch dichter gelegen bij de conflicthaarden, waar vluchtelingen die hun heil zoeken in Europa dus het eerste aanlanden - wordt verwacht dat zij de opvang geheel voor eigen rekening nemen. Het is hun probleem, aldus politici in het Noorden van Europa. Dat de Zuid-Europese landen verzwakt zijn door de economische crisis en dat het lidmaatschap van de Europese Unie de Noordelijke landen zou moeten verplichten tot solidariteit, speelt geen rol. Noord Europa is wel bereid om Zuid Europa te helpen vluchtelingen weg te houden en terug te sturen, zelfs naar Libië, waar sinds de vanuit Europa geleide regimeverandering zwarte Afrikanen op mensonterende wijze worden bejegend.

Een redelijk klinkende redenering: ‘vluchtelingen zijn er beter aan toe in de eigen regio’, wordt tot in het extreme doorgetrokken. Het argument van de kosteneffectiviteit is huichelachtig. De internationale hulp voor de opvang van vluchtelingen in de eigen regio is schandalig laag. Europa, inclusief ons eigen land, sluit de ogen en de beurs. 

Jan Pronk was minister in vier kabinetten en in verschillende functies werkzaam voor de Verenigde Naties. Van 2004 tot 2006 leidde hij de UN peace keeping operation (UNMIS)  in Khartoum (Soedan) als speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN
Dit stuk schreef Jan Pronk eerder voor Vice Versa. In overleg met Jan Pronk is het ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

 

Meer over vluchtelingen op dit blog hier

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door ons te steunen




 

 


Meer over asiel, eigen regio, immigratie, jan pronk, vluchtelingen.

Delen:

Reageer