Het blanke bordes van het kabinet Rutte II

In opinie door Martijn de Koning op 14-01-2013 | 15:26

Een kabinet dat geen afspiegeling is van de diversiteit van een land is geen kabinet dat gebaseerd is op kwaliteit, maar een kabinet dat gebrekkig van kwaliteit is. PvdA en VVD zijn een afspiegeling en een product van het politieke establishment in Nederland en dat is blank, autochtoon, niet-moslim, seculier, hoog opgeleid, hetero en voornamelijk mannelijk. Het gaat er hier dus niet om dat VVD en PvdA mensen met een ‘migrantenachtergrond’ buiten de deur houden omdat het mensen met een migrantenachtergrond zijn. Ze worden buiten de deur gehouden op basis van normen, procedures die alledaags en vanzelfsprekend zijn in een neo-liberale samenleving.

Dat schrijft Martijn de Koning in onderstaand artikel dat eerder op zijn weblog Closer verscheen.

Dit blog gaat over uitsluiting van migranten. Nee, niet PVV stijl of in het type commentaar dat Hans Spekman voor zijn kiezen krijgt. Nee, het gaat om een subtielere vorm van uitsluiting: white privilege. ‘White privilege’ wordt gevormd door de structuren, arrangementen en wereldbeelden die leiden tot, verwijzen naar of het gevolg van zijn voordelen die blanke mensen genieten ten opzichte van zwarte mensen in gelijksoortige sociale, politieke en economische omstandigheden. Het gaat daarbij niet om uitgesproken voordelen of vormen van uitgesproken racisme, maar juist om de meer subtiele, ogenschijnlijk vanzelfsprekende zaken die bij nader inzien echter nauw samenhangen met de historische trajecten en politieke omstandigheden van verschillende categorieën mensen.

Een blank bordes

In zijn column van 11 oktober in de NRC stelde Bas Heijne het volgende: Witte mannen :: nrc.nl

Meer dan een halve eeuw immigratie en geen één gekleurd gezicht op het bordes. Geen één. Rustig maar – dat komt doordat wij, anders dan andere landen, volkomen kleurenblind zijn geworden. Positieve discriminatie, wij zijn dat voorbij, ons gaat het om de kwaliteit. Daarbij hebben wij geen zwarte minister nodig, laat staan een zwarte minister-president. Wij hebben Zwarte Piet.

Dit was voor Froukje Santing aanleiding om eens verder te gaan spitten en dat leidde tot het artikel De witte wil tot macht in de Groene van deze week. Daarin stelt ze vast dat waar Nederland ‘verkleurt in rap tempo’ eveneens in rap tempo ‘diversiteit uit is’ geraakt.

Pvda-voorzitter Hans Spekman zegt defensief, maar ook een tikkeltje geïrriteerd: Er was nu gewoon even geen plek in het kabinet voor iemand met een migrantenachtergrond. Hij vergelijkt in een gesprek op het partijbureau aan de Amsterdamse Herengracht de samenstelling van een regeringsploeg met het oplossen van een sudokupuzzel: Je moet het doen met de posten en de mensen die je hebt.

Het is de alledaagsheid van de opmerking van Spekman die me trof. Het lijkt zo logisch, dat je het even nog een keer moet lezen om te snappen dat hij eigenlijk zegt: “We hebben geen mensen met een migrantenachtergrond voor handen, het bastion van de macht is zo blank als het maar zijn kan”. Maar het gaat nog verder:

Een voorbeeld: als de pvda de portefeuille veiligheid zou hebben gekregen, had hij Ahmed Marcouch (Tweede-Kamerlid van Marokkaanse origine en voorheen politiek actief in Amsterdam) naar voren kunnen schuiven voor een regeringspost. Maar ik kan die man, omdat hij migrant is, het boerenleven toch niet laten beheren, waar hij geen verstand van heeft en waar zijn passie niet ligt.

Ook dit lijkt zo logisch als het maar zijn kan, maar Santing wijst erop dat dergelijke overwegingen blijkbaar niet golden voor Sharon Dijksma die, na het vertrek van de onbekende en onervaren Verdaas, landbouw in haar portefeuille kreeg. Dat het om kwaliteit gaat mag dus betwijfeld worden, ook al benadrukt de VVD dat wel in dat artikel. Hoogleraar Ghorashi stelt het in dat artikel als volgt:

We volharden in de nieuwe liberale benadering van de overheid dat alleen mensen die geprivilegieerd zijn kwaliteiten bezitten. Het kiezen voor kwaliteit en niet voor diversiteit, benadrukt ze, is een typisch voorbeeld van hoe structurele maar vooral subtiele vormen van uitsluiting buiten beschouwing worden gelaten: Het dominante denken is dat als je maar hard genoeg je best doet je er wel komt. Maar de groep of klasse waarin je geboren bent is wel degelijk relevant voor succes.

De definitie van kwaliteit

Het gaat echter nóg een stapje verder. De nadruk op kwaliteit in het personeelsbeleid is zelf gestructureerd op basis van afkomst, cultuur en religie. Nemen we het vorige kabinet Rutte, dat overigens het diversiteitsbeleid de prullenbak ingooide. In het regeerakkoord stond destijds te lezen (p.26):

Het kabinet beëindigt het diversiteits/voorkeursbeleid op basis van geslacht en etnische herkomst. Selectie moet plaatsvinden op basis van kwaliteit.

Er was echter helemaal gaan sprake van een be-eindiging van het diversiteitsbeleid, want de zinnen die direct volgden op de vorige zijn deze:

Er komt een meldcode voor cultureel bepaald huiselijk geweld en kindermishandeling. Het kabinet komt met een voorstel voor een algemeen verbod op gelaatsbedekkende kleding zoals boerka’s. In voorschriften wordt opgenomen dat de politie en leden van de rechterlijke macht geen hoofddoek dragen.

Er is dus wel degelijk diversiteitsbeleid maar dan op basis van problemen die samenleving zou hebben met migranten en/of moslims. En dan kunnen we op dezelfde pagina ook nog lezen:

Indien gedrag of kleding van iemand feitelijk zijn kansen op beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt beperkt, volgt een weigering, korting of intrekking van een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB). Zo nodig zal het kabinet daartoe met een voorstel komen.

Ook hier gaat het dus niet om kwaliteit, maar om uiterlijk en wellicht zelfs om religie aangezien dit plan voor de uitkering waarschijnlijk is ingegeven door zorgen omtrent de boerka. In het huidige VVD-PvdA akkoord kunnen we namelijk lezen (p. 31):

Gezichtsbedekkende kleding wordt verboden in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en in overheidsgebouwen. In de openbare ruimte kan de politie ten behoeve van identificatie gelasten de gezichtsbedekkende kleding af te leggen. Wie deze kleding draagt, voldoet niet aan de eisen voor een bijstandsuitkering.

Het gaat er dus niet alleen om dat het idee van kwaliteit machtsverhoudingen en sociale ongelijkheden negeert, maar het begrip kwaliteit is zelf bepaald door machtsverhoudingen, sociale ongelijkheden en politieke doctrines. Een kabinet dat geen afspiegeling is van de diversiteit van een land is geen kabinet dat gebaseerd is op kwaliteit, maar een kabinet dat gebrekkig van kwaliteit is. PvdA en VVD zijn een afspiegeling en een product van het politieke establishment in Nederland en dat is blank, autochtoon, niet-moslim, seculier, hoog opgeleid, hetero en voornamelijk mannelijk. Het gaat er hier dus niet om dat VVD en PvdA mensen met een ‘migrantenachtergrond’ buiten de deur houden omdat het mensen met een migrantenachtergrond zijn. Ze worden buiten de deur gehouden op basis van normen, procedures die alledaags en vanzelfsprekend zijn in een neo-liberale samenleving. Wanneer we beter kijken echter zien we dat dit zogenaamde kleurenblinde beleid die ongelijkheid vervolgens reproduceert, doordat het vooral de voordelen van het blanke politieke establishment steunt. De nadruk op kwaliteit is daarmee dus een voorkeursbeleid voor autochtonen en de kabinetsformatie is mede gebaseerd op cliëntelisme van het autochtone establishment.

Individuele verantwoordelijkheid en mores

Het doet echter nog wat meer, iets wat Santing niet noemt in haar (overigens heel sterke) artikel. Het diversiteits/kwaliteits argument zorgt ervoor dat de verantwoordelijkheid gelegd wordt bij de migranten en hun nakomelingen. Immers, zij dienen er zelf voor te zorgen dat ze de nodige kwaliteit hebben. En dit gebeurt dan ook, door onderwijs, kadertrainingen, media-trainingen, enzovoorts. Of zoals James Kennedy in het artikel van Santing zegt:

De cultuur van politieke besturen is insulair. Ze staan niet te popelen om een flinke scheut nieuwe inzichten. Die houding zorgt er volgens hem voor dat migranten worden getolereerd, tot op zekere hoogte worden gewaardeerd en zelfs interessant worden gevonden: Als ze er tenminste blijk van geven dat ze snappen hoe het werkt. Ze moeten zich aan de bestaande mores houden. Nederlanders houden er niet van om voortdurend op scherp te moeten staan, ook niet in de politiek.

En hier zitten migranten en hun nakomelingen min of meer in een val. Als ze de juiste mores er op na houden is er nog steeds sprake van achterstand bijvoorbeeld voor wat betreft het verkeren in de juiste netwerken. De overheid doet niet aan voorkeursbeleid, dus daar zijn geen hulpmiddelen van te verwachten (overigens is dit geen pleidooi omdat voorkeursbeleid dan wel in te voeren). En stel nu eens dat migranten er wél in slagen om aan de mores te voldoen en massaal gekozen te worden dan spreken we ineens van etnisch cliëntelisme of zelfs van een coup. Voldoet men echter niet aan de mores dan is er wel sprake van een beleid gericht op etnische doelgroepen. Geen beleid dat zich richt op het aanpakken van structurele ongelijkheid in etnische groepen (zoals geweld tegen vrouwen) dat mensen daadwerkelijk verder zou helpen, maar beleid gericht op repressie: keihard aanpakken. Met andere woorden er is wel aandacht voor problemen waar ‘de samenleving’ last van zou hebben, maar geen aandacht voor problemen van migranten en hun nakomelingen. Er is wel een groepsspecifiek afkeurbeleid gericht op migranten, maar geen voorkeurbeleid gericht op migranten en wel op autochtonen.

Het is geen issue

En op het moment dat migranten dàt aan de kaak stellen gedragen ze zich als slachtoffers. Intussen echter, zo blijkt uit het stuk van Santing, blijven migranten wel ondervertegenwoordigd in het hoogste politieke orgaan van dit land. Intussen zitten ze klaarblijkelijk niet in de databases van de VVD en PvdA. Intussen zijn degenen die niet de juiste kwalificatie hebben maar wel in de database zitten (Marcouch) meer ongeschikt dan iemand van het establishment die wel in de database zit, wel autochtoon is en ook geen kwalificatie heeft (Dijksma) of iemand die niet uit het establishment komt, maar wel autochtoon is en ook niet de kwalificatie heeft (Verdaas). En men heeft niet verder gezocht. Volgens Spekman:

Natuurlijk ben ik erop aangesproken dat er geen migranten in het kabinet zitten, maar het is geen issue dat is blijven doorzeuren. We zijn vrij snel weer overgegaan tot de orde van de dag.

Deze ongelijkheid legitimeren, het geen issue noemen en overgaan tot de orde van de dag, zonder negatieve consequenties ervan te ondervinden, dat is nou ‘white privilege’.

 

Martijn de Koning is cultureel antropoloog. Dit stuk is eerder op zijn blog Closer verschenen. zie hier.  In overleg met Martijn de Koning is het ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

Eerdere blogs van Martijn op dit weblog vind je hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook. Republiek Allochtonië (voorheen Allochtonenweblog) bestaat 7 jaar. Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door ons te steunen.

 

 


Meer over allochtone politici, diversiteit, martijn de koning, rutte II, uitsluiting, white privilige.

Delen:

Reageer




Reacties


Abdel - 15/01/2013 19:59

Vertel eens iets nieuws. Bij de meesten is dit al lang bekend. Ik moet ook eerlijk zeggen dat de moeite die allochtonen doen om nog tussen de autochtonen te geraken steeds minder wordt. Er groeit nu een generatie op die niets moet hebben van alles dat nederlands is. Dat turken een hekel zouden hebben aan marokkanen en andersom zoals gezegd is een leugen. Een koloniale leugen, verdeel en heers. Marokkanen zien turken als anders. En anders is ok. In de eeuw dat we een vrouwelijke zwarte vicepresident van de VS hebben gehad en voor de tweede maal een gekleurde president daar voeren wij in nederland nog steeds dicussie over een hoofddoek en is sinterklaas nog steeds belangrijker dan het slavernijverleden. Tolerant nederland? Tsja. Ik heb een dochter van twee en voor ze geboren was zei ik dat ze de eerste vrouwelijke ministerpresident van nederland zou worden. Nu weet ik beter. Ik zou haar adviseren hbo te doen en haar hoofd niet te breken over dingen die. Nooit zullen kunnen. Haar kleinkinderen zullen nog steeds bij zij horen, nooit bij wij.......

Gert Jan van Reenen - 15/01/2013 12:27

Een prima analyse van de huidige situatie. Overigens geldt het verhaal van 'white privilege' ook voor het CDA en vermoedelijk de meeste andere politieke partijen. Ons kent ons is gemakkelijker. Het zien staan, in contact komen met en accepteren van 'andersdenkenden' vereist inspanning en een openheid van geest welke helaas ontbreekt in de gevestigde orde.
Ook in bepaalde CDA kringen wordt het kwaliteitsargument gehanteerd: 'we discrimineren niet, allochtone Nederlanders zijn hartelijk welkom'. Hoe het dan komt dat toch alle allochtone kandidaten op onverkiesbare plaatsen stonden op de CDA kieslijst? Een mooi voorbeeld van 'white privilege' waarbij andere belangen kennelijk zwaarder wogen dan die van de allochtone Nederlander. Volgens sommigen was er een andere verklaring:
"Er zijn zoveel verschillende groepen allochtonen, dat het onmogelijk is dat die allemaal vertegenwoordigd zouden zijn in de politiek. Bovendien, wist mijn zegsman te melden, hebben Marokkanen de pest aan Turken en andersom. En bij die andere groepen zal zoiets ook wel spelen."
De conclusie: 'daar valt geen rekening mee te houden, dan maar geen allochtone Nederlanders in de politiek' werd bij deze simplistische argumentatie niet expliciet uitgesproken, maar volgt er wel logisch uit.
We hebben nog een lange weg te gaan voor in de politiek de benodigde openheid komt. Daartoe is een complete cultuuromslag vereist.
Te hopen is dat er in de politieke partijen mensen opstaan die met een blik op het heden en de toekomst het belang hiervan inzien. Het buitensluiten van bevolkingsgroepen in de politiek heeft zijn weerslag in de maatschappij. De gevolgen zullen niet ongemerkt aan ons voorbij gaan.