Politie verstrekt geen cijfers meer over moslimdiscriminatie

In achtergronden door Ewoud Butter op 25-04-2020 | 13:29

De Nederlandse politie heeft, in tegenstelling tot voorgaande jaren, geen cijfers beschikbaar gesteld over het aantal meldingen dat in 2019 door de politie is ontvangen van incidenten van moslimdiscriminatie. Dat is één van de 7 conclusies die ik trek uit de rapportage Discriminatiecijfers 2019. Verder valt onder andere op dat de rapportage van de politie ook op andere vlakken aan transparantie heeft ingeboet en dat het aantal registraties van discriminatie op internet laag blijft. Tot slot doe ik een oproep niet alleen te investeren in het vergroten van meldingsbereidheid.

Het landelijk rapport Discriminatiecijfers 2019 is samengesteld door Art.1 in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de politie, in samenwerking met Discriminatie.nl (de landelijke vereniging van antidiscriminatievoorzieningen). Dit is de vijfde editie van deze rapportage, waarin de cijfers zijn verwerkt van de politie, antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s), College voor de Rechten van de Mens en MiND, het bureau dat internetdiscriminatie registreert. Het is opnieuw een dik, maar helder geschreven rapport geworden. Complimenten aan de auteurs dus. Een paar conclusies.

1. De toename van het aantal meldingen is een trendbreuk na jarenlange daling

De antidiscriminatievoorzieningen ontvingen 4.382 incidenten. Dit betekende een toename van 1,4 procent. Iets groter was de toename bij het College voor de Rechten van de Mens dat 541 verzoeken ontving om een oordeel (plus 6 procent) en 3.529 vragen en meldingen (plus 11 procent). 

De grootste toename vond plaats bij de instellingen waar de laatste jaren juist sprake was geweest van de grootste afname in meldingen. Bij de politie steeg het aantal registraties met 17 procent tot 5.487 incidenten, inclusief incidenten gericht tegen werknemers met een publieke taak en MiND ontving 692 meldingen van discriminatie op internet (plus 19 procent).

De toename bij de ADV’s lijkt volgens de opstellers van het rapport vooral het gevolg van een aantal incidenten die veel maatschappelijke en politieke aandacht kregen. Zo worden in het rapport de ophef over de (homofobe) Nashville-verklaring genoemd, het voorkeursbeleid voor vrouwelijke sollicitanten van de TU Eindhoven en het plan om kunstmatige inseminatie voor lesbische en alleenstaande vrouwen niet meer te vergoeden uit de basisverzekering. Deze discussies leidden tot aanzienlijk meer meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen. Ook worden de aandacht voor discriminatie op de arbeidsmarkt, racistische spreekkoren op de voetbaltribunes en de discussie over zwarte piet genoemd. 

2. Minder transparantie over cijfers van politie

De stijging bij de politie is opmerkelijk, zeker omdat er in de periode 2014-2018 nog sprake was van een afname met maar liefst 40% (!) van het aantal meldingen. Voor deze toename van het aantal incidenten in 2019 bij de politie wordt in Discriminatiecijfers 2019 geen duidelijke verklaring gegeven. 

De cijfers van de politie zijn overigens sowieso wat minder transparant dan voorgaande jaren. Tot 2018 werden de discriminatie-incidenten bij de politie namelijk uitgesplitst in reguliere incidenten (waaronder ook eigen waarnemingen van agenten tijdens dienst, zonder dat zijzelf daar persoonlijk het slachtoffer van waren) en incidenten tegen werknemers met een publieke taak, waaronder voor een belangrijk deel ook politieagenten. Deze laatste categorie, incidenten tegen werknemers met een publieke taak, wordt nu niet meer afzonderlijk gecategoriseerd, maar is opgegaan in het totaal aantal incidenten. 
Dat is jammer omdat dit door dit onderscheid in het verleden uit de politiecijfers beter een beeld ontstond hoe vaak burgers (en bedrijven en instellingen) vanwege discriminatie een melding of aangifte bij de politie deden en op basis van welke gronden. Die informatie blijft nu achterwege. 

 

Daarnaast was het onderscheid dat de politie maakte ook nuttig omdat het om incidenten gaat met een verschillend karakter. Bij incidenten tegen werknemers met een publieke taak ging het in het verleden namelijk voornamelijk (vorig jaar 86%) om discriminerende uitlatingen (vaak scheldpartijen), meestal met een homofoob, antisemitisch of racistisch karakter. Zo gebeurde het volgens de auteurs van het rapport in het verleden vaak in Den Haag en Rotterdam dat politiemedewerkers voor ‘Jood’ werden uitgemaakt.

Tot slot geven de cijfers van de politie minder informatie dan in het verleden, omdat niet meer wordt geregistreerd waar een incident plaats vond en de politie ook geen cijfers meer geeft over specifiek moslimdiscriminatie. Hierover straks meer.  

3. Registratie van incidenten op internet blijft mager 

Ondanks een stijging in vergelijking met vorig jaar blijft het aantal geregistreerde meldingen van discriminatie op internet bij het Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) in historisch opzicht laag. Dit meldpunt werd door het vorige kabinet in 2013 opgericht en werd ondergebracht bij NL Confidential, het bureau dat ook verantwoordelijk is voor Meld Misdaad Anoniem.
In de jaren daarvoor was subsidie gegeven aan het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) dat vanaf de eeuwwisseling lange tijd het enige meldpunt voor online discriminatie was. Het MDI ging na het stopzetten van de subsidie nog drie jaar door met het registreren van incidenten en kreeg in 2014 en 2015 meer meldingen dan MiND. Vanaf 2017 is er nog maar één meldpunt, MiND, dat in 2018 een historisch laag aantal meldingen kreeg en dit jaar weer iets steeg. Het aantal meldingen, ongeveer 2 per dag, blijft uitzonderlijk laag voor het open riool dat internet nog steeds is. Hieronder een overzicht dat ik maakte op grond van de jaarrapporten van het MDI en MiND. 

 

Misschien dat MiND, het belangrijkste overheidsinstrument tegen hatespeech, iets meer aan de zichtbaarheid moet gaan werken op bijvoorbeeld sociale media. Zo valt er een wereld te winnen met een twitteraccount dat na 6 jaar slechts 510 volgers heeft en een facebookaccount met 826  vrienden. Dat is voor, mind you, een meldpunt internetdiscriminatie, wat weinig. 

4. Discriminatie op grond van herkomst blijft de belangrijkste discriminatiegrond 

Net als dit in voorgaande jaren het geval was, was herkomst bij zowel de politie als bij ADV’s de vaakst geregistreerde discriminatiegrond. Dit wordt niet verder gespecificeerd naar bepaalde groepen. Wel wordt geschreven: “…de incidentomschrijvingen verwijzen naar de (meestal donkere) huidskleur van mensen, naar een Afrikaanse, Turkse, Marokkaanse of Aziatische herkomst, naar woonwagenbewoners of vluchtelingen.”

Over de meldingen bij ADV’s schrijft het rapport: 

“Bijna de helft van de ADV-meldingen van discriminatie op grond van herkomst betrof discriminatie van mensen met een migratieachtergrond. Daarnaast had ruim een kwart van deze meldingen betrekking op ervaringen van mensen die vanwege een donker of zwart uiterlijk werden gediscrimineerd. In ongeveer 7 procent van de meldingen voelden mensen zich gediscrimineerd vanwege hun Nederlandse herkomst, en in ongeveer 3 procent van de gevallen ging het om discriminatie op grond van een Aziatisch uiterlijk.”

Bij de ADV’s werd verder relatief vaak melding gedaan van discriminatie op de gronden handicap (12%) en geslacht (12%), hieronder uitgesplitst in discriminatie van transgenders (2%) en overig geslacht (10%). In vergelijking met vorig jaar nam het aantal meldingen van moslimdiscriminatie  iets af (van 5% naar 4%) en het aandeel antisemitisme iets toe (van 1% naar 2%). Wat opvalt is het relatief hoge aantal meldingen van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid ( van 4 naar 9 procent). Dit zijn waarschijnlijk meldingen over de Nashville-verklaring en meldingen over het mogelijkerwijs niet vergoeden van vruchtbaarheidsbehandelingen voor lesbische vrouwen.

In Discriminatiecijfers 2019 wordt voor het eerst een overzicht gepubliceerd van meldingen bij de ADV's over meerdere jaren. Deze tabel vindt u hieronder.

Het College voor de Rechten van de Mens ontving veel verzoeken die betrekking hadden op de discriminatiegrond handicap/chronische ziekte (25 procent). Daarnaast had 22 procent van de verzoeken betrekking op discriminatie op grond van geslacht, voornamelijk zwangerschapsdiscriminatie en 18 procent van de verzoeken had betrekking op de discriminatiegrond herkomst. De meeste vragen gingen in 2019 over de discriminatiegrond geslacht (34 procent), gevolgd door handicap/chronische ziekte (31 procent) en seksuele gerichtheid (22 procent). 

Bij MIND (internetdiscriminatie) gingen de meeste klachten (38%) over herkomst. Verder valt op dat bij MiND het aandeel van de meldingen van antisemitisme daalde van 25 procent naar 11 procent en dat ook het aantal meldingen over discriminatie op grond van godsdienst, waaronder moslimdiscriminatie, afnam.

5. Politie verstrekt geen cijfers meer over moslimdiscriminatie

Uit het onlangs door het SCP gepubliceerde rapport Ervaren Discriminatie 2 blijkt dat moslims tot de bevolkingsgroepen horen die de meeste discriminatie ervaren. Maar liefst 55% van de moslims had in 2018 zonder twijfel discriminatie ervaren. Voor ruim twee derde van de moslims geldt dat zij, inclusief twijfel, discriminatie hadden ervaren.  Vijf jaar geleden lagen deze percentages nog iets hoger. 

In de cijfers van de registratie-instanties was dit echter geheel niet zichtbaar, omdat moslimdiscriminatie in Nederland niet apart werd geregistreerd. Uitzondering hierop was het voormalige Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) dat moslimdiscriminatie vanaf 2001 wel registreerde. Dat veranderde rond 2014, 2015. Op aandringen van maatschappelijke organisaties, wetenschappers, blogs en politieke partijen, voornamelijk linkse politici met een migratieachtergrond van PvdA en GroenLinks (en later DENK) werd moslimdiscriminatie vanaf die tijd apart geregistreerd. 

De politie geeft dit jaar echter, zonder enige toelichting, opeens geen cijfers meer over moslimdiscriminatie. Bijzonder opmerkelijk, net als het gegeven dat daaraan bij de presentatie van het rapport door politie, discriminatie.nl en pers geen aandacht is besteed. 

In het rapport worden wel door de politie geregistreerde incidenten van godsdienstdiscriminatie vermeld: deze namen in 2019 toe naar 225 (ten opzichte van 173 in 2018). De auteurs van Discriminatie in cijfers 2019 hebben wel de beschrijving van politiecasussen bestudeerd en concluderen hieruit “dat net als in voorgaande jaren een groot deel van de incidenten betrekking had op discriminatie vanwege het islamitische geloof. Het ging daarbij bijvoorbeeld om vrouwen die beledigd worden omdat zij een hoofddoek dragen en om mensen die op straat worden uitgescholden omdat zij voor moslim worden aangezien. Daarbij gaat het soms ook om werknemers met een publieke taak.” 

In onderstaande grafiek wordt duidelijk dat de registraties van moslimdiscriminatie bij MinD de afgelopen jaren sterk is gedaald. De piek van het aantal geregistreerde incidenten lag in 2015. Bij de ADV’s is de afgelopen jaren sprake van een lichte daling. 

6. Discriminatie op arbeidsmarkt vaak gemeld

De melders bij antidiscriminatievoorzieningen ervaren discriminatie het vaakst op de arbeidsmarkt (1.140), zowel bij sollicitaties als op de werkvloer. Hierbij ging het bij ruim een derde van deze meldingen om discriminatie op grond van herkomst, gevolgd door discriminatie op grond van geslacht (22 procent) en leeftijd (17 procent). Bij het College voor de Rechten van de Mens had bijna de helft van de verzoeken om een oordeel betrekking op de arbeidsmarkt. 

Over discriminatie op de arbeidsmarkt werd dit jaar een speciaal rapport, monitor arbeidsdiscriminatie 2015-2019 uitgegeven. Dat is hier te lezen. 

7. Het topje van de ijsberg: investeer niet alleen in vergroten meldingsbereidheid

We weten al jaren dat de cijfers van de instanties die discriminatie registreren, niet meer dan het spreekwoordelijke topje van de ijsberg weerspiegelen. Uit het onlangs door het SCP gepubliceerde rapport Ervaren Discriminatie bleek dat ruim een kwart van de Nederlanders in 2018 discriminatie had ervaren. Onder Nederlanders met een migratieachtergrond lagen deze percentages twee tot drie keer zo hoog. 

De SCP-onderzoekers schatten dat uiteindelijk slechts 3% van de mensen die discriminatie heeft ervaren hiervan melding maakt bij een registrerende instantie. In nog lopende onderzoeken die ik samen met andere onderzoekers doe naar moslimdiscriminatie, komen vergelijkbare percentages naar voren.

Het melden van een discriminatie-ervaring is om verschillende redenen belangrijk en de meeste ADV's hebben hiervoor ook kundige medewerkers in dienst die mensen goed kunnen begeleiden. Het is daarom van belang dat deze instellingen steun blijven krijgen.  

Dat neemt niet weg dat de meeste mensen die discriminatie ervaren, om verschillende redenen geen melding doen en ook niet zullen gaan doen. Dat moet, meer dan nu het geval is, worden meegenomen in het beleid van de landelijke overheid en veel gemeenten. Een beleid, dat zich voornamelijk beperkt tot het vergroten van de meldingsbereidheid, soms in de vorm van quasi hippe, maar inefficiente 'meldingsapps', slaat de plank wat mij betreft voor een belangrijk deel mis.

Dat kan beter en de kennis daarvoor is in Nederland voldoende voorhanden bij enkele maatschappelijke organisaties en diverse, opmerkelijk vaak zelfstandig opererende onderzoekers en adviseurs, die specifieke deskundigheid hebben; bijvoorbeeld over een effectieve aanpak van stage-discriminatie of de wijze waarop mensen met een discriminatie-ervaring omgaan (copingmechanismes). 

Update 1 mei:

In een eerder versie van dit artikel schreef ik kritisch over de Amsterdamse cijfers. Ik heb dat deel van het artikel weggelaten, omdat ik het bij nader inzien niet correct vond slechts over één regio te schrijven, zonder deze te vergelijken met andere regio's. 

Zie ook:

Het gehele rapport Discriminatiecijfers 2019

De rapporten van de regionale ADV's zijn hier te vinden. 


Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email

 


Meer over adv, antisemitisme, discriminatie, moslimdiscriminatie, moslimhaat, politie, racisme.

Delen:

Reageer