Discriminatie op mbo-stagemarkt weinig opgemerkt

In achtergronden door Eva Klooster op 21-03-2016 | 07:29

Bij het selecteren van mbo-stagiaires komt discriminatie door leerwerkbedrijven voor. Bepaalde groepen studenten met een niet-westerse achtergrond krijgen vaker afwijzingen. Dit wordt echter weinig opgemerkt, omdat studenten en stagebemiddelaars het probleem omzeilen. Dat signaal ving Kennisplatform Integratie & Samenleving op via een verkenning onder ruim 120 onderwijsprofessionals en studenten op het mbo. De kans op afwijzing blijkt minder groot wanneer de school studenten persoonlijk voordraagt bij een werkgever. Ook zoeken studenten vaak een stage binnen hun eigen (familie)netwerk. De mogelijkheid bestaat dat de studenten daardoor een eenzijdig cv opbouwen, iets wat wellicht invloed kan hebben op hun latere positie op de arbeidsmarkt.

De respondenten gaven regelmatig aan dat studenten met een niet-westerse achtergrond vaker een afwijzing ontvangen na een sollicitatie dan autochtone studenten. De discriminatie lijkt vaker voor te komen bij meisjes met een hoofddoek. Een deel van de leerwerkbedrijven vindt hen niet passen bij de uitstraling van hun bedrijf. Ook jongeren waarvan de werkgevers het vooroordeel hebben dat ze ‘risicovol’ zijn, bijvoorbeeld omdat ze steeds te laat zouden komen of diefstal plegen, worden vaker gediscrimineerd. De bedrijven geven dit vaak niet openlijk aan, maar de helft van de professionals merkt dat bepaalde leerwerkbedrijven bij die laatste groep voorzichtiger handelen. Bijvoorbeeld door bij deze studenten de stagebegeleiders om extra garanties te vragen. De mate waarin discriminatie voorkomt, lijkt onder andere afhankelijk van de sector: kleine en middelgrote bedrijven uit onder andere de modebranche en horeca worden vaker genoemd, overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties vrijwel niet.

Discriminatie minder opgemerkt door o.a. mijdingsgedrag

In totaal gaf 11% van de studenten aan discriminatie te hebben ervaren tijdens de zoektocht naar een stageplek. Dit percentage is lager dan verwacht op basis van eerdere signalen over discriminatie. Opvallend is ook dat een groot deel (33%) aangeeft niet te kunnen zeggen of ze gediscrimineerd zijn. De verkenning geeft aanleiding de oorzaak hiervan te zoeken in twee processen. Enerzijds vermijden studenten en professionals leerwerkbedrijven waarvan ‘het verhaal gaat’ dat stagiaires met een niet-westerse achtergrond minder gewenst zijn. In plaats daarvan wordt vrijwel direct contact gezocht met een organisatie waar de kans op afwijzing op grond van afkomst niet of nauwelijks aanwezig is. Vaak een etnische onderneming, overheidsinstelling of maatschappelijke organisatie.

Anderzijds reageren onderwijsprofessionals vaak niet op signalen van discriminatie. Soms omdat ze discriminatie niet als zodanig herkennen, soms omdat ze de discriminatie lastig te bewijzen vinden. Ook zijn professionals bang hun contacten met de leerwerkbedrijven te verliezen.

Eva Klooster, onderzoeker van Kennisplatform Integratie & Samenleving: “Er wordt door scholen vaak gehandeld met de beste bedoelingen. Iedere student moet immers op stage om te kunnen afstuderen, dus de onderwijsprofessionals doen hun uiterste best dat mogelijk te maken. Ook voor diegenen die bijvoorbeeld een crimineel verleden hebben of gedragsproblemen. Als een leerwerkbedrijf liever geen meisjes met hoofddoek plaatst, maar wel een student met autisme, dan is een stagebemiddelaar allang blij dat iemand een plek heeft. Voor die niet-westerse student vinden ze dan wel een ander bedrijf.”

Mogelijk later minder kans op arbeidsmarkt
Doordat studenten met een niet-westerse achtergrond meestal stage lopen bij etnische ondernemingen of de overheid, wordt het cv van zo’n student snel eenzijdig. Klooster: “Vanuit de uitzendbranche hoor ik geluiden dat bijvoorbeeld een kandidaat van Turkse komaf met alleen maar Turkse bedrijven op het cv minder goed plaatsbaar is. Dat werken we met deze manier van stages zoeken wel in de hand. Het lijkt mij dan ook belangrijk dat scholen in hun teams gaan praten over de rol van het onderwijs bij het toewijzen van stages. En over het omgaan met signalen van discriminatie.”

Over het verkennende onderzoek
Het verkennende onderzoek bestaat uit de al eerder dit jaar verschenen literatuurstudie ‘Wat is er bekend over discriminatie van mbo-studenten bij toegang tot de stagemarkt?’. En wordt nu aangevuld met deze verkenning op basis van gesprekken met en enquêtes onder ruim 50 stagebegeleiders, Beroepspraktijkvormings(BPV)-coördinatoren, mentoren en ruim 70 studenten uit het mbo. De ondervraagden kwamen uit de regio Utrecht, Rotterdam en Amsterdam. Het doel van de verkenning was om na te gaan of professionals en studenten signalen van discriminatie opvangen. Het vermoeden dat discriminatie wel bestaat, maar minder merkbaar is door het vermijdingsgedrag en de intermediaire rol van het onderwijs ontstond tijdens de gesprekken. Dit werd gaandeweg het onderzoek verder bevestigd door de ondervraagden.

Achtergrondcijfers
Uit de literatuurstudie bleek al dat jongeren met een niet-westerse achtergrond meer moeite moeten doen om een stage te vinden. 32% van de BOL-studenten moet meer dan vier keer solliciteren voor een stage, tegenover 15% van hun autochtone medestudenten. Bij de BBL-studenten liggen die percentages respectievelijk op 25% en 9%. Studenten met een niet-westerse achtergrond wijten het niet vinden van een stage aan discriminatie. Van de Turks-Nederlandse studenten doet 1 op de 3 dat, van de Marokkaans-Nederlandse 1 op de 4 en van de Surinaams-Nederlandse 1 op de 5. Verder denkt de helft van de studenten met een niet-westerse achtergrond dat autochtone werkgevers voorkeur hebben voor autochtone stagiaires.

Downloads
Het rapport van de in 2016 verschenen literatuurstudie is hier te downloaden.
Het rapport over de verkenning staat hier.

Binnen Kennisplatform Integratie & Samenleving worden in 2016 rond dit onderwerp ook andere projecten uitgevoerd:
Even sterk op de stagemarkt
Effectieve interventies ter preventie van discriminatie
Wat werkt bij aanpakken jeugdwerkloosheid migrantenjongeren.

Bron: persbericht KIS

Luister ook naar de rapportage op radio 1 met o.a. interview met onderzoekster Eva Klooster hier

Meer artikelen over discriminatie op Republiek Allochtonië hier

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!


Meer over discriminatie, eva klooster, kis, mbo, onderzoek, stage, verwey jonker.

Delen:

Reageer