Hoe migranten omgaan met discriminatie. Radicaliseren, terugtrekken of verdragen?

In achtergronden door Jurriaan Omlo op 16-01-2015 | 08:33

Tekst: Jurriaan Omlo

"Toen vorig jaar hier die auto’s in de fik werden gestoken, vroeg een collega: ´Waarom doen jullie dat nou? Waarom steken jullie al die auto’s in de fik?´
Ik zei: ´Waarom eet jij elke dag tien kilo kaas?´
Dus toen keek hij me aan en zei: ´Ik eet helemaal geen kaas.´
Ik zei: ´Waarom denk je dat ik weet waarom Marokkanen auto’s in de fik steken?” (Omlo, 2011).

Discriminatie wordt vaak geassocieerd met kwaadaardige, gewelddadige en haatdragende vormen van sociale uitsluiting. Maar migranten en hun kinderen ervaren hiernaast ook vaak meer indirecte, onbedoelde en subtiele vormen van uitsluiting waarin de boodschap doorklinkt dat zij anders zijn. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van grapjes en impliciete vooroordelen. Impliciete uitsluiting komt eveneens naar voren wanneer er van hen verwacht wordt dat zij zich moeten verantwoorden voor misstanden binnen hun etnische of religieuze gemeenschap (Omlo, 2011). Dit laatste zal na de recente aanslagen in Parijs niet minder zijn geworden. Maar hoe gaan zij eigenlijk om met dergelijke verwachtingen? Of breder geformuleerd, hoe gaan migranten en hun kinderen om met discriminatie en andere vormen van uitsluiting?

Deze vraag wordt nog te weinig gesteld in de sociale wetenschappen. Veel onderzoek naar discriminatie beperkt zich namelijk tot het beschrijven van de ervaring zelf, het monitoren van de omvang van het verschijnsel, het onderscheiden van verschillende vormen van discriminatie en het typeren van verschillende psychische, sociale en maatschappelijke gevolgen van discriminatie. Ook gaat er steeds vaker aandacht uit naar structurele en moedwillige discriminatie op de arbeidsmarkt.

Dit levert maatschappelijk en wetenschappelijk relevante inzichten op, maar de vraag hoe migranten en hun kinderen reageren op discriminatie is minstens zo belangrijk. Meer inzicht in de copingstrategieën die mensen zelf hanteren – en welke voor- en nadelen deze strategieën kennen – is relevant voor het bestrijden van discriminatie en voor de empowerment van minderheden. Dat ik het belang hiervan onderstreep, betekent niet dat ik de positie inneem dat slachtoffers van discriminatie zelf verantwoordelijk zijn voor discriminatiebestrijding. Vanuit de erkenning dat afwijzing en uitsluiting onvermijdelijk onderdeel uitmaken van het alledaagse leven, zijn migranten en hun kinderen gedwongen om zich hiertoe te verhouden. Het is onmogelijk om niet te communiceren. Ook 'niets' doen en de ervaring negeren, is een vorm van communicatie en heeft consequenties voor dader en slachtoffer.

Copingstrategieën
Reacties van minderheden op discriminatie kunnen aangeduid worden als copingstrategieën. Dit zijn inspanningen om stressvolle situaties (waaronder ervaringen van discriminatie) en daarmee gepaard gaande emoties te overwinnen, te verminderen of te tolereren (Lazarus & Folkman, 1984). Mensen reageren vanzelfsprekend niet allemaal op dezelfde manier. Op basis van een literatuurstudie onderscheid ik vier type strategieën: polariserende, vermijdende, conformerende en verbindende strategieën. Elke strategie kent zowel voor- als nadelen. Welke strategie mensen inzetten is onder meer afhankelijk van persoonlijke eigenschappen, sociale factoren en de sociale omstandigheden.

Polariserende strategieën
Polariserende strategieën zijn confronterend, scherp, vijandig en agressief van aard (vgl. Lazarus, 1999). Niet het eigen gedrag of het gedrag van de groep wordt door betrokkenen als oorzaak beschouwd voor het optreden van discriminatie. Integendeel, het zijn ‘de daders’ die worden beschuldigd van vooringenomenheid en onrechtvaardigheid (Major & Eccleston, 2005). Mensen nemen hierbij een vechtende houding aan waarbij ze de ander belachelijk maken en negatieve eigenschappen aan hem of haar toedichten (Omlo, 2011, Van Tilborgh, 2006).

Het voordeel van deze strategie is dat het bescherming biedt aan het zelfvertrouwen van slachtoffers. Uitsluiting is vanuit een dergelijk standpunt namelijk niet het resultaat van persoonlijk falen en kan om die reden als onverdiend of onrechtvaardig worden beschouwd door betrokkenen (Major & Eccleston, 2005). Door aan de ander negatieve eigenschappen toe te schrijven, creëren mensen bovendien de ruimte voor zichzelf om de standpunten van anderen minder serieus te hoeven nemen. Dit kan helpen om emotionele spanningen en stress te verminderen (Omlo, 2011).

In de literatuur is echter vooral aandacht voor de negatieve consequenties. Polariserende strategieën kunnen gepaard gaan met een overdreven alertheid op de altijd aanwezige mogelijkheid van discriminatie. De grote gevoeligheid voor uitsluiting kan uitgroeien tot een obsessie, vijandigheid, agressie en wantrouwen. Ook bestaat de mogelijkheid dat dergelijke strategieën gepaard gaan met ‘emotionele verdoving of gevoelloosheid’. Dit uit zich in onverschilligheid, het moeilijk vinden om zich in anderen in te leven en een beperkte bereidheid om zich te conformeren en in te spannen (Verkuyten, 2010). Volgens De Dreu (2009) is een nadeel dat gemeenschappelijke belangen worden genegeerd. Minstens zo problematisch is dat het resulteert in negatieve emoties als woede, angst, weerzin, teleurstelling, schaamte, schuld en spijt. Het is tevens schadelijk voor lichaam en geest en kan in het ergste geval leiden tot psychosomatische klachten, burnout en depressiviteit (De Dreu, 2009).

Ook bestaat het risico dat zij hun aspiraties op gelijkwaardige maatschappelijke participatie opgeven, hetgeen schadelijk is voor de eigen maatschappelijke positie (Major & Eccleston, 2005; Verkuyten, 2010). Dat geldt vanzelfsprekend nog verder als een polariserende strategie radicalere vormen aanneemt. Williams & Govan (2005) en Silke (2003) merken op dat mensen in reactie op ervaren onrecht boos zijn en uit zijn op wraak met als doel om het gevoelde onrecht te herstellen, het zelfvertrouwen te versterken en het voorkomen van nieuwe afwijzingen in de toekomst. Voortdurende kleine vernederingen kunnen bij moslimjongeren leiden tot een aangetaste ´sense of belonging´ en gevoelens van wanhoop en frustratie. Dit kan een voedingsbodem vormen voor religieus extremisme, waarbij sommigen ook bereid zijn om wreedheden te begaan (Buijs, Demant en Hamdy, 2006; Stern, 2004). Volgens Twenge en Baumeister (2005) is het aannemelijk om ervan uit te gaan dat sociaal uitgesloten groepen en individuen overgaan tot agressief en onaangepast gedrag, omdat zij het nut van sociaal gedrag niet (langer) inzien.

Vermijdende strategieën
De strategie van vermijding impliceert dat mensen de confrontatie niet aangaan, maar zich psychologisch, sociaal en/of fysiek terugtrekken binnen relaties, domeinen en situaties. Mensen kunnen bijvoorbeeld de tv uitzetten of weg zappen en bepaalde kranten niet meer lezen om te voorkomen dat zij geconfronteerd worden met stigma’s over hun groep (Omlo, 2011). Ook kunnen zij bepaalde buurten vermijden; buurten waar men verwacht dat de kans op discriminatie hoog is (Major & Eccleston, 2005; Waters, 2014).

Vaak is fysieke terugtrekking echter niet mogelijk. Mensen moeten nu eenmaal naar school, werk en de supermarkt. Een alternatief is in dat geval psychologische terugtrekking door bijvoorbeeld het zelfvertrouwen niet af te laten hangen van mensen die hen uitsluiten. Major & Eccleston (2005) noemen in dit verband dat kinderen van migranten ervoor kunnen kiezen om het belang van onderwijs af te wijzen om zo het eigen zelfvertrouwen te beschermen tegen negatieve stereotypen over de intellectuele vermogens van hun etnische groep. Een ander type intrapsychische strategie is discriminatie negeren en ontkennen door erg terughoudend te zijn met het vaststellen van discriminatie. Voorzichtigheid wint het hier van achterdocht en van een assertieve houding waarin mensen zelfbewust gelijke rechten claimen (Omlo, 2011; Verkuyten, 2010).

Terughoudendheid om negatieve ervaringen toe te schrijven aan discriminatie is de meest voorkomende reactie op discriminatie (Verkuyten, 2010). Dit is niet voor niets: het heeft een psychologisch en een sociaal voordeel. Het erkennen van discriminatie is psychologisch belastend, omdat mensen daarmee mogelijk hun gevoel van persoonlijke controle en zelfbepaling ondermijnen. Door de ogen te sluiten voor discriminatie trachten mensen de invloed van discriminerende praktijken op hun levens te minimaliseren en zodoende gevoelens van hulpeloosheid te voorkomen (Omlo, 2011; Verkuyten, 2010). Daarbij is het ook mogelijk dat mensen weliswaar erkennen dat er maatschappelijke vooroordelen bestaan, maar tegelijkertijd ontkennen dat deze vooroordelen hen persoonlijk belemmeren. Dit zou een effectieve strategie zijn, omdat het mensen een gevoel van zelfcontrole geeft (Dewaele en Van Houtte, 2010). Ook om sociale redenen is het bedreigend om discriminatie vast te stellen, omdat anderen daarmee beschuldigd worden en dit kan tot verstoorde betrekkingen leiden. Door te vluchten gaat men de confrontatie niet aan en hoopt men te voorkomen dat de verhoudingen escaleren.

Maar de strategie van terughoudendheid kent ook een prijs. Mensen kunnen twijfelen of er daadwerkelijk sprake is geweest van discriminatie. Deze onzekerheid is belastend, omdat het de vanzelfsprekendheid van het alledaagse leven ondermijnt, de aandacht afleidt en extra energie kost. Verder wordt genoemd dat het samengaat met psychische stress en sociaal isolement (Inzlicht, Aronson & endoza-Denton, 2009; Miller & Kaiser, 2001; Verkuyten, 2010). Wanneer er extreme stress is, kan vermijding in de vorm van ontkenning efficiënt zijn. Volgens Miller en Kaiser (2001) gaat doelbewust vermijdingsgedrag samen met een laag psychologisch welbevinden. Onbewust vermijdingsgedrag daarentegen zou stress juist doen verminderen doordat discriminatie niet bewust wordt gepercipieerd. Verder geven ze aan dat afleiding zoeken – in tegenstelling tot het verdringen van gedachten en ervaringen – doorgaans een effectieve strategie is, omdat mensen daardoor minder piekeren en hinder ondervinden van dwangmatige gedachten.

Conformerende strategieën
Het toepassen van conformerende strategieën houdt in dat mensen zich op verschillende manieren proberen aan te passen aan de negatieve omstandigheden om zo de kans op sociale insluiting te verhogen. Mensen kunnen in de eerste plaats ijver tonen of extra hun best doen op de arbeidsmarkt (Major & Eccleston, 2005). Discriminatie wordt in dit geval ervaren als een uitdaging: er is een gevoelde noodzaak om extra inspanningen te plegen om te slagen (Inzlicht, Aronson & endoza-Denton, 2009; Waters, 2014). In de tweede plaats kunnen mensen meer energie stoppen in relaties en extra vriendelijk proberen te zijn door hulpvaardig gedrag te vertonen aan mensen buiten hun etnische groep (Swim, e.a., 2009; Williams en Govan, 2005). In de derde plaats kunnen mensen na ervaringen van discriminatie eigen verantwoordelijkheid nemen om discriminatie in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Zo signaleert de Amerikaanse sociologe Waters (2014) dat mensen zich netjes proberen te kleden zodat taxi’s ook voor hen stoppen of zodat restaurants hen een goede service bieden. In de vierde plaats kunnen migranten kiezen voor een assimilatiestrategie: een vergaande aanpassing waarbij mensen zich enerzijds sterk aanpassen aan de meerderheidsgroepering en anderzijds hun ‘eigen’ etnische groep feitelijk of psychologisch verlaten. De ‘eigen’ culturele achtergrond wordt vergeten of hier wordt hooguit in de privésfeer expressie aan gegeven (Chryssouchoou 2004, Verkuyten, 2010).

Het nadeel van conformerende strategieën is dat mensen impliciet discriminatie helpen rechtvaardigen. Wie discriminatie ervaart, moet zelf maatregelen nemen om nieuwe discriminatie-ervaringen in de toekomst te voorkomen. Dit kan gepaard gaan met de wens om zelf geen slachtoffer te willen zijn en een gevoel van controle te behouden, maar daarmee bestaat er ook geen ‘echte dader’. En als gevolg daarvan lijken mensen bijna zelf verantwoordelijk voor hun eigen achterstelling. Zo kunnen mensen bijvoorbeeld het idee en de ervaring hebben dat discriminatie niet of nauwelijks voorkomt, zolang zij zich netjes kleden (Omlo, 2011). Dergelijke overtuigingen helpen niet om reëel bestaande discriminatiepraktijken aan te pakken en ter discussie te stellen, maar zij helpen wel om te blijven geloven in een beeld van een wereld die tot op zekere hoogte controleerbaar, eerlijk en rechtvaardig lijkt. Dit zou stress reduceren en meer houvast en rust bieden in onzekere situaties (Van den Broek, 2009).

Conformeren kan dus betekenen dat mensen discriminatie in bepaalde situaties in zekere zin aanvaarden of tolereren. Dit heeft weliswaar als nadeel dat mensen geen actie ondernemen waardoor er niets verandert, maar het kan volgens Miller en Kaiser (2001) toch een zinvolle strategie zijn vanwege de hardnekkigheid van discriminatie. Een zekere vorm van aanvaarding kan psychologische bescherming bieden. Het reguleren en bedwingen van emoties kan helpen om het gedrag effectief aan te passen. Tegelijkertijd geven de auteurs aan dat een dergelijke strategie veeleisend is, psychologisch belastend en kan resulteren in vervreemding ten opzichte van de ‘eigen’ gestigmatiseerde groep (vgl. Dewaele en Van Houtte, 2010).

Overigens merkt Çankaya (2011) op dat migranten die conformerende strategieën hanteren zowel daders als slachtoffers zijn. Daders, omdat ze discriminatie in stand houden en rechtvaardigen. Slachtoffers, omdat hun keuzes in een context van ongelijke machtsrelaties ontstaan. Çankaya gebruikt de metafoor van de ouroboros – een slang die zich in zijn eigen staart bijt – om de gelijktijdigheid van dader- en slachtofferschap te verbeelden.

De genoemde assimilatiestrategie levert persoonlijke voordelen op, zoals een positief zelfbeeld en een vergroting van kansen op individuele opwaartse mobiliteit (Çankaya, 2011). Vooral talentvolle mensen zullen geneigd zijn om te investeren in hun persoonlijke ontwikkeling en hun prestaties en competenties vooral met de dominante groep vergelijken en zo aansluiting proberen te zoeken. Maar het probleem waar zij tegenaan lopen is dat insluiting door de meerderheidsgroep partieel, voorlopig of voorwaardelijk is. Hierdoor kan het gevoel ontstaan dat er geen volledige acceptatie is. Als mensen ondanks hun enorme inspanningen en succes toch niet worden geaccepteerd en worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, kan dat voor frustraties, wrok en woede zorgen. Daarnaast kunnen mensen ook geconfronteerd worden met kritieken en beschuldigingen van mensen uit de ‘eigen’ etnische groep met mogelijk verstoorde of zelfs verbroken vriendschappen, netwerken en wortels tot gevolg. Dit kan vervolgens leiden tot eenzaamheid, ontheemding, onzekerheid en zelfs tot een beduidend hoger risico om schizofrenie te krijgen (Verkuyten, 2010).

Verbindende strategieën
Verbindende strategieën zijn actieve pogingen om vooroordelen te ontkrachten op een constructieve manier of pogingen om de relatie met de ander in stand te houden dan wel te verbeteren. Verbindende strategieën zijn in de regel dan ook niet agressief van toon. Een verbindende strategie is bijvoorbeeld het verplaatsen in degene die discrimineert. Dit maakt het vervolgens makkelijker om negatieve ervaringen te relativeren (vgl. Buijs, Demant en Hamdy, 2006, Omlo, 2011). Een andere strategie is om in het gesprek pogingen te ondernemen om de vooroordelen van de ander te ontkrachten door op een rustige maar duidelijke wijze te onderbouwen waarom deze beelden onjuist zijn. Vooral bij hoger opgeleiden valt op dat zij in hun reacties gebruik maken van (wetenschappelijke) kennis, humor toepassen en groepsgrenzen proberen te doorbreken. Dit laatste doen zij onder meer door de verschillen binnen groepen en overeenkomsten tussen groepen te accentueren, zich te identificeren met etniciteitoverstijgende categorieën (denk aan wereldburger), te beargumenteren dat culturen veranderen en onderling vermengen en door culturele menging te presenteren als een ideaal (vgl. Barreto & Ellemers, 2009; Chryssochoou, 2004; Omlo, 2011; Van Tilborgh, 2006).

Het doorbreken van groepsgrenzen in reactie op uitsluiting kan ook uitmonden in nieuwe claims over wat Nederland is, wie Nederlander is en wie recht heeft op Nederland. In plaats van te zoeken naar een gezamenlijke identiteit op basis van het verleden en etnisch-culturele criteria, richten zij zich meer op een toekomst waarin ruimte is voor een inclusieve benadering van het Nederlanderschap. Zo blijkt dat succesvolle Marokkaanse Nederlanders verlangen naar erkenning dat ‘Marokkanen’ eveneens Nederlanders zijn − al dan niet naast hun Marokkaans-zijn. Er is weliswaar begrip voor autochtonen dat het niet eenvoudig is om snelle culturele veranderingen zomaar te accepteren, maar de culturele veranderingen en verschillen zijn volgens Marokkaans-Nederlandse jongvolwassenen nu eenmaal een realiteit en kunnen daarom niet worden ontkend. Nederland is datgene wat alle inwoners gezamenlijk met elkaar creëren en waar men ook samen voor verantwoordelijk is. Hier is sprake van een zelfbewuste houding van een tweede generatie die politiek mondig is; zij eisen een plek als volwaardig burger in de Nederlandse samenleving (Omlo, 2011).

Verbindende strategieën kunnen zich ook op een meer collectief niveau voordoen, waarbij groepen zich inzetten voor een strijd om gelijke burgerrechten (Chrysssochoou, 2004). Groepen kunnen via maatschappelijke en politieke acties stigmatisering, achterstelling en ongelijke behandeling ter discussie stellen (Verkuyten, 2010). Deze vorm van maatschappelijke confrontatie is niet zoals bij de polariserende strategieën agressief en militant van aard. Het is verbindend omdat men via de weg van democratische organisatie en confrontatie maatschappelijke invloed probeert te verwerven en de samenleving te hervormen. Zoals Verkuyten (2010) het omschrijft: “Als je je laat gelden als groep, ben je niet langer alleen slachtoffer, maar neem je het heft in eigen handen. In plaats van door anderen te worden gedefinieerd, beoordeeld en geplaatst, staat zelfdefiniëring en zelfbewustzijn voorop. Het is een verschuiving van object naar subject, van maatschappelijke toeschouwer naar medespeler, van een groep waarover van alles en nog wat wordt gezegd tot een groep waarmee gepraat dient te worden” (p. 62).

Confronteren op een vriendelijke, verbindende wijze blijkt effectiever te zijn dan de vijandige, polariserende strategie (Swim, e.a., 2009). Negatieve stereotypes beïnvloeden, blijkt goed mogelijk door mensen buiten de eigen (etnische) groep te helpen. Terwijl hulp aan ‘buitenstaanders’ een geschikt middel is om negatieve groepsbeelden bij te stellen, heeft het helpen van groepsgenoten dit effect niet. Een ander voordeel van verbindende strategieën is dat de situatie niet vermeden of agressief bestreden wordt, maar dat er inspanningen worden gepleegd om het probleem constructief aan te pakken. Verkuyten (2010) stelt dat de aanpak van discriminatie een zeker bewustzijn van en een goed inzicht in stigmatiseringprocessen veronderstelt. En het is dit bewustzijn en inzicht dat betrokkenen zekerder en weerbaarder kan maken.

Hoewel de verbindende strategieën het meest beloftevol lijken, zijn er ook hier schaduwzijden te benoemen. Verbindende strategieën duiden vaak op een binding met de Nederlandse samenleving en een wens tot insluiting. Bij het uitblijven van acceptatie kan de zogenoemde integratieparadox optreden, waarbij mensen juist extra gevoelig worden voor allerlei subtiele vormen van uitsluiting. Dit brengt allerlei negatieve emoties met zich mee, zoals boosheid en teleurstelling (Omlo, 2011). Mensen kunnen mogelijk ook tot de conclusie komen dat hun inspanningen geen zin hebben en om die reden overgaan tot bijvoorbeeld polariserende of vermijdende strategieën. Als verbindende strategieën een meer collectief karakter kennen, waarbij groepen proberen om politiek-maatschappelijke veranderingen te realiseren, speelt er een ander nadeel. Dergelijke initiatieven zijn gebaseerd op een etnisch groepsdenken, hetgeen een bepaalde eenheid, samenhang en solidariteit veronderstelt die er lang niet altijd is (Verkuyten, 2010).

Effectiviteit van copingstrategieën.
Welke copingstrategie is nu het meest effectief? Volgens Lazarus (1999) zijn er geen universeel effectieve of ineffectieve copingstrategieën te onderscheiden. Een strategie kan namelijk onder bepaalde omstandigheden effectief zijn, maar in andere situaties juist ineffectief. Aan de vraag naar effectiviteit, gaat namelijk een andere vraag vooraf: welk doel dient er gerealiseerd te worden met de desbetreffende copingstrategie? Het maakt nogal uit of het doel is om discriminatie zelf aan te pakken of dat het doel is om emotioneel evenwicht te behouden en emotionele stress te verminderen. Of het doel gericht is op het behouden van een prettige relatie met anderen of dat het vooral belangrijk is om een positief zelfbeeld te handhaven. Bovendien heb ik laten zien dat een strategie soms tegelijkertijd zowel voordelen als nadelen kan hebben.

Het is dus niet in zijn algemeenheid eenduidig vast te stellen welke copingstrategie het meest effectief is. Het ligt meer voor de hand om te aan te nemen dat een combinatie van strategieën het meest effectief is, waarbij mensen afhankelijk van de omstandigheden hun strategieën succesvol weten af te wisselen. Wat werkt voor wie in welke omstandigheden is vanuit dit perspectief ook een kwestie van experimenteren en zo zelf proefondervindelijk leren wat werkt. Daarbij kan het ook helpen om de opgedane kennis en ervaring onderling uit te wisselen. In de literatuur blijkt er in dit verband veel en sterk wetenschappelijk bewijs te zijn dat uitwisseling met anderen onder leiding van een trainer gunstige effecten heeft: een vermindering van gevoelens van machteloosheid, meer vertrouwen, meer verbinding met anderen en meer zelfregie (Boumans, 2015). Door het delen van vergelijkbare ervaringen helpen mensen elkaar als ervaringsdeskundigen om betekenis te geven aan het verleden, een nieuwe richting te vinden en om het leven vervolgens weer opnieuw op te bouwen.

Meer onderzoek naar perspectief van mensen zelf
Op basis van deze literatuurstudie constateer ik dat er relatief weinig is gepubliceerd over discriminatie en copingstrategieën van migranten en hun kinderen. Bovendien is veel kennis gebaseerd op onderzoek in de Verenigde Staten. Systematische kennis over deze thematiek binnen de Nederlandse context blijft ver achter. Meer onderzoek naar welke ervaringen minderheden in Nederland zelf hebben met copingstrategieën is daarom hard nodig.

Dit artikel is een bewerkte versie van een eerder verschenen rapport


Jurriaan Omlo is zelfstandig onderzoeker (Bureau Omlo, zie www.jurriaanomlo.nl)). Zijn onderzoek richt zich op sociale vraagstukken en evaluatieonderzoek. Daarnaast is hij verbonden aan de gemeente Rotterdam, waar hij als onderzoeker betrokken is bij een evaluatiestudie naar het Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel.


Literatuurlijst

Barreto, M. & Ellemers, N. (2009) Multiple identities and the paradox of social inclusion. in: Butera, F. & Levine, J.M. (ed.) Coping with minority status. Responses to exclusion and inclusion. Cambridge: Cambridge University Press.

Boumans, J. (2015) Naar het hart van empowerment (deel 2). Over de vraag wat werkt. Utrecht: Trimbos Instituut.

Buijs, F.J., Demant, F. & Hamdy, A. (2006) Strijders van eigen bodem. Radicale en democratische moslims in Nederland, Amsterdam: Amsterdam University Press.

Çankaya, S. (2011). Buiten veiliger dan binnen: in- en uitsluiting van etnische minderheden binnen de politieorganisatie. Delft: Academische Uitgeverij Eburon.

Chryssochoou, X. (2004) Cultural diversity. Its social psychology. Malden & Oxford: Blackwell Publishing.

Dewaele, A. en M. van Houtte (2010). Zichtbaarheid- en discriminatiemanagement bij holebi-jongeren. Antwerpen/Hasselt: Steunpunt Gelijkekansenbeleid – consortium Universiteit Antwerpen en Universiteit Hasselt.

Dreu, C. de (2009) Het nut van polarisatie in politiek en samenleving. Een sociaal-psychologische verkenning, in Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Polarisatie. Bedreigend en verrijkend. Amsterdam: SWP.

Inzlicht, M. Aronson, J. Mendoza-Denton, R. (2009) On being the target of predjudice: Eductional implications, in: Butera, F. & Levine, J.M. (ed.) Coping with minority status. Responses to exclusion and inclusion. Cambridge: Cambridge University Press.

Lazarus, R.S. & Folkman, S. (1984) Stress, Appraisal, and Coping, New York: Springer Publishing.

Lazarus, R.S. (1999). Stress and emotion. A new synthesis. New York: Springer Publishing Company.

Miller, C. T. & Kaiser, C. R. (2001). A theoretical perspective on coping with stigma, in Journal of Social Psychology, 57: 73-92.

Omlo, J. J. (2011) Integratie én uit de gratie? Perspectieven van Marokkaans-Nederlandse jongvolwassenen. Delft: Eburon.

Major, B. & Eccleston, C.P. (2005) Stigma and social exclusion. in Abrams, D., Hogg, M. A. & Marques, J. M. (ed.) The social psychology of inclusion and exclusion. New York: Psychology Press.

Silke, A. (2003) Becoming a terrorist, in A. Silke (ed.), Terrorists, victims and society: psychological perspectives on terrorism and its consequences, 29-53, Chichester: Wiley.

Stern. J. (2004) Terreur in naam van God. Waarom religieuze extremisten doden, Utrecht: Spectrum.

Swim, J.K., Gervais, S.J., Pearson, N. & Stangor, C. (2009) Managing the message: Using social influence and attitude change strategies to confront interpersonal discrimination, in:
Butera, F. & Levine, J.M. (ed.) Coping with minority status. Responses to exclusion and inclusion. Cambridge: Cambridge University Press.

Tilborgh, Y. van (2006) Wij zijn Nederland. Moslima’s over Ayaan Hirsi Ali. Amsterdam: Van Gennep.

Twenge, J.M. & Baumeister, R. F. (2005) Social exclusion increases aggression and self-defeating behavior while reducing intelligent thought and prosocial behavior, in Abrams, D., Hogg, M. A. & Marques, J. M. (ed.) The social psychology of inclusion and exclusion. New York: Psychology Press.

Verkuyten, M. (2010) Identiteit en diversiteit. De tegenstellingen voorbij. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Waters, M. C. (2014) Nativism, racism, and immigration in New York City, in N. Foner, J.
Rath, J.W. Duyvendak & R. Van Reekum (ed.) New York and Amsterdam. Immigration and the new urban landscape. New York & London: New York University Press.

Williams, K.D. & Govan, C. L. (2005) Reacting to ostracism: Retaliation or reconciliation? in Abrams, D., Hogg, M. A. & Marques, J. M. (ed.) The social psychology of inclusion and exclusion. New York: Psychology Press.

 

Meer over discriminatie op Republiek Allochtonië: hier


Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  


 

 


Meer over coping, copingstrategie, discriminatie, jurriaan omlo, migranten, onderzoek.

Delen:

Reageer