Onderzoek naar jihadisten gevaarlijk noemen is wereldvreemd en onwetenschappelijk

In achtergronden door Tom van der Meer op 15-09-2014 | 13:40

Er is een rijke traditie van wetenschappelijk onderzoek naar radicaliseringsprocessen, in talloze omgevingen. Radicaal, gewelddadig gedrag hoeft niet rationeel of regulier te zijn om verklaarbaar te zijn.

Tom van der Meer reageert op een column van Elma Drayer.

Ruzie in opinieland. Elma Drayer (Trouw) bestrijdt deze week de oproep van Femke Halsema eerder die week op De Correspondent. Halsema’s opinie zou “één van de gevaarlijkste” opinies zijn uit ons tijdsgewricht.  

Halsema had het aangedurfd om op te roepen tot onderzoek naar wat Nederlandse jongeren beweegt om te fantaseren over aansluiting bij de jihadi’s van IS. Door de beweegredenen van radicalisering te begrijpen kunnen we wellicht problemen bij de wortel aanpakken in plaats van via het strafrecht. Voor de zekerheid legt Halsema zelfs nog uit dat oorzaken begrijpen niet hetzelfde is als begrip hebben voor de acties.  

Toch bestrijdt Drayer deze oproep fel. Ze vergelijkt jihadisten met “het Kwaad”, waarvoor geen rationele verklaring gezocht moet worden. Ze sluit een verklaring dus uit. Bovendien zou een verklaring ons ook volgens haar geenszins verder helpen.    

Wereldvreemd en onwetenschappelijk

Drayer neemt wel een heel wereldvreemde en onwetenschappelijke positie in.  

Wereldvreemd omdat haar overtrokken afkeer van onderzoek indruist tegen het tamelijk basale principe “Know your enemy”.  

Onwetenschappelijk omdat het ingaat tegen het wetenschappelijke uitgangspunt dat alle sociale fenomenen natuurlijke (sociale) oorzaken hebben. Een fenomeen wegzetten als een onverklaarbaar Kwaad helpt niet: Niets gebeurt zonder oorzaak. Uiteindelijk heeft alles een verklaring, net als in de natuurlijke (fysieke) wereld.    

Onderzoek naar radicalisering

Er is dan ook een rijke traditie van wetenschappelijk onderzoek naar radicaliseringsprocessen, in talloze omgevingen. Radicaal, gewelddadig gedrag hoeft niet rationeel of regulier te zijn om verklaarbaar te zijn.  

Specifiek naar radicaliserende moslims is onderzoek gedaan naar o.a. de psychologische voedingsbodem, naar percepties van overheidsbeleid, naar besluitprocessen en groepsprocessen bij de keuze voor het gebruik van geweld, en naar de keuze van jihadi’s om naar het buitenland te gaan.   In Nederland is enkele jaren geleden een bijzonder uitgebreid, Nederlandstalig onderzoek gedaan naar radicalisering van Amsterdamse moslims door Marieke Slootman en Jean Tillie.  

Gemeentebeleid kan inspelen op de uitkomsten van dergelijk wetenschappelijk onderzoek. Via beleid kan radicalisering de wind uit de zeilen worden genomen. Maar dat is niet altijd het geval.  

Zal onderzoek helpen om het acute probleem in Syrië en Irak op te lossen? Natuurlijk niet. Maar het kan wel helpen om te zorgen dat er een minder vruchtbare voedingsbodem is. Bovendien – en dat is niet minder belangrijk – zal onderzoek helpen om de grootte van het probleem in kaart te brengen. Wellicht dat daardoor groepen minder snel op één hoop worden gegooid.

Tom van der Meer is als politicoloog verbonden aan de UvA. Hij is één van de vaste auteurs op het fraaie politicologische blog Stuk Rood Vlees waarop dit stuk eerder verscheen. In overleg met de auteur is het stuk ook op Republiek Allochtonië geplaatst

Meer over radicalisering op dit blog hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door ons te steunen.

 


Meer over elma drayer, onderzoek, radicalisering, stukroodvlees, tom van der meer.

Delen:

Reageer