Haatincidenten gericht tegen moskeeën. Historisch overzicht en update van de lijst (november 2019)

In achtergronden door Ewoud Butter op 21-11-2019 | 07:53

Sinds 2010 houd ik op Republiek Allochtonië een lijst bij met haatincidenten gericht tegen moskeeën. In dit artikel geef ik behalve een update van deze lijst ook een korte historische schets. Deze begint in 1976. In dat jaar werd voor de eerste keer in Nederland een moskee in brand gestoken. Het gebeurde onder het toeziend oog van het publiek en een journalist.

Het gebeurde tijdens rellen in Schiedam in augustus 1976. Een verslaggever van Het Vrije Volk was aanwezig en deed verslag in de krant van 9 augustus 1976:  

“Na een weekeinde van rellen was het vannacht rond één uur weer rustig in de Schiedamse binnenstad. (..) Zaterdagavond hadden alle Turkse cafés en winkels in de stad al zeer nadrukkelijk bezoek gehad van in groepen stenen gooiende jongelui. De moskee kwam gisteravond aan de beurt. Niemand in Schiedam had een deugdelijke verklaring voor het feit dat er zó plotseling rassenrellen van Nederlanders tegen Turken uitbraken. (..) De enig mogelijke aanleiding zien gemeentebestuur en politie in de kermismoord van vrijdagavond. Een jongen werd er doodgestoken door een Turk, aldus de eerste verklaring van de Schiedamse politie. Later werd dit bericht gecorrigeerd en sprak de politie over de dader als een „Zuideuropees type", maar mogelijk was het, kwaad toen al geschied. (..). Vroeg op de avond, na afloop van de kerkdienst in de moskee, gingen de ruiten van het pand er al aan.  Groepjes, jongelui hadden al lange tijd rond het gebedsgebouwtje lopen drentelen. (..) Al gauw ging er door de menigte wachters rondom de moskee het gerucht dat ze het pand in brand zouden gaan steken. Het wachten was nog op een lont die aan het bierflesje vol benzine bevestigd moest worden. Politie, althans geüniformeerde was niet te zien. Om even over elf uur was het zo ver. Het pilsflesje kreeg eerst nog even een plaatsje tegen de zijgevel van het pand. Maar al snel maakten zich een stuk of drie jongens, uit de grote groep los. Ze liepen, naar de overkant, staken de lap die uit het flesje hing aan, en wierpen het vlammende ding door het al stuk gegooide raam naar binnen. Mensen vluchtten, de straten in, niemand dacht er aan de jongens in de kraag te pakken. Het duurde nog een paar minuten tot een zwaarbesnorde Turk uit een naastgelegen pand naar buiten kwam, met zijn schoen de voordeur van de voormalige winkel forceerde en naar binnen ging. De vlammen waren op dat moment een halve meter hoog en hadden bijna de gordijnen bereikt. Met enkele omstanders wist de Turk het vuur te blussen door er een paar kleden overheen te gooien.” 

De rellen in Schiedam naar aanleiding van een kermismoord zouden drie dagen duren. Het ging niet alleen om acties tegen de moskee. Er was ook sprake van vernieling van winkels en koffiehuizen van Turkse Nederlanders. Ruim een week na de rellen werden vijf jongemannen veroordeeld tot gevangenisstraffen van zes weken (drie voorwaardelijk) tot vijf maanden (vier voorwaardelijk) en een geldboete van 1000,- voor hun aandeel in de „Turkenrellen".  Het geld zou ten goede moeten komen aan de "islamitisch-Turkse gemeenschap in Schiedam".

In totaal leed de Turkse gemeenschap voor 150.000 gulden schade, waaronder 5000 gulden schade aan de moskee. Deze 5000 gulden werd opgebracht door de Europese Beweging uit Den Haag, die een inzamelingsactie organiseerde. Er kwamen ook reacties uit andere hoek: enkele dagen na de rellen werden er door de extreemrechtse Nederlandse Volksunie (NVU) flyers in Schiedam verspreid waarin de bevolking werd opgeroepen de NVU en zijn leider, Joop Glimmerveen, te steunen 'in hun strijd op leven en dood met de vijanden van ons volk'. 

Jaren '90 

Begin jaren '90 waren er incidenten na het uitbreken van de Eerste Golfoorlog (1990-1991). Een jaar later, in 1992, was er sprake van een forse toename.
Het Parool publiceerde op 12 november 1993 het artikel 'Twaalf maanden racisme', waarin gemeld werd dat de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) van 1 januari 1992 tot juli 1993 337 politiemeldingen had genoteerd van acties die gericht waren tegen Nederlanders met een migratieachtergrond. Het overzicht bevatte volgens Het Parool zeventien brandstichtingen, vier bomaanslagen, acht mishandelingen, 38 valse bommeldingen, 95 bekladdingszaken, 59 dreigbrieven en 67 zaken met pamfletten en stickers. Hieronder viel ook geweld gericht tegen moskeeën: zo waren moskeeën in Vaassen, Utrecht, Sliedrecht, Huizen en meerdere moskeeën in Rotterdam doelwit geweest van vandalisme en bekladding met racistische leuzen, was er sprake van vernielingen bij moskeeën in Nijkerk, Arnhem en IJmuiden, van brandstichting in een toekomstige moskee in Nijmegen en van een bommelding bij een moskee in Maastricht. 

De daders bleven in veel gevallen onbekend. Een van de groepen die wel van zich liet horen was het Nederlandse Actiefront Nationale Socialisten (ANS) die de aanslagen op moskeeën “Gerechtvaardigde noodweer' noemde in het voorjaar van 1992. (Rob Witte, ‘Al eeuwenlang een gastvrijvolk; racistisch geweld en overheidsreacties in Nederland 1950-2009’) De meeste publieke en politieke aandacht werd in 1992 gegeven aan 5 molotov-cocktails die bij een Amersfoortse moskee waren gelegd. 

Op de politieke agenda kwam geweld gericht tegen moskeeën echter amper. Alleen GroenLinks stelde wel eens een schrifelijke vraag. Er was overigens ook weinig aandacht was voor andere vormen van geweld gericht tegen minderheden begin jaren ‘90.  Rechtsextremisme onderzoeker Jaap van Donselaar uitte in 1994 in Het Parool zijn frustratie. Hij vond dat de politiek lauw reageerde op dit soort geweldsincidenten:

“Tot eind jaren zeventig werd hier veel harder opgetreden tegen nazistische of racistische uitingen, terwijl er toen nog niet eens sprake was van geweld. De Nederlandse Volksunie ging ten onder aan de dreiging van een verbod. Een racistisch pamflet was destijds al aanleiding voor Kamervragen. Als er nu een moskee in brand wordt gestoken of hele wijken worden beklad met hakenkruisen, blijft het stil.' (..) Kennelijk zijn we ondertussen gewend geraakt aan geweld en openlijk racisme. En dat is beangstigend.” ('De beuk in extreemrechts, maar hoe?" Het Parool, 29 april 1994)

2000-2010

Aan het begin van deze eeuw was er tot twee keer toe een forse toename van het aantal haatincidenten gericht tegen moslims en moskeeën: na de aanslagen van 11 september 2001 en na de moord op Theo van Gogh (2004). 

Na de aanslagen op 11 september 2001 werden op verschillende plekken in het land mensen met een vermeende moslimachtergrond bedreigd en mishandeld. Er was in veel gemeenten sprake van bekladding, vernieling of brandstichting. In het najaar van 2001 waren moskeeën volgens onderzoekster Ineke van der Valk vijftig keer doelwit geweest van verschillende vormen van geweld. 

De enorme toename van het aantal haatmisdrijven gericht tegen moskeeën in 2001 kreeg relatief weinig aandacht van de politiek. Minister-president Kok (2001) bezocht weliswaar de Amsterdamse El Kabirmiskee, maar in de Tweede Kamer was er weinig aandacht. Een zoektocht in het digitale archief van de Tweede Kamer laat zien dat er sinds 11 september 2001 tientallen, misschien wel honderden keren is gesproken over moskeeën, maar bijna altijd ging het over de moskee als potentiele bron van dreiging en radicalisering en zelden of nooit over de moskee als doelwit van geweld. 

Na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 was er opnieuw sprake van een enorme toename van geweld gericht tegen enkele kerken, maar vooral tegen islamitische scholen en moskeeën. Alleen al tussen 2 november 2004 (de dag dat Van Gogh vermoord werd) en 30 november 2004 registreerde de Monitor Racisme en Extreemrechts 174 incidenten waarbij in 106 gevallen sprake was van islamofoob geweld dat in 47 gevallen gericht was tegen een moskee. 

De vele incidenten na de moord op Theo van Gogh kwamen wel ter sprake in het debat dat op 11 november 2004 werd gehouden. Vertegenwoordigers van bijna alle partijen spraken toen wel expliciet hun afschuw uit over brandstichting in kerken, scholen en moskeeën.

Toch leidden deze woorden amper tot beleid. Jeroen Dijsselbloem, destijds lid van de PvdA-fractie, hekelde een jaar later, in oktober 2005, de aanpak van de ministers Donner en Verdonk tijdens een overleg met hen. Hij constateerde een verschil waarin werd omgegaan met rechtsextremisme en moslimextremisme.

2010: Kentering

Vanaf 2010 is er een kentering zichtbaar. Islamofobie, moslimhaat, moslimdiscriminatie worden nadrukkelijker geagendeerd op de publieke en later ook op de politieke agenda.

Hiervoor zijn denk ik zes oorzaken te noemen.

1. de gedoogsteun van de PVV, een partij met een expliciete anti-moslim agenda aan het eerste kabinet Rutte. Dit bevorderde enerzijds verdere normalisatie en acceptatie van het gedachtengoed van de PVV, maar versterkte ook een tegenbeweging.   

2. Een nieuwe generatie Nederlandse moslims, die niet meer als ‘gast’ behandeld wil worden, maar als gelijke van ieder andere Nederlandse burger. Het zijn vooral moslims van de tweede generatie en bekeerlingen die aandacht vroegen (en vragen) voor de discriminatie van moslims en haatmisdrijven gericht tegen moskeeën. Zie hierover meer in het boek Zuilen in de polder dat ik samen met Roemer van Oordt schreef. 

3. Agendering door organisaties van Nederlanders met migratieachtergrond. Zo trokken het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) en de Raad van Marokkaanse Moskeeën in Nederland (RMMN) in september 2010 aan de bel over het toenemend geweld tegen gebedshuizen. Het seculiere Euromediterraan Centrum Migratie en Ontwikkeling (Emcemo) steunde in 2011 het al lopende onderzoek naar Islamofobie en Discriminatie van Ineke van der Valk, Emcemo nam ook het initiatief voor een Europese conferentie over islamofobie in Amsterdam en richtte het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie (CTID) op en het eerste meldpunt islamofobie. Later volgden onder andere de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR), de islamitische vrouwenorganisatie Al Nisa, het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en last but not least de stichting Meld Islamofobie die onlangs nog een zorgvuldig  onderzoek presenteerde over alledaagse islamofobie.

4. Agendering door wetenschappers, in het bijzonder door de eerder genoemde Ineke van der Valk, die meermalen over moslimhaat publiceerde in het kader van het project Monitor Moslim Discriminatie. Uit haar Monitorrapport 2015 bleek dat van de geschatte 475 moskeeën in Nederland meer dan een derde (39 %) in de voorafgaande tien jaar te maken heeft gehad met één of vaak meerdere voorvallen van discriminatoire agressie en geweld.[viii] Van de 84 moskeeorganisaties die een vragenlijst over tegen hen gerichte agressie hadden ingevuld, had twee derde (68 %) verschillende vormen van agressie meegemaakt en een derde (32 %) niet.
Ook antropoloog Martijn de Koning heeft vele malen over agressie tegen moskeeen geschreven.  

5. Internet. Op het internet verscheen in 2009 voor het eerst een lijsten met incidenten rond moskeeën. Een molotovcocktail tegen een moskee in Zoetermeer in 2009 vormde aanleiding voor blogger Prediker om op het weblog Frontaal Naakt een eerste lijst met geweldsincidenten gericht tegen moskeeën te publiceren. Deze lijst werd vervolgens overgenomen en sinds maart 2010 door mij met regelmaat geactualiseerd op dit blog, Republiek Allochtonië (RA).  

6. Agendering van moslimhaat vanuit het buitenland. Dit gebeurde bijvoorbeeld door de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) in 2008 en 2013. Maar ook Turkije agendeert sinds Erdogan aan de macht moslimhaat te pas maar ook te onpas. Dat gebeurt door Erdogan zelf en zijn ministers, maar ook bijvoorbeeld via het departement voor Turken in het buitenland en verwante gemeenschappen (YTB) en via de Turkse denktank SETA (Foundation for Political, Economic and Social Research) dat sinds 2015 jaarlijks een European Islamophobia Report uitgeeft. 

Meer aandacht in de Tweede Kamer

De toegenomen publieke aandacht voor moslimhaat, waaronder haatmisdrijven tegen moskeeën, leidde ook tot meer aandacht hiervoor in de Tweede Kamer. 

Het onderwerp werd vooral geagendeerd door politici met een migratieachtergrond: Tofik Dibi (GroenLinks), Khadija Arib (PvdA) en vooral Ahmed Marcouch (PvdA) waren degenen die aandacht vroegen voor haatincidenten tegen moskeeen. Ahmed Marcouch vroeg tijdens het integratiedebat op 12 november 2014 aan minister Lodewijk Asscher om werk te maken van een betere registratie en aanpak van haat en geweld jegens moskeeën. Volgens Marcouch zou hierdoor ook specifiek beleid kunnen worden opgezet om deze vormen van discriminatie tegen te gaan. Vanaf januari 2015 wordt het onderwerp ook nadrukkelijk geagendeerd door de kamerleden van DENK.

Het leidde de afgelopen jaren onder andere tot het apart registreren van moslimdiscriminatie door politie en Antidiscriminatievoorzieningen en de presentatie van een Handreiking Veilige Moskee met aanknopingspunten voor moskeeën, gemeenten en de politie om de veiligheid van moskeeën verder te verbeteren. Ook werden in opdracht van het ministerie door Roemer van Oordt in het hele land goedbezochte bijeenkomsten georganiseerd over moslimdiscriminatie met moskeebesturen, Anti Discriminatievoorzieningen, politie en lokale bestuurders.

In hoeverre er de komende jaren meer aandacht komt voor een brede en structurele aanpak van moslimhaat, waaronder haatmisdrijven tegen moskeeën, zal de tijd leren. 

(Voor bovenstaand overzicht maakte ik gebruik van een hoofdstuk dat ik schreef in de bundel Mikpunt Moskee (red. Ineke van der Valk), die eerder dit jaar verscheen.) 

Update van de lijst met haatincidenten gericht tegen moskeeen

Deze lijst publiceer ik, sinds maart 2010. De lijst is samengesteld op grond van vooral mediaberichten en eerdere blogs op Republiek Allochtonië, Frontaal Naakt (t/m 2009) en de database van Rechtspraak.nl.

Vooral sinds 2015 krijg ik zo nu en dan ook rechtstreeks meldingen van onderzoekers (Ineke van der Valk), individuen, moskeeen of moskeekoepels. Iedere lezer wordt van harte uitgenodigd te aanvullingen of correcties te mailen

Op de lijst plaats ik anti-islam incidenten met een duidelijk gewelddadig karakter (brandstichting, molotovcocktails, berdreiging e.d.) en incidenten die bedoeld zijn om de bezoekers van een moskee te belemmeren in het recht dat ze hebben om gebruik te maken van hun godsdienstvrijheid.
Incidenten die duidelijk gerelateerd zijn aan conflicten tussen Turkse politieke/religieuze stromingen  of Turks-Koerdische conflicten beschouw ik niet als anti-islam maar (meestal) anti Turkse regering. 
Inhoudelijke kritiek op de islam mag en komt niet in aanmerking voor deze lijst. Het plaatsen van varkenskoppen of het bekladden of besmeuren van een moskee beschouw ik echter niet als een serieuze bedoelde vorm van islamkritiek of een poging daartoe en komt wel op de lijst. 

Wat betreft demonstraties van extreemrechtse organisaties: met de nationale ombudsman Reinier van Zutphen (zie de Volkskrant) vind ik dat iedere groep het recht heeft om te demonstreren. En net als Berend Roorda van de Rijksuniversiteit Groningen vind ik dat ook‘ shockeren onder het recht op demonstreren valt. (in de Volkskrant). Hoewel de demonstraties van extremrechtse organisaties geregeld binnen de kaders van de wet vallen, neem ik ze toch op. Reden hiervoor is dat de doelen die deze extreemrechtse organisaties nastreven haaks staan op de grondwet zoals de beperking van rechten, waaronder de geloofsvrijheid, van een deel van de bevolking. Pegida is helder over haar doel:

Pegida is niet de enige extreemrechtse organisatie die, in de woorden van de NCTV, ‘intimiderende protestacties’ organiseert bij moskeeen. Ook andere extreemrechtse organisaties als Voorpost, Identitair Verzet en Rechts in Verzet lieten de afgelopen jaren van zich horen. Met deze acties maken deze organisaties gebruik van een politiek klimaat waarin het niet meer uitzonderlijk is geworden om ervoor te pleiten elementaire grondrechten aan een specifieke groep Nederlanders (moslims) te ontzeggen. Ze proberen op deze manier ook sahlonfähig te worden

Topje van de ijsberg

De lijst hieronder is bij lange na niet compleet. Heel veel incidenten halen namelijk nooit de media. Daarnaast hebben verschillende moskeeën het beleid, soms in overleg met de politie, om met dergelijke incidenten niet naar buiten te treden. De gedachte hierachter is dat de daders met media-aandacht krijgen wat ze zoeken. Ook bestaat de angst dat het tot kopieergedrag en dus tot meer bedreigingen of geweld leidt. En verder spelen angst voor onrust bij de achterban, gebrek aan vertrouwen in instanties zoals de politie en het OM en gewenning een rol. 
In eerder onderzoek concludeerde Ineke van der Valk al dat veel moskeeën weliswaar melding doen bij de politie, maar over het algemeen teleurgesteld zijn over de bagatelliserende en depolitiserende reactie van politie en overheden. 
 

Voorlopige lijst met incidenten
 

2001

  • In het najaar van 2001 waren moskeeën volgens onderzoekster Ineke van der Valk vijftig keer doelwit van verschillende vormen van geweld (Van der Valk (2012), Islamofobie en Discriminatie. Amsterdam: Pallas)

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

 

Heeft u aanvullingen op deze lijst of staan er onjuistheiden in? Geef het aan me door en mail naar info@republiekallochtonie.nl. Dan kan ik het corrigeren of aanvullen. 

Links:

  • Naar aanleiding van eerdere versie van deze lijst maakte de Volkskrant op 11 maart 2016 een infographic
  • Eerdere of latere updates van deze lijst vindt u hier

Meer over moslimhaat/islamofobie op dit blog hier.
 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email

 


Meer over incidenten, moskeeën, moslimhaat.

Delen:

Reageer