Voor de WRR moeten de gevolgen van diversiteit per se negatief zijn

In opinie door Tom Zwart  op 03-06-2018 | 14:59

Deze week publiceerde de WRR een verkenning genaamd 'De Nieuwe Verscheidenheid. Toenemende Diversiteit naar Herkomst in Nederland'. Daarin wordt geconstateerd dat niet alleen bijna een kwart van de bevolking afkomstig is van buiten Nederland, maar dat de samenstelling van die groep qua herkomst ook veel diverser is dan ooit. De onderzoekers signaleren een paar effecten van diversiteit en doen enkele beleidsaanbevelingen. Interessant materiaal voor een informatieve studiemiddag, zou je op het eerste gezicht denken. Maar toch is er meer aan de hand. Zowel de reden om deze verkenning uit te voeren als de uitkomsten ervan zijn opmerkelijk en vragen om toetsing en debat.

Een belangrijke vraag is waarom deze verkenning überhaupt wordt uitgevoerd. Zij wordt afgesloten met een aantal beleidsaanbevelingen, zoals de noodzaak om beter zicht krijgen op diversiteit naar herkomst en het belang van een betere toerusting van publieke en private instellingen. Dat soort aanbevelingen zijn zo algemeen dat je daarvoor geen verkenning nodig hebt. En eerlijk is eerlijk, de WRR geeft ook toe dat het hem ook niet om die beleidsaanbevelingen te doen was. Het doel van de verkenning is volgens de WRR 'om de feiten zo goed mogelijk in kaart te brengen'. 

De vraag die dan rijst is waarom het nodig om die feiten helder te krijgen. Weten we soms niet wat de maatschappelijke effecten van diversiteit zijn? Dat blijkt in de praktijk nogal mee te vallen. Er is inmiddels al behoorlijk wat onderzoek gedaan naar de effecten van diversiteit, zowel in Nederland als daarbuiten. Maar waar de WRR mee lijkt te zitten is dat dit onderzoek verschillende kanten op wijst: de effecten zijn soms positief en soms negatief. De WRR wil gewoon hom of kuit en besloot daarom zelf maar aan de slag te gaan. 

En het moet gezegd, die duidelijkheid is er gekomen: het eigen onderzoek van de WRR toont aan dat diversiteit over de hele linie vrijwel uitsluitend negatieve effecten heeft. Zo vinden de bewoners van zeer diverse buurten dat er sprake is van minder onderlinge samenhang, en zij voelen zich daar minder thuis en ook minder veilig. In de Randstad en in regio's met veel hogeropgeleiden gaat diversiteit gepaard met een lagere economische groei. Een schrale troost is dat dat in de rest van Nederland niet het geval is. En als klap op de vuurpijl: in gemeenten waar de verscheidenheid naar herkomst hoog is, is de kans om geregistreerd te staan als dader van een delict groter dan in gemeenten waar de verscheidenheid naar herkomst lager is. Dat zijn conclusies die er niet om liegen en somber stemmen. 

Etnische diversiteit en criminaliteit

Hoewel alle uitkomsten ons zouden moeten verontrusten, is die over de samenhang tussen etniciteit en delinquentie ronduit schokkend. Maar hoe hard is die gevolgtrekking eigenlijk? Nadat de conclusie getrokken is neemt de WRR zelf wat gas terug. Zo wordt aangegeven dat we vanwege de opzet van het onderzoek niet mogen denken in termen van causaliteit. Bovendien maakt de WRR duidelijk dat diversiteit niet de enige factor is die criminaliteit bevordert, daarbij spelen ook variabelen als geslacht, inkomen en opleiding een rol. 

Op de vraag wat dan precies de correlatie is tussen etniciteit en delinquentie en hoe zwaar deze factor weegt ten opzichte van anderen blijft de verkenning het antwoord schuldig. Als je zo'n steen in de vijver gooit ben je het volgens mij wel aan je lezers verplicht dat soort vragen te beantwoorden. Helemaal merkwaardig is dat de WRR geen enkele beleidsaanbeveling doet om de veronderstelde samenhang tussen etniciteit en delinquentie aan te pakken, hoewel dat probleem de samenleving ernstig zou kunnen ontwrichten. Of vond de WRR soms 'dat de waarheid alleen maar gezegd moest worden?' 

Ongemakkelijk

Al met al stemt de verkenning om drie redenen ongemakkelijk.

In de eerste plaats wordt het vraagstuk van diversiteit uitsluitend geplaatst in de sleutel van deviantie: wie oorspronkelijk van elders komt is anders dan de rest. Dat bevordert het beeld dat migranten wel mogen aanschuiven, maar zich ook moeten aanpassen. Maar de tijd van één pot nat, op vakantie met de caravan en wekelijkse kaartavondjes is definitief voorbij. Het is belangrijk dat we een nieuw evenwicht vinden waarin alle Nederlanders zich kunnen herkennen. Dat vraagt inspanningen van iedereen. Dat maakt de samenleving inderdaad 'ingewikkelder' zoals de WRR terecht constateert, maar dat is nu eenmaal de essentie van naar elkaar toegroeien (acculturatie) en wederzijdse acceptatie.

In de tweede plaats verantwoordt de WRR de keuze voor de thema's sociale cohesie en economische groei niet. Vielen daar de vruchtbaarste resultaten te verwachten? Is op deze terreinen vooronderzoek verricht? Waarom is bij voorbeeld niet (ook) gekeken naar de gevolgen van diversiteit voor de ontwikkeling van spiritualiteit, culturele sensitiviteit, sociaal kapitaal en ondernemerschap? Nu het beeld bij sociale cohesie en economische groei over de hele linie negatief is, wordt de schijn van eenzijdigheid gewekt. Daar komt de stelling van de WRR bij dat het hem met deze verkenning allen maar te doen is 'om de feiten zo goed mogelijk in kaart te brengen'. Kennelijk wilde de WRR de dingen alleen maar bij de naam noemen. Maar dat komt neer op het bepalen van de politieke agenda en dat is zijn taak helemaal niet. 

In de derde plaats is deze verkenning over diversiteit opgesteld door leden van de WRR zonder migratieachtergrond. Op die manier heeft de WRR de kans onbenut gelaten om informatie, beelden en gevoelens van diverse Nederlanders een centrale plaats toe te kennen in het schrijfproces. Dat betekent niet alleen een verarming van het rapport, maar ook een ondermijning van de legitimiteit ervan. Onlangs heeft DENK fractievoorzitter Tunahan Kuzu er in een debat met minister Slob terecht op gewezen dat het problematisch is om het burgerschapsonderwijs vorm te laten geven door een commissie waarin geen enkele Nederlander met een migratieachtergrond zitting heeft. Een verkenning uitbrengen over diversiteit zonder diversiteit is zelfs nog een graadje erger. Het zou misschien wat veel gevraagd zijn om de samenstelling van de WRR speciaal voor dit project te wijzigen, maar het aantrekken van enkele ad hocleden van buiten zou gemakkelijk te realiseren zijn geweest. En het toont maar weer eens aan waarom de dekolonisatie van instellingen als de WRR dringend gewenst is.

Oproep tot debat

Op dit moment volstaan de meeste nieuwsbronnen met het weergeven van het WRR persbericht. Maar de uitkomsten van de verkenning zijn dermate opzienbarend dat zij vragen om betwisting, toetsing en debat. Ik meld me daar langs deze weg graag voor aan. 


Tom Zwart, hoogleraar Cross-cultureel Recht, Universiteit Utrecht

Illustratie: cover boek De nieuwe verscheidenheid


Meer over criminaliteit, diversiteit, onderzoek, WRR.

Delen: