Srebrenica: waarheid, gerechtigheid, erkenning

In opinie door Jan Pronk op 12-07-2020 | 13:16

"...sinds de val van Srebenica heeft de wereldgemeenschap talloze malen gefaald om slachtoffers van massaal geweld en genocide te beschermen. We waren afwezig, kwamen te laat of deden te weinig. (..) We zijn het verplicht aan alle mensen die ergens op deze wereld vrezen het slachtoffer te worden van massaal geweld, alleen maar omdat zij als anders worden ervaren - anders van geloof, etniciteit, cultuur of geaardheid - om medeverantwoordelijkheid te erkennen voor hun bescherming. We mogen ons niet beperken tot mensen in onze nabijheid of mensen met wie wij ons speciaal verwant voelen. De verantwoordelijkheid mogelijke slachtoffers te beschermen begint met het niet opzij kijken, niet de ogen sluiten, niet doof houden, of de handen in onschuld wassen."
Dat zei oud-minister Jan Pronk gisteren tijdens de herdenking van de genocide in Srebrenica. Hieronder zijn volledige speech.

Vijfentwintig jaar geleden vond rond Srebrenica de genocide plaats die wij ieder jaar herdenken, vandaag opnieuw. Tien jaar geleden nodigde u mij uit hier te spreken over het thema: Srebrenica: het boek is niet gesloten. Inderdaad: het boek was niet dicht, want er werden steeds weer nieuwe hoofdstukken aan toegevoegd. Terwijl velen in ons land Srebrenica probeerden te vergeten was Srebrenica geen geschiedenis, maar de werkelijkheid van iedere dag. Dat geldt voor de nabestaanden die hun dierbaren pas jaren later konden begraven, voor al diegenen die hun dierbaren nog steeds niet hebben teruggevonden, voor een ieder die vreest voor herhaling van de genocide, in Bosnië of elders in de wereld, en voor al die mensen die geconfronteerd worden met steeds weer herhaalde ontkenningen van de Nederlandse medeverantwoordelijkheid.

Vandaag is het thema van de herdenking: waarheid, gerechtigheid en erkenning. Erkenning begint met niet ontkennen, maar ontkenning vindt nog steeds plaats. Vorig jaar schreef de Hoge Raad der Nederlanden een nieuw hoofdstuk in het boek. We waren nog maar net een paar dagen thuis na de herdenking, hier op het Plein. We hadden geluisterd naar de namen van de slachtoffers die waren herbegraven. Die namen klonken nog na in ons hoofd, maar de Hoge Raad vond het een goed moment om uit te spreken dat de begeleiding door Dutchbat van de evacuatie van de vluchtelingen die bescherming hadden gezocht niet onrechtmatig was. Alleen al de keuze van de Hoge Raad voor dat tijdstip tekende de onverschilligheid van Nederlandse gezagsdragers voor het lot van de slachtoffers van de genocide. Het zou, aldus de Hoge Raad, voor het lot van de vluchtelingen niets betekend hebben wanneer Dutchbat zijn medewerking aan de evacuatie had beëindigd. Hoe wisten die rechters dat met zoveel zekerheid? 

Een aantal jaren geleden liep dat heel anders, in Zuid Soedan. Daar werden de poorten van de compounds van de VN vredestroepen in Juba en Bor wel geopend toen vluchtelingen daar hun toevlucht zochten, in een wederzijdse genocide tussen Dinka en Nuer. Iedereen werd toegelaten, niemand buiten gesloten uit vrees dat het kamp te vol zou worden. Buiten de omheining ging het moorden door. De nood binnen de compound was hoog en er dreigde cholera uit te breken. De situatie was erbarmelijk, maar het was voor de VN militairen geen reden om de fysieke bescherming op te heffen. Geen enkele oorlogssituatie is volledig gelijk aan een andere, maar hoe wisten de juristen van de Hoge Raad zo zeker dat de toestand in Potocari onhoudbaar was en dat het voor de vluchtelingen buiten de poort net zo slecht zou zijn afgelopen, wanneer zij tot de compound waren toegelaten en daar beschermd? 

De Hoge Raad heeft verklaard dat de Nederlandse Staat daarentegen onrechtmatig heeft gehandeld bij de evacuatie van 5000 vluchtelingen die wel tot de compound waren toegelaten. Dat geldt in het bijzonder voor 350 mannen en jongens die niet mochten blijven, hoewel dat, zo zegt de Raad, wel mogelijk was geweest. Maar de Hoge Raad schat de kans dat die laatste groep het overleefd zou hebben op niet meer dan 10 procent, want de Serven onder leiding van Mladic zouden alles op alles gezet hebben om hen binnen de compound op te sporen. Bovendien zou de kans op effectieve hulp van hulp van buitenaf niet groot zijn geweest. Hoe wisten de juristen en de rekenmeesters van de Hoge Raad dat zo precies? Waarom 10%, en niet  30%, zoals een eerdere Nederlandse rechter had bepaald, of 50% of, zoals in Juba mogelijk was gebleken, meer dan 90%. 

Het past politici in Nederland niet om een rechterlijk oordeel te betwisten. Ik ben een voormalig politicus. In 1993 was ik lid van het Nederlandse kabinet dat besliste vredestroepen uit te sturen om de inwoners van Srebrenica te beschermen. Dat was ik ook in 1995, toen Srebrenica viel. Ik was dat nog steeds toen in 2002 het NIOD rapport verscheen, waarin met soortgelijke argumenten als die van de Hoge Raad werd betoogd dat het lot van de vluchtelingen in Srebrenica onafwendbaar was en dat de Nederlandse Staat niet verantwoordelijk mocht worden gehouden. Ik heb die argumenten toen bestreden, want ik voelde mij wel verantwoordelijk. Het ging er mij niet om vast te stellen in hoeverre Dutchbat verantwoordelijk was - daar gaat het niet om - maar in hoeverre de Staat verantwoordelijk was, de politiek, wij politici, ik dus ook. 

In het NIOD rapport was alles opgeschreven wat maar opgetekend kon worden, de hele historie tot ver terug. Alles opschrijven leidt tot alles uitleggen, verklaren en interpreteren, tot verhullen en goedpraten, verantwoordelijkheid afschuiven en aansprakelijkheid ontkennen. 

Ik had gehoopt dat de wijzen van de Hoge Raad tot een ander oordeel zouden komen, maar dat is niet gebeurd. Ik voel mij ongemakkelijk bij het oordeel van de Hoge Raad. Nogmaals: uitspraken van de rechterlijke macht moeten gerespecteerd worden maar ik schaam me over deze wijze van schatten van risico’s, dit rekenen, berekenen en boekhouden. 

Achtduizend Bosnische mannen en jongens zijn gedood door de Servische milities. Dat is de waarheid. Maar we moeten ook een andere waarheid onder ogen zien: de Nederlandse Staat en Nederlandse politici, ik ook, zijn verantwoordelijk voor het niet beschermen van de vluchtelingen, voor het niet nakomen van de belofte dat bescherming geboden zou worden. We hebben ons best gedaan, maar niet genoeg. Daarin zijn we tekort geschoten. Dat falen moet erkend worden. Voor het niet beschermen van mensen die door anderen de dood werden ingejaagd waren we politiek verantwoordelijk, niet voor 10%, maar volledig, voor honderd procent. Niet alleen voor het niet beschermen van 350 mannen en jongens waren we verantwoordelijk, maar ook voor het niet beschermen van alle anderen die hun toevlucht hadden gezocht bij de VN, net als later de Soedanese vluchtelingen in Juba.  Bescherming: het had gemoeten en het had gekund.

Vijf en twintig jaar na de genocide kijken we niet alleen terug, maar ook vooruit. Waarheidsvinding, rechtsbetrachting en erkenning van verantwoordelijkheid kunnen een begin zijn van stappen om herhaling te voorkomen. Dat is hard nodig, want sinds de val van Srebenica heeft de wereldgemeenschap talloze malen gefaald om slachtoffers van massaal geweld en genocide te beschermen. We waren afwezig, kwamen te laat of deden te weinig. Soms hebben we het vuur zelfs aangewakkerd, in plaats van de vlammen te doven. 

We zijn het verplicht aan alle mensen die ergens op deze wereld vrezen het slachtoffer te worden van massaal geweld, alleen maar omdat zij als anders worden ervaren - anders van geloof, etniciteit, cultuur of geaardheid - om medeverantwoordelijkheid te erkennen voor hun bescherming. We mogen ons niet beperken tot mensen in onze nabijheid of mensen met wie wij ons speciaal verwant voelen. De verantwoordelijkheid mogelijke slachtoffers te beschermen begint met het niet opzij kijken, niet de ogen sluiten, niet doof houden, of de handen in onschuld wassen. Die verantwoordelijkheid begint met luisteren naar de stemmen van mensen die vrezen voor hun leven, wie dan ook en waar dan ook. 

In Servië, Bosnië  en zelfs in Srebenica zelf klinken de stemmen van degenen die de genocide ontkennen steeds luider. Waarheid, gerechtigheid en erkenning vereisen dat de ontkenning van de genocide met kracht wordt weersproken. Ontkenning is het begin van een nieuwe bedreiging. Luister naar mensen die zich bedreigd voelen en sta op tegen degenen die hen bedreigen. 

Jan Pronk, Toespraak herdenkingsbijeenkomst Den Haag, 11 juli 2020

 

Foto van Jan Pronk gisteren bij herdenking is gemaakt door Claire Schut

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over genocide, Srebrenica.

Delen:

Reageer