Secularistische dwingelandij

In opinie door Martijn de Koning op 23-03-2011 | 21:37

Tekst: Martijn de Koning

In navolging van Merkel en Cameron hebben nu ook Verhagen en Rutte gesteld dat de multiculturele samenleving mislukt is. Maar wat bedoelt men daar nu eigenlijk mee? In een serie van blogposts geef ik een schets van de maatschappelijke context waarin deze redenering opkomt en het blootleggen van de gevaarlijke cirkelredenering van het falen van de multikul. Hieronder volgt deel 3: over het post-seculiere karakter van de samenleving en deel 4 van de serie: secularistische dwingelandij.

Deel 3: Post-secularisme

Introductie
In de vorige bijdragen in deze vier-delige serie hebben we kunnen zien dat:

  1. Nederland eigenlijk nooit echt multiculturalisme heeft gekend in de zin van beleid dat aan groepen specifieke rechten en voorzieningen toekent die niet al op basis van reeds bestaande arrangementen (voor christenen) geregeld konden worden;
  2. Dat Nederland wel een andere vorm van multiculturalisme kent die zich kenmerkt door het reduceren van migranten tot hun religieuze en/of culturele categorie en dat op basis daarvan allerlei specifieke arrangementen worden gecreëerd die niet voor andere groepen gelden: anti-radicaliseringsbeleid, (mogelijk) verbod op bepaalde kleding, enzovoorts.

Dat maakt de speeches waarin recent het failliet van het multiculturalisme maar weer eens beleden wordt, nogal vreemd. Men richt zich tegen A terwijl dat eigenlijk niet bestaan heeft en men roept op tot een versterking van B ten einde de eigen nationale identiteit te versterken. Waarom doet men dat? Twee zaken spelen een rol; globalisering en individualisering aan de ene kant (hier zal ik slechts kort op ingaan) en de Europese samenleving als post-seculiere samenleving aan de andere kant.

Individualisering en mondialisering
Waar het om gaat is in principe het idee dat iedere samenleving een bepaalde mate van sociale cohesie en gedeelde waarden nodig heeft om te kunnen functioneren. Deze sociale cohesie wordt echter niet (alleen) ondermijnt doordat er mensen zijn die geen deel hebben aan de consensus van waarden, maar ook door andere factoren: een vergaande individualisering, grotere verschillen tussen arm en rijk en toenemende invloeden door mondialisering waardoor individuele burgers maar ook politici steeds minder controle hebben over hun eigen omgeving. Dat maakt ook de opmerkingen van Cameron cs. wel weer begrijpelijk evenals het feit dat ze schijnbaar in vruchtbare grond landen; achter die opmerkingen namelijk schuilt een nogal nostalgische hunkering naar een sterke nationale identiteit en een idee van gedeelde waarden en normen dat verder gaat dan de voor velen nogal oppervlakkige basis van een maatschappij gebaseerd op consumptie. Dit alles echter verbloemen door te wijzen op culturele assimilatie maakt het makkelijker te negeren dat de afkeer van de Nederlandse samenleving die sommige jongeren vertonen ook zijn grond heeft in de negatieve benadering die die jongeren ervaren van dezelfde samenleving of in de medeplichtigheid van de Nederlandse staat in onzalige bezettingsavonturen in Irak en Afghanistan of in het onbarmhartige afwijzen van Libische en Tunesische vluchtelingen dezer dagen of in het opzichtig meten met twee maten als het gaat om het naleven van democratische idealen wanneer het gaat om het volk in het Midden-Oosten. In plaats daarvan lijken we ons liever te richten op allerlei zichtbare en daardoor makkelijk te identificeren symbolen als hoofddoek, handen schudden en overlastgevende praktijken van jongeren. Dat leidt eveneens de aandacht af dat ook autochtonen lang niet verenigd zijn in een consensus over seculiere en seksuele vrijheden. Het creëert een beeld van eenheid en eensgezindheid waar deze niet bestaat en ook nooit bestaan heeft; er is altijd een multiculturele arena geweest.

Post-secularisme
Recent gaf de eminente wetenschapper José Casanova een lezing, workshop en seminar in Nijmegen aan de Radboud Universiteit, met als titel ‘God in a cold climate’. In zijn bijdragen richt hij zich op de vraag hoe we de groeiende tegenstelling in de wereld kunnen verklaren tussen enerzijds een zeer seculier Europa en anderzijds een religieuze rest van de wereld. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is namelijk Europa niet zozeer leidend als het gaat om secularisering, maar Europa is een uitzondering, een exceptional case. Het idee was lange tijd dat naarmate een samenleving meer modern wordt, zij ook minder religieus wordt. En voor Europa lijkt dat te kloppen. Voor bijvoorbeeld de VS niet. Religie speelt daar een zeer belangrijke rol en voor Amerikanen is ‘to be modern’ gelijk aan ‘being religious’. Voor andere landen bijvoorbeeld China geldt weer een ander patroon; er zijn met andere woorden meerdere patronen van modernisering en van secularisering. En ook binnen Europa doen zich meerdere patronen voor. Zo is Oost-Duitsland volgens Casanova het meest seculiere deel van Europa, maar niet het meest moderne. Nederland en Zwitserland zijn vergelijkbaar als het gaat om moderniteit, maar Nederland is seculierder.

Een belangrijk verschil tussen gebieden in Europa, maar zeker tussen Europa en de VS heeft betrekking op confessionaliteit vs. denominationalisme. Europa, en zeker West-Europa, heeft een confessioneel model. Er bestaat weliswaar de mythe dat de Westfaalse vrede van 1648 godsdienstvrijheid heeft gebracht, maar volgens Casanova is niets minder waar. Die vrede heeft geleid tot een model waarin religie verbonden werd de staat, vervolgens gold die ene religie voor het volk als geheel en uiteindelijk ook voor op individueel niveau. Casanova ziet dit als de confessionalisering van de staat. Wat er in de jaren ’60 is gebeurd met de ontzuiling in Nederland is in dit opzicht dan ook niet zozeer secularisering als wel een de-confessionalisering van het individu, volgens het volk en vervolgens ook de staat.

De VS heeft nooit een confessioneel model gehad; de staat heeft zich nooit bekend tot één religie (of beter gezegd nog de ge-institutionaliseerde variant ervan: de kerk), maar juist de ruimte geboden aan pluralisme. Opmerkelijk genoeg ook de ruimte aan die groepen die zich in Europa niet wilden neerleggen bij het gezag van de staat en/of de confessionalisering van de staat. Dat betekent dat in de VS religie zeer sterk is op het niveau van civil society, maar dat de verhouding met de staat een compleet andere is. Waar vroeger in Nederland het leven van velen zich afspeelde binnen katholieke parochies of protestantse gemeenten, is in de VS dat slechts één (maar wel belangrijk) aspect van het leven. Religie is daar, zo zou men kunnen betogen, verregaand geseculariseerd. Waarin in het Europese model dus de staat een religieuze identiteit oplegde, is in het Amerikaanse denominatie model de affiliatie vrijwillig en legt de staat geen religie op.

Die verschillen betekenen ook een fundamenteel verschil in omgang met pluralisme; in Amerika een gegeven en misschien zelfs wel onderdeel van de Amerikaanse identiteit, in Europa juist iets wat gepacificeerd moet worden want religieus verschil kan leiden tot conflicten. Dit laatste zien we bij uitstek terug in de speeches over het falen van het multiculturalisme waarin opnieuw getamboereerd wordt over de ‘eigen’ identiteit, de aanwezigheid van migranten wier culturele patronen leiden tot problemen en spanningen die weggewerkt moeten worden. Daarbij speelt mee dat het secularisme intussen ons verinnerlijkt perspectief en kader is geworden; het is vanzelfsprekend dat ‘wij’ seculier zijn en wat dat precies betekent blijft verborgen. Waar de staat zich dus eerst bekende tot een religie en die oplegde aan het volk en waarbij individuele burgers vervolgens ook zich tot die ene religie bekenden, heeft de staat nu een secularistisch model opgelegd aan zichzelf, vervolgens aan het volk als geheel en intussen is ook voor individuele burgers secularisme het vanzelfsprekende kader geworden. Net zo goed als voorheen religie vaak vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven was.

Aan dat onbesproken karakter van secularisme lijkt een einde gekomen te zijn, zo laten de speeches onder meer zien. In die zin zouden we met Habermas kunnen spreken van een post-seculiere situatie. Niet in de zin van een einde van het secularisme, maar in de zin van een toenemende reflectie op wat het seculiere karakter van de samenleving nu eigenlijk is of zou moeten zijn. Aangezien secularisme niet kan bestaan zonder religie (het is een begrippenpaar; beiden veronderstellen elkaar) betekent dit ook dat het debat vooral gaat over de positie van religie in de samenleving. De veelgesproken terugkeer van religie bestaat niet als zodanig; wat we hebben is een obsessie met religie als maatschappelijk vraagstuk.

De redenen die Casanova daarvoor gaf hebben onder meer betrekking op het aspect van mondialisering zoals ik dat hierboven al besproken heb. Eén aspect van die mondialsering is internationale migratie die ertoe bijdraagt dat Europese natie-staten pluriformer worden dan ooit tevoren. De problemen met betrekking tot islam zijn dan mede terug te voeren op het aloude probleem van de Europese staten: het managen van religieus pluralisme. En juist door mondialisering, individualisering en migratie hebben staten daar minder greep op en dus ook minder greep op het bewaren van de sociale cohesie. Waar dit alles toe leidt? Daarover volgende week meer in het allerlaatste deel van deze serie.

Deel 4: de seculiere intolerantie

Introductie
In de vorige bijdragen in deze vier-delige serie hebben we kunnen zien dat

  1. Nederland eigenlijk nooit echt multiculturalisme heeft gekend in de zin van beleid dat aan groepen specifieke rechten en voorzieningen toekent die niet al op basis van reeds bestaande arrangementen (voor christenen) geregeld konden worden;
  2. Dat Nederland wel een andere vorm van multiculturalisme kent die zich kenmerkt door het reduceren van migranten tot hun religieuze en/of culturele categorie en dat op basis daarvan allerlei specifieke arrangementen worden gecreeerd die niet voor andere groepen gelden: anti-radicaliseringsbeleid, (mogelijk) verbod op bepaalde kleding, enzovoorts.
  3. Het idee bestaat dat een teveel aan religieus pluralisme leidt tot een gebrek aan sociale cohesie. De toename van religieus pluralisme wordt onder meer veroorzaakt door mondialisering en migratie en daarnaast speelt ook individualisering een grote rol bij het kleiner worden van de sociale cohesie van een samenleving. Het probleem van islam is daarmee deels, zoals José Casanova in een recente lezing in Nijmegen stelde, een probleem van het management van religieus pluralisme door Europese staten.

Secularisering van religie of religionisering van het seculiere

In deze slotbijdrage zal ik doorgaan op de bijdrage die Casanova heeft geleverd in Nijmegen. Daarbij begin ik waar ik vorige keer ge-eindigd ben: het management van religieus pluralisme.
Casanova: We kunnen niet meer gedachteloos seculier zijn – Nieuws – Reformatorisch Dagblad

„Onze conceptie van seculier moet bijgesteld worden. Seculier betekent niet alleen: los van religie, maar ook: een neutrale plek waar religies elkaar moeten ontmoeten. Dat is de betekenis van Augustinus’ begrip ”saeculum”, wereld: een tijdelijke plaats waar de heidenen en christenen met elkaar moeten leven in de stad van de mens.”

De godsdienstsocioloog bepleitte een invulling van het publiek domein waar plaats is voor een verscheidenheid aan religies die elkaar mogen beconcurreren zonder dat zij daarmee hun inhoud hoeven in te leveren. „Er zijn twee mogelijkheden: ofwel een seculiere staat die vrij is van religie en deze aan banden legt, ofwel een pluralisme zoals we dat aantreffen in Turkije, India en Indonesië: seculiere staten waarin de ene religie niet bevoordeeld wordt boven de andere.”

De rol van de staat is dus groot en volgens Casanova dient daarbij het besef te groeien dat er niet slechts één seculier model is waarbij het seculiere domein datgene is wat niet-religieus is. Het seculiere wordt mede bepaald door ons idee over wat religie is; vandaar ook de verschillen tussen bijvoorbeeld de VS en Europa en tussen Turkije en Frankijk. Er zijn verschillende seculiere modellen mogelijk en verschillende trajecten die landen kunnen volgen zoals Turkije laat zien dat op diverse punten een steeds verdergaande secularisering vertoont en tegelijkertijd een grotere invloed van islamitisch gedachtegoed op de politiek kent.

Natuurlijk komt de obsessie met islam ook vanwege de link met terrorisme al is het maar doordat er groepen moslims zijn die stellen (onder meer) vanuit de islam geïnspireerd in hun gewelddadige acties. De islam zou daarbij volgens sommigen zoals Amanda Kluveld gewelddadiger zijn dan bijvoorbeeld het christendom of het jodendom. Iemand als Chris Rutenfrans beaamt dit en stelt zelfs dat de islam intrinsiek gewelddadiger zou zijn, terwijl Cliteur stelt dat iedere religie een gewelddadige essentie heeft. De realiteit is oneindig veel complexer. Weliswaar is er geen enkele causale relatie tussen het voorkomen van geweld en religie, de stelling dat religie intrinsiek niet gewelddadig is, is ook niet vol te houden en evenmin dat een seculiere samenleving geen vormen van geweld kent die legitiem geacht worden. Geweld is echter niet het enige probleem dat aan religie of aan extremistische religie wordt toegeschreven. Een ander probleem zoals Thijs Kleinpaste (D66) en Marcel Duyvestijn (PvdA) betogen is dat religie teveel invloed zou hebben:
Wat doet God met mijn belastingformulier?

Die hoge status van religie in een seculiere samenleving zou komen omdat we het geloof in God hoger waarderen dan ‘willekeurig welke andere mening’. Dat laatste, het reduceren van religie tot een mening doet zeker geen recht aan religie waarin mensen gesocialiseerd worden en waarin rituelen, betekenisgeving en ervaringen een grote rol spelen. Begrijpelijk dan ook dat net dat punt op grote tegenkritiek vanuit religieuze hoek kan rekenen. Een beter voorbeeld van religieuze ongeletterdheid is bijna niet denkbaar of is het juist een uitstekende schets van wat religie heden ten dage nog is voor een groot deel van de bevolking? Dat zien we terug in een recent interview met Jeanine Hennis van de VVD. ‘Doe niet zo hysterisch’ – DePers.nl

Nou is het pleidooi voor een ‘meer beschouwend debat over de scheiding kerk-staat’ zo slecht nog niet; dat is namelijk nog nooit gebeurd in alle jaren islamdebat. Ook in haar opvattingen zien we een pleidooi voor (verdere) secularisering van religie; wat er overblijft is vrijheid van vergadering en meningsuiting. Dat haar seculiere opvattingen mede mogelijk zijn gemaakt door de vrijheid van religie wordt dan even vergeten; haar stellingname komt voort uit de observatie dat religie (nog steeds) ver is doorgedrongen in de staat. Dat is niet onterecht maar het geeft de staat juist de mogelijkheid religie te reguleren en te monitoren en mede de eigen identiteit van religieuze organisaties te bepalen. Een ander aspect dat ook in haar opvattingen terug te vinden is het aspect van vrije wil. Het klopt dat religies als islam en christendom mede gericht zijn op het disciplineren van mensen. Daarmee spreekt ze overigens zichzelf tegen want dat geeft aan dat religie meer is dan een mening en organisaties, maar dat is juist ook het probleem voor haar. Religie is niet slechts een mening in haar opvattingen en die van Kleinpaste en Duijvestein; religie moet verder terug gedrongen worden zodat het nog maar een mening is. De huidige vorm beperkt volgens Hennis de vrije wil van mensen; zelfs van kinderen. Nou gebeurt dat altijd in de opvoeding, maar wanneer dat vanuit religieus oogpunt gebeurt is dat blijkbaar problematisch.

Secularistische confessionalisering
Uiteindelijk zijn de discussies over religie terug te herleiden tot Casanova’s stellingname dat we kunnen kiezen uit een seculiere staat die religie uit het publieke domein verbant of voor een pluralistisch model. Daarmee wordt de staat eigenlijk opnieuw confessioneel maar dan in de zin dat ze secularistisch wordt en dat model ook oplegt aan het volk en de individuele burger. Het is daarmee geen neutraal model aangezien men religie uitsluit omdat het religie is. De tweede optie is pluralistisch model waarin de staat geen levensbeschouwing (dus ook niet de secularistische) bevoordeeld boven een andere.

Afgaande op de islamdebatten en wat in deel twee is gezegd over culturalisme neigen we op dit moment naar de eerste variant. De discussie over de scheiding kerk-staat en levensbeschouwing en het publieke domein wordt gevoerd vanuit een secularistisch kader over de rug van de islam heen waarbij de islam staat voor alles wat Nederland idealiter niet zou zijn: geen vrije wil, geen vrijheidsrechten en geen gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Dat is een aspect waar Casanova niet of nauwelijks op inging tijdens de discussie na de lezing, maar dat wel degelijk van belang is beaamde hij later. Deze cultuurretoriek promoot zo een gehomogeniseerde en geïdealiseerde visie op de nationale morele gemeenschap en leidt tot uitsluiting (of insluiting op voorwaarden) van migranten. De voortdurende nadruk op moslims als buitenstaanders die zich zouden moeten aanpassen aan dit vanzelfsprekende ideaalbeeld heeft geleid tot wat Schinkel de paradox van integratie noemt. Migranten zijn onvermijdelijk onderdeel van de samenleving, maar tegelijkertijd ook buitenstaanders die aangepast moeten worden om te kunnen behoren tot de morele gemeenschap. Tegelijkertijd blijven zij, als allochtoon, buitenstaanders omdat met die term ook tweede en zelfs derde generatie als buitenstaander gecategoriseerd wordt. Dat is ideaal voor politici want dan kunnen zij blijven hameren op de onaangepastheid en onintegreerbaarheid van moslims. Op die manier krijgt men stemmen, status en tegenwoordig zelfs regeermacht en kan men ervoor zorgen dat moslims en/of migranten zich koest houden waardoor de huidige status quo gehandhaafd blijft en politici daadkrachtig blijven in een situatie waarin ze dat om allerlei redenen (zie onder mondialisering) helemaal niet meer kunnen zijn.

Dat bewijst ook die recente discussie over de hoofddoek weer. Sterker nog, die laat eigenlijk zien dat politici eigenlijk niet in staat zijn tot ook maar iets constructiefs. Weliswaar bedoelde Hennis niet alleen de hoofddoek als religieus symbool, maar het is wel het enige symbool dat ze noemt. Sterker nog het is het enige symbool dat ooit iemand noemt. Klaarblijkelijk zijn Nederlandse politici niet alleen niet in staat om iets te bewerkstelligen voor sociale cohesie, ze zijn niet eens in staat tot een ‘meer beschouwend debat’ over de plaats van religie en over het management van religieus pluralisme. In daarvan bedrijft men schijnpolitiek over de rug van vrouwen en moslims heen.

Martijn de Koning is cultureel antropoloog. Dit stuk is eerder in twee delen op zijn blog Closer verschenen zie hier en hier. Met toestemming van De Koning is het ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

 

Eerdere blogs van Martijn op dit weblog vind je hier


Meer over closer, hoofddoek, martijn de koning, multiculturalisme, scheiding kerk staat, secularisme.

Delen:

Reageer