Over de racialisering van moslims - Martijn de Koning reageert op zijn critici

In opinie door Martijn de Koning op 16-05-2016 | 14:28

Antropoloog Martijn de Koning schreef een artikel in de Volkskrant over de racialisering van moslims en gaf over datzelfde onderwerp een interview aan Nieuwwij. Hij kreeg daarop kritiek van verschillende kanten.

In onderstaand artikel, dat eerder in twee delen op zijn blog verscheen, gaat De Koning in op de kritiek die hij kreeg.

Introductie

Nee, moslims zijn geen ‘ras’. Laten we dat even helder stellen, want a) een indeling in mensenrassen daar doen we in principe niet aan en is wetenschappelijk ook al lang weerlegd b) het gaat er niet om wat moslims als groep ZIJN, maar HOE moslims BEJEGEND worden en dat was het onderwerp van mijn artikel in de Volkskrant van vorige week zaterdag en het interview op Nieuwwij van vorige week vrijdag. In dit blog mijn toelichting.

In deel 1 geef ik allereerst een korte toelichting en samenvatting van het artikel en van mijn interview op Nieuwwij en bespreek ik vervolgens de kritiek. In deel 2 ga ik in op de racialiserende aspecten van de verschillende reacties.

DEEL 1

Racialisering

In een recent essay dat is verschenen als commentaar op Fortuyns ‘Tegen de islamisering van onze cultuur’ heb ik besproken hoe Fortuyn moslims racialiseerde aan de hand van een cultuurleer. De stukken in de Volkskrant en op Nieuwwij zijn mede verschenen naar aanleiding en op basis van dat essay ‘Een ideologische strijd tegen de islam – Fortuyns gedachtegoed als scharnierpunt in de racialisering van moslims‘.

fortuyn

In het stuk in de Volkskrant stelde ik dat moslims geracialiseerd worden waarbij enerzijds een doembeeld van islam en anderzijds een ideaalbeeld van de Nederlandse identiteit wordt geschapen. Zoals ik betoogde was dat terug te zien in recente pleidooien van Zijlstra, Buma en Nawijn die, zeker wanneer we de context bekijken waarin ze gedaan zijn bekijken, telkens de volgende stappen volgen

1) Een groep die divers is in opleidingsniveau, in etnische herkomst en in politieke en religieuze overtuiging krijgt één label opgeplakt. 2) Vervolgens wordt het gedrag van de mensen in deze groep verklaard op basis van een doembeeld van de islam, die per definitie intolerant, agressief en onverenigbaar met het ideaalbeeld van het liberale en/of joods-christelijke Westen zou zijn.

3) Daar wordt dan een negatief waardeoordeel aangehangen: achterlijk, geitenneukers, niet horend bij ‘ons’. 4) Tot slot wordt voorgeschreven hoe er met deze groep moet worden omgegaan: aanpassen, uitzetten, de-islamiseren. Wanneer dit maar genoeg wordt herhaald, leidt het tot een a priori negatieve invulling van het label dat wordt opgeplakt en daarmee is de cirkel rond.

Een dokter is dan niet langer een dokter, maar een moslim die dokter is. Iemand die een Bijbelkwis wint is dan niet langer iemand die veel Bijbelweetjes weet, maar een moslim die de Bijbelkwis wint. In mijn onderzoek naar publieke interventies van moslims vanaf 1989 analyseer ik onder meer hoe moslims die zichzelf als zodanig presenteren in de publieke debatten omgaan met deze racialisering. Zij worden, net als veel anderen overigens, continu besproken, bevraagd en aangesproken via deze opgelegde labels en betekenissen.

Een complicerende factor is natuurlijk dat mensen zelf ook het label kunnen hanteren dat hen wordt opgeplakt zoals in het geval van moslims en Joden. Maar omdat het bij racialisering gaat om een label dat wordt opgelegd is dat toch een ander verhaal. In het opgelegde label zit vaak een negatieve, paternalistische of exotiserende betekenis opgesloten die direct een zekere mate van inferioriteit en onverenigbaarheid met anderen aangeeft.

In het recent gepubliceerde essay gebruik ik het begrip racialisering om Fortuyns politieke gedachtegoed te analyseren en te plaatsen binnen de context. Het concept racialisering is afkomstig uit de zogeheten critical race theorieën en heb ik, voortbordurend op inzichten van met name Floya Anthias en Nira Yuval-Davis als volgt gedefinieerd:

het proces waarin dominante groepen statische en karakteristieke eigenschappen toekennen aan mensen die niet tot de eigen groep gerekend worden. Ze doen dit op basis van generaliserende ideeën over ‘ras’, cultuur, religie en sociale klasse die gepaard gaan met negatieve waardeoordelen en ideeën over hoe om te gaan met een dergelijke groep.

Het hoeft niet te gaan om buitenstaanders die specifiek als ‘ras’ gezien worden, maar bij racialisering wordt er op zo’n manier over hen gesproken dat het wel lijkt alsof men het over een ‘ras’ heeft: een duidelijk herkenbare groep die als inferieur gezien wordt en specifieke, statische en natuurlijke eigenschappen wordt toegedicht. Racialisering is een sociaal proces waarin groepen gecategoriseerd worden als de Ander en op basis waarvan gelegitimeerd wordt dat deze groep een andere of zelfs ongelijke behandeling krijgt ten opzichte van anderen. Het is een proces dat plaatsvindt in debatten, in beleid maar ook in sociale interacties tussen individuen. Groepen kunnen overigens ook gederacialiseerd raken zoals in het verleden met de Italiaanse Canadezen is gebeurd en met de Ieren in Engeland en de VS.

Kritiekpunten

Ik ga de belangrijkste reacties niet één voor één behandelen, maar thematisch.

En de moslims zelf dan?

Dit is een punt dat vooral bij Jan Jaap de Ruiter naar voren komt:

De Koning bezigt een in wezen essentialistisch discours als hij zegt dat de overheersende gedachte vandaag de dag is dat ‘de islam in essentie iets anders is dan, of zelfs inferieur is aan- ‘het Westen’. De blinde vlek waar hij aan lijdt is dat moslims zelf even verdeeld of zo je wilt divers zijn als Europeanen. Het reduceren van moslims tot een categorie waar ze niet uit kunnen doet hun dus geen recht.

De Ruiter wijst erop, terecht, dat moslims een zeer diverse groep vormen die je niet zomaar onder één label kunt duwen alsof het een homogene groep is. Daar ben ik het mee eens. Sterker nog, dat is precies de praktijk waar mijn stuk zich tegen richt. De Ruiter vergeet dan ook dat mijn stuk niet gaat over wat islam is of wat moslims zijn, maar over hoe zij bejegend worden door Buma, Fortuyn, Bolkestein, Zijlstra en Nawijn. In hun retoriek spelen individuele moslims amper een rol.

Immers, Zijlstra schroomt niet om gewoon zaken te verzinnen terwijl Buma, Fortuyn en Bolkestein alleen letten op die moslimstemmen die zij afkeuren. Het pleidooi voor een joods-christelijke waardengemeenschap geeft Buma vorm in oppositie tot IS en vluchtelingen bijvoorbeeld. De laatsten zijn een probleem niet omdat specifieke vluchtelingen iets gezegd of gedaan zouden hebben (behalve hierheen komen), maar omdat ze uit een andere cultuur komen en islamitisch zijn. Hij had zijn pleidooi ook kunnen verhouden tot de moslims die binnen het CDA actief zijn, maar die stemmen tellen niet mee. Nawijn doet iets soortgelijks: in zijn definitie van de humanistische, joods-christelijke traditie gaat het alleen om zijn beeld van de islam die er ondanks de lange geschiedenis van moslims in Nederland, nog steeds niet bij zou horen vanwege de islam.

Als ik dus de stem van moslims in het verhaal negeer dan komt dat omdat mijn analyse zich richt op de uitspraken van de politici waarin de veelzijdigheid van de stemmen van de moslims er ook niet toe doen behalve wanneer zij het doembeeld van islam bevestigen. Het gaat mij er dus niet om hoe cultuur of ras het handelen van mensen bepaalt zoals Paul Voestermans beweert, maar dat politici het idee dat de cultuur van moslims (zoals gedefinieerd door diezelfde politici) hun handelen bepaalt, voor politieke doeleinden inzetten.

Historicus en stadsgids en muzikant Jan Tervoort (Amsterjan) komt met een soortgelijk punt:

[…]in zijn eurocentrische betoog zijn moslims slechts ‘agency’-loze makke schapen en slachtoffers. Dat dit aan zijn kant van de fatsoenskloof in de wetenschappelijke wereld als een doodzonde geldt, mag de pret niet drukken. Blijkbaar is alles geoorloofd om ‘islamofobie’ als racisme te kunnen bombarderen.

Volgens Tervoort negeer ik het gegeven dat moslims zelf bijdragen aan het verschijnsel islamofobie (hij behoort overigens niet tot de ontkenners overigens en komt met een interessante wijziging op mijn definitie; een wijziging waar ik het niet mee eens ben, maar dat is voor een andere keer). Hij geeft het voorbeeld van de vrouw met een hoofddoek die zich zo in het publieke domein onderscheidt van anderen en het voorbeeld van het problematiseren van ongelovigen. En inderdaad de zichtbaarheid van de moslimvrouw is voor velen een steen des aanstoots en blijkt een belangrijke factor voor islamofobie (waarmee ik niet zeg eigen schuld dikke bult overigens, en Tervoort bedoelt dat ook niet). Maar daar tegenover kunnen we ons afvragen waarom ook Sikhs het slachtoffer worden van islamofoob geweld?

Dus ja het handelen van moslims heeft invloed, maar dat is slechts in beperkte mate. Uiteindelijk gaat het er in mijn artikel om welke betekenis de bewuste politici toekennen aan deze agency en die is dus zeer selectief. Overigens kan ik hieraan op mijn basis van mijn eigen onderzoek toevoegen dat het besef dat sommige acties van moslims aan islamofobie bijdragen wel degelijk aanwezig is. Dit komt in veel gesprekken terug en ik heb nog nooit een bijeenkomst van welk islamofobie meldpunt dan ook mee gemaakt waarin niet minimaal één keer werd gesteld: ‘we moeten ook de hand in eigen boezem steken’.

Natuurlijk zijn moslims ook weer geen willoze slachtoffers van racialisering en van anti-moslim racisme of islamofobie. Het is precies één van de speerpunten in mijn onderzoek waarin ik werk met moslims die actief zijn in het publieke debat. In het essay laat ik bijvoorbeeld ook iets van de reacties van moslims op Fortuyn zien.

Islamofobie is geen racisme, want ‘ras’

Eén van de meest gehoorde kritiekpunten ook op de twitters. En mijn eigen stuk begint daar ook mee:

De bejegening van islam en moslims kan toch nooit racisme zijn? Kritisch meestal. Beledigend, vooruit. Discriminatie in het ergste geval. Maar racisme? Nee. Want islam en moslims zijn geen ‘ras’. Islam is een levensovertuiging, een keuze, geen aangeboren eigenschap.

Maar ook hier geldt, het gaat er niet om wat islam of moslims zijn. Het gaat erom hoe moslims bejegend worden door de genoemde politici. Daarbij hebben we in de afgelopen decennia racisme onterecht gereduceerd tot iets wat alleen te maken heeft met biologische ideeën over ras. Maar ten eerste is de indeling in ‘rassen’ op grond van biologische aannames wetenschappelijk gezien al lang weerlegd, en ten tweede bestond de taal over wie tot welk ras behoort in het verleden ook nooit alleen uit biologische ideeën. Om te bepalen wie wit was en wie zwart of wie Ariër was of Jood of wie Iers was, werd altijd gebruikt gemaakt van ideeën over biologische aspecten, cultuur, religie en man-vrouw verhoudingen. De volgende ingezonden reactie in De Volkskrant stelt dat eveneens:


En ten derde kunnen we een biologisch idee over ras ook opvatten als een cultureel idee omdat dit in specifieke omstandigheden, in specifieke tijden en op specifieke plaatsen door machthebbers naar voren is gebracht. Het benoemen van de bejegening van moslims als racialisering (geen nieuw begrip overigens, zie het essay) of racisme is dan ook eerder te zien als een correctie op hedendaagse populaire definities van racisme. (Ik zal hier morgen nog nader op ingaan.)

Deze correctie brengt overigens wel een risico met zich mee dat in de wetenschappelijke literatuur veelvuldig wordt besproken: namelijk dat het begrip racialisering onscherp, te breed en te vraag wordt en daarmee als analytisch begrip ongeschikt is. Maar dat is precies waarom ik die boven genoemde vier stappen aanduid in de analyse: daarmee is het afgebakend en toetsbaar en sluit ik aan bij de wetenschappelijke literatuur.

Ja, nee en de islam dan?

– 1 Een terugkerend punt is dat mijn vier stappen van racialisering erop neer komen dat de islam zelf racistisch is. Zo stelt Tervoort:

Zou De Koning door hebben dat de islam volgens zijn redenering door en door racistisch is tegenover ongelovigen, niet-moslims? Het onveranderlijke woord van god binnen de islam, de koran, dat door het overgrote deel van de moslims nog steeds letterlijk genomen wordt, is één grote racistische rant tegen niet-moslims waarbij niet zelden opgeroepen wordt die laatsten af te maken. Ergo, alle moslims zijn racisten?

Op zich is het maken van dit punt natuurlijk niet meteen een ontkrachting van mijn artikel. Dat situatie B zich ook voordoet wil niet zeggen dat situatie A zich niet voordoet. Het berust dan ook op een slechte lezing van mijn artikel. Een dergelijke redenering zou hout snijden wanneer ik had gesteld dat bijvoorbeeld Buma moslims in zijn pleidooi voor een joods-christelijke identiteit racialiseert en dat die identiteit of cultuur DUS racistisch is.

Maar dat stel ik niet en zou ook onterecht zijn. Ik kan wetenschappelijk gezien niet bepalen wat de essentie van de joods-christelijke identiteit is en dus ook niet bepalen of die racistisch of racialiserend is. Hetzelfde geldt voor islam: ik kan wetenschappelijk gezien niet vaststellen wat de essentie is van de islam is. Ik kan alleen vaststellen wat Buma doet met die joods-christelijke identiteit en wat een moslim doet met islam. Dat kan tot de conclusie leiden dat Buma en die moslim racistische handelingen verrichten, maar niet dat de joods-christelijke identiteit of islam in essentie racistisch of racialiserend is. Dat er in de islamitische tradities een onderscheid wordt gemaakt tussen gelovigen en ongelovigen en er een voorkeur bestaat voor de eerste is niet voldoende temeer omdat er nogal wat verschillende opvattingen zijn over wie nu tot wie behoort en er ook een sterk anti-racistische tendens bestaat waarin etniciteit en ‘ras’ er juist niet toe zouden doen. Dat is in de debatten over wat Nederlandse identiteit is ook het geval (als het gaat om ‘ras’ tenminste) en daar kan niet zomaar aan voorbij worden gegaan. Het enige dat we aan dit punt overhouden is de stelling dat moslims ook racistisch kunnen zijn en dat is iets waar veel moslims in gesprekken met mij ook op wijzen.

In deel 2 ga ik in op een laatste kritiekpunt en vervolgens laat ik zien wat de verschillende tegenreacties blootleggen. Mijns inziens zijn dat vooral twee zaken: de vanzelfsprekendheid van de racialisering van moslims en de aversie tegen de term racisme.

Kritiek Ja, nee en de islam dan?

– 2 Het gaat hier natuurlijk ook om het punt dat we ideeën die we afwijzen nu eenmaal moeten kunnen bekritiseren zoals vrijwel alle critici beweren onder meer Hans de Jong. En zoals te lezen is in de volgende reactie in de Volkskrant:

Het idee dat termen als racisme en islamofobie dienen om het debat over islam monddood te maken wordt vaak naar voren gebracht. Jonathan van het Reve stelde gisteren iets soortgelijks in de Volkskrant:

Maar bezwaren tegen religie, of zelfs angst voor gelovigen, daar kan best iets in zitten. De manier waarop heilige boeken de waarheid claimen en hoe intolerant veel gelovigen daarmee omgaan, is een harde realiteit. Al eeuwen. Je kunt het alsnog onterecht vinden dat zo’n religie wordt gevreesd of bespot, maar dan zul je toch echt moeten uitleggen waarom. Vertel maar: wat is er zo mooi en waardevol aan dat geloof? Dat valt in de praktijk nog niet mee, en het gebeurt dus ook nooit. Vaak is het beste wat je erover kunt zeggen dat veel gelovigen de leer met een korreltje zout nemen. Maar anders dan bij racisme, zul je op religiekritiek toch echt inhoudelijk moeten reageren.

Van het Reve negeert hier de specifieke moslim stemmen die wel degelijk (het internet staat er vol mee) vertellen hoe mooi zij islam vinden en hoe islam een bron van inspiratie is voor allerlei goede zaken. Het gaat Van het Reve echter alleen om de intolerantie. Die is er zeker ook. Dat kan ook bekritiseerd worden. En dat kan zonder racialiserend en/of racistisch taalgebruik.

Van het Reve stelt dat termen als racisme en islamofobie gebruikt worden om het debat te verhinderen, maar ook al wordt dat soms zeker geprobeerd het is een spectaculair onsuccesvolle strategie als we de afgelopen 15 jaar bekijken. Sterker nog, het benoemen van islamofobie en racisme leidt juist tot een stroom van artikelen en andere reacties die vooral benadrukken dat er toch echt een probleem is met ‘de islam’. Net zoals het benoemen van racisme in de Zwarte Piet traditie leidt tot een uitbarsting in racistische commentaren zoals we in de afgelopen jaren hebben kunnen zien.

Ten aanzien van racialisering is de kritiek overigens ook weer niet helemaal onbegrijpelijk. Onder dat begrip kan in sommige gevallen ook kritiek an sich geschaard worden wanneer dat gepaard gaat met andere vormen van racialisering, zoals in de brief over de joden in het vorige punt (deel 1) naar voren komt. Het idee dat joden christus niet erkennen is simpelweg theologische kritiek, maar hoort bij een bredere context van de racialisering van joden en het product daarvan: anti-semitisme. Omgekeerd wil dit natuurlijk niet zeggen dat iedere kritiek per definitie racialiserend is, dit zal telkens per geval in de specifieke context bekeken moeten worden.

Deze commentaren in de trant van ‘ja maar kritiek moet mogelijk zijn’ negeren overigens twee zaken. Ten eerste gaan de uitspraken van Zijlstra en anderen verder dan kritiek (of zoals Van het Reve zegt het ontwijken juist van die kritiek): er wordt gepleit voor een andere benadering van moslims dan van andere burgers. Dus omdat er moslims zijn die intolerant zijn en dat mogelijkerwijze baseren op islam, moeten we (Nawijn) geen islamitisch onderwijs toelaten of hoort hun religie niet bij Nederland. Nawijn kan in alle rust ‘de islam’ bekritiseren, maar islamitisch onderwijs valt simpelweg onder de vrijheid van onderwijs. Hij wil moslims dus een recht ontnemen dat alle burgers hebben simpelweg omdat hij iets tegen ‘de islam’ heeft. Dat gaat wel degelijk verder dan kritiek.

Ten tweede, als we kijken naar de rapporten van de islamofobie meldpunten in Europa, dan zien we dat het bij anti-moslim racisme ook gaat om uiterlijk en huidskleur. Voor de objecten van racialisering en de slachtoffers van geweld gaat het dus wel degelijk om verschillende elementen en de opeenstapeling daarvan. Opnieuw geldt hier dat racialisering dus niet alleen betrekking heeft op slechts één idee over de Ander, maar dat verschillende ideeën bij elkaar komen.

Lijnen van racialisering

Interessant is dat uit de reacties diverse manieren te halen zijn waarop moslims geracialiseerd worden. Ik noem de belangrijkste:

theologische racialisering

Deze termen [zoals dhimmi en shirk] en hun zonder uitzondering negatieve lading zijn veel meer dan slechts woorden uit een grijs verleden, zij spelen elke dag een rol in dogma en praktijk. De reeks koranverzen en ahadith (aan Mohammed toegedichte spreuken en handelingen) die oproepen de ongelovigen te bekeren, bestrijden of zelfs te verdelgen is schier eindeloos. Dat veel gelovigen zich zelfs in de 21e eeuw aan deze geboden houden, weet eenieder die wel eens een krant openslaat of naar een nieuwssite surft. Van het relatief onschuldige uitdelen van 15.000 korans op Bevrijdingsdag in Nederland, via de vervolging (en massamoord) op secularisten in Zuid-Azië, naar de genocide op ongelovigen in de Islamitische Staat: de minderwaardige status binnen de islam van de on- (of onvoldoende) gelovige is een feit dat zelfs door Martijn de Koning niet valt te ontkennen.

Dit is een fragment van Schuts reactie op mijn stuk die, net als Tervoort, stelt dat mijn redenering ertoe leidt dat de islam racistisch is (zie de weerlegging daarvan in deel 1). Volgens Schut is er een direct verband tussen genocide en het uitdelen van de Koran enerzijds en de termen uit de Koran die een negatieve betekenis geven aan ‘ongelovigen’ anderzijds. Het handelen van de moslim (nou ja velen) wordt bepaald door de doctrines en zo kun je misstanden onder moslims (of wat je vindt dat misstanden zijn) aan elkaar koppelen door je eigen interpretatie van de religieuze doctrines ook al worden die op zeer verschillende wijze door moslims geïnterpreteerd en al dan niet gepraktiseerd of ten dele genegeerd. Op zich laat de brede range aan fenomenen (van het uitdelen van de Koran tot genocide) al zien dat dit heel weinig zegt, maar dat doet aan deze theologische racialisering weinig af. Het is een type racialisering dat we ook terugvinden bij Ayaan Hirsi Ali, Wilders en zijn PVV, maar bijvoorbeeld niet of nauwelijks bij Fortuyn.

Etnische racialisering

In zijn reactie stelde Jan Jaap de Ruiter het volgende:

Zo er zijn moslimstemmen vanuit het PvdA- en VVD-establishment die wel degelijk tot de ‘Nederlandse waardengemeenschap’ behoren zoals die van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb of die van VVD-Kamerlid Azmani. En wat te denken van de Turks-Nederlandse columniste Ebru Omar die om haar vermeende beledigende tweets jegens Erdogan in haar tweede vaderland Turkije vastzit?

Daar is hij flink op aangevallen, in het bijzonder dat hij Ebru Umar moslimstem zou noemen. Op zijn facebookpagina stelt hij daarover het volgende:

Er is nogal wat discussie op Twitter over de moslimstemmen die ik opvoer, met name die van VVD-Kamerlid Azmani en columniste Ebru Umar. Kern van de kritiek is dat ik ze onder ‘moslimstemmen’ schaar terwijl ze dat naar eigen zeggen helemaal niet -meer- zouden zijn. Ik heb dat gedaan omdat beiden oorspronkelijk een moslimachtergrond hebben en ze het racialiseringsperspectief volgend daarom niet tot de waardengemeenschap zouden horen. Of toch wel? Volgens mij horen ze wel degelijk tot de waardengemeenschap. Wat ik hier wil aankaarten is de vraag wie of wat moslims eigenlijk zijn. Wat is de definitie? Dat vind ik een van de zwakke punten van de racialiseringanalyse van Martijn de Koning. Ik verzet me dus op alle punten tegen het hokjesdenken dat voortvloeit uit de racialiseringstheorie.

Ten eerste geldt hier dat het racialiseringsperspectief juist aanknopingspunten biedt om te bekritiseren dat mensen buitengesloten worden: het zijn politici als Buma en Nawijn die mensen opsluiten in hun label. Los daarvan zien we hier dat afkomst gaat gelden als criterium om iemand te benoemen als moslimstem. Het is niet per se racialiserend, maar het kan wel onderdeel daarvan zijn. Moslims worden hier niet zozeer bedoeld als religieuze groep, maar als etnische groep zeker gezien het intro waarin De Ruiter zegt: “Moslims zijn mondiger dan ooit en even divers als wij.” Die “wij” zijn dan immers niet de christenen of joden, maar de Nederlanders. Deze etnische racialisering kan ook op een andere manier wanneer we kijken naar de racistische uitspraken van PvdA voorman Spekman zoals ik uitleg in het interview op Nieuwwij:

‘De Marokkanen die niet willen deugen moet je vernederen, voor de ogen van hun eigen mensen.’ Dat is een uitspraak die racistisch is en racialiserend ten opzichte van Marokkaanse Nederlanders. Immers het gaat hier om het neerzetten van een groep Nederlanders als apart van anderen, die zo hun eigen cultuur hebben en die je dienovereenkomstig moet behandelen. Tegelijkertijd zijn die Marokkaanse Nederlanders vaak ook de steen des aanstoots in het hele debat over islam en moslims. Dus hoewel dit geen anti-moslim racisme is, kan het wel bijdragen aan de racialisering van moslims.”

In de praktijk van racialisering en islamofobie in beleid, debat en in de motieven van gewelddadige aanvallen zien we dat ideeën over religie en afkomst voortdurend door elkaar heen lopen.

Kritiek & cultuurleer

In plaats van een rassenleer die de diversiteit van mensen reduceert tot homogene rassen, reduceren we die diversiteit tegenwoordig via een cultuurleer (meer daarover in het essay). Hier komen meestal diverse aspecten die hier genoemd zijn bij elkaar onder de noemer cultuur en deze vorm van racialisering gaat meestal gepaard met etnische racialisering. Een voorbeeld daarvan is de volgende ingezonden brief

Op de een of andere manier is het vanzelfsprekend dat als mensen in verschillende landen in de wereld iets doen, dat zou moeten leiden tot een debat hier over de islam. Het is iets dat zelden gebeurt over ‘Het westen’, maar we kunnen specifieke gebeurtenissen en handelingen volledig los maken van hun sociale, politieke en economische context wanneer het over islam gaat (waarschijnlijk speelt de theologische racialisering hier een rol). Het is een mechanisme dat ook terugkomt wanneer we moslims vragen afstand te nemen van terreuraanslagen elders. Zijlstra, Fortuyn, Buma en Nawijn gaan nog een stap verder: op basis van dit mechanisme sluiten zij moslims uit van het ideaal van de eigen gemeenschap. In bovenstaande reactie zien we eveneens hoe een doembeeld van de praktijken van moslims tegenover een ideaalbeeld van de eigen samenleving wordt gezet. Het is een ideaalbeeld. Immers, hoe politieke steun aan een illegale oorlog met talloze doden in Irak door de VS zich verhoudt tot tolerantie is niet geheel duidelijk (om maar wat te noemen). Dat wil inderdaad niet zeggen dat het ook bedoeld is om moslims uit te sluiten, maar indirect dragen deze uitingen daar wel aan bij. Het maakt moslims hier verantwoordelijk voor iets waar ze part noch deel aan hebben en schrijft ook nog voor dat ze zich moeten verantwoorden. Daar zitten alle elementen van racialisering wel in.

We zien dat ook terug in het artikel van Van het Reve afgaande op bovenstaand fragment. Volgens Van het Reve is een pleidooi voor het ontzeggen van de vrijheid van onderwijs aan moslims niet meer dan kritiek op de islam. De term ‘kritiek’ dient hier om het vanzelfsprekend en natuurlijk te maken dat er toch echt iets is met islam en dus met moslims. Het klinkt natuurlijk alleszins redelijk de term kritiek, maar werkt hier verhullend en als codewoord om moslims rechten te ontzeggen op basis van wat buitenstaanders vinden hun van de islam in al haar abstractie. Zo wordt het idee dat moslims een probleem zijn vanwege hun religie vanzelfsprekend gemaakt en beschouwen we die problematische islam als een bijna natuurlijk kenmerk van moslims als groep. Sterker nog, in tegenstelling tot wat Van het Reve echt racisme vindt, “zul je op religiekritiek toch echt inhoudelijk moeten reageren”. In dit geval zijn het dus niet politici als Nawijn die verantwoording moeten afleggen over discriminerende pleidooien, maar ligt de bal bij de moslims. Het zijn dus moslims die verantwoordelijk zijn voor racistische praktijken jegens hen, want het is vanzelfsprekend dat er iets is met islam. Daarmee is de cirkel van racialisering zo goed als rond.

De term racisme

Vrijwel alle critici richten zich tegen de term racisme omdat men racisme ziet als iets slechts en irrationeels. Dat kunnen we beschouwen als een anti-racistisch statement. Het is iets dat we voortdurend zien in debatten over racisme en dat serieus genomen moet worden, maar toch een paar kanttekeningen erbij als afsluiting.

In de populaire discussies over racisme wordt racisme vaak gereduceerd tot biologische ideeën over ‘ras’ zoals ik gisteren al stelde. Ten eerste laat de geschiedenis van racisme juist een mengeling zien van ideeën over biologische, religieuze, culturele en gender-ideeën wanneer het gaat om het vasttellen van wie er wel of niet bij hoort. Ten tweede worden in deze discussies vaak de Tweede Wereldoorlog en soms de KKK genomen als ijkpunten van racisme. Dat is begrijpelijk, maar ook onterecht aangezien dit specifieke vormen van racisme zijn die in de context van specifieke tijden en plaatsen bezien moeten worden. Racisme verandert per plaats en tijd en per groep die het object is van racisme.

Van het Reve’s punt dat echt racisme irrationeel zou zijn en islamofobie niet, deel ik niet. Voor racisten is hun racisme volstrekt logisch en rationeel en door de tijd heen zijn er ook allerlei wetenschappelijke rationaliseringen voor verzonnen die weliswaar later zijn weerlegd. Wat Van het Reve doet met zijn punt dat kritiek moet kunnen, is eigenlijk een uitstekend voorbeeld van het rationaliseren van islamofobe handelingen omdat hij het discriminerende effect van bijvoorbeeld het pleidooi van Nawijn volledig achterwege laat.

Een ander punt van kritiek is dat in de correctie op deze populaire definities van racisme allerlei zaken op één hoop worden gegooid (iets wat Van het Reve stelt). Dat is ook zo en dat maakt het begrip racialisering en racisme lastig als analytisch begrip (maar zie mijn commentaar van gisteren daarover), maar het is ook een typische opmerking van mensen die geen ervaring hebben met racisme. Kijken we naar hoe mensen die object zijn van racisme en racialisering dat ervaren en analyseren, dan zien we dat het voor hen wel degelijk van belang is dat het gaat om een voortdurende opeenstapeling van verschillende vormen van racisme en racialisering: in het dagelijks leven, in beleid, in debat, op basis van toegeschreven culturele, religieuze en biologische kenmerken. Het is niet het één of het ander dat van invloed is op hun leven, maar de combinatie, de opeenstapeling en de herhaling ervan op verschillende momenten en plaatsen.

Om enigszins te begrijpen wat er aan de hand is, kun je niet alleen het (witte) buitenstaanders perspectief erkennen, maar zul je ook de stemmen van degenen die het object van racisme en racialisering zijn serieus moeten nemen. Het gaat in de discussie of het wel of niet racisme is en wel of niet islamofobie, namelijk ook om de definitiemacht. Daarbij is het, bijvoorbeeld, simpelweg onjuist om te stellen dat degenen die zich geen moslim meer noemen, zoals Van het Reve stelt zich ook niet meer aangesproken hoeven te voelen. Zoals ik in mijn essay laat zien wordt zelfs degene die zich expliciet geen moslim meer noemt, nog steeds aangesproken door anderen in het dagelijks leven op islam en de daden van moslims.

Het reduceren van racisme tot iets van WOII of de KKK is daarmee niet alleen historisch incorrect en een reductie van eeuwen geschiedenis, maar maakt ons, in de woorden van Ann Stoler, ook woordenloos om de constructie van groepen mensen als onacceptabele en inferieure Ander te begrijpen en woordenloos om de reacties van degenen die het object ervan zijn te begrijpen. Mijn essay over Fortuyn, mijn artikel in De Volkskrant, het interview bij Nieuwwij zijn de eerste stappen voor mij om dit beter te kunnen te analyseren in mijn onderzoek.

 

Martijn de Koning is antropoloog. Dit artikel verscheen eerder in twee delen op Closer, het weblog van Martijn de Koning. In overleg met de auteur is het stuk ook op Republiek Allochtonië geplaatst. Meer van Martijn de Koning op Republiek Allochtonië hier.

Martijn de Koning schreef over de racialisering van moslims:


Naar aanleiding van de kritiek schreef hij dit stuk dat eerder verscheen op zijn blog

Links naar de commentaren natuurlijk:


Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.

Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!



Meer over islamofobie, martijn de koning, moslimhaat, racialisering.

Delen:

Reageer




Reacties


Fons Tel - 31/05/2016 10:29

Om de historisch zwaar beladen term van racisme te vermijden, is het misschien beter te spreken van 'alterisme': het denken in het vijandbeeld van de vreemde ander. Iedere vorm van vijanddenken kan hier onder begrepen worden.

Rudi Dierick - 24/05/2016 12:03

Welk een gezever. Links enr echts zijn er nog wel wat extremisten die graag veralgemenen. Maar dta is oude koek. het debat gaat nu al iets langer dan vandaag over welke groepen onder de moslims een gevaar betekenen, en hoe we dat gevaar kunnen intome,.

Wordt wakker, we zitten al ind e 21ste eeuw!

David - 17/05/2016 03:44

Eigenlijk zie je dat die hele discussie op sociale dilatantie is gebaseerd. Best mooi hoe dat werkt.