"Minister Koolmees zet democratische rechtsorde onder druk"

In opinie door Tom Zwart  op 15-02-2019 | 16:56

In zijn strijd tegen 'problematisch gedrag' en 'ongewenste buitenlandse financiering' van maatschappelijke en religieuze organisaties zet minister Koolmees de democratische rechtsorde onder druk in plaats van deze te beschermen. Dat schrijft Tom Zwart, hoogleraar crosscultureel recht aan de Universiteit Utrecht.

Afgelopen maandag stuurde minister Koolmees een brief aan de Tweede Kamer, waarin hij een aanpak presenteert van 'problematisch gedrag' en 'ongewenste buitenlandse financiering' van maatschappelijke en religieuze organisaties. Bijzonder is dat uit de brief blijkt dat het uitsluitend gaat om moskeeën en islamitische organisaties, maar dat zegt de minister nergens met zoveel woorden. 

Het format van dit document is ook eigenaardig. In de eigenlijke brief worden enkele stevige conclusies getrokken en forse maatregelen aangekondigd. Maar aan de brief is een bijdrage gehecht waarin die conclusies sterk worden genuanceerd en serieuze twijfel wordt geuit over de toelaatbaarheid en haalbaarheid van de aangekondigde maatregelen. Er lijkt sprake van een clash tussen de politieke ambities van de minister - de brief - en serieuze bedenkingen van de ambtenaren - de bijlage. Kennelijk zijn de minister en de ambtenaren er niet in geslaagd om elkaar te overtuigen en is voor deze constructie gekozen. Dat is zorgelijk, want de ambtelijke bedenkingen snijden zeer zeker hout. 

'Problematisch' gedrag

In zijn brief kondigt de minster een aantal maatregelen aan ter bescherming van de democratische rechtsorde en de waarden die daaraan ten grondslag liggen. Zo bindt hij de strijd aan met 'problematisch' oftewel antidemocratisch, anti-integratief en onverdraagzaam gedrag. Het gaat dan om gedrag dat weliswaar niet strafbaar, maar wel ongewenst is. De ambtenaren vinden het begrip 'problematisch gedrag' echter onvoldoende duidelijk en daarom ongeschikt om als basis te dienen voor vrijheidsbeperkende wetgeving. 

Naast dit terechte ambtelijke bezwaar is er nog een tweede bedenking. In ons bestel zijn er namelijk twee soorten gedragingen niet toegestaan, te weten strafbare gedragingen en feitelijke werkzaamheden van rechtspersonen die in strijd zijn met de openbare orde. De minster voegt hier nu een derde categorie van ongewenste gedragingen aan toe. Daarmee introduceert hij een nieuw grondwettelijk model, de zogenaamde 'strijdbare democratie', dat van burgers verlangt dat zij de democratie in woord en daad actief beschermen. Wie die plicht verzaakt kan zijn baan verliezen en politieke partijen kunnen verboden worden. Daarmee wordt afscheid genomen van ons huidige tolerante democratie model, waarin tegendraadse opvattingen welkom zijn, zelfs als zij het belang van democratie en integratie in twijfel trekken. Als er al goede gronden zouden zijn om zo'n nieuw model in te voeren zou dat niet terloops in een brief moeten gebeuren, maar door middel van herziening van de Grondwet.  

Salafisme

In de brief wordt gemeld dat er een Taskforce in het leven geroepen is die bezig is om maatregelen te ontwikkelen die 'problematisch gedrag' kunnen aanpakken. Omdat de salafistische beweging door de minister als een bron van 'problematisch gedrag' wordt beschouwd zal de Taskforce zich in eerste instantie op deze gemeenschap richten. Het label 'salafisme' wordt door de overheid gebruikt als een verzamelbegrip voor diverse stromingen die dicht willen blijven bij de wijze waarop de Profeet en de eerst generaties moslims invulling gaven aan de islam. Het past niet in onze democratische rechtsorde om deze zeer diverse religieuze richtingen op één hoop te gooien en als problematisch af te serveren. Niet voor niets verbiedt het Wetboek van Strafrecht immers het aanzetten tot discriminatie van personen wegens hun godsdienst. Als personen - 'salafisten' en anderen - strafbare feiten begaan kunnen ze daarop via onze strafrechtspleging worden aangesproken. Maken ze zich daaraan niet schuldig, dan treft hen geen blaam. Bovendien gaat de minister ten onrechte voorbij aan het feit dat het vaak juist deze groepen zijn die een constructieve relatie nastreven tussen hun geloof en de Nederlandse samenleving. 

Financiering uit onvrije landen

Volgens de minister kan problematisch gedrag van organisaties worden veroorzaakt door financiering vanuit 'onvrije landen'. Daarom kondigt de minister een 'proeve van wetgeving' aan die zal worden gebruikt om dergelijke financiering in te perken. De ambtenaren geven echter te kennen dat het moeilijk zal zijn om een verband te leggen tussen het beweerdelijke 'problematisch gedrag' en de financiering. Bovendien zou de wet volgens hen wel eens in strijd kunnen zijn met de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. En zij vragen zich af of het wel mogelijk zal zijn om het begrip 'onvrije landen' objectief te definiëren. Die twijfels zijn volkomen terecht. Kennelijk overweegt de minister om bij de invulling van het begrip 'onvrije landen' aansluiting te zoeken bij de rankings die Amerikaanse NGO's als Freedom House hanteren. Het is opmerkelijk dat de minister in zijn pogingen om buitenlandse beïnvloeding tegen te gaan bereid lijkt om Nederlandse wetgeving afhankelijk te maken van de hitparade van ideologische organisaties in de VS.   

Democratische rechtsorde onder druk

Door middel van deze brief zet de minister de democratische rechtsorde onder druk in plaats van deze te beschermen. Deze schade had echter gemakkelijk voorkomen kunnen worden. In de eerste plaats is de door de minister gepresenteerde aanpak een oplossing op zoek naar een probleem. De minister is er tot nu toe namelijk niet in geslaagd om ook maar één voorbeeld te geven van 'ongewenste financiering', hoewel moslimorganisaties hem daarom al meermalen hebben gevraagd. Daarnaast bestaat er binnen de moslimgemeenschap maar weinig draagvlak voor buitenlandse financiering en juist erg veel steun voor het tegengaan van onrechtmatig gedrag. 

Kortom, de minister zou moslimorganisaties als bondgenoten kunnen hebben benaderd in plaats van hen met een repressieve aanpak af te schrikken. Tenslotte hebben moskeekoepels zelf een initiatief gepresenteerd om de competenties van moskeebestuurders - van wie er veel eerste generatie Nederlanders zijn - te vergroten zodat zij beter uit de voeten kunnen binnen de democratische rechtsorde. Als de minister dat initiatief zou steunen kunnen dit soort draconische maatregelen, die onze democratische rechtsorde eerder verzwakken dan versterken, achterwege blijven.

Zie ook:

Eenzijdig en voorspelbaar Kamerdebat financiering buitenlandse moskeeen

Waarom al die ophef over financieringslijsten uit de Golfstaten? deel I en deel 2

Zuilen in de Polder, over de institutionalisering van de islam in Nederland

Meer over 'buitenlandse financiering'

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email

 


Meer over buitenlandse financiering, financiering, moskeeën, wouter koolmees.

Delen:

Reageer