Huiswerk Van Es houdt deuren zelforganisaties op een kier

In opinie door Roemer van Oordt op 15-11-2012 | 13:53

Tekst: Roemer van Oordt

Bij Amsterdamse politici is weinig interesse in het (voort)bestaan van zelforganisaties. Die indruk ontstond in ieder geval gisterenavond bij een goed bezocht debat - dat geen debat werd - over de gevolgen van de voorgestelde wijzigingen in het subsidiebeleid van de afdeling Burgerschap en Diversiteit. Vanochtend besprak de raadscommissie met wethouder Van Es de conceptnotitie. Daar is flink wat kritiek op bij belanghebbende vrijwilligersorganisaties, waaronder zelforganisaties van migranten.

Gemeenteraadsleden van alle politieke partijen waren door de organisatoren uitgenodigd om vóór de bespreking in de commissie over de concepttekst te debatteren. Een mooi staaltje van politieke betrokkenheid van onderop zou je zeggen. Maar helaas, de politici zelf blonken uit door afwezigheid. Alleen Iman Akel van de PvdA verscheen in het gebouw van de Turkse Arbeidersvereniging (HTIB). 
 
Geen debat
Wat bedoeld was als een debatavond om zienswijzen en ideeën te wisselen en misschien zelfs wel tot alternatieven en oplossingen te komen, versmalde tot een spervuur aan (opvallend milde) kritiek en vragen richting één gemeenteraadslid, dat aan het begin van de avond al aangaf zichzelf niet helemaal thuis te voelen bij de ‘diversiteitscomponent van haar portefeuille’. Gelukkig waren ambtenaren van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO; verantwoordelijk voor de uitvoering van het subsidiebeleid) aanwezig om op technische en procedurele vragen antwoord te geven.

Aan mij was gevraagd het debat te leiden. Dat was geen makkie. Door het gebrek aan voldoende politieke gesprekpartners met - mag je aannemen - verschillende visies kon het natuurlijk nooit een echt debat worden. Daarom probeerde ik de inbreng uit de zaal na elk rondje samen te vatten, om de inhoud daarvan vervolgens voor te leggen aan de dappere Iman.

Essentie
Ondanks deze beperkingen kwam de essentie van de kritiek op en verbazing over de conceptnotitie helder boven tafel. Zo vroegen diverse sprekers zich af of de gemeenteraad wel op de hoogte is van de situatie zoals die nu is en van de dynamiek binnen de organisaties. Zij herkennen zich namelijk niet in het beeld dat de notitie in hun ogen schetst over door de eerste generatie gedomineerde clubs die niet openstaan voor vernieuwing in aanbod, bereik, methodiek, kader, visie, speerpunten en vormen van samenwerking. Meerdere organisaties gaven aan op hun eigen manier al jaren te werken als creatief en pragmatisch sociaal ondernemer, waarbij jongeren participeren, controversiële onderwerpen niet worden geschuwd en samenwerkingsverbanden steeds intensievere vormen krijgen.

Sociale infrastructuur

Verder werd gevraagd of de Amsterdamse politiek denkt dat processen van emancipatie en participatie van moeilijk bereikbare doelgroepen al voltooid zijn. En als dat niet zo is, hoe de gemeente daar vorm aan denkt te gaan geven zonder herkenbare, veilige en laagdrempelige plekken in de stad waar die Amsterdammers naar toe kunnen en mogen (meiden/vrouwen). Een schikbeeld werd geschetst van organisaties zonder continuïteit en zekerheid, opgeslokt door het aanvragen van projectsubsidies. Zelforganisaties kunnen hun activiteiten niet uitvoeren onder een brug of rennend door de stad met hun kantoortje in een plastic tas, was daarbij het argument. Bij een aantal organisaties klonk door dat zij het prima zouden vinden om met de wethouder te kijken naar mogelijkheden om gezamenlijk een pand te betrekken. Het Parool berichtte onlangs dat daar geen gebrek aan is.

Die zorgen over het wegvallen van de sociale infrastructuur door de aangekondigde beleidsverandering domineerden het gesprek. Zo sprak een deelnemer de verwachting uit dat juist in tijden van economische neergang, waarin vooral de ‘achterban’ van de zelforganisaties de harde klappen krijgt (denk bijvoorbeeld aan de explosieve stijging van de werkloosheid, zeker onder jongeren), deze infrastructuur steeds belangrijk zal blijken te zijn. Waarom kapotmaken wat er al is, als je het straks hard nodig hebt? Ook werd gewezen op de forse bezuinigingsoperaties in de stadsdelen, die het voortbestaan van zichtbare wijk- en buurtinitiatieven op z’n minst op de proef stellen en in de praktijk al hebben geleid tot het wegvallen van sociale vangnetten. Dat geeft veel extra druk op stadsbreed opererende organisaties, was de conclusie.
 
Zorgen
Zorgen waren er ook over het openstellen van de subsidieregeling voor professionele organisaties en natuurlijke personen. Veel van de zelforganisaties werken met vrijwilligers. Alle vormen van ondersteuning zijn inmiddels wegbezuinigd. Hoe voorkomt de gemeente bijvoorbeeld dat het beperkte budget dat beschikbaar is wordt opgegeten door fors gesubsidieerde instellingen op het gebied van onder meer zorg, welzijn, onderwijs en arbeid?

Aanvullend werd opgemerkt dat de gemeente moet oppassen om niet een heel bataljon aan ambtenaren kwijt te raken aan het beoordelen van honderden aanvragen van al die individuen en informele samenwerkingsverbanden. Weinig efficiënt, leek de aanwezigen. Toch is die projectmatige aanpak, met ruimte voor ongeorganiseerde personen of verbanden beleid in alle grote steden, wist DMO te melden. Of er gegevens zijn over de effectiviteit van deze aanpak in andere steden werd verder niet besproken.

Sommigen wezen op het gevaar dat door het instellen van (op zich logische) wegingscriteria bij het beoordelen van aanvragen de gemeente moet oppassen dat zij niet de vorm en inhoud van de agenda van de organisaties gaat bepalen. Aangegeven werd dat hun kracht nu juist ligt in het feit dat zij weten wat er bij de mensen leeft en dat - mede met faciltering door de overheid - vertalen in activiteiten en projecten. Daar zou de gemeente veel meer voordeel uit kunnen halen.
 
Commissievergadering

Iman Akel luisterde, noteerde en beloofde dat ze vooral het gebrek aan een analyse over de kracht en de dynamiek van wat er volgens de aanwezigen nu is, en over de effecten van het wegvallen van de sociale infrastructuur zeker zou meenemen. En die belofte hield ze. In de commissievergadering bracht ze met verve haar eigen zorgen over de mogelijke gevolgen op dat vlak naar voren en vertolkte daarmee tegelijkertijd een deel van de uitkomsten van het gesprek van gisterenavond bij HTIB.

Mede door interventies van GroenLinks raadslid Jan Hoek en Pam de Soete van D66 is door de wethouder een analyse toegezegd, die anders dan dit concept antwoord moet geven op een aantal concrete vragen: hoe functioneert het nu, wat zijn de effecten van de voorgestelde maatregelen op het voortbestaan van een infrastructuur die aantoonbaar meerwaarde heeft en hoe verhouden die zich op hun beurt tot de voordelen van de voorgestelde projectmatige aanpak.

Mustafa Ayranci (voorzitter van HTIB) gaf tijdens zijn korte inspraak voor dit agendapunt van de vergadering aan de sleutel van het pand aan de Weteringschans al bij Van Es te willen inleveren. Laten we in ieder geval afwachten wat de resultaten zijn van het huiswerk dat zij voor haar ambtenaren heeft meegekregen.

Roemer van Oordt is redacteur van Republiek Allochtonië

Zie ook: hier en hier

Meer over zelforganisaties van miganten: bijvoorbeeld hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook. Republiek Allochtonië (voorheen Allochtonenweblog) bestaat 7 jaar. Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door ons te steunen.

 <

<


Meer over burgerschap, diversiteit, iman akel, migranten, migrantenorganisaties, mustafa ayranci, roemer van oordt, van es, zelforganisaties.

Delen:

Reageer




Reacties


Brahim - 18/11/2012 13:47

Sorry hoor, ik geloof best dat deze organisaties n het verleden een functie hebben gehad, maar ik ken weinig mensen die deze organisaties nu nog serieus nemen. Wanneer je al 20 of 30 jaar dezelfde voorzitter/woordvoerder hebt, dan doet dat eerder aan Noord-Korea of aan BV's denken dan aan organisaties die openstaan voor vernieuwing, democratie en kansen voor jongeren. Iedereen weet bovendien dat deze clubs niet kunnen tippen aan het bereik van moskeeën - daar worden echt de moeilijk bereikbare doelgroepen bereikt - meestal zonder subsidie. Waarom zou mijn belastinggeld naar de dure ruimte van een club als de htib moeten gaan? Ik vind het prima wanneer clubs die voor de minima werken en geen rijke leden hebben kunnen beschikken over goedkope ruimtes, maar dat moet dan gelden voor alle vrijwilligersorganisaties, dus ook voor autochtone.