De structurele erfenis van Pim Fortuyn: het culturele debat

In opinie door Tom van der Meer op 14-05-2013 | 08:45

Tekst: Tom van der Meer

Aan de moord op Pim Fortuyn, gisteren 11 jaar geleden, is dit jaar publiek weinig aandacht besteed. Fortuyns blijvende stempel op het Nederlandse partijstelsel is vooral fundamenteel.

Geen verandering van kiezers
Het is een misverstand te denken dat Nederlandse kiezers door de opkomst van Fortuyn een ruk naar rechts hebben gemaakt. Van zo’n ideologische verschuiving van kiezers was geen sprake, niet op sociaaleconomische en niet op culturele onderwerpen. Veelzeggend is dat culturele onderwerpen als immigratie en integratie onder Nederlandse kiezers al sinds 1994 in de top 3 stonden van belangrijkste maatschappelijke problemen, ruim 8 jaar voor de Fortuynrevolte dus.  

Geen erfgenaam
De LPF brak in 2002 door met maar liefst 26 zetels. Heeft die doorbraak, ondanks het snelle verdwijnen van de LPF, geleid tot een erfgenaam die de stemmenpotentie bundelt? Niet echt. Op basis van het EenVandaag OpiniePanel lijken de kiezers van de LPF bij de verkiezingen van 2012 te zijn uitgewaaierd over meerdere partijen: PVV, VVD en – in mindere mate – SP. In alle partijen zijn de voormalige LPF-kiezers een minderheid.  

Verandering van de structuur van het partijstelsel
De blijvende verandering na de Fortuynrevolte is veel fundamenteler. Fortuyn heeft ideologisch succesvol ingebroken in de structuur van het Nederlandse partijstelsel. Tot 2002 vond partijcompetitie vooral plaats op twee conflictlijnen: sociaaleconomische en ethische thema’s. Sinds 2002 heeft de ethische conflictdimensie plaatsgemaakt voor een culturele. Die verandering zien we zowel in partijposities, als in deopvattingen en het stemgedrag van kiezers.  

Beheersen van conflicten
Hoe waarom leidde juist de LPF tot een omslag, en waarom juist in 2002? De opkomst van Fortuyn en de omwenteling van de structuur van het partijstelsel in 2002 vormen een illustratie van veel oudere politicologische theorieën hoe gevestigde partijen proberen te bepalen welke conflicten wel en (vooral) niet worden uitgevochten, zo beschreven Huib Pellikaan, Sarah de Lange en ikzelf in 2007.

De Amerikaan Elmer Schattschneider schetste al in 1960 dat de heersende partijen er om strategische redenen baat bij hebben om te bepalen op welke conflictdimensies zij strijden om de gunst van de kiezer. Gezamenlijk zullen zij dus alternatieve conflictdimensies proberen te integreren (zoals eerder gebeurde met o.a. milieu) of, als dat niet mogelijk is, te negeren. Ook de Ierse politicoloog Peter Mair, jarenlang hoogleraar in Leiden, benadrukte in 1997 dat de werkelijke partijcompetitie draait om een strijd tussen de gevestigde partijen die baat hebben bij de huidige conflictdimensies, en partijen die die  status quo willen doorbreken door een nieuwe dimensie te introduceren. Het succes van die strategie voor gevestigde partijen draait om een juiste balans tussen het accommoderen en negeren van nieuwe conflictdimensies.

In Nederland vond het debat over de multiculturele samenleving – vooral na het vertrek van Bolkestein in 1998 – nauwelijks nog plaats in de Tweede Kamer. De brede Paarse coalitie kende in het parlement weinig inhoudelijke oppositie, mede doordat het Paarse regeerakkoord op sociaaleconomische thema’s nauwelijks afweek van het CDA-programma. Verschillende Nederlandse politicologen schetsten in 2001 dat de combinatie van consensuspolitiek en brede coalities ruimte bood voor een meer populistische oppositie van buitenaf. [zie hier voor de argumentatie, bij gebrek aan online links naar de artikelen uit 2001]

Fortuyn slaagde erin om een politiek onzichtbare bevolkingsgroep, die sceptisch stond tegenover immigratie en multiculturalisme, te mobiliseren en een stem te geven. Hoe harder gevestigde partijen zich opstelden tegenover Fortuyn, hoe meer dat een bevestiging vormde dat een doorbraak op culturele issues zonder Fortuyn niet mogelijk zou zijn. Veel kiezers gaven hun stem op basis van een te lang genegeerd thema. Het is een omwenteling die vooralsnog is gebleven.  

Tom van der Meer is als politicoloog verbonden aan de UvA. Hij is één  van de vaste auteurs op het fraaie politicologische blog Stuk Rood Vlees waarop dit stuk eerder verscheen. In overleg met de auteur is het stuk ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook. Republiek Allochtonië (voorheen Allochtonenweblog) bestaat 7 jaar. Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door ons te steunen.

 

 

 


Meer over integratiedebat, lpf, populisme, stukroodvlees, tom van der meer.

Delen:

Reageer




Reacties


Abdel kaolo - 14/05/2013 20:16

Het is de stem die ervoor zorgt datnwe apart van elkaar leven. Allochtonen leven met elkaar en alle blanken leven met elkaar. Onze werelden ontmoeten elkaar niet meer. Seperatisme. Apartheid. In mijn omgeving groeien de jongeren op met een haat tegen alles dat nederlands is. Wij horen er niet bij. Ik moet leven met het feit dat 60 procent van de nederlanders mij liever ziet gaan dan blijven. Zelfs mijn moeder wordt uitgescholden en nageroepen dat ze moet oprotten naar marokko. Ik heb een zoontje van dertien weken. Ik ben blij... Voor jullie is het alleen maar weer een kutmarokkaan erbij en die zijn er al genoeg. Daar moet ik de hele dag mee leven. Bedankt meneer fortuijn. En nee, ik vind het niet goed dat hij is vermoord. En nee, ik ben geen radicaal. Ik ben een man met een baan en een gezin die gewoon zijn leven wil lijden. Ik ben niet crimineel, nooit geweest en iedereen in mijn familie niet.