De mislukking van het anti-multiculturalisme

In opinie door Martijn de Koning op 10-03-2011 | 07:43

Tekst: Martijn de Koning

Kunt u bepalen in welke tijdsperiode de volgende uitspraken thuishoren?

1. […] stelt dat het kabinet afscheid neemt van de gedachte dat Nederland een multiculturele samenleving is. De boodschap die zij heeft voor allochtonen en immigranten is: u moet integreren, u moet Nederlands leren, u moet weten en accepteren wat er in de Grondwet staat.
2. Volgens […] is de scheidslijn tussen autochtoon en allochtoon echter achterhaald. ,,Ben je Nederlander of niet, dat is de vraag. Als je niet-Nederlander bent, heb je een beperkter pakket aan rechten en plichten.” Volgens […] is de kunst ,,niet langer iedereen naar herkomst te etiketteren. Je moet je Nederlander voelen.”
3. De Nederlandse overheid kan en mag de [...] minderheid niet dwingen haar eigen identiteit op te geven. Daartegenover mag de Nederlandse overheid verlangen dat de leden van culturele minderheden de basiswaarden en -normen van de omringende samenleving zullen eerbiedigen (…).
4. “[…] het dichtbevolkte Nederland is geen immigratieland en behoort dat ook niet te worden. […] zeer langdurige of blijvende vestiging in Nederland moet afgeremd worden
5. “Het spreekt vanzelf dat ook mensen uit minderheidsgroepen de fundamentele waarden en normen van de Nederlandse rechtsorde zullen moeten eerbiedigen”

Multiculturalisme mislukt?

In navolging van Merkel en Cameron hebben nu ook Verhagen en Rutte gesteld dat de multiculturele samenleving mislukt is. Maar wat bedoelt men daar nu eigenlijk mee? In diverse nota’s van overheden, welzijnsorganisaties e.d. wordt melding gemaakt van de opvatting dat de Nederlandse geschiedenis zich kenmerkt door tolerantie en een soepele omgang met verschillen. Daarbij wordt dan geregeld verwezen naar de verzuiling. In dit verband is de term multiculturele samenleving van belang. Het denken over multiculturalisme wordt natuurlijk zeer sterk beïnvloed door denkbeelden die men heeft en idealen die men koestert inzake de inrichting en vormgeving van de samenleving. Afhankelijk hiervan spreekt men van het multiculturele ideaal, de multiculturele uitdaging (Akel), het multiculturele drama (Scheffer), of de multiculturele illusie (Schnabel). We behoeven in dit verband slechts te denken aan recente debatten in de media.

Het is hierbij overigens lang niet altijd duidelijk wat onder multiculturalisme te verstaan. Minimaal vinden we in de literatuur een drietal soorten definities terug, te weten

* de demografisch-descriptieve, waarin slechts wordt aangegeven dat er etnisch verschillende segmenten te onderscheiden zijn in de populatie van een samenleving of staat,
* de programmatisch-politieke die verwijst naar specifieke soorten programma en beleidsinitiatieven inzake etnische diversiteit en
* de ideologisch-normatieve, te omschrijven als een slogan en een model voor politieke actie, waarin beklemtoond wordt dat het erkennen van het bestaan van etnische diversiteit en het verzekeren van de rechten van individuen om hun cultuur te behouden hand in hand zouden moeten gaan met het genieten van volledige toegang tot, participatie aan en trouw blijven aan heersende constitutionele principes en gemeenschappelijke waarden

In de praktijk lopen deze vaak naadloos in elkaar over. In nota’s wordt vaak geconstateerd dat de Nederlandse samenleving een multiculturele samenleving is geworden, dat dat vraagt om een speciaal programma om deze etnische diversiteit te managen aangezien de multiculturele samenleving gemaakt moet worden en dat kan worden overgelaten aan de vrije krachten van de maatschappij omdat dan de zwakkere groepen het onderspit zullen delven. Daarbij wordt de multiculturele samenleving dus ook als ideaal gepresenteerd ervan uitgaande dat de multiculturele samenleving waardevol is omdat het de opties waaruit mensen kunnen kiezen om hun leven vorm te geven vergroot en zo hun vrijheid dus doet toenemen, dat het waardevol is omdat het de waarden van meerdere culturen samenbrengt en mensen zich door de confrontatie met andere culturen verrijkt worden en zichzelf beter begrijpen.

Multiculturalisme als utopie

Het ontkennen van Nederland als multiculturele samenleving in beschrijvende zin is niet wat er aan de hand is natuurlijk en er zijn ook geen pleidooien voor etnische zuiveringen. De kritiek van Cameron cs. gaat over multiculturalisme als beleidsproject en als waardevolle utopie. En dat kan in brede kring op instemming rekenen: zie bijvoorbeeld Amsterdampost.nl, Joop.nl, Artikel7 en DeJaap.nl. Multiculturalisme staat in die bijdragen voor softe aanpak van harde problemen, de deuren wagenwijd openzetten voor islamisering en collaboratie van links met (radicale) islam. Maar is dat wel de praktijk van multicultureel beleid? En hebben we eigenlijk wel zoiets?

De wijze waarop de migranten tegemoet worden getreden door de overheid kenmerkt zich door het bestrijden van de non-conformiteit van migranten. Die non-conformiteit kan worden uitgedrukt in termen van sociaal-economische achterstanden of sociaal-cultureel anderszijn. Lange tijd was achterstandsbeleid (gericht op sociale en economische achterstanden) prioriteit. Eigen identiteit en cultuur werden weliswaar als problematisch gezien maar niet volledig afgewezen; integratie met behoud van eigen identiteit was lange tijd het adagium. Maar ook niet veel meer dan dat, er was nauwelijks concreet nationaal beleid gericht op het behoud van eigen identiteit. Je zou de toenemende institutionalisering van islam in de jaren negentig als product van zo’n slogan kunnen zien, maar de vraag is of de groei van het aantal moskeeën en islamitische scholen in die tijd wel als multicultureel kan worden aangemerkt. Het gaat immers niet om groepsspecifieke arrangementen, maar op regelingen die al bestaan voor christenen en joden en vanaf de jaren ’80 ook gaan gelden voor hindoes en moslims; het principe van gelijkheid is daarbij leidend. Daarbij is het nooit een principe van welke regering dan ook geweest dat Nederland een immigratieland zou zijn en tevens is altijd benadrukt dat de Nederlandse (grond-)wet leidend en bepalend is. Er is dus geen sprake geweest van cultureel-relativisme. De uitspraken hierboven laten dat zien:

1. Uitspraak min. Verdonk in haar plannen gepresenteerd tijdens en na Prinsjesdag 2003
2. 2003, Dijkstal en Van Boxtel in de cie. Integratie
3. 1978, De problematiek, Minderhedenbeleid
4. Tweede Kamer, vergaderjaar 1973-1974, 10 504,Memorie van Antwoord op het Voorlopig Verslag op de Nota Buitenlandse Werknemers
5. Nota Minderhedenbeleid 1983

Vechten tegen windmolens

Die uitspraken en de tijdsperiodes waarin ze zijn gedaan laten ook zien dat met het taboedoorbrekende karakter van de uitspraken van Merkel, Cameron, Verhagen en Rutte nogal meevalt; de multiculturele samenleving is gewoon ritueel ten grave gedragen. Ritueel omdat het voor de zoveelste keer plaats vindt en weer eens in verkiezingstijd. Dat alleen al moet ons te denken geven; er is meer aan de hand dan het failliet verklaren van de multiculturele aanpak. Temeer ook omdat de bovenstaande uitspraken die ontleend zijn aan belangrijke politici en nota’s de integratie van minderheden altijd plaatsen binnen het kader van de Grondwet en de ‘Nederlandse’ normen en waarden. Er is geen sprake van groepsspecifieke rechten en regelingen; in ieder geval niet op nationaal niveau. Dat geldt voor Nederland en voor vrijwel alle andere Europese landen met uitzondering van die landen die al lange tijd nationale minderheden hebben, maar ook daar richt het verhaal zich natuurlijk niet tegen. Mensen als Rutte en Cameron zijn aan het vechten tegen windmolens. Maar dat doen ze niet voor niks natuurlijk.

Perverse culturalisering

Ook al was er in het verleden een principe van integratie met behoud van eigen identiteit, Nederland heeft dus eigenlijk nooit een multicultureel beleid heeft gehad. De zoveelste begrafenis van de multiculturele samenleving begint iets ritueels krijgen en is vergelijkbaar met de discussie over massa-immigratie; ook dat verschijnsel kent Nederland op dit moment niet maar we praten er wel over.

Nederlandse normen en waarden, de Nederlandse wet en omgangsvormen waren eigenlijk altijd het kader waarbinnen migranten moesten integreren. Er is in het beleid nooit sprake geweest van cultureel relativisme. De uitspraken van Cameron, Merkel, Rutte, Verhagen en anderen dat de multiculturele samenleving (in de zin van beleid en ideaal) mislukt is, is dan eigenlijk ook een ritueel vechten tegen windmolens temeer ook omdat het ontkennen dat Nederland een multiculturele samenleving in beschrijvende zin is, natuurlijk ook weinig zin heeft. Deze drie vormen van multiculturalisme (beschrijving, beleid en ideaal) vormen echter niet het hele verhaal. Er is nog een vierde geperverteerde vorm van multiculturalisme.

Problematiseren van eigen identiteit; cultuur en islam als probleem

In 1989 verandert de nadruk op sociaal-economische achterstanden en behoud van eigen identiteit wanneer het rapport Allochtonenbeleid verschijnt. In dit rapport wordt de eigen identiteit van allochtonen juist geproblematiseerd. In de jaren negentig zijn etniciteit en cultuurbeleving geen zaak van de overheid, maar private aangelegenheden. Zowel linkse als rechtse politieke partijen gaan daarin mee. Gaandeweg is er een verschuiving ontstaan waarin over een breed politiek spectrum vragen worden gesteld over de grenzen van culturele verscheidenheid en de voorwaarden van sociale cohesie en inburgering. Cultuur wordt in toenemende mate als probleem gezien en de nadruk komt steeds meer op culturele aanpassing en cultureel burgerschap te liggen. Dit is niet nieuw. Gedurende de afgelopen twee eeuwen hebben nieuw ontstane naties via nationalistische programma’s gepoogd hun totale grondgebied cultureel en taalkundig maar ook economisch, sociaal en juridisch te homogeniseren. Vrijwel overal was de inzet het bevorderen van processen van aanpassing aan de dominante meerderheidcultuur. De wenselijkheid van een stabiele harmonieuze nationale samenleving ligt hieraan ten grondslag. Vanaf Scheffer’s multiculturele drama, via 9/11, Fortuyn en de moord op Theo van Gogh, verschuift het accent steeds meer in één specifieke richting: de islam.

Cirkelredenering

Op deze manier vindt er een soort cirkelredenering plaats. We ervaren problemen met bepaalde migranten. Vervolgens vindt er een proces van culturalisering in beleid en debat plaats. Daarbij classificeren we migranten en hun nakomelingen op basis van cultuur (en niet op basis van sociaal-economische kenmerken) en dat doen we aan de hand van kenmerken die typisch zouden zijn (islam) voor hen en die vreemd zouden zijn aan een ideaalbeeld van de Nederlandse cultuur (met seculiere en seksuele vrijheden waarover consensus zou bestaan). Daarvoor gebruiken we labels die we deels zelf toewijzen (etnische minderheden, allochtonen, moslims). Vervolgens ‘ontdekken’ we doordat er daadwerkelijk problemen zijn dat die mensen echt anders zijn voor wat betreft cultuur en trekken we de conclusie dat de multiculturele samenleving is mislukt. Maar dat we ooit multicultureel beleid hebben gehad is dus hoogst twijfelachtig. Kijkend naar Canada zouden we wellicht zelfs kunnen zeggen: helaas.

Negotiated order

Maar ook weer niet onjuist. Sterker nog, het beleid is zo multicultureel als het maar zijn kan sinds enkele jaren, maar dan niet op de manier zoals eerder gesteld. Dat het samenleven van mensen met verschillende culturele achtergronden niet vanzelf gaat moge inmiddels duidelijk zijn. Dat het grote conflicten oplevert eveneens. Voor het perspectief op de multiculturele samenleving sluit ik aan bij de oratie van De Ruijter De multiculturele arena. Hij vat de samenleving op als een arena. Een arena verwijst daarbij naar de strijdende partijen, de ruimte waarbinnen de handeling plaatsvindt, de aard of structuur van de arena, de positie van spelers en toeschouwers, de rolverdelingen en de hulpbronnen, soorten kapitaal en vaardigheden. De uitkomst van de strijd is een ‘negotiated order’ die de machtsongelijkheid tussen de partijen weerspiegelt. De eigenschappen van deze orde, die niet vastligt maar veranderbaar is, wordt bepaald door de uitkomst van eerdere ontmoetingen, het specifieke veld waarin de strijd plaatsvindt (bijvoorbeeld onderwijs) en de algemene relevante context (zoals discussies over normen en waarden en integratie).

De huidige ‘negotiated order’ is een vrucht van de Nederlandse geschiedenis. Sinds enige jaren zijn er nieuwe spelers gekomen die deelnemen aan de strijd in deze arena: migranten. Migranten zijn binnen deze arena niet machteloos. Met een beroep op de eigen cultuur en identiteit, kunnen zij zich verweren tegen de druk tot conformiteit en zich een eigen plek verschaffen binnen de maatschappij. Dat hebben migranten en hun nakomelingen als moslims ook wel degelijk gedaan, maar dan op een manier die perfect past binnen de al bestaande Nederlandse arrangementen. De houding van de Nederlandse overheid kan vooral worden gezien als een wisselende mix van multiculturele retoriek die moet tonen dat men gevoelig is voor de relevantie van verschillen en (steeds vaker dus) voor het belang van gedeelde waarden, nationalisme en burgerschap; een mix met een zeer sterk cultuursausje. Zowel in de multiculturele modellen, als in de uitspraken over het failliet van de multiculturele samenleving als in de beleving van autochtonen en allochtonen worden de concepten cultuur en identiteit gereïficeerd en ge-essentialiseerd. Met reïficatie wordt bedoeld dat cultuur en identiteit gezien worden als ‘dingen’ die een eigen leven leiden. Essentialisme dat hier nauw mee samenhangt, leidt ertoe dat cultuur en identiteit gezien worden als iets wat met mensen vergroeid is, bijna als een biologische eigenschap.

In de arena staan diverse partijen tegen over elkaar die gezamenlijk moeten komen tot een ‘negotiated order’. In een onderhandelingssituatie is het van belang dat partijen en hun vertegenwoordigers onderhandelingsruimte hebben; ruimte dus om een eigen standpunt aan te passen om zo een compromis te sluiten zonder dat dat tot gezichtsverlies leidt van de vertegenwoordigers bij hun achterban. In de huidige ‘negotiated order’ van de arena ligt de nadruk op de eis tot integratie aan de kant van allochtonen. In het spreken over cultuur en religie (in het bijzonder islam) voert essentialisme de boventoon alsof Marokkanen en moslims gedetermineerd worden door hun cultuur of zoals De Ruijter deze opvatting kenschetst: “zij bezitten niet zozeer die cultuur; zij worden door die cultuur bezeten”. Het perverse zit ‘m hierin dat die definitie van cultuur van bovenaf wordt opgelegd en negatief van aard is; het is een lijst van problematische gedragingen en opvattingen die wordt bestempeld als cultuur van de Ander.

Mislukking

Wanneer politici echter op een dergelijke manier een complexe realiteit reduceren tot een simpele diagnose, is dat niet zonder risico. Het schept immers een eigen realiteit. Aanpassing of, in termen van het arenamodel, het opgeven van het eigen standpunt is dan nog de enige ‘oplossing’ in de ogen van de dominante meerderheid. Het is precies die negatieve bejegening door de dominante meerderheid die zo kenmerkend is in de huidige discussie over het failliet van het multiculturalisme. Deze negatieve bejegening richt zich vooral op Marokkaanse jongeren en moslims. Het gevaar zou kunnen bestaan dat deze, elkaar overlappende, groepen kenmerken krijgen van ‘onvrijwillige’ minderheden aangezien deze druk tot aanpassing ervaren kan worden als een aantasting van de eigen waardigheid. De gevoelens bij allochtonen van discriminatie en racisme door de autochtone meerderheid, het wantrouwen van ouders ten opzichte van scholen zoals dat in Gouda of in Amsterdam of het Utrechtse Zuilen te zien is, zijn daar signalen van. In die zin is het overlast gevend gedrag van Marokkaans-Nederlandse jongeren ook te zien als een vorm van protest en een expressie van de afkeer die men heeft van een omgeving die zij als vijandig ervaren. Het behoeft geen betoog dat dergelijke verschijnselen op hun beurt weer kunnen leiden tot een versterking van het gevoel van onbehagen bij sommige autochtonen over de multiculturele samenleving en politici voor de zoveelste keer kunnen verleiden tot de slogan dat de multiculturele samenleving is mislukt.

En in reactie op die mislukking komen we met allerlei maatregelen die specifiek gericht zijn op allochtonen en/of moslims en focussen we in de debatten voortdurend alleen op cultuur en religie. We willen een etnische registratie van criminele allochtonen, in het regeerakkoord wordt gepleit voor afschaffing van positieve discriminatie en in plaats daarvan slechts iemands kwaliteiten in ogenschouw nemen tenzij de vrouw een burqa draagt. Er is speciale wetgeving dat huwelijken van migranten aan banden legt. Er is een anti-radicaliseringsbeleid dat zich in de praktijk en in het debat alleen richt op moslims. Zo kunnen we nog wel even doorgaan; het oude categorale doelgroepenbeleid dat zo verafschuwd werd (en dat eigenlijk alleen op lokaal niveau enige invulling kreeg) is nog steeds aanwezig. In de debatten is dit ook volop te zien en dat is geen wonder. Een essentialistische opvatting over cultuur kan politiek-strategisch worden en de zoveelste doorbraak van het taboe op de multiculturele samenleving lijkt daar inmiddels ook aardig op.

Pervers

In het proces van culturalisering worden deze mannen, vrouwen, jongeren, ouderen, arbeiders, ambtenaren, seculieren, vromen, berbers, Marokkanen, Turken, Somaliërs, migranten gereduceerd tot hun etnische groep of hun religieuze label. Dàt is pas een vorm van multiculturalisme en een behoorlijk perverse vorm omdat het mensen opsluit in en reduceert tot hun sociale categorie die we zelf verzonnen hebben en die we zelf een negatieve definitie hebben gegeven. Dit multiculturalisme dat we zowel bij linkse als rechtse partijen zien is ook om een nog andere reden pervers. Het dient nu niet om mensen (uiteindelijk) in te sluiten, maar om ze te dwingen zich koest te houden en te voldoen aan ‘Nederlandse’ opvattingen over wat goed leven en goed burgerschap is.

Maar goed, ook deze vorm van multiculturalisme is waarschijnlijk niet waar de politici op doelen wanneer zij het hebben over het falen van het multiculturalisme. Waar gaat het dan wel over?

Daarover volgende week meer.

Martijn de Koning is cultureel antropoloog. Bovenstaan artikel is eerder in twee delen op zijn weblog Closer verschenen, zie deel 1 hier en deel 2 hier. Met toestemming van Martijn is dit blog ook op Republiek Allochtonië verschenen. Eerdere blogs van Martijn op dit weblog vind je hier


Meer over martijn de koning, merkel, multiculturalisme, rutte, verhagen.

Delen:

Reageer