Bestraf seksuele intimidatie als zedendelict

In opinie door Ahmed Marcouch op 26-01-2016 | 11:37

Tekst: Ahmed Marcouch

Wie een vrouw in de nek hijgt, ''slet'' toesist of ''hoer'' naroept, steelt haar bewegingsvrijheid. Of vrouwen nu Vera of Fenna heten, volgens onderzoek voelt bijna de helft van de vrouwen in Nederland zich onveilig door de gebeurtenissen in Keulen tijdens nieuwjaarsnacht. Terecht. Eén op de zes vrouwen is eens aangerand en bijna 50 procent verbaal geïntimideerd. Hoogste tijd om achter en naast onze vrouwen te staan. Thuis en op school door als ouders en docenten de jongens beter op te voeden. Op straat en in de tram door als omstanders de mannen te corrigeren. En in het bestuur met wetgeving die onze moraal uitdraagt en vrouwen de basis biedt om aangifte te doen. Ik pleit voor de opname van verbale seksuele intimidatie in het Wetboek van Strafrecht. Het is een zedenmisdrijf, net als verkrachting en aanranding.

Dé vraag die ik krijg: kan 'Keulen' ook in Nederland? Van moeders, meisjes en vaders. Waar ik ook kom. Zoals vorige week week in Beverwijk op het Kennemerland College: ''De burgemeester van Amsterdam zegt van niet, wat denkt u?'' De burgemeester heeft gelijk. Want in Keulen gebeurden drie dingen: eerst werden de vrouwen aangerand, vervolgens was er de politie die niet reageerde en als derde zweeg ook de overheid. De meisjes werden driedubbel verraden. En dubbel misbruikt toen de radicalen de kans grepen om vluchtelingen en anderen met vreemde wortels als seksuele barbaren en masse weg te zetten. Aangifte doen zou je dan bijna laten schieten. Aangifte van verbale seksuele intimidatie is sowieso heel lastig bij onze politie. ''Zat hij aan je? Niet? Wij noteren: belediging.''

Brrrr, broek aan, ogen naar de grond

''Seksueel belaagd worden hoort erbij'', zeiden deze week de schoolklassen bij mijn gastlessen maatschappijleer. ''Het is toch ook wel een compliment'', opperde een jongen. De meisjes staarden hem aan. ''Je leert er mee omgaan'', zeiden zij berustend. Zo reageerden hulpverleners vroeger ook op jeugdcriminaliteit, als stadsdeelvoorzitter stuurde ik er heel wat naar huis die onze bewoners leerden omgaan met de daders, in plaats van die daders te helpen oppakken. In de klas in Beverwijk wilden de meisjes mij uiteindelijk wel vertellen wat ''er mee omgaan'' inhoudt: broek aan, ogen naar de grond, iPod in, geen bus of tram, op de fiets flink doortrappen en omrijden wegens groepen belagers op pleinen en straten. Het is belangrijk dat jullie dit Jan, Ahmed en Malek vertellen, bepleitte ik, ''want er zijn nieuwelingen die de regels niet zomaar snappen, net zoals toen je als brugpieper deze school binnenkwam; je bent welkom, maar als je de schoolregels overtreedt, wordt je geschorst''. ''Wij hebben een dubbele les nodig'', verzuchtte een leerling bij de schoolbel. Ik raad de klas aan de documentaire Femme de la Rue (2012) te zien, waarin Sophie Peeters met een verborgen camera door Brussel loopt. Toen ontstond ophef over hoe vrouwen belaagd worden, maar toch kwam mijn pleidooi om seksuele intimidatie te bestraffen als zedendelict vier jaar te vroeg.

Moeders, zonen opvoeden

Opvoeden werkt sterker dan straffen. Maar de moeders, vaders en andere opvoeders kunnen niet zonder support. Moslimgezinnen kunnen hun morele basis in de Koran vinden, zoals ook andere religieuzen hun bronnen hebben.

In islamitische kringen was het probleem van seksuele intimidatie al vroeg opgemerkt, met een bijzondere vers uit de Koran, dat begint met ''sla uw ogen neer''. Wat staat daar? Let wel, het is een gebod voor de man. Hij is het die zich als eerste moet gedragen; uitkleden met de ogen is een fout van de man. Pas in tweede instantie wordt de vrouw verzocht ''sla een sluier over uw boezem'', de gewone sluier die destijds bij de gangbare alledaagse kleding gedragen werd over het hoofd en langs het lichaam, met hier het verzoek die over het decolleté te draperen. Sindsdien begint de zedelijke correctie met de attitude van de man, niet met de kleding van de vrouw. Zo hoort dat bij alle gezinnen,

Typerend voor moslimgezinnen is echter wel mijn tweede opvoedingsvraag: hoe brengen moslimouders onze kinderen een moraal bij, zonder te polariseren, zonder andersdenkenden te criminaliseren als mensen zonder moraal? Opvoeden met een vijandbeeld van westerse vrouwen verlaagt de drempel naar vijandig gedrag, zoals ook vijandbeelden over homo's en joden drempels verlagen.

De derde vraag is hoe ouders de gelijkheid van mannen en vrouwen thuis voorleven aan hun kinderen. Helaas zitten de blijf-van-mijn-lijf-huizen overvol met bedreigde Rosita's, Hasna's en Zeynep's. Desastreus, want wat kinderen thuis zien, doen zij vaak ook anderen aan. Voor de imams en andere morele leiders in onze moslimgemeenschappen valt nog een wereld te winnen.

Wet voor de werkvloer

Ook de burgemeesters, bestuurders en politici moeten door de moraal uit te dragen pal achter onze vrouwen en meisjes gaan staan. Met hulp van een wet. Als een wet niet goed genoeg is, moet je die verbeteren vertelde ik mijn klas. Dan gebeurt in de publieke ruimte wat ook op school en overal op de werkvloer gebeurt: melden, praten met vertrouwenspersonen, norm uitdragen en bewustwording. Volgens mij werkt dat prima. Dat moeten wij ook willen voor de vrouwen in de publieke ruimte.

Ahmed Marcouch is Tweede Kamerlid en woordvoerder Veiligheid & Politie en Integratiebeleid namens de PvdA. Dit stuk verscheen eerder in Zaman Vandaag en is in overleg met de auteur ook op Republiek Allochtonië geplaatst. Meer van of over Ahmed Marcouch op dit blog hier

foto: Anja Meulenbelt

Meer over seksueel geweld op dit blog hier

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 


Meer over ahmed marcouch, keulen, seksisme, seksueel geweld.

Delen:

Reageer




Reacties


Wim Heitinga - 27/01/2016 23:35

"Eén op de zes vrouwen is eens aangerand."

Volgens een onderzoek van de VN uit 2013 is dit in Egypte 99,3 procent en in veel andere moslimlanden is het niet veel beter, zie het citaat van Mona Eltahawy in het stuk van Hasna el Maroudi.

Het is precies dit extreme verschil tussen wat in moslimlanden gebeurt en wat er bij ons gebeurt dat compleet genegeerd wordt door Marcouch en vele anderen, ook op dit weblog, zoals Ineke van der Valk, Enis Odaci en Arnold Yasin Mol, Claire Schut en Amelie Mangelschots.

John Dubbelboer - 27/01/2016 08:30

Marcouch houdt een goede traditie in stand. Bij elk maatschappelijk probleem dat verbonden lijkt met Marokkanen is zijn eerste zorg om de aandacht wat af te leiden. De soera die zeer beknopt tegen mannen zegt hun ogen neer te slaan gaat daarna vol op het orgel over wat vrouwen allemaal moeten doen en nalaten. In het aardige boekje "Questioning the veil" wordt deze tekst onderzocht maar wie die exegese te vermoeiend vindt, heeft in ieder geval goed gezien dat de positie van vrouwen aanzienlijk meer woorden nodig heeft.
Het komt meestal ook goed uit om het te hebben over blanke bouwvakkers die nafluiten. Welnu,
straatintimidatie.nl plaatst dit fenomeen buiten de probleemstelling en bij de Rotterdamde poging iets in de APV op te nemen tegen straatintimidatie worden de mannen die in weer en wind nuttige dingen doen, buiten
schot gelaten. Wel gaat het daar om de agressieve manier waarop meisjes die tijdens de ramadan water drinken op een terrasje, worden terechtgewezen. En nu wordt ook de onderliggende noemer zichtbaar van dit probleem. Het gaat om het beheersen van de openbare ruimte. Dat is bij zowel het Christendom, Islam en Jodendom een typerend kenmerk.
Godsdienst zou nadrukkelijker dan thans moeten ophouden bij de voordeur. Dan lopen er op straat meisjes die alleen al op grond van die kwaliteit geen intimidatie mogen ondergaan. En dus niet dat we op grond van een hoofddoekje een onderscheiding gaan aanbrengen tussen de meisjes naar wie je sist en niet sist en tussen de meisjes die wel of niet water mogen drinken op straat.
En dan die simpele stap naar het strafrecht. Art. 246 Sr. is niet voor niets zorgvuldig geredigeerd. Nog maar eens over nadenken zou ik zeggen. Het probleem van sissende Marokkaanse jongens is niet het probleem van een falende wetgever.
O zeker die faalt maar dan om onze openbare ruimte neutraal te houden van dwingende godsdienst.

De Graeve Freddy - 26/01/2016 12:30

Ik ben het 100% eens met zijn zienswijze. Spijtig dat hij geen leidende functie heeft in het toch zo politiek correcte Europa. Het is natuurlijk moeilijk om de opvoeding van kinderen door de ouders bij te sturen, tenzij er enorme excessen zijn.
Als men op school ziet dat een kind de verkeerde kant opgaat, zou het wel een goede zaak zijn, moest er door de overheid (zelfs strafrechtelijk) kunnen optreden (en dus duidelijk niet door de school).
De correcte opvoeding van kinderen is essentieel om een vredige toekomst te kunnen creëren. Door verkeerde dingen te tonen in de opvoeding, zal de “multiculturele”samenleving keer op keer weer mislukken.
Uiteindelijk zal op termijn iedereen eronder lijden met alle gevolgen van dien. Eigenlijk straffen deze ouders hun eigen nakomelingen door niet te doen wat van hen verwacht wordt.