Artikel 1 moet op zoek naar nieuwe naam

In nieuws op 07-06-2017 | 17:33

Gisteren bepaalde de rechtbank Amsterdam in een kort geding dat de politieke beweging Artikel 1 van boegbeeld Sylvana Simons een andere naam moet gaan voeren. Het bestuur reageerde vandaag teleurgesteld en geprikkeld.

De zaak was aangespannen door het expertisecentrum voor discriminatie, Art. 1, dat de gelijkenis tussen de namen te groot vindt. De rechter stelde dat de namen inderdaad verwarring veroorzaken over de onafhankelijke positie van het expertisecentrum. Ook andere antidiscriminatievoorzieningen die Artikel 1 in hun naam hebben verwerkt gaven om die reden eerder aan de naamskeuze op z’n minst onhandig te vinden. Als de partij Artikel 1 van Sylvana Simons niet aan het vonnis voldoet, moet ze een dwangsom van duizend euro per dag betalen per dag, met een maximum van 20.000 euro.

Uitspraak rechtbank
Sylvana Simons deed na haar vertrek uit DENK in maart met Artikel 1 zonder zetelresultaat mee aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Bij haar partij heeft de aanpak van discriminatie net als bij het onder andere in de regio Rijnmond actieve en bekende kenniscentrum hoge prioriteit. Dit kenniscentrum eiste vorige maand in een kort geding dat de politieke partij zou stoppen met het gebruik van de naam Artikel 1, omdat volgens de het centrum de indruk kunnen ontstaan dat Art. 1 gelieerd is aan Artikel 1. Dit zou inet alleen kunnen leiden tot verwarring, maar ook afbreuk doen aan de reputatie van Art. 1 als onafhankelijk onderzoeksinstituut.

De uitspraak van de rechter betekent dat Simons onder een nieuwe partijnaam mee moet doen aan de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar.

De voorziengenrechter stelt dat de Stichting Expertisecentum Discriminatie (SED) - waar RAdar/Art.1. deel van uitmaakt - al sinds 2007 over een beeldmerk beschikt, met daarin de woorden Art.1 en Artikel 1. Bovendien had zij het recht om in december 2016 ook Artikel 1 als woordmerk te deponeren. Dat zij dit pas deed nadat de politieke partij bekend had gemaakt onder de naam Artikel 1 te willen deelnemen aan de Tweede Kamerverkiezingen, doet hier volgens de rechter niets aan af. SED maakte op dat moment namelijk al langer gebruik van de namen, en het depot was in de visie van de rechter alleen bedoeld om de al bestaande rechten van SED beter te beschermen.

De rechtbank zegt in haar vonnis te beseffen dat een naamswijziging voor Artikel 1 ingrijpende gevolgen heeft. Zo staat er bijvoorbeelld in het vonnis: "De partij zal worden geconfronteerd met hoge kosten en kan niet langer profiteren van de inmiddels opgebouwde landelijke bekendheid". Hoewel de rechtbank ook stelt dat Simons vermoedelijk niet bewust heeft willen meeliften op de bekendheid van Art. 1., weegt dit volgens de rechter niet op tegen het belang van het kenniscentrum.

Teleurstelling en onbegrip
Het partijbestuur gaf vandaag in een statement aan ‘vanzelfsprekend teleurgesteld’ te zijn. “Alle regels rond het kiezen en vastleggen zouden zijn gevolgd. Navraag bij zowel het merkenbureau, de Kamer van Koophandel als domeinregister en de Kiesraad leverden geen claims of bezwaren door anderen op'', liet het bestuur weten.

De reactie wordt hier en daar wat kattiger: “Het verbaast ons zeer dat een antidiscriminatiebureau dat, voor zover bij het grote publiek bekend, onder vele namen opereert waaronder Radar, niet te verwarren met het bekende televisie consumentenprogramma, pas daags na onze landelijke lancering onze naam heeft geclaimd en door de rechter nu in het gelijk wordt gesteld, als zou onze partij hen schade berokkenen.”

Het partijbestuur lijkt bewust voor de aanval te kiezen: “Het baart ons dus zorgen dat een door meerdere Europese landen gesubsidieerde organisatie om deze maatschappij-ontwrichtende zaken te bestrijden pas landelijke bekendheid genereert naar aanleiding van deze zaak maar tot op heden afwezig lijkt in het actuele en scherpe nationale racismedebat”.

Cyriel Triesscheijn, directeur van Radar/Art.1., heeft naar eigen zeggen Simons na de oprichting van de politieke beweging meermaals verzocht haar partijnaam te veranderen. Hij stapte uiteindelijk naar de rechter omdat zij daar niet op reageerde. Dat strookt niet met de versie van de partij van Simons, die in het statement van vandaag suggereerde dat er sprake was van een  'mondelinge overeenkomst waarbij beide partijen tot de overeenstemming kwamen dat wij onze naam zouden handhaven’.

Het bestuur van de partij beraad zich over verdere stappen. 


Bronnen:

NOS, AD, De Rechtspraak en statement van Artikel 1

Volg Republiek Allochtonië op
twitter of like ons op facebook.  

 


Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 


 


Meer over Artikel 1, Cyriel Triesscheijn, discriminatie, grondwet, naamsverandering, nieuws, partijbestuur, Radar/Art.1., rechtbank, Stichting Expertisecentrum, Sylvana Simons.

Delen:

Reageer