Gaat het goed met de integratie? De cijfers van het CBS

In feiten door Ewoud Butter op 23-11-2016 | 09:40

Maandag publiceerde het CBS het Jaarrapport Integratie 2016. Het rapport bevatte niet heel veel nieuws voor mensen die de eerdere rapporten ook lazen.

Toch zijn de actuele gegevens van het CBS en het SCP altijd een stuk feitelijker dan het gezwets van opiniemakers in praatprogramma's.

Beelden en vooroordelen

Eergisteren werd het Jaarrapport Integratie 2016 gepresenteerd. Het programma Goedemorgen Nederland van omroep Wakker Nederland (WNL) besteedde er 's ochtends al aandacht aan. En zoals meer omroepen dat tegenwoordig doen, vraagt WNL dan aan Bekende Nederlanders, 'opiniemakers' noemen ze dat bij WNL, hun mening te geven. Een gebrek aan deskundigheid lijkt daarbij geen enkel bezwaar. Gisteren waren Tanya Hoogwerf (Leefbaar Rotterdam) en Mark Teurlings (strafrechtadvocaat) de opiniemakers van dienst.
Deze laatste, Teurlings, weet ongetwijfeld veel van strafrecht, maar weinig van integratie. Zo verklaarde de beste man toen het gesprek over Turkse Nederlanders ging: “Het aandeel van dat soort mensen [Turkse Nederlanders] groeit, want ze maken 5-10 kinderen per gezin.”
Onzin van de bovenste plank. Het geboortecijfer van Turks (en Marokkaans) Nederlandse vrouwen is de afgelopen jaren enorm gedaald. In 2013 was het geboortecijfer van de tweede generatie Turkse en Marokkaanse meisjes (1,9 respectievelijk 1,2 per duizend) zelfs lager dan dat van autochtone meisjes (2,1 per duizend).
In de studio kreeg Mark Teurlings geen tegenspraak, op twitter wel. En op twitter was hij later in ieder geval zo sportief te erkennen dat hij ernaast zat.


Feiten: Jaarrapport integratie

 

Discussies over integratie gaan vaak over beelden en vooroordelen zoals door Mark Teurlings geïllustreerd en zelden over feiten. In het Jaarraport Integratie worden die feiten wel gepresenteerd.

Het rapport beschrijft "de mate waarin personen met een migratieachtergrond en personen met een Nederlandse achtergrond naar elkaar toegroeien". Het rapport besteedt aandacht aan thema’s zoals bevolking, onderwijs, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, inkomen, criminaliteit, gezondheid en maatschappelijke participatie. Het boek besteedt hierbij ook specifiek aandacht aan vluchtelingengroepen, werknemers in de 'flexibele schil', Polen in Nederland en de eindtoetsscores in het basisonderwijs.

De belangrijkste conclusies zijn voor mensen die eerdere versies van het jaarrapport lazen, of die geregeld Republiek Allochtonie bezoeken niet erg verrassend. Hieronder een selectie van enkele conclusies, die over het algemeen letterlijk uit het rapport zijn overgenomen:

Demografie

  • Van de personen met een niet-westerse achtergrond hebben de grootste groepen een Turkse (397 duizend) of Marokkaanse (386 duizend) achtergrond, gevolgd door groepen met een Surinaamse (349 duizend) of Antilliaanse (151 duizend) achtergrond.
  • Deze vier groepen groeiden de afgelopen jaren alleen nog door de geboorte van de tweede generatie. De eerste generatie neemt in de periode 2011– 2015 met gemiddeld bijna 2 duizend personen per jaar af. Onder personen met een Turkse en Surinaamse achtergrond is het vertrek uit Nederland daardoor groter dan de vestiging.
  • Toch neemt het migratiesaldo in Nederland het afgelopen decennium toe. Dit komt door een groei van arbeidsmigratie uit de nieuwe EU. Polen vormen de grootste groep arbeidsmigranten, maar na afschaffing van de verplichte tewerkstellingsvergunning zijn er ook meer Bulgaren en Roemenen naar Nederland gekomen.
  • De groep personen met een Irakese achtergrond bestaat op 1 januari 2016 uit 56 duizend personen en vormt daarmee de grootste van de vluchtelingengroepen in Nederland. Zij maken 0,3 procent van de bevolking uit. Daarnaast telde Nederland 44 duizend Afghanen en 44 duizend Syriërs op 1 januari 2016. Ook deze groepen maken elk 0,3 procent van de bevolking uit.
  • Personen met een migratieachtergrond wonen niet gelijkmatig over het land verdeeld. Niet-westerse personen wonen vooral in steden in het westen van Nederland. Personen met een achtergrond uit de nieuwe EU wonen daarentegen relatief vaak in gemeenten met een meer agricultureel karakter.

Onderwijs

  • Leerlingen met een niet-westerse achtergrond zitten voornamelijk op het vmbo, terwijl leerlingen met een Nederlandse achtergrond vaker naar havo/vwo gaan.
  • Het percentage niet- westerse leerlingen dat naar havo/vwo gaat, neemt wel toe, maar dit geldt ook voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond. Leerlingen met een Iraanse achtergrond gaan het vaakst naar havo/vwo, vaker dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.
  • Personen met een niet- westerse achtergrond zijn vaker voortijdig schoolverlater dan personen met een Nederlandse achtergrond. Het aandeel dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat, is echter wel lager dan tien jaar geleden. Met name meisjes met een Turkse en Marokkaanse achtergrond hebben nu vaker een startkwalificatie, maar ook jongens met een Surinaamse en Antilliaanse achtergrond hebben een inhaalslag gemaakt.

Werkgelegenheid/ werkloosheid

  • Door de economische crisis raakten de afgelopen jaren in alle bevolkingsgroepen werknemers hun baan kwijt. De arbeidsparticipatie van de vier grootste niet-westerse herkomstgroepen daalde echter sterker dan die van personen met een Nederlandse achtergrond.
  • Vrouwen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond zijn vaker werkzaam dan vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. Vrouwen met een Nederlandse achtergrond werken nog altijd het meest.
  • Personen met een niet-westerse achtergrond waren in 2015 bijna drie keer zo vaak werkloos als personen met een Nederlandse achtergrond en anderhalf keer zo vaak als personen met een achtergrond uit de nieuwe EU. De werkloosheid steeg het sterkst onder personen met een Surinaamse achtergrond.
  • Hoger opgeleiden met een niet-westerse achtergrond zijn minder dan half zo vaak werkloos als lager opgeleiden met een niet-westerse achtergrond. Toch zijn hoger opgeleiden met een niet-westerse achtergrond nog steeds twee tot drie keer vaker werkloos dan hoger opgeleiden met een Nederlandse achtergrond.
  • Van de 15- tot 25-jarigen met een niet-westerse achtergrond is 22 procent werkloos.Bij jongeren met een Nederlandse achtergrond is dit 9 procent.
  • Een derde van de werkenden met een niet-westerse achtergrond heeft een flexibel contract, tegenover een op de vijf werkenden met een Nederlandse achtergrond.

Criminaliteit

  • De afgelopen tien jaar is zowel bij personen van Nederlandse als van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond het aandeel verdachten met bijna de helft afgenomen. Dit geldt ook voor de vluchtelingengroepen. Onder personen met een achtergrond uit de nieuwe EU daalde het aandeel verdachten niet, maar was het percentage altijd al lager.
  • Personen met een Marokkaanse of Antilliaanse achtergrond zijn zes maal vaker verdacht van een misdrijf dan personen met een Nederlandse achtergrond.
  • Een op de tien jongvolwassenen met een Marokkaanse achtergrond is geregistreerd als verdachte. Niet-westerse jongeren van de tweede generatie worden even vaak verdacht als niet-westerse jongeren van de eerste generatie. 

Sociale en maatschappelijke participatie

  • Ongeveer een derde van de personen met een Nederlandse en westerse achtergrond heeft in een periode van vier weken minstens een keer informele hulp gegeven. Bij de personen met een niet-westerse achtergrond ligt dit aandeel iets lager, op 27 procent. Daarbij geldt echter wel dat de tweede generatie vaker informele hulp verleent dan de eerste generatie. Onder de westerse tweede generatie is het verschil met personen met een Nederlandse achtergrond het kleinst.
  • De tweede generatie doet eveneens meer vrijwilligerswerk dan de eerste generatie. Personen met een niet-westerse achtergrond doen minder vaak vrijwilligerswerk dan personen met een Nederlandse achtergrond. Ook deelname aan verenigingsleven is onder personen met een niet-westerse achtergrond lager dan onder personen met een Nederlandse achtergrond. Bij personen met een Turkse achtergrond ligt dit het laagst.

Tot slot

Het antwoord op de vraag in de titel van dit blog of het goed gaat met de integratie moet de lezer zelf formuleren. Je kunt om te beginnen, zoals de politieke beweging DENK doet, de vraag stellen of 'integratie' nog wel een geschikt begrip is. Kijk je naar de  participatie van verschillende bevolkingsgroepen, dan laat dat een divers beeld zien. In het algemeen kun je stellen dat het langzaam beter gaat, maar dat er tegelijkertijd sprake blijft van grote, soms zorgwekkende achterstanden. Het rapport besteedt helaas geen enkele aandacht aan verschillende vormen van discriminatie en uitsluiting die wel degelijk van invloed zijn op de participatie en integratie in de samenleving.

Er blijft, ook voor komende kabinetten, voldoende werk aan de winkel. 

Lees het gehele rapport, het is de moeite waard,  hier.

Meer onderzoek op Republiek Allochtonië hier, meer factsheets vindt u hier.


Ewoud Butter is onderzoeker en hoofdredacteur van Republiek Allochtonië. Meer van Ewoud op dit blog hier of op zijn website. Ewoud is ook te volgen op twitter: @ewoudbutter


Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 

 


Meer over cbs, ewoud butter, factcheck, factsheets, integratie, jaarrapport, onderzoek.

Delen:

Reageer




Reacties


Frank W. Kooistra - 24/11/2016 09:31

het koppelen van de al dan niet westerse achtergrond suggereert een relatie, terwijl de echte relatie de sociale achtergrond, de woon wijk en dies meer. Lijkt me belangrijk om eerst die relatie vast te stellen. Je zult dan zien dat er nog maar weinig verband is tussen eerste of twee allochtoon zijn en bijvoorbeeld criminale status. Blijkt dan dat autochtone en alochtonen gelijk optrekken