CIDI: antisemitisme neemt toe op internet en in politiek

In feiten door Ewoud Butter op 10-03-2018 | 20:35

Het aantal meldingen van antisemitisme bij het CIDI is in 2017 licht toegenomen. In 2017 ontving het CIDI 113 meldingen. Dat zijn er vier meer dan in 2016. Dat blijkt uit de Monitor antisemitische incidenten in Nederland 2017. In vergelijking met het begin van deze eeuw, toen het aantal meldingen enkele jaren ruim boven de 300 lag, is er de laatste jaren sprake van fors minder aantal meldingen. Volgens het CIDI is er sprake van een toename van antisemitisme op internet en politiek. Die bewering wordt niet onderbouwd.

Meldingen van antisemitisme

Het CIDI geeft in de Monitor antisemitische incidenten in Nederland 2017 het volgende overzicht van het aantal meldingen sinds 2010. 

(*) 2017 is het eerste jaar dat CIDI antisemitische uitlatingen op internet meeneemt in de monitor. De 236 meldingen van antisemitisme die binnen zijn gekomen bij internetmeldpunt MiND zijn niet meegenomen in dit overzicht. 

In historische context: neemt antisemitisme af?

Op grond van eerdere monitors van het CIDI maakte ik onderstaand overzicht. Hieruit blijkt dat het aantal meldingen de afgelopen jaren beduidend lager ligt dan in de jaren 2001- 2006. 

 

 

Toch kan de conclusie dat het antisemitisme in vergelijking met het begin van deze eeuw is afgenomen, niet op grond van deze cijfers getrokken worden. De cijfers van het CIDI vertellen namelijk niet het hele verhaal, maar vormen slechts een grove indicatie. De cijfers vertellen alleen hoe vaak er bij het CIDI melding is gedaan van antisemitisme. Niet meer en niet minder.

Dat geldt trouwens voor de cijfers van alle meldpunten van discriminatie en voor alle vormen van discriminatie. De cijfers worden beinvloed door de bekendheid bij slachtoffers van de mogelijkheden om melding te maken van discriminatie, door het vertrouwen dat mensen in de meldpunten, in dit geval het CIDI hebben, of meer in het algemeen door de aangifte- of meldingsbereidheid onder de slachtoffers van discriminatie. 

Deze aangifte- of meldingsbereidheid is al jaren erg laag voor alle vormen van discriminatie en wordt groter wanneer slachtoffers het idee hebben dat er door meldpunten en politie en justitie ook wat met hun melding wordt gedaan, maar kan ook groeien wanneer er door veel mensen in de directe omgeving melding wordt gedaan of wanneer er via (sociale) media wordt opgeroepen melding te doen. Ook een campagne om discriminatie te melden en bekendheid te geven aan anti-discriminatievoorzieningen kan leiden tot een (tijdelijke) stijging van de meldingen – wat niet hoeft te betekenen dat er ook sprake is van een werkelijke toename van discriminatie. 

In het geval van antisemitisme is bekend dat het aantal meldingen toeneemt wanneer het conflict tussen Israel en de Palestijnen oplaait. Zo neemt ook het aantal meldingen van moslimdiscriminatie direct toe na terroristische aanslagen door moslims en heeft de discussie over Zwarte Piet effect op het aantal meldingen van discriminatie van zwarte Nederlanders. 

Internet en politiek

In de aankondiging op de website stelt het CIDI in de openingszin dat er sprake is van een toename van het antisemitisme op internet en in de politiek. Deze bewering zou heel goed juist kunnen zijn, maar wordt niet onderbouwd en kan met de huidig beschikbare cijfers ook moelijk onderbouwd worden. 

Internet

Het CIDI registreerde eerder apart antisemitisme op twitter, stopte daar enige tijd mee, maar is over 2017 toch weer begonnen met het registreren van antisemitisme op internet. Het aantal meldingen over 2017 is relatief heel erg laag (24) - zeker in het besef dat het internet vergeven is van de antisemitische (en racistische, moslimhatende, homofobe) bagger. Op internet is sprake van een gigantische structurele onderrapportage.  

Vanaf het begin van deze eeuw publiceerde het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) jaarlijks over alle soorten discriminatie op het Internet. Wat betreft antisemitisme werkten het MDI en het CIDI hierbij nauw met elkaar samen. Het vorige kabinet stopte eind 2012 de subsidie aan het MDI en lanceerde het Meldpunt Internet Discriminatie (MiND) dat in 2013 van start ging (en niet in 2016 zoals het CIDI schrijft). Aan het nieuwe en wat passieve meldpunt werd amper bekendheid gegeven, zodat het aantal meldingen de eerste jaren bijzonder laag was.
Het CIDI koos er aanvankelijk voor met het MDI te blijven samenwerken, maar in 2016 stopte het MDI met registreren. Nu heeft het CIDI met MiND een globale werkverdeling afgesproken. Deze geschiedenis is terug te zien in onderstaand overzicht van meldingen over antisemitisme van de verschillende meldpunten. Ik heb de meldingen van de afzonderlijke meldpunten bij elkaar opgeteld, maar kom daarmee waarschijnlijk op een te hoog aantal meldingen, omdat de afzonderlijke meldpunten een onbekend aantal incidenten dubbel geregistreerd hebben. Ook verschilt de wijze van registratie. Zo verheldert het CIDI:

De methodologie van MiND verschilt van die van het CIDI. Zo registreerde MiND in 2017 61 meldingen over de “Jodenlijst” die op extreemrechtse websites werd gepubliceerd. CIDI beschouwt meerdere meldingen over dezelfde gebeurtenis als één incident en hanteert dus een andere telling dan MiND. 

 

De grote lijn is hier dat het totaal aantal meldingen van antisemitisme sinds het begin van deze eeuw is afgenomen. Ook hiervoor geldt dat een afname van het aantal meldingen nog niet hoeft te betekenen dat het antisemitisme ook is afgenomen, maar stellen, zoals het CIDI doet, dat het is toegenomen, valt met deze cijfers niet hard te maken. 

Aandeel
Vanaf het begin van de registratie van meldingen van discriminatie is het aandeel van antisemitisme in het totaal aantal meldingen relatief hoog, zeker wanneer je het vergelijkt met de relatief kleine aandeel van joden (0,3%) van de totale bevolking. Dat zakte de afgelopen twee jaar doordat het MDI er mee stopte, maar steeg weer in 2017 omdat het aandeel meldingen van antisemitisme bij MiND in dat jaar fors steeg.

 

Deze cijfers tonen een vergelijkbaar aandeel antisemitisme als de cijfers van het OM uit het ook door het CIDI geciteerde rapport Strafbare discriminatie in beeld.

  

Jodenlijst (en de lijst met volksvijanden)

Veel incidenten en uitingen worden in de monitor gedetailleerd beschreven. Toch een opmerking over de Jodenlijst die eerder in het citaat hierboven ook al genoemd werd. Deze lijst verscheen volgens het CIDI rapport op 29 april 2017 op de extreemrechtse website altrechts.com (webarchive). Dat is onjuist.  Deze lijst, net als de lijst op dezelfde site met niet-joodse (linkse) volksvijanden, stond al vele jaren online op frissekijk.info, de voorganger van altrechts.com en is trouwens nog steeds online te vinden (hier bijvoorbeeld in een encyclopedie) of hier waar ook nog de lijst met linkse volksvijanden staat. 
Van deze lijsten is al meerdere malen door diverse auteurs melding gemaakt, ook bij het CIDI. De lijsten kwamen in april 2017 opeens in het nieuws nadat ik er melding van maakte in dit artikel over altrechts

Politiek

Volgens het CIDI is er ook sprake van toenemend antisemitisme in de politiek. Die toename zou er best kunnen zijn, maar wordt niet onderbouwd, waarschijnlijk omdat het CIDI pas sinds 2017 antisemitische uitingen in het politieke domein apart registreert. Het ging volgens het CIDI in 2017 om 7 meldingen van uitspraken van politici en actieve aanhang van DENK, Artikel 1 (tegenwoordig Bij1), CDA, SP en de lokale Haagse Partij van de Eenheid. Over uitspraken van politici/aanhangers van deze partijen kreeg het CIDI meldingen binnen. 

Het CIDI citeert in dit verband directeur Hanna Luden op de website:

‘De grenzen van waar legitieme kritiek op Israel overgaat in antisemitisme worden opgezocht en steeds vaker overschreden’. Dieptepunt is een afbeelding op Facebook van de politieke partij DENK waarin de machtige Joodse lobby in het schaduwduister opereert; dit in verwijzing naar de beruchte antisemitische Protocollen van de Wijzen van Sion. Uitspraken over de ‘lange arm van Israël en de Joden’ en een WhatsAppgroep waar ‘Marokkaanse joden’ van de PvdA uitgemaakt zijn voor ‘verraders van onze gemeenschap’ zijn onaanvaardbaar, aldus Hanna Luden.

Werkdefinitie

Voor de grens tussen legitieme kritiek op Israel en antisemitisme maakt het CIDI gebruik van de werkdefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA). Hierover was eerder deze week ook discussie omdat BIJ1 juist vanwege deze definitie weigerde om het Joods Akkoord te tekenen. 

Het CIDI pleit terecht voor een heldere definitie van antisemitisme omdat het relevante actoren (politie, OM, onderwijs) helpt antisemitisme te herkennen en te bestrijden. Wat je verder ook van de invulling van de definitie of de rol van het CIDI vindt, dit argument snijdt hout en kan ook als inspiratiebron gelden voor organisaties die zich inzetten tegen andere vormen van discriminatie als de discriminatie van mensen op grond van kleur, geaardheid, gender of geloof.
Zo wordt de aanpak van de uitsluiting van moslims al jaren gefrustreerd door eindeloze semantische discussies over begrippen als islamofobie of moslimhaat. Een breed gedragen definitie van moslimhaat/islamofobie zou een eerste stap kunnen zijn.

Hierbij moet altijd wel de aantekening gemaakt worden dat geen enkele definitie, net als dat geldt voor de definitie over antisemitisme, uitsluitend zal blijken te zijn. Er zal altijd discussie blijven bestaan over de toelaatbaarheid van uitspraken waarbij bijvoorbeeld de boodschapper, de context, intentie, het publiek en last but not least de vrijheid van meningsuiting belangrijke factoren zijn. 

Lees de hele monitor hier (pdf)

Waardeert u ons werk? U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

 

 


Meer over antisemitisme, cidi.

Delen:

Reageer