Strijd tegen radicalisering terecht onder vuur?

In achtergronden door Roemer van Oordt op 14-09-2017 | 18:38

Het rommelt de laatste tijd rondom het anti-radicaliseringsbeleid in Nederland. Vanmiddag vond er op verzoek van de Amsterdamse gemeenteraad een spoeddebat over plaats en volgens verschillende media zou uit een recente evaluatie van de Inspectie Veiligheid en Justitie blijken dat de helft van de gemeenten nauwelijks iets tegen radicalisering doet.

Dat zou dan vooral gelden voor kleine en - in mindere mate - middelgrote gemeenten met maximaal 100.000 inwoners. In de evaluatie concludeert de inspectie dat een aantal gemeenten dat weinig onderneemt op dit thema, als reden hiervoor aangeeft dat de problematiek niet speelt en zij ‘doorgaans pas bereid zijn te investeren in de aanpak, wanneer blijkt dat radicalisering aan de orde is’. De inspectie stelt daarbij openlijk de vraag ‘in hoeverre het mogelijk is na te gaan of radicalisering speelt, wanneer medewerkers hiertoe niet eerst opgeleid zijn’.

Beleid en activiteiten
De Inspectie VenJ heeft alle Nederlandse gemeenten door middel van een digitale vragenlijst onder meer gevraagd of zij beleid hebben en activiteiten ontwikkelen op het gebied van radicalisering. Ongeveer de helft van de gemeenten vulde de vragenlijst in. Alle grote gemeenten gaven aan beleid en daaruit voorvloeiende activiteiten te hebben en te ontwikkelen. Bij de kleine gemeenten gaat dat om 40% procent en bij middelgrote gemeenten ligt dat percentage op 70.

Kanttekeningen
In de media wordt op basis van die cijfers de conclusie getrokken dat de helft van de gemeenten nauwelijks iets aan radicalisering doet. Hier valt volgens mij - net als op de bevindingen van de inspectie zelf - wel het een en ander op af te dingen.

Allereerst; de inspectie evalueerde het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme, waarvan de aanpak van radicalisering, en zeker de preventie daarvan, slechts een bescheiden onderdeel uitmaakt. Van de in totaal 38 actiepunten hebben er nog geen tien betrekking op het tegengaan of voorkomen van radicalisering en vaak ligt bij de uitvoering daarvan de voortrekkersrol ook nog eens bij de landelijke overheid.

Opvallend is dat het gros van de anti-radicaliseringsmaatregelen niet door de inspectie zelf zijn geëvalueerd. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat de preventieve aanpak valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van SZW. Daar zit een belangrijk deel van mijn kritiek. Hoewel de inspectie zegt de uitkomsten van de andere evaluaties wel in hun bevindingen te hebben verwerkt, versterkt dit het beeld voor de buitenwacht dat de preventieve aanpak van radicalisering in het actieprogramma vaak ondergesneeuwd raakt onder alle repressieve maatregelen. 

Het anti-radicaliseringsbeleid is bij de meeste gemeenten ook nog eens ondergebracht bij de afdeling Openbare Orde en Veiligheid en maakt dan geen formeel onderdeel uit van het sociale domein. De inspectie stelt aanvullend terecht dat in de gemeentelijke beleidsplannen vaak is opgenomen dat verschillende afdelingen wel met elkaar moeten samenwerken. Denk daarbij  bijvoorbeeld aan openbare orde en veiligheid, werk en inkomen en onderwijs en jeugd.

Uit de interviews die de inspectie afnam blijkt dat gemeenten het onderwerp ook vaak breder zien dan alleen radicalisering. Vooral het voorkomen van polarisatie in de samenleving wordt als verwant onderwerp beschouwd. Daarin hebben gemeenten in hun optiek juist wel een rol. In de bestudeerde beleidsplannen (dat waren er overigens maar zeven), was deze relatie en samenwerking volgens de inspectie echter niet zichtbaar.

Mijn ervaringen zijn wat dat betreft anders. Natuurlijk, het kan altijd beter, je moet geen appels met peren vergelijken en met de organisatie van een buurtbarbecue voorkom je niet dat een jongere uitreist naar Syrië. Maar in tal van (kleinere) gemeenten wordt - al dan niet ondersteunt vanuit het rijk - al jarenlang geïnvesteerd in gerichte projecten en activiteiten om jongeren die om welke reden dan ook met de rug naar de samenwerking dreigen te gaan staan bij de les te houden. Daarbij is steeds vaker sprake van intensieve samenwerking en een integrale aanpak. Dat mag dan formeel geen anti-radicaliseringsbeleid heten, het heeft in de praktijk wel een belangrijke preventieve werking.

Verder gaf bijna driekwart van de gemeenten de inspectie te kennen een lokaal casusoverleg te hebben, wat toch op z’n minst impliceert dat er ambtenaren zijn die zich specifiek met radicalisering bezig houden.

Amsterdam
In ‘de grote stad’ Amsterdam spelen andere zaken. Daar is na 2001 en zeker na de moord op Theo van Gogh in 2004 intensief beleid ontwikkeld om radicalisering aan te pakken, tegen te gaan en te voorkomen. De aanpak ligt onder vuur. Amsterdam stelt een taskforce in die de interne gang van zaken gaat onderzoeken. Voor het eind van het jaar moet duidelijk zijn waar de kwetsbaarheden zitten en hoe die kunnen worden opgelost.

In zijn brief aan de Raad van gisteren zegt Van der Laan het zichzelf aan te rekenen dat op de afdeling Radicalisering en Polarisatie de regels niet zijn nageleefd en dat het team niet goed werd aangestuurd, zelfs niet nadat er was ingegrepen. De geconstateerde belangenverstrengeling kwam te laat aan het licht en was een grote schok, ‘voor het college en veel andere betrokkenen’, aldus de burgemeester. Er lopen twee onderzoeken naar de zaak: een intern onderzoek van het gemeentelijke Bureau Integriteit en een strafrechtelijk onderzoek door het OM.

In een artikel in het Parool van afgelopen zaterdag werden ook vraagtekens geplaats bij de inhoudelijke aanpak. Uit het spoeddebat van vanmiddag kwamen een flink aantal zaken en vragen naar boven die niet beperkt bleven tot de rol en het functioneren van één ambtenaar, maar ook refereerden aan de werkcultuur, de gevaren van de inzet van gederadicaliseerde sleutelfiguren en de veronderstelde onmogelijkheid om kritiek te leveren op de speerpunten van het gekozen beleid. Wordt vervolgd dus.

Roemer van Oordt is politicoloog, redacteur van Republiek Allochtonie en doet onder meer onderzoek naar processen van uitsluiting en radicalisering en naar de institutionalisering van de islam in Nederland

Meer over (anti)radicalisering op dit blog: hier


Volg Republiek Allochtonië op
twitter of like ons op facebook.  



Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 


 


Meer over amsterdam, anti-radicalisering, gemeenten, inspectie veiligheid en justitie, roemer van oordt, van der laan.

Delen:

Reageer