Radicaal of radeloos? Geïsoleerde moslima’s in Amsterdam

In achtergronden door Roemer van Oordt op 12-03-2013 | 16:16

Tekst: Roemer van Oordt

Afgelopen week leverde Vizea Adviseurs in opdracht van de gemeente Amsterdam een puik verkennend onderzoek af naar (potentiële) radicalisering van moslima´s. In het rapport ‘Radicaal (on)zichtbaar’ doen de onderzoekers verslag van hun bevindingen aan de hand van een indrukwekkende questionnaire, die zij voorlegden aan 155 jonge Amsterdamse islamitische vrouwen met verschillende etnische en culturele achtergronden en met - zo bleek - een rugzak vol problemen. 12 van hen die in de enquête hoog scoorden op vragen over geweldslegitimatie werden daarna uitvoerig ‘doorgelicht’.

De uitkomsten zijn niet direct schokkend. 7 % zegt weliswaar bereid te zijn zelf geweld te gebruiken als ‘hun geloof wordt bedreigd’, maar het veiligheidsrisico dat van de groep uitgaat is volgens de onderzoekers klein. Over de omvang van het aantal radicale moslima’s in de hoofdstad doen zij geen uitspraken, omdat gewerkt is met een beperkte en - belangrijker - selecte steekproef.

Kracht = bereik
De kracht van het rapport ligt dan ook niet zozeer in de kwantiteit maar in de kwaliteit van het verrichtte onderzoek. Zo is een groep jonge, geïsoleerde moslima’s die aan het doelgroepprofiel voldeed, benaderd en bereikt via de ervaring en het netwerk van twee veldwerkers van Vizea. Voor dat bereik is toegang tot bijvoorbeeld lezingen van conservatieve en/of orthodoxe predikers en verschillende gesloten fora voor vrouwen (thuis, in de moskee, in praatgroepen, tijdens islamitische feesten) onmisbaar en zeker niet voor iedere onderzoeker weggelegd.

Kracht = methode
Maar ook door de behoorlijk uitputtende vragenlijst en de methodiek die gehanteerd wordt bij de diepte-interviews heeft het onderzoek meerwaarde. Bij de keuze van deelonderwerpen en voor de vragenlijst is wijselijk gebruik gemaakt van eerder onderzoek naar de achtergronden van radicalisering onder jongeren (Kees van den Bos et al, 2009) en naar omvang en dreiging van het salafisme in Nederland (Ineke Roux et al, 2010). De vragenlijst is op basis van eigen inzicht en expertise aangepast en aangevuld.

In de tweede fase van het onderzoek zijn twaalf dames langdurig gesproken met gebruikmaking van het narratief biografisch interviewmodel van de socioloog Schülze, waarbij de respondent wordt gevraagd om zelf het verhaal van haar leven te vertellen. De verteller wordt ‘meegesleept’ en geeft daarmee een vollediger beeld over zichzelf dan zij aanvankelijk van plan was.

Vernieuwend is bovendien dat anders dan bij eerder wetenschappelijk onderzoek, zoals dat van Buis, Demant en Hamdy (2006) of Slootman en Tillie (2006), de focus volledig ligt bij meiden en vrouwen. Boeiend journalistiek onderzoeksmateriaal op dat terrein werd al wel geleverd door Janny Groen en Annieke Kranenberg. Uit hun ‘Strijdsters van Allah, Radicale moslima's en het Hofstadnetwerk’ komt onder meer naar voren dat het leven van de moslima’s die zij twee jaar volgden geheel in het teken van de islam staat, polygamie niet ongewoon is, en het internet een cruciale rol speelt bij het verspreiden van de leer. De onderzoeksgroep bestond eveneens uit jonge vrouwen, die goed thuis bleken te zijn in jihadi-salafistische theorievorming en tegelijkertijd heel westers en geëmancipeerd waren.

Specificatie van de doelgroep
De vrouwen die de (veld)onderzoekers in kaart brachten zijn merendeels hoogopgeleid, werkend, ongehuwd, inwonend bij hun ouders en tussen 16 en 26 jaar. 72% is Marokkaans, 12% is Turks, 6% is autochtoon (bekeerling) en 9% heeft een andere etniciteit. De bulk van hen woont in de stadsdelen Oost en Nieuw-West. Ongeveer een derde van de groep leeft in een geïsoleerde omgeving.

Uitkomsten
Uit de enquête blijkt dat een groot deel (meer dan 60%) van de respondenten zich bedreigd voelt in de beleving van de culturele en religieuze identiteit. De hoge participatiegraad op de arbeidsmarkt en in het onderwijs leidt niet tot gevoelens van acceptatie, binding met of horen bij de samenleving. Daar komt bij dat veel van de ondervraagde vrouwen een sterk gevoel van collectieve achterstelling en onrechtvaardigheid koppelen aan beleefde discriminatie en uitsluiting als groep (moslim(a’)s). Het ontbreken van een reëel handelingsperspectief leidt tot een toenemend risico dat zij met de rug tegen de muur en naar de samenleving komen te staan.

Bovendien hebben veel respondenten moeite met de kloof tussen de wijze waarop zij hun eigen levensstijl willen ontwikkelen en die van ouders, familie en/of eigen gemeenschap. De onderzoekers zien als resultaat een moeizaam verloop van hun socialisatie- en emancipatieproces. Veel van de bereikte vrouwen hebben een stapeling van specifieke problemen, waardoor de hulpverlening en het onderwijs deze doelgroep onvoldoende kunnen bedienen. Het gaat daarbij om psychosociale, materiële- en socialisatieproblemen waardoor ze kwetsbaar en emotioneel geïsoleerd kunnen raken en vatbaar zijn voor bijvoorbeeld verslaving, rekrutering voor de jihad en seksueel geweld.

Het ideologisch (religieus) referentiekader van de respondenten is over het algemeen strikt, brengt veelal een bepaald superioriteitsgevoel met zich mee, maar is tegelijkertijd beperkt en weinig kritisch. Het lijkt er sterk op dat zij na een moeilijk socialiseringsproces tot conservatieve interpretaties van religie komen en die niet alleen gebruiken voor algemene zingeving maar ook als ‘coping-mechanism’ voor de (grote) problemen van het leven.

De 12 vrouwen die met gebruikmaking van het narratief biografisch interviewmodel zijn ondervraagd, vertonen een combinatie van verschillende emoties over hun leven: angst, soms berusting met humor of droefheid, kwaadheid, onzekerheid, soms onverschilligheid en vaak frustratie. Zij vinden het gebruik van geweld om de islam te verdedigen bijna allemaal legitiem en zijn bereid om daar zelf tot over te gaan. Bij hen is een samenhang te vinden met een lage ervaren legitimiteit van autoriteiten, vooral uit ‘Den Haag’ die het ‘op moslims hebben gemunt’.

Eigen ervaringen
De - bescheiden - ervaringen die ik zelf opdeed als projectleider van Amsterdamse programma’s gericht op het voorkomen van radicalisering (Weerbaar Oost; 2008-2009 en Voorkomen is Beter dan Genezen; 2010-2012), sluiten aan bij de algemene uitkomsten van ‘Radicaal (on)zichtbaar’. Hoewel de jonge moslima’s die in deze projecten participeerden zelden een geïsoleerd bestaan leidden en zeker niet (na)dachten over (gebruik van) geweld, bestond bij een behoorlijk deel van hen weinig gevoel van acceptatie (van de islam) of binding (met de samenleving) en vooral een sterk beleefde collectieve achterstelling.

Uit persoonlijke gesprekken en informele bijeenkomsten bleek het daarbij niet zelden te gaan om een combinatie van (gevoelens van) discriminatie, het Midden-Oostenbeleid van Nederland, beeldvorming over de islam en het gemis aan een plek of podium om zich te uiten. Reacties varieerden van ‘er extra tegenaan gaan’ tot een uitgesproken (en in sommige gevallen zelfs uitgevoerde) wens om te emigreren. Wethouder van Es reageerde geschokt toen ze daarmee in 2011 werd geconfronteerd tijdens een groepsgesprek met jonge meiden bij Ibno Khaldoun.

Aanbevelingen en aanpak
Vooral de diepte-interviews met de geïsoleerde, moeilijk bereikbare moslima’s hebben boeiende informatie opgeleverd. Deze inzichten vragen volgens de onderzoekers om aanvullende studie naar de meting van nieuwe factoren die zij aandragen en die mogelijk leiden tot aanpassingen in de aanpak van radicalisering.

Het rapport bevat ook een aantal praktische aanbevelingen. Naast het ondersteunen van zingeving en opvoeding, aandacht voor identiteitsontwikkeling en burgerschap en sociale kwetsbaarheid en isolement, vragen de onderzoekers om het verbeteren van het signaleringsvermogen van professionals, expertiseontwikkeling op culturele en religieuze dynamiek en versterking van de religieuze infrastructuur. Als het gaat om veiligheidsrisico’s benadrukken zij vooral het gevaar van delegitimatie van autoriteiten.

Deze aanbevelingen zijn moeilijk allemaal op het bordje van de (Amsterdamse) overheid te leggen. Zeker als het gaat om religieuze zingeving en versterking van de islamitische infrastructuur zullen moskeeën en andere islamitische instituties het heft in eigen hand moeten nemen. Zij zullen zich in algemene zin meer open moeten stellen voor de behoeftes van de latere generaties (en in dit geval specifiek voor meiden en jonge vrouwen) door hen een plek en podium te bieden om vorm te geven aan hun religieusmaatschappelijke ontwikkeling.

Maar de inzet van het College van Burgemeester en Wethouders in Amsterdam richt zich vooralsnog uitsluitend op een groepstraining voor een aantal vrouwen, waarin naast de verdere verkenning van de problematiek aandacht zal zijn voor identiteitsontwikkeling, leren omgaan met (religieuze) diversiteit, normen en waarden en conflicterende zienswijzen. Dat lijkt me te beperkt.

Hoe verder?
Onderzoek naar (mogelijke) processen van radicalisering onder jongeren die door uiteenlopende redenen vatbaar zijn voor extremistisch gedachtegoed, heeft keer op keer aangetoond dat het met de directe geweldsdreiging wel meevalt. Maar achter de voordeur of in beschermde, geïsoleerde omgeving is er bij een significante groep jonge moslim(a’)s sprake van een opstapeling van negatieve gevoelens en problemen die vooral leidt tot radeloosheid en in potentie tot afkeer van de Nederlandse samenleving. Dat maakt het tot veel meer dan een kwestie van openbare orde en veiligheid of informatiehuishouding.

Die voedingsbodem loopt dwars door de portefeuilles van de wethouders in Amsterdam heen en vraagt om gerichte en doorlopende interventies. Vooral in het onderwijs valt daar nog een wereld te winnen, maar ook in het jongerenwerk en bij hulpverlenende instanties blijft het vooralsnog te vaak bij eenmalige projecten in plaats van procesbeïnvloeding op lange termijn. Hopelijk draagt het mooie rapport ‘Radicaal (on)zichtbaar’ daar meer aan bij dan de - overigens uiterst belangrijke - aangekondigde trainingen voor een beperkte groep jonge moslima’s.

Roemer van Oordt is redacteur van Republiek Allochtonië

Meer over (processen) van radicalisering: hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook. Republiek Allochtonië (voorheen Allochtonenweblog) bestaat 7 jaar. Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door ons te steunen.



 


Meer over gemeente Amsterdam, moslima's, onderzoek, radicalisering, radicaliseringamsterdam, roemer van oordt, salafisme, vizea.

Delen:

Reageer




Reacties


Judea - 06/05/2013 09:56

Wisten de respondenten wat er met hun levensverhaal zou gebeuren?

Abdel - 14/03/2013 11:01

Hallo Bernadette,

Je hebt me laten lachen, bedankt daarvoor. Ik be inderdaad niet de meest strikte moslim. Maar ik ben wél moslim. Ik heb hieronder een soera geplaatst die weergeef hoe ik tegen dingen aankijk. En het stukje over beschermen zoek ik nog. Ik denk ook sowieso dat jij de koran beter kent als dat ik dat doe. Laat onverlet dat ik tegen elk negatief ding dat jij zoekt ik weer een positief ding kan vinden. als we de bijbel door gaan spitten gaat dat vast ook lukken.

Maar de verknipte lui die in Syrie gaan vechten... Hoe groot denk je dat het draagvlak daarvoor onder de nederlandse moslims is? Als mijn zoon later naar een jihad kamp wil zalmik zeggen: alles goed en wel, eerst je school afmaken en dan hebben we het er nog eens over. En met mij velen.

Jou als islamdeskundige hoef ik vast niet uit te leggen wat jihad precies inhoudt..... En je kan vast wel raden welke vorm van jihad mijn voorkeur heeft.

Bernadette, ik begin warempel te geloven dat jij ook een aimabel mens bent. Ik ben ook benieuwd hoe je aan al je opgedane kennis komt? En kan je je voorstellen dat mijn moeder soms bang is? Ze wordt zomaar uitgescholden op straat, terwijl niemand weet dat ze een oud hollands omaatje verzorgt dat door haar kinderen in de steek gelaten wordt. En dat ze mijn neefje van acht stuurt om met haar boodschappen te doen. Dat ze het oprecht zielig vindt voor ongelovigen dat ze allah moeten missen. Wij leggen dan uit dat wat ze niet kennen ze niet kunnen missen, maar ze is een en al goedheid. Of dat mensen hard tegen haar gaan praten omdat ze een beetje gebroken nederlands praat en dan doen alsof ze dom is? Mijn vader die al 37 jaar werkt en ook behandeld wordt als een imbeciel? En over wat mij overkomt wil ik hetbal helemaal niet hebben.

Goed, dit komt niet allemaal voor jouw rekening. Maar het schetst de sfeer in nederland. Jij roept, ik roep. Maar nu práten we. Bedankt daarvoor

abdel - 14/03/2013 10:50

http://www.youtube.com/watch?v=RkCablbE0pA

Bernadette de Wit - 14/03/2013 00:04

Abdel, ik ontken niet dat ik "angst" voor een bepaald soort moslim heb, laten we zeggen de verknipte lui die op jihad gaan in Syrie en, Allahu Akbar roepend, vol gezellige plannen over aanslagen terugkomen.

Maar laten we het ook over jou hebben. Jij bent eigenlijk een slechte moslim, wist je dat? Je houdt je niet aan de heilige quran en je volgt het voorbeeld van de grote profeet Mo (jihad zij met hem) niet.

Ik ben heel benieuwd waar in jullie heilige boeken jij iets leest over het beschermen van andere geloven.

Bedoel je bijv. dit citaat van de biograaf Ibn Ishaaq (overleden rond 770): "Dood elke jood die in je handen valt", zei de profeet (p. 369).

Of dacht je meer aan: Trouw niet met heidense vrouwen zolang zij niet gelovig zijn geworden, soera 11:221 (dit vers gaat nog door over dat een islamitische slavin een betere echtgenote is dan een ongelovige).

Of deze, opgelet Abdul: Jullie die geloven! Neem geen vertrouwelingen buiten jullie kring; zij zullen niet nalaten jullie verderfelijke schade te berokkenen. (111:218)

Een variant op die andere is soera 4:144. Jullie die geloven! Neem de ongelovigen in plaats van de gelovigen niet als medestanders.

En hoe kan uit het volgende blijken dat de islam het christendom beschermt? Integendeel, er staat dat christenen net z erg zijn als ongelovigen (en die zijn niet OK volgens tientallen soera's).

Ongelovig zijn zij die zeggen: "God is de Messias, de zoon van Maryam." [...] ongelovig zijn zij die zeggen dat God een derde van de drie is. Soera 5:72.

Of wat dacht je van deze, waarin wordt verordonneerd dat het de bedoeling is dat de islam het enige toegestane geloof is, dus hoezo "beschermen van andersgelovigen":

Vecht tegen hen tot er geen afgoderij meer is e de geheole gosdienst alleen Allah toebehoort en zal heersen. Soera 8:39.

Conclusie: Abdel, ik denk dat je een aardig iemand bent, maar ik ben erg blij dat je geen goede moslim bent.

Abdel - 12/03/2013 18:24

Hallo Bernadette,

Ik geloof dat zeker niet. Ik heb twee beste vrienden, een molukker en een surinamer. Beide zijn christelijk. Ik ben getuige op het huwlijk van mijn vriend.

Ik mer bij jou een grote angst voor " de moslim" en ik heb je al eens eerder gevraagd wanneer je de mens los gaat zien van zijn geloof. Wat is er nodig dat jij mij als mens accepteert? Als medeburger van dit land? Volwaardig? Accpeteer jij mij mét mijn geloof of moet ik het afzweren? Wees eens eerlijk.... Kan jij moslims in nederland accepteren en zo ja onder wat voor voorwaarden? Want in de koran kan je ook lezen dat je andersgelovi gen moet beschermen. Ieder zijn geloof. Maar dát citeer je niet. Ik vraag je beleefd om op mijn vragen antwoord te geven. Als je niet reageert zal ik aannnemen dat je gewoon een reaguurder bent die niet serieus een gesprek met mij aan wil gaan. Groet, abdel

Bernadette de Wit - 12/03/2013 16:39

Wat ik opmerkelijk vind aan deze narratief-biografische onderzoeksmethode, is dat niet gevraagd wordt wat de dames nu precies geloven.

Ook Het Parool liet dit angstvallig weg in PS van vorige week.

Hiermee houden onderzoekers en media zich braaf aan de onuitgesproken islamitische code: het moet vooral vaag blijven waar het echt over gaat in de islam, want dan zou de dawa in gevaar komen.

De waarde van het onderzoek voor het beleid lijkt me diengevolge ook beperkt als je dit belangrijke onderdeel van het bestaan van de vrouwen buiten beschouwing laat. De islam is een juk en eist totale onderwerping van de gelovigen en een totale identificatie met de oemma.

Bijvoorbeeld zou ik wel eens willen weten: gelooft de onderzoeksgroep dit?

Neem de Joden en Christenen niet als vrienden:
< O jullie die geloven! Neemt niet de Joden en de Christenen als beschermers, zij beschermen elkaar. En wie van jullie hen als beschermers neemt: voorwaar, hij behoort tot hen. Voorwaar, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet.> Q.5:51