Onderzoek naar antisemitisme onderstreept noodzaak van onderzoek naar ook andere vormen van discriminatie

In achtergronden op 17-06-2015 | 13:52

Uit een gisteren gepubliceerd onderzoek van het Verwey-Jonkerinstituut blijkt dat een klein deel van de jongeren duidelijk negatieve gevoelens heeft over Joden in Nederland. Dat percentage ligt het hoogst onder moslimjongeren: 12 procent.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat christelijke en niet-gelovige jongeren veel vaker niet zo positief denken over Nederlandse moslims dan islamitische jongeren denken over Joden in Nederland.

Doelstelling van het onderzoek van het Verwey-Jonker instituut was om inzicht te krijgen in de oorzaken van antisemitische vooroordelen onder jongeren, factoren die een rol spelen bij antisemitische incidenten onder jongeren en in hoeverre deze uniek zijn in relatie tot andere vooroordelen met een discriminatoir karakter. Het onderzoek schenkt aandacht aan het Midden-Oosten en het betaald voetbal als context waarbinnen triggerfactoren voor antisemitisme te onderscheiden zijn.

antisemitisme onder islamitische jongeren

De afgelopen jaren ging het diverse keren over antisemitisme onder islamitische jongeren. Dat is verklaarbaar, gezien verschillende incidenten, waaronder het tv-programma waarin Turkse jongeren antisemitische uitspraken deden, de antisemitische leuzes die tijdens een demonstratie in Den Haag werden geroepen door radicale moslims, de aanslagen in Brussel, Parijs en Kopenhagen op joodse doelen, beveiligde joodse instellingen en de angst voor geradicaliseeerde jongeren.

Veel onderzoek is er echter nog niet gedaan naar antisemitisme onder islamitische jongeren in Nederland. David Suurland in een artikel in NRC naar enkele buitenlandse onderzoeken en Carl Stellweg ging in een artikel op dit blog in op religieuze en historische bronnen.
Voormalig CIDI-directeur Esther Voet kwam vorig jaar met een schatting. Zij schatte vorig jaar in een artikel op Jalta.nl (niet meer online) dat tweederde van de daders van antisemitisme allochtoon was en ook moslims zouden volgens haar ongeveer tweederde van de daders vormen. Dat was een opmerkelijke conclusie omdat de Anne Frankstichting en het Verwey Jonker instituut uit cijfers van Justitie juist concludeerden dat antisemitisme in Nederland vooral een autochtoon probleem is. Het was ook een opmerkelijke schatting omdat het CIDI op haar website schrijft:  "Wij doen niet aan zogenaamd ‘racial profiling’ en houden bewust geen informatie bij over daders, zoals etniciteit, afkomst of religie. Alle informatie die CIDI ontvangt, is afkomstig van de melder en is anekdotisch; er wordt niet gevraagd naar daderkenmerken."  Het CIDI kon desgevraagd geen toelichting geven op de uitspraken van Voet en ook in de Monitor Antisemitisme van het CIDI werd er niet meer op terug gekomen.

Het nieuwe onderzoek van het Verwey Jonker geeft meer aanknkopingspunten en laat zien dat moslimjongeren inderdaad negatiever denken over joden in Nederland dan christenen en niet-gelovigen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt overigens ook dat christelijke en niet-gelovige jongeren veel vaker niet zo positief over Nederlandse moslims denken dan islamitische jongeren negatief denken over Joden in Nederland.

Uitgesplitst naar herkomst blijkt dat vooral autochtone jongeren niet positief denken over Marokkanen en moslims. Verder valt op dat jongeren van Turkse herkomst vaker niet zo positief denken over Joden in Nederland dan Marokkaanse jongeren. Ook denkt een relatief hoog percentage Turkse jongeren niet zo positief over Koerden én Joden.

Begrip voor verbaal en fysiek geweld tegen joden

Het overgrote deel van de jongeren heeft geen begrip voor verbale of fysieke agressie tegen Joden in Nederland, en het bekladden van Joodse begraaf- plaatsen en synagogen. Toch is er een groep jongeren die zeggen enig of veel begrip te hebben voor zulke acties. Bij jongeren met een islamitische achtergrond is dit vaker het geval. 

De jongeren kregen de volgende vraag voorgelegd:

“Stel je voor dat bij een bombardement van het Israëlisch leger een groot aantal Palestijnse vrouwen en kinderen omkomt. In hoeverre heb je er begrip voor als jongeren onderstaande acties uitvoeren vanwege dit incident?”

Van alle islamitische jongeren die aan het onderzoek deelnamen heeft 8% enig en 4% veel begrip voor het naroepen of uitschelden van Joden in Nederland. Slaan of schoppen van Joden in Nederland kan bij 4% van de islamitische jongeren op veel begrip rekenen en bij 3% op enig begrip. Vooral jongens en laag opgeleiden hebben volgens de onderzoekers vaker begrip voor deze acties.

Er is geen vergelijkbare vraag voorgelegd over begrip voor verbale of fysieke agressie jegens andere groepen. Het is dus niet duidelijk in hoeverre er bijvoorbeeld bij niet-islamitische jongeren begrip is voor het uitschelden van moslims nadat ze beelden van IS of van een terrorische aanslag door moslims hebben gezien. Dat zou interessant kunnen zijn voor een vervolgonderzoek.

Schelden

Uit het onderzoek blijkt dat jongeren ‘mocro/Marokkaan’ en ‘neger/zwarte’ het vaakst als scheldwoord horen. Van de jongeren zegt 30 procent ‘mocro/Marokkaan’ en ‘neger/zwarte’ vaak te horen als scheldwoord, en respectievelijk 45 en 47 procent soms. Het woord ‘Jood’ wordt door 17 procent van de jongeren vaak gehoord als scheldwoord, en door 43 procent van de jongeren soms gehoord als scheldwoord. Jongeren verklaren tegen de onderzoekers dat het woord ‘Jood’ vooral wordt gebruikt ‘onderling, voor de lol, om grappen te maken’. Ook wordt het woord 'jood' regelmatig gebruikt in ruzies en conflicten, net zoals in discussies op inter- net en tegen de politie.

Triggerfactoren

De rol van de islam als religie speelt wel een rol bij antisemitisme, maar deze rol is volgens de onderzoekers niet eenduidig. De mate waarin islamitische jongeren religie belangrijk vinden en zich identificeren als moslim, lijkt, zo schrijven zij,  de kans te vergroten dat jongeren niet positief over Joden in Israël, de staat Israël en zionisten denken. De frequentie van moskeebezoek en het volgen van Koranlessen hebben daarentegen volgens de onderzoekers geen invloed.
Potentiële factoren die risico- en triggerfactoren kunnen versterken of verzwakken lijken verder te zijn: "identificatie met het land van herkomst (althans voor Turkse jongeren), etnische achtergrond (Turkse jongeren zijn vaker niet zo positief over Joden dan Marokkaanse jongeren), opleidingsniveau (hogere opleiding heeft een dempend effect), persoonlijk ervaren discriminatie (vooral bij jongens) en frustraties om minder kansen te krijgen in de Nederlandse samenleving."

Conflict Israel en Palestijnse gebieden

Eerder onderzoek, onder andere van het CIDI, en publicaties op Republiek Allochtonië lieten al zien dat het conflict tussen Israel en de Palestijnse gebieden een belangrijke 'triggerfactor' zijn voor antisemitisme. Ieder jaar dat het conflict daar oplaait neemt ook het aantal incidenten hier toe. Aan het begin van deze eeuw, tijdens de tweede intifada, werden de meeste antisemitische incidenten geregistreerd.

De onderzoekers van het Verwey Jonker instituut  concluderen ook dat het Midden-Oosten een belangrijke trigger is voor antisemitische uitingen. Islamitische jongeren zien Israël als meest schuldige in dit conflict. Ze maken hierbij niet alleen gebruik van Nederlandse nieuwsbronnen, maar halen hun informatie ook van buitenlandse zenders en sociale media. De Nederlandse media beoordelen ze als pro-Israelisch. De onderzoekers schrijven:

De jongeren ervaren een discrepantie tussen de berichtgeving in Nederlandse media, berichtgeving in buitenlandse media en berichtgeving op sociale media. Deze verschillende waarnemingen leiden tot verwarring en woede, maken jongeren vatbaar voor complottheorieën, leiden verder tot negatieve houdingen jegens Joden in Israël en vormen een belangrijke trigger voor antisemitische uitingen.

Gevoelens over Joden in Israël, over de staat Israël en over 'zionisten' zijn negatiever dan die over Joden in Nederland. Volgens de onderzoekers denkt 66 procent van de onderzochte moslimjongeren niet positief over zionisten. Dit begrip wordt niet nader gedefinieerd.

Hoewel de boosheid van de meeste jongeren zich richt op de Israëlische rol in het conflict en niet op Joden in Nederland, hebben jongeren het vaak over 'de Joden' in plaats van over 'Israël', waardoor een kritische benadering van Israël of de Israëlische politiek een antisemitische betekenis kan krijgen, zeggen de onderzoekers.

Voetbal

In het rapport wordt tenslotte ook apart aandacht besteed aan 'voetbalgerelateerd antisemitisme'. Uit eerder onderzoek bleek dat antisemitisch schelden vooral plaats vindt in de regio’s Rotterdam en Den Haag en sterk lijkt samen te hangen met het voetbalhooliganisme in deze regio’s. Het is waarschijnlijk vaak gericht tegen Ajax of de aanhang van Ajax.
Dit nieuwe onderzoek van Verwey Jonker bevestigt dat frequent stadionbezoek en de dynamiek in het stadion 'triggerfactoren' zijn. Volgens de onderzoekers komen supporters in een flow waarin de drempel om mee te zingen met kwetsende spreekkoren een stuk lager is dan in een andere context, buiten het voetbal.

Kritiek: twee maten

Minister Asscher vindt de uitkomsten van het onderzoek naar antisemitisme zeer ernstig en wil een vervolgonderzoek laten doen. De reactie van Asscher in de media leide gisteren tot de kritiek dat hij alleen selectief verontwaardigd is over antisemitisme. Zo twitterde Nourdeen Wildeman:
 

 

Asscher reageerde op deze kritiek op zijn facebookpagina:

"Andere reacties waren razend dat ik " selectief verontwaardigd ben" als het over joden gaat. Terwijl uit het onderzoek ook bleek dat 40 procent van de autochtone jongeren negatief denkt over Marokkanen. Ook schokkend. Dit sombere cijfer was me heus niet ontgaan. Het is zeer verontrustend als onze jongeren met zoveel vooroordelen naar elkaar kijken. Marokkaans Nederlandse jongeren hebben er recht op als individu behandeld te worden in plaats van alleen als onderdeel van een groep."

Op twitter kondigde Asscher aan dat er dit najaar een grote antidiscrminatiecampagne wordt gelanceerd en verwees hij naar de brief die hij gisteren naar de Tweede Kamer stuurde. Asscher heeft opdracht gegeven tot een vervolgonderzoek "omdat dat het voor een zorgvuldige reactie op het onderzoek essentieel is om beter zicht te hebben op de beelden die met name islamitische jongeren hebben bij het zionisme en zionisten en in hoeverre dit zich mogelijk doorvertaalt in antisemitisme."

Een dergelijk onderzoek kan verhelderend werken. Tegelijk maakt het rapport van Verwey Jonker ook duidelijk dat  er ook verder onderzoek nodig is naar andere vormen van discriminatie. Dat 12% van de moslims niet zo positief denkt over joden is zorgwekkend, dat 40% van de autochtonen niet zo positief denkt over Marokkanen en dat 30% van de autochtonen niet zo positief denkt over moslims is  niet minder zorgwekkend. Integendeel. Dit vraagt ook om nader onderzoek en vooral daadkrachtig optreden van het kabinet.

 

Ewoud Butter is hoofdredacteur van Republiek Allochtonië

Meer over antisemitisme op dit blog hier


Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook! 



 


Meer over antisemitisme, discriminatie, islamofobie, jodenhaat, moslimhaat, onderzoek.

Delen:

Reageer




Nieuwsbrief

Agenda