Nederlandse moslims en orgaandonatie

In achtergronden door Roemer van Oordt op 24-02-2018 | 16:45

Kort nadat de Eerste Kamer de nieuwe donorwet van Pia Dijkstra met de kleinste meerderheid aannam, werd onder moslims in Nederland op grote schaal via WhatsApp een kettingbrief verspreid met de oproep geen orgaandonor te worden. Toch al breed aanwezige twijfels worden hierdoor verder aangezwengeld. Vanuit religieus perspectief onnodig, want hoewel het de islam aan een centraal leergezag ontbreekt, is al decennialang duidelijk dat de grote meerderheid van moslimgeleerden orgaandonatie uitdrukkelijk toestaat. Sterker nog, het wordt zelfs aangeraden als ultieme vorm van liefdadigheid (sadaqa). Maar hoeveel Nederlandse moslims weten dat? Wat voor rol spelen sociaaleconomische factoren en medisch-ethische kwesties? En wie kennen de implicaties van de nieuwe wet?

Onderzoek van het CBS uit 2015 wees uit dat maar 0.6 % van de Marokkaanse- en 1,6 % van de Turkse Nederlanders met ‘ja’ staat ingeschreven in het Donorregister. Ter vergelijking: van de ‘autochtone’ Nederlanders was dat 27,5 %. 

Dit en ander onderzoek toont ook aan dat gezonde mensen een positievere houding hebben tegenover orgaandonatie dan mensen die kampen met gezondheidsproblemen. Datzelfde geldt voor hoogopgeleiden in vergelijking met laagopgeleden. Onbekendheid met de materie en taalproblemen waaronder laaggeletterdheid zijn hier mede debet aan. Aangezien moslims op beide variabelen gemiddeld slechter scoren, verbaasd het niet dat het percentage orgaandonoren onder hen achter blijft.

Het Nationaal Instituut voor Gezondheidzorg (NIGZ) stelde daarnaast in het verleden meermaals vast dat religie dan wel onzekerheid over het standpunt van de religie als mogelijk struikelblok kan worden beschouwd om te donoren. De vraag is daarom relevant of Nederlandse mosims de standpunten van moslimgeleerden op dit terrein kennen. De Koran is weinig expliciet over een praktijk die in de 7e eeuw niet bestond en die sterk wordt beïnvloed door voortschrijdend medisch inzicht. Afwijkende interpretaties worden daarom doorgaans gerespecteerd, maar geven ook extra voeding aan twijfel. Zowel sociaaleconomische- als religieuze factoren spelen dus mee.

Religieuze- en medisch-ethische dimensie 
Hoewel het de islam ontbreekt aan een centraal leergezag, is al geruime tijd duidelijk dat de grote meerderheid van moslimgeleerden orgaandonatie uitdrukkelijk toestaat en zelfs aanbeveelt. Zij zien geen tegenstrijdigheid tussen orgaandonatie en de menselijke waardigheid, maar stellen dat deze juist in lijn is met de geest en de inhoud van de islamitische richtlijnen. Ze beschouwen het afstaan van organen als een verheven vorm van liefdadigheid (sadaqa). Wel moet er aan een aantal medisch-ethische voorwaarden worden voldaan. Het gaat daarbij om eisen die geen typisch religieus karakter hebben en die voor niet-moslims vaak net zo goed gelden. Voorbeelden zijn aantoonbare noodzakelijkheid voor de patiënt, geen sprake van financieel gewin, het besluit moet in alle vrijheid worden genomen, de wensen van de overledene moeten worden gerespecteerd en het moet technisch, medisch en sociaal verantwoord worden gedaan.
 

Hoe wordt binnen de islam gedacht over voor orgaandonatie?
Mohamed Ajouaou (docent islamitische theologie aan de VU) in Trouw : "Binnen de islam wordt daar heel verschillend over gedacht. Toch hoor ik de laatste tijd vooral het geluid dat het geldt als een goede daad wanneer jij besluit je organen aan een ander door te geven. Voorheen ging de principiële discussie voor veel moslims vooral over de vraag of het wel goed is als mijn hart straks klopt in het lichaam van een ongelovige. Nu hoor ik vaker: ongelovig of niet, dat maakt niet uit. Leven is leven." 


Vanuit islamitisch perspectief domineert eveneens de visie dat doneren en ontvangen (ook van en aan niet-moslims) logischerwijs hand in hand gaan, als weerspiegeling van de islamitisch-ethische norm van geven en nemen. Belangrijk, omdat juist daarover bij nogal wat moslims vragen leven. Zo is bijvoorbeeld donatie aan niet-moslims voor sommige moslims een issue, zeker als het gaat om mensen die een leven lijden dat verre van halal is. De vraag is dan of de donor in het hiernamaals aansprakelijk is voor de zonden die met zijn of haar orgaan zijn begaan. Het gros van de islamitische schriftgeleerden antwoordt hierop ontkennend.   

Feit is ook dat er een beperkt aantal invloedrijke ulama in het hartland van de islam uitgebreide fatwa’s tegen orgaandonatie hebben uitgesproken. Zij betogen onder meer dat het wegnemen van organen een schending is van de integriteit van het lichaam dat, ook na de dood, eigendom is van God. Zij baseren zich voornamelijk op een traditie waarin de Profeet Mohammed heeft gezegd: “Wanneer iemand de botten breekt van een overleden moslim, is het alsof hij de botten heeft gebroken van een moslim die nog leeft”. 

Moslimjongeren die zich niet verbonden voelen aan een bepaalde rechtsschool of religieuze autoriteit kijken vaak kritisch naar de verschillende opvattingen binnen de islam en de overtuigingskracht daarvan. Voormalig docent aan de Universiteit van Leiden Mohamed Ghaly, gaf al in 2012 aan dat deze (vaak hoogopgeleide) jongeren niet zitten te wachten op een summier geschrift (halal/haram of ja/nee), maar nieuwsgierig zijn naar de islamitische- en medisch-ethische overwegingen bij uiteenlopende onderwerpen die raken aan orgaandonatie, waaronder het begrip hersendood. Volgens Ghaly zijn deze vragen al sinds 1950 in de islamitische traditie uitvoerig behandeld door vooraanstaande religieuze geleerden en artsen. Probleem is echter dat die studies door de ingewikkelde taal (standaard Arabisch) en het specialistische karakter nauwelijks toegankelijk zijn. Hij pleitte voor een publieksversie. De Vereniging van Imams in Nederland (VIN) gaat in een recente verklaring uitgebreid op een aantal van die aspecten in - ook op de situatie waarin iemand hersendood wordt verklaard -  en wil na een ronde van consultatie vóórdat de nieuwe wet inwerking treedt (zomer van 2020) met een oordeel komen. 
 

In 2009 baarde Mohamed Ghaly opzien door in een opiniestuk in het NRC de bereidheid bij moslims om organen te doneren te verbinden aan onderlinge solidariteit in de samenleving: Ghaly: ‘Een gewoon mens aan wie een baan wordt onthouden omdat hij Marokkaan of Turk is, zal zijn organen niet afstaan aan de andere leden in de samenleving die hij als racistisch zou beschouwen. Een gewone moslim zal ook zijn organen niet doneren die eventueel zouden gaan naar iemand die zijn heilige boek vergelijkt met Mijn Kampf en zijn Profeet met Hitler’. Dat kwam hem op Kamervragen van de PVV te staan. 
 


Nederlandse Transplantatie Stichting
De fors achterblijvende registratiegraad onder niet-westerse bevolkingsgroepen in Nederland was voor de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) aanleiding om een onderzoek te starten naar het hoe en waarom.

Jeantine Reiger stond samen met hartgetransplanteerde Rotterdammer Dick Moerman en projectleider Anne Bos in 2015 aan de wieg van de door het ministerie van VWS gefinancierde DonorDialoog, één van de vervolgstappen op het onderzoek.


Reiger: "Onder de bevolkingsgroepen die niet met reguliere grootschalige voorlichtingscampagnes worden bereikt, bleek vooral heel veel onwetendheid over en onbekendheid met orgaandonatie. Wij wilden het onderwerp van onderop bespreekbaar maken. Het ging ons dus niet primair om het verhogen van de registratiegraad of het werven van donoren." 


Actieve vrijwilligers (peers) van onder meer Kaapverdische, Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse komaf kregen specifieke trainingen, en gingen vanuit hun culturele en religieuze achtergrond bij die moeilijk bereikbare groepen het gesprek aan over het donorschap. Hiermee werd aan de deelnemers kennis overgedragen om een gefundeerde keuze te maken over orgaandonatie. Gestart werd in Rotterdam. Daarbij focuste de NTS op samenwerking met kundige partnerorganisaties, waaronder stichting MeSam en SPIOR, die bekend zijn het brede scala aan kleinschalige initiatieven onder de verschillende bevolkingsgroepen.
 

Jeantine Reiger: "Wij geloven echt in de kracht van kleinschalige dialoogbijeenkomsten bij sportclubs en vrouwenverenigingen, maar ook bij koffieochtenden op basisscholen en aan de extended keukentafel. Bij de bijeenkomsten moet de nodige expertise aanwezig zijn om onduidelijkheden en zorgen weg te nemen en vragen van welke soort dan ook die bij de deelnemers leven te kunnen beantwoorden of om gericht door te verwijzen. In ben er trots op dat we de afgelopen paar jaar op lokaal niveau in Feijenoord en Charlois in Rotterdam het besprek over dit moeilijke onderwerp echt bespreekbaar hebben gemaakt. Dat is natuurlijk niet direct in harde cijfers terug te zien. Ook niet, omdat de meeste mensen na één keer echt nog niet weten wat ze willen. Maar de bottom-up benadering zorgde er bijvoorbeeld wel voor dat moslims die deelnamen aan de DonorDialoog naar hun imam toestapten om hem te vragen naar de religieuze dimensies van orgaandonatie. Als ik tegen hen zou zeggen dat het volgens de islam is toegestaan komt dat natuurlijk niet aan."


Tijdens 50 bijeenkomsten in Rotterdam werden in 2016 ruim 1.500 deelnemers en hun families bereikt. Er was ook veel spinoff. In de Donorweek van dat jaar werd bijvoorbeeld door de 145 bij de Islamitische Stichting Nederland (ISN) aangesloten moskeeën een wervende themapreek aan het onderwerp gewijd.  

De NTS startte met succes in 2017 met MeSam een soortgelijke traject in Den Haag en in Rotterdam wordt momenteel een vervolg aan de voorlichtingen gegeven. Daarbij is uiteraard aandacht voor de nieuwe donorwet en de gevolgen daarvan. In overleg met onder meer VWS wordt gekeken op welke manier die inspanningen richting Utrecht en Amsterdam kunnen worden uitgebreid.
 

Wist u dat? Verschillende weefseltypes matchen slecht
Weefseltypen van organen tussen verschillende etnische groepen komen vaak niet overeen. Die verscheidenheid is soms zo groot dat een orgaan van een ‘autochtone’ Nederlander bij iemand met Turkse of Marokkaanse roots aanzienlijk minder lang meegaat. Bovendien zijn er vaak blijvend zwaardere medicijnen nodig, die extra kans op bijvoorbeeld kanker veroorzaken. Er is in Nederland een chronisch gebrek aan 'niet-westerse' organen.


Eerdere ervaringen
Er zijn al eerder ervaringen opgedaan met het specifiek binnen de moslimgemeenschap bespreekbaar maken van dit onderwerp. Zo werkte de Turks-islamitische beweging Milli Göruş in 20006 intensief samen met het NIGZ aan een project om het taboe op orgaandonatie bij moslims te doorbreken. Die samenwerking kreeg vorm in foldercampagnes, publicaties in tijdschriften en kleinschalige voorlichtingsbijeenkomsten in moskeeën. Tijdens die bijeenkomsten werd beeldmateriaal vertoond van gezaghebbende geestelijken die positief staan tegenover orgaandonatie en van moslims die zelf een levensreddende transplantatie ondergingen. Verder speelden vertrouwenspersonen als voorgangers en bestuurders van moskeeën en artsen een belangrijke rol. 

In de slotverklaring van een afsluitende conferentie kwamen het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en de Shi’itische Islamitisch Raad Nederland tot de conclusie dat de meerderheid van schriftgeleerden in islamitische landen hebben verklaard dat er geen belemmeringen bestaan tegen orgaandonatie. Deze verklaring werd overgenomen in de NIGZ-brochures over donorvoorlichting, die ook in het Arabisch en Turks beschikbaar zijn. In een evaluatie over de donorcampagne zegt de NIGZ dat van de in Nederland wonende moslims tachtig procent van orgaandondatie heeft gehoord (op basis waarvan blijft onduidelijk), maar dat het percentage moslims dat zich daadwerkelijk heeft laten registreren (zoals bekend) ruim beneden de landelijke registratiecijfers ligt.

Hoe verder?
De afgelopen decennia is er zowel van onderop als met een meer top-downbenadering geprobeerd het vaak als een 'ver-van-mijn-bed-show' beschouwde onderwerp orgaandonatie binnen de moslimgemeenschap bespreekbaar te maken. Zeker is dat de discussie op allerlei plekken - van moskee en kerk tot kapper en sportlclub - gevoerd wordt. Het blijft moeilijk aan te tonen of dit soort voorlichtingstrajecten 'hard' effect sorteert. Uitsluitend op basis van de cijfers van het CBS uit 2017 valt dat in ieder geval niet te concluderen. Die geven - overigens op alle fronten - sinds 2015 alles behalve een spectaculaire stijging.
 

Donorregistratie                  geregistreerd                 'ja'  (al dan niet met donatieperkingen)    '

'Autochtonen'                                   45,5%                     28,4%

Marokkaanse-Nederlanders          19,5%                      0,65%

Turkse-Nederlanders                      13,8%                      1,75%

© CBS/Roemer van Oordt 


Veel deskundigen zijn desondanks van mening dat intensieve en doelgroepspecifieke voorlichting en dialoog over de religieuze en medisch-ethische aspecten op termijn de bereidheid van moslims om te registreren en hen te bewegen al dan niet te kiezen voor het donorschap zal vergroten. De implicaties van de nieuwe donorwet vragen daarnaast om een actieve voorlichtingsbenadering van alle bevolingsgroepen door de overheid.  

Voor alle duidelijkheid: Voortaan wordt aan alle Nederlanders ouder dan 18 via de post gevraagd of ze wel of geen orgaandonor willen zijn. Als ze na twee brieven niet hebben gereageerd, worden ze als donor geregistreerd. Bij die mensen komt 'geen bezwaar' te staan in het donorregister; daarmee zijn ze in principe orgaandonor. Ze krijgen daar per post bericht van. De keuze kan altijd nog worden gewijzigd. Mensen die wel reageren, kunnen 'ja' of 'nee' invullen, of per orgaan en weefsel aangeven of ze het al dan niet willen afstaan. Ook kunnen mensen invullen dat ze willen dat iemand anders de keuze voor hen maakt na overlijden.

Tussen 'geen bezwaar' en 'ja' wordt onderscheid gemaakt in het donorregister. Bij mensen met 'geen bezwaar' moeten familieleden na overlijden in principe accepteren dat er organen en weefsels worden weggehaald. De wet laat wel een mogelijkheid om dat tegen te houden. Nabestaanden moeten dan aannemelijk maken dat de overledene echt geen donor had willen zijn, maar dat hij of zij bijvoorbeeld de post niet had geopend.

Pia Dijksra zei er zelf over :

"....ik heb wel gemerkt hoeveel onduidelijkheden er zijn bij mensen over wat het allemaal inhoudt....Ik kan me voorstellen dat mensen zich zorgen maken. Daarom is het ook nodig dat er een goede voorlichtingscampagne komt."
 

De als reactie op de nieuwe wet onder moslims in Nederland op grote schaal via WhatsApp verspreidde kettingbrief met de oproep geen orgaandonor te worden, heeft daar een voorschot op genomen.


 


Het kan ook anders. Meertalige preken, met uitgebreide religieuze en medisch-ethische duiding vanuit verschillende perspectieven - zoals bijvoorbeeld die van vorige week vrijdag in moskee Imam Malik in Leiden  en van afgelopen vrijdag in centrum de Middenweg in Rotterdam - verdienen brede verspreiding en navolging. Datzelfde geldt voor succesvolle voorlichtings- en dialoogtrajecten, waaronder de DonorDialoog en de effecten van de Donorweken. Veel zal verder afhangen van hoe het grootschalige communicatieplan dat aan de nieuwe wet wordt gekoppeld vorm krijgt. Het zou een gemiste kans zijn als daarbij niet (zorgvuldig) gebruik wordt gemaakt van en aangesloten wordt bij de expertise en de praktijkervaring die op dit terrein inmiddels voorhanden is.  


Meer over bloed- en orgaandonatie: hier
 

Waardeert u ons werk? U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


 

 


Meer over cbs, cmo, donordialoog, donorregistratie, donorweek, donorwet, islam, islamitisch centrum imam malik, isn, mesam, milli görüs, moslims, nationaal iinstituut voor gezondheidzorg, nederlandse transplantatie stichting, orgaandonatie, pia dijkstra, spior, vrijdagpreek.

Delen:

Reageer




Reacties


Hans Naaktloper - 25/02/2018 17:43

Geachte Roemer,

Al 15 jaar ben ik orgaandonor, maar nu het zo geregeld is dat by default iedereen donor is, van overheidswege bezit van de staat, haak ik af. Ik zal je uitleggen hoe het zit.

In de hele discussie rondom orgaandonatie worden twee facetten niet belicht, ik bedoel niet onderbelicht, nee, in geen enkel programma/artikel/voorlichtingscampagne/kamerdebat enz. van de afgelopen tien jaar zijn de volgende punten aan de orde geweest. Ik zal ze hier noemen en tevens verklaren waarom dat zo is.

1. wederkerigheid
2. commercie

1. Wanneer is de vraag aan al die 'arme' mensen die tevergeefs op een orgaan zitten te wachten gesteld of zij zélf als donor stonden ingeschreven ten tijde dat hun orgaanfalen bekend werd? Die vraag wordt niet gesteld. Als deze vraag wél gesteld zou worden, zou blijken dat het hoofdzakelijk (statistieken man!) gaat om een stel verongelijkte schreeuwers die niets voor een ander over hadden, tot het moment dat zij zélf iets nodig hadden natuurlijk. Een arts die zich beroept op de artseneed/ eed van Hippocrates wordt verschoond deze toe te passen op een patiënt die zich nadrukkelijk, en bij herhaling, heeft uitgesproken tegen orgaandonatie, simpelweg omdat er van wederkerigheid geen sprake is. Als je niet bent verzekerd tegen brandschade ga je immers ook niet schade claimen na brand.
In werkelijkheid is er dus geen tekort aan donororganen. Waarom dan toch die campagne van de staat, waarom dan toch die schuwheid om inzake orgaandonatie wederkerigheid als basisprincipe te lanceren, dat brengt ons bij punt 2.

2. De medische industrie heeft grote behoefte aan grondstoffen, ik weet, het klinkt banaal, maar zo pervers is het. Wij zijn in nederland opgezadeld met een neo-liberale inrichting van onze gezondheidszorg, met alle commerciële strapatsen van dien. Of het nou gaat om: rekeningen voor spookbehandelingen, behandelingen die onnodig zijn, herhaalde overbodige en dure handouts van apothekers, topsalarissen waar onze premier bij verbleekt, voorschriften voor dure medicijnen terwijl goedkopere alternatieven beschikbaar zijn, het is schering en inslag. De medische industrie is een beerput van formaat en zal niet rusten voor uw organen aan de staat toebehoren. De staat, daarmee heeft de medische industrie een innige band. Medici voeren bedrijven, bedrijven geven niets om jou of mij, hun opdracht is winst maken en de bedrijfsvoering handhaven. Daarvoor gaat geen lobby ze te ver. (vgl. wapenindustrie, chemische industrie enz. enz.)

Heb je er bij stilgestaan wat er gebeurt als er 'per ongeluk' een foute melding in het scherm van een hulpdienst komt te staan, waaruit ten onrechte zou blijken dat iemand geen bezwaar tegen donatie zou hebben aangetekend. Hup jongens, ruimen die hap, er staat geen bezwaar!
Heb je er bij stilgestaan dat er zware commerciële belangen op het spel staan, niet alleen voor de medische industrie, maar zeker voor de rijken, je weet wel, die mensen die arrogant door het leven gaan, verzekerd dat zij het recht op een orgaan van een arme hebben, en dat ook écht zo voelen als hun recht.
Heb je er bij stilgestaan dat de deur die op een kier stond nu wagenwijd open staat voor grootschalige handel in organen.
Heb je er bij stilgestaan dat bij twijfel niet moet worden ingehaald, in plaats van de situatie nu: we halen in als het SYSTEEM het zegt dat het kan, SYSTEEM vergist zich nooit, niet waar. Wellicht geldt dat voor de rijken, voor minder bedeelden is de nu ontstane situatie huiveringwekkend.

De nederlandse staat, het bedrijfsleven en uiteraard de MSM met hun misleidende geklets zijn onze vijand, dat blijkt ook nu weer.
Met religie heeft dit allemaal niets te maken, veeleer met verregaande exploitatie. Typisch nederlands, wij waren handelaren, we zijn handelaren en dat blijven we, daar zijn we zo godvergeten trots op dat het hele land ervan begint te stinken. En jij dan maar uitleggen dat god, allah, krishna of hoe je ze moge noemen, hun zegen geven. Ik vind het abject.

Aan alle goede mensen zeg ik: het is zaliger te geven dan te ontvangen, maar du moment dat geven een plicht wordt mag je niet meer spreken over donatie, spreek voortaan over orgaanoogsten, of orgaanexploitatie.

Groeten
Hans Naaktloper