NCTV doet een Soroushje over salafisme

In achtergronden door Roemer van Oordt op 04-03-2019 | 14:14

De omvang en invloed van de salafistische beweging is volgens de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) sinds de jaren 2000 sterk gegroeid én deze groei zet langzaam door. Blijkbaar reden genoeg om in het onlangs verschenen 49ste Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) veel aandacht in te ruimen voor ‘het’ salafisme. Het nieuwe boegbeeld, voormalig hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie Pieter-Jaap Aalbersberg, deed afgelopen dinsdag bij Jinek een poging het diffuse karakter van deze religieuze stroming te verduidelijken, maar slaagde daar net als zijn rapport nauwelijks in.

Belangrijke reden daarvoor is dat het salafisme door diensten als de NCTV en de AIVD, anders dan bijvoorbeeld in recent literatuuronderzoek van Maurits Berger com suis, uitsluitend vanuit een veiligheidsperspectief wordt benaderd. Over salafisme zit het rapport bovendien vol met veralgemeniseringen, tegenstrijdigheden en feitelijk onjuistheden. Bergers’ suggestie om het gebruik van de term salafisme door de sterk uiteenlopende duiding als ‘exotisch’ jargon uit alle discussies te weren, is in de ogen van echte kenners als onderzoekers Martijn de Koning en Joas Wagemakers dan weer het kind met het badwater weggooien. Volgt u het nog?

Verwarring.
Belangrijk uitgangspunt in de veiligheidsanalyse van de NCTV is dat de centrale beginselen van het salafisme kunnen leiden tot radicalisering en extremisme en ook tot isolement en vervreemding van de rest van de samenleving. Verderop lezen we het geruststellende bericht dat ‘verreweg de meeste salafisten het gebruik van geweld afkeuren en felle kritiek uiten op jihadistische groeperingen als Al Qaida en IS’,  gelijk gevolgd door de dan weer verwarrende toevoeging dat salafistische kringen wél een belangrijke vind- en ontmoetingsplaats vormen voor jihadisten.

Het grote gevaar gaat in de optiek van de NCTV vooral uit van ‘salafistische aanjagers’ (een nieuw synoniem voor politieke salafisten?) die off- en online onverdraagzaamheid, intolerantie of haat prediken en daarmee uiteindelijk kunnen aanzetten tot radicalisering en extremisme. Deze predikers worden door de NCTV beschouwd als een potentiële bedreiging voor de nationale veiligheid, omdat zij afkeuring en afkering van de instituties van de democratische rechtsorde in de hand werken en daarmee  als politiek systeem en als wijze van samenleven ondermijnen. Er zijn in Nederland volgens de coördinator tientallen van deze ‘aanjagers’ actief. Vaak zijn zij verbonden aan salafistische centra in hun woonomgeving, maar ze preken door heel het land en laten zich ook veel horen en zien via social media.

Deze ‘aanjagers’ onderwijzen steeds actiever een antidemocratische interpretatie van salafistische leerstellingen. Hun centrale doel is volgens de NCTV om de ‘islamitische identiteit’ van moslimjongeren te versterken en om hun vorm van sharia-wetgeving tot leidraad van het dagelijks leven van moslims in Nederland te maken.

Salafisme en jihadisme
De NCTV stelt dat de heroriëntatiefase waar de Nederlandse jihadistische beweging op dit moment na de aftocht van ISIS in verkeert, ruimte biedt aan ‘jihadistische entrepreneurs’ die (zeer) waarschijnlijk proberen (ideologische) rekruterende invloed uit te oefenen op de personen en groepen die zij in salafistische kringen ontmoeten’. Verwachting van de NCTV is dat de komende jaren jihadisten - ex-gedetineerden en ‘terugkeerders’ - in de Nederlandse samenleving zullen (her)integreren en zich op gelijksoortige wijze zullen bewegen in salafistische netwerken.

De relatie van de salafistische beweging tot het jihadisme is in de optiek van de NCTV veelzijdig en dubbelzinnig; er bestaan duidelijke meningsverschillen over de vraag wanneer gebruik van geweld gelegitimeerd is om regeringen omver te werpen en wie het gezag heeft om hiertoe op te roepen. Zeker is volgens de NCTV dat sommige gezaghebbende ‘aanjagers’ die frequent actief zijn in salafistische centra als prediker of docent bepaalde vormen van jihadistisch geweld vergoelijken.

De NCTV zegt:

Tijdens preken en lezingen geven zij doorgaans geen blijk van enige affiliatie met het jihadisme of jihadistische terroristische groepen zoals ISIS. Echter, hun activiteiten in deze centra dragen bij aan een klimaat waarbinnen jihadistische denkbeelden niet worden weersproken en tot gemeengoed worden. Het onderscheid tussen verschillende typen ‘aanjagers’ is voor buitenstaanders (zoals de NCTV?; RvO) niet meteen duidelijk.

Educatie
Over de invloed van de salafistische aanjagers in het informele islamitische onderwijs schetst de NCTV een zeer verontrustend beeld. Hier gooit de dienst de schroom volledig van zich af en de nuancering overboord. Het lijkt er sterk op dat de medewerker die in de definitie- en omvangkwesties nog continu op de rem stond en daardoor zorgdroeg voor een diffuus, soms tegenstrijdig en daardoor verwarrend beeld, met vakantie was gestuurd. De NCTV beweert namelijk dat salafistische voormannen of ‘aanjagers’ door met hier of uit de Golfstaten verworven gelden voortdurend nieuwe educatieve en vormende initiatieven op te zetten, het niet-reguliere islamitisch onderwijs domineren en ook aan invloed winnen in bestaande islamitische instituties.

Hiermee suggereert de NCTV dat het koranonderwijs in de weekendscholen van het gros van de kleine 500 moskeeën in Nederland door deze ‘aanjagers’ bestiert zou worden. Dat is een uitspraak die niet zou misstaan in het rijtje van beweringen als die van Mohammad Nazar Soroush over het aantal salafistische moskeeën in zijn door Ruben Gowrincharm en Jan Jaap de Ruiter gepromote en fel bekritiseerde proefschrift over salafistische jongeren in Nederland. Zij kregen van een onderzoekscommissie de rode kaart, moeten rectificeren en werden uit hun begeleidingsfunctie ontzet of berispt. Maar wie corrigeert de NCTV?

De Koning en Wagemakers merken in dat verband op dat de rapporten van de NCTV en AIVD op z’n minst ook een politiek doel hebben en de informatie oncontroleerbaar is en ook onbetrouwbaar:

Om een voorbeeld te geven van dat laatste: in 2007 en 2010 schatten beiden dat er 20.000 tot 30.000 respectievelijk 40.000 tot 60.000 salafisten waren. In 2015 stellen beide dat het aantal niet te schatten is vanwege te grote interne diversiteit. Wat hebben AIVD en NCTV dan toch gedaan? In ieder geval geen verantwoording afgelegd.

Het SCP stelt in hun recente rapport De religieuze beleving van moslims in Nederland dat 0,3% van de Turks-Nederlandse moslims en 0,5% van de Marokkaans-Nederlandse moslims zich als salafist identificeert. Omgerekend zou dat gaan om ongeveer 7.500 salafisten in Nederland. 

Universiteit van Medina
Het aantal instituten voor (niet-regulier) onderwijs over islamitische rechtskennis is volgens de dienst de afgelopen twee jaar bijna verdubbeld (hoeveel waren dat er twee jaar geleden?) en richt zich op de ontwikkeling van ‘een krachtige salafistische zuil die weerstand biedt tegen de immoraliteit van de samenleving, de ‘anti-islam krachten’ en onderdrukking'. Dezelfde ontwikkelingen zien we in de omringende Europese landen. Deze instituten richten zich, zegt de NCTV, op de vorming van moslimkader en zetten in op politiek activisme om zo op lange termijn sleutelposities in de Nederlandse samenleving in te kunnen gaan nemen.

De NCTV heeft ook speciale aandacht voor het aantal Nederlandse afgestudeerden aan de Universiteit van Medina in Saoedi Arabië. Dat zijn er 111, zou blijken uit Frans onderzoek. Het curriculum van de universiteit van Medina is volgens de NCTV uitsluitend gericht op de overdracht van de salafistische leer. Ook daar worden vraagtekens bij gezet. Een student zegt in een interview met het NRC: “Ik voel mij niet opgeleid volgens een salafistische leer. Onze docenten komen overal vandaan en geven les over verschillende islamitische stromingen.”

De NCTV concludeert echter dat grote aantallen salafistische predikers via deze universiteit beschikbaar komen die het salafistische gedachtegoed verspreiden en salafistische organisaties in Nederland versterken. Dit heeft, zegt de coördinator,  bijgedragen aan salafistische dominantie in het Nederlandstalig aanbod van islamitische kennis: zowel in boeken, online als in islamitische jongerenverenigingen en het niet-reguliere onderwijs dat in Nederlands wordt gegeven. Aan de hand van deze veronderstelling stelt de NCTV vast dat deze dominantie niet bevorderlijk is voor de kansen van andere initiatieven die zich richten op de opleiding van imams in Nederland.  Dezelfde student aan de Universiteit van Medina zegt daarover:

De universiteit van Medina is inhoudelijk heel sterk, maar om te weten hoe je die kennis het beste kunt toepassen in een westerse samenleving, zou je ook in het Westen een opleiding moeten volgen. Als er een goede imamopleiding in Nederland wordt opgericht door moslims, ben ik de eerste die zich daarvoor zou aanmelden.

Beeldvorming
Het Verwey-Jonker Instituut en de Universiteit Leiden geven in hun literatuuronderzoek juist aan dat de salafistische gemeenschap (volgens hen dertigduizend personen) een veelzijdige groep is die meer bezig is met religieuze rechtlijnigheid dan met geweldsideologie. ‘Salafisten en gewelddadige extremisten putten weliswaar uit dezelfde theologische beginselen, maar opereren in gescheiden werelden’, zegt een van de auteurs Maurits Berger in de Volkskrant. De NCTV legt volgens Berger onterecht een causaal verband, dat bovendien in tegenspraak is met een eerder rapport over salafisme uit 2015, waarin de NCTV nog aangaf dat de ‘meeste salafisten de Nederlandse democratische rechtsorde’ accepteren.

Berger en zijn mede-auteurs stellen dat salafisme in het publieke en politieke domein geen beschrijvende term meer is, maar een beschuldiging en een salafist per definitie een moslim is die zich schuldig maakt aan polariserend of zelfs staatsondermijnend gedrag. Zij benadrukken juist de diversiteit:

Sommigen isoleren zich van de seculiere maatschappij, anderen willen daar juist aan deelnemen. Sommigen lezen in de bronteksten dat man en vrouw gescheiden moeten leven, anderen lezen er juist gelijke rechten in. Deze groep moslims ruimte opeist voor het in praktijk brengen van hun orthodoxe ideeën in de openbare ruimte, op scholen en op de werkvloer. Dit gebeurt vooral in de stedelijke gebieden, en botst daarom met de seculiere opvattingen die daar heersen.

Wat bij salafisten vaak wordt gedefinieerd als radicaal gedrag - afwijzend of onverdraagzaam naar de buitenwereld, weinig tolerant naar andersdenkenden - zien we, zegt het onderzoeksrapport, net zo goed terug bij diverse andere orthodoxe gemeenschappen. Het zou volgens de samenstellers goed zijn als er duidelijke scheiding wordt aangebracht tussen enerzijds moslims die orthodox zijn en van wie het gedrag volgens velen misschien onwelgevallig is, maar wel is toegestaan in Nederland, en anderzijds de kleine groep extremistische moslims die een concreet gevaar vormen voor de samenleving. Die laatsten zorgen voor de gevoelens van zorg en angst door zich in te laten met opruiing tegen de rechtsorde, of zelfs oproepen tot deelname aan gewapende jihad.

Berger com suis zien maar één uitweg:

Geen exotische termen als ‘salafisme’, maar een omschrijving in de Nederlandse taal. We spreken dan van moslims die puriteins of conservatief zijn, die strenge opvattingen hebben over moraal of gedrag, die meer of minder verdraagzaam zijn naar andersdenkenden. En over moslims die zich schuldig maken aan haatdragende uitspraken, belediging of discriminatie, of geweld – gedragingen die omschreven zijn in het Wetboek van Strafrecht. Op deze manier brengen we de discussie over wat we wel en niet willen in Nederland weer terug naar het concrete gedrag van mensen, in plaats van te blijven steggelen over het label dat we erop plakken.

Wetenschap versus politiek
Maar daar komen ze niet mee weg. Kenners als Martijn de Koning en Joas Wagemakers noemen dat het kind met het badwater weggooien. Zij stellen dat de keuze door de onderzoekers van Verwey Jonker en de Universiteit Leiden bij de definiëring van salafisme voor (veel) literatuur die niet geschreven is door specialisten en niet thuis is in het gedachtegoed van het salafisme, bijna automatisch betekent dat je onvolledige, te algemene of zelfs verkeerde omschrijvingen en definiëringen van salafisme krijgt. Wanneer de focus ligt op de ideologische voorstellingen, zal salafisme vanzelf een iets andere invulling krijgen dan wanneer de vraagstelling is gericht op radicalisering en mogelijk gevaar of op alledaagse religiositeit,is hun betoog.

Een ander probleem is volgens De Koning en Wagemakers dat veel onderzoeken in hun definiëring niet verder komen dan dat salafi’s ‘terug naar de bron’ willen of ‘terug naar de begintijd van de islam’. Dit is niet typisch salafistisch; het is de striktheid waarmee salafi’s de bronnen en de beginperiode van de islam benaderen en de vele sferen van het leven waarin ze dit toepassen die hen tot salafi’s maken, stellen De Koning en Wagemakers:

Waar de term ‘salafisme’, in wetenschappelijk onderzoek dat zich specifiek daarop richt naar verwijst, is een set van bepaalde theologische denkbeelden die al eeuwenlang bestaan en die ook al eeuwenlang als de school van de salaf (madhhab al-salaf) zijn aangeduid. Daar zijn in de twintigste eeuw een juridische en een rituele component aan toegevoegd (en in sommige gevallen ook een politieke). Hoewel geleerden en anderen die zich ‘salafi’ noemen op juridisch en ritueel gebied soms van elkaar verschillen, geldt dat, voor de geleerden, niet fundamenteel op het punt van de theologische standpunten waar de term madhhab al-salaf al eeuwenlang naar verwijst.

Het ideologische verschil zit in zoals De Koning en Wagemakers terecht opmerken de benadering van politiek en maatschappij:

De wetenschappelijke literatuur laat zien dat zogeheten a-politieke salafi’s zichzelf niet noodzakelijkerwijs isoleren van de maatschappij. Ze onthouden zich van politiek activisme en meer in het bijzonder van politieke oppositie tegen de zittende macht. De politieke salafi’s worden zo genoemd omdat ze juist wel betrokken zijn bij politiek activisme en jihadi-salafi’s onderscheiden zich niet ‘door de goedkeuring van het gebruik van geweld’, maar door het feit dat ze het legitiem achten om via jihad een moslimregime omver te werpen.

Hoe nu verder?
Rapporten en onderzoeken die handelen over of verwijzen naar salafisme in Nederland gaan op z'n zachts gezegd nogal eens gebukt onder onzorgvuldigheid in definiëring, overschatting van omvang en invloed en een verwarrend beeld door tegenstrijdigheden. Het laatste Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland van de NCTV is daar bepaald geen uitzondering op. Voor een belangrijk deel is dat te wijten aan de eenzijdige focus in veel van de publicaties op het veiligheidsperspectief. Maar ook de NCTV en de AIVD zouden zich in hun duiding kunnen bedienen van de wetenschappelijke onderzoeken die naar salafisme in Nederland en andere Europese landen door kenners zijn verricht.

Enige zorgvuldigheid is daarbij gezien de commotie over het proefschrift van Soroush wel op z'n plaatst. Afschaffen van het gebruik van de term salafisme in het publieke en politieke debat is echter een zwaktebod, dat toegeeft aan de onkunde van velen om deze religieuze stroming binnen de islam naar waarde te (willen) schatten.    


Afbeelding: NCTV, Ministerie van V&J: Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 49 Februari 2019


Meer over salafisme

Meer over de NCTV

 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email

 

 

Delen:

Reageer




Reacties


Hans Naaktloper - 04/03/2019 17:34

Dat gesteggel over religieuze afscheidingen en motieven, wat een achterhoedegevecht. Iedereen met een beetje intelligentie weet al eeuwen dat elke religie een zwendel is, de corruptie van begijpelijke menselijke behoefte aan spiritueel onderzoek, en dat religie het zoekende vooral wil onderdrukken en vervangt door regiditeit en onderwerping.

Waarom noemt u deze site Republiek Allochtonië en niet Republiek Religieuzië, want afgaande op uw publicaties lijkt u te denken alsof alle allochtonen zich toch vooral op dat religieuze vlak van ons onderscheiden, en dat dát dus elke keer onderzoek verdient.

Er zijn in elke cultuur en elke religie terroristen en terrorisme te vinden, elke cultuur brengt het terrorisme tot in de hoogste regionen van de macht naar boven. Dat is niet verwonderlijk als je beschouwt welke criteria van selectie er worden toegepast op personen en bedrijven die voor die macht in aanmerking denken te komen.

Misschien zou Republiek Allochtonië een beter smoelwerk krijgen als zij aan de slag gaat met die zaken die mensen op wereldschaal tegen elkaar opzet.

Macht hoort niet in handen van hen die zoeken naar macht, maar in de handen van hen voor wie macht een last en een verantwoordelijkheid is.