Jongeren met migratieachtergrond voelen zich steeds minder thuis in Nederland

In achtergronden door Ewoud Butter op 16-12-2016 | 07:57

Door Ewoud Butter

Nederlanders met een migratieachtergrond hebben een steeds hoger opleidingsniveau en presteren veel beter in het onderwijs dan hun ouders deden. Deze betere bagage blijkt geen garantie te geven voor meer succes op de arbeidsmarkt. Daar is de kansenachterstand de afgelopen 15 jaar niet wezenlijk verkleind. Jongeren met een migratieachtergrond voelen zich door het harde maatschappelijke klimaat en discriminatie ervaringen steeds minder thuis in Nederland.
Dat blijkt uit de publicatie Integratie in zicht?, een uitgebreide studie van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Het rapport geeft een goed gedocumenteerd beeld van de positie en ontwikkeling van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond, in het bijzonder Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders en de groep ‘overig niet-westers’.

In het rapport wordt gekeken naar acht verschillende “integratieterreinen”: taal, onderwijs, werk, wonen en wijken, beeldvorming, criminaliteit, participatie en de sociaal-culturele positie.

Net als het twee weken geleden gepubliceerde jaarrapport integratie van het CBS, bevat ook het SCP rapport voor degenen die deze rapporten al enkele jaren leest niet heel veel nieuws. Het gaat om trends die al jaren zichtbaar zijn. Zorgwekkend is daarbij de trend dat Nederlanders met een migratieachtergrond van de tweede of derde generatie steeds vaker het gevoel hebben tweede of derde rangs Nederlander te zijn en te blijven.

Een aantal conclusies uit het rapport:


Taal en onderwijs

- De beheersing van de Nederlandse taal neemt binnen de Turks- en Marokkaans-Nederlandse groep gestaag toe, waarbij vooral Turkse Nederlanders het vaakst moeite met de Nederlandse taal hebben.
- In het basisonderwijs lopen niet-westerse leerlingen zowel bij begrijpend lezen als rekenen hun achterstand op autochtone Nederlandse leerlingen in, maar blijft er nog wel een verschil dat vooral verklaard kan worden aan verschillen in het opleidingsniveau van de ouders.
- In het voortgezet onderwijs neemt het aandeel leerlingen met een migratieachtergrond toe in de hogere niveaus van voortgezet onderwijs, maar zitten deze leerlingen zitten nog altijd relatief veel vaker in de lagere vmbo-leerwegen en het praktijkonderwijs. Het aantal leerlingen dat voortijdig, zonder diploma, de school neemt af.
- De tweede generatie is beduidend hoger opgeleid dan de eerste. Toch heeft ongeveer een derde van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse bevolking tussen 15-65 jaar alleen basisonderwijs gevolgd (tegen 6% van de autochtoon Nederlandse bevolking). Wanneer rekening wordt gehouden met verschillen in onder meer het sociale herkomstmilieu, is er tussen migranten van de tweede generatie en autochtone Nederlanders weinig verschil in opleidingsniveau.


Werk en inkomen


- De werkloosheid onder Nederlander met een niet westerse migratieachtergrond is bijna drie keer zo hoog als onder autochtone Nederlanders (15,2% tegenover 5,6%). Toegenomen inkomensverschillen zijn hiervan het gevolg. Deze zwakke arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond blijkt ook uit het relatief hoge aantal flexibele banen (37% versus 24% bij autochtone Nederlanders).
- In vergelijking met het begin van deze eeuw is de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond ten opzichte van autochtone Nederlanders niet systematisch verbeterd.
- Het SCP verklaart dit door verschillen in opleiding, leeftijd, netwerken en werkervaring, maar ook door discriminatie. In het persbericht van het SCP wordt dat overigens wel heel omslachtig omschreven: “Werkgevers hebben bij een groot aanbod van werknemers meer te kiezen, waardoor zelfs kleine sociale of culturele verschillen de doorslag kunnen geven om iemand wel of niet aan te nemen. Herkomst telt dan zwaarder mee: werknemers die niet passen binnen het ‘ideale’ profiel komen dan maar moeilijk aan de slag.”
- Positieve ontwikkeling is de de toegenomen participatie van Turks- en Marokkaans-Nederlandse vrouwen en van een groter wordende middenklasse onder migranten.


Wonen


- Vooral Surinaamse Nederlanders hebben vaker een koopwoning. Bij Marokkaanse Nederlanders verdubbelde het woningbezit weliswaar, maar zij wonen het meest krap van alle onderzochte groepen en hebben de minste kamers per persoon.


Criminaliteit


- Het aantal verdachten van criminaliteit daalt bij zowel Nederlanders met een migratieachtergrond als bij autochtone Nederlanders. Toch geldt voor alle onderzochte jaren dat Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond ongeveer 4 keer zo vaak (2,7%) verdacht zijn van een misdrijf dan autochtone Nederlanders (0,7%). Vooral Antilliaans- en Marokkaans-Nederlandse jonge mannen zijn relatief vaak verdacht.

- Niet-westerse migranten zijn behalve vaker verdachte ook relatief vaker slachtoffer van criminaliteit. Hiervoor is opvallend weinig aaandacht. In 2015 is het aandeel niet-westerse migranten dat rapporteert slachtoffer te zijn geweest van een misdrijf groter dan het aandeel autochtone Nederlanders. Vooral Turkse en Marokkaanse Nederlanders voelen zich vaak onveilig (in de buurt) en beoordelen de veiligheid in de buurt ook als relatief laag.


Maatschappelijke en politieke participatie


- de maatschappelijke en politieke participatie van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond is lager dan bij autochtonen: ze zijn minder vaak lid van verenigingen, doen minder vaak vrijwilligerswerk, verlenen minder informele hulp en stemmen minder vaak. De maatschappelijke participatie ligt bij de tweede generatie wel hoger dan bij de eerste.

- Leden van deze vier migrantengroepen hebben minder vertrouwen, ook in de politie en in de regering dan autochtone Nederlanders.

- Jonge en tweede generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders identificeren zich sterk met de herkomstgroep en gaan in de vrije tijd vaak om met leden van de herkomstgroep. Tegelijkertijd identificeert een aanzienlijke groep zich ook als Nederlander en maken autochtone Nederlanders deel uit van hun sociale netwerk.

- Gemiddeld zijn de afgelopen 25 jaar de opvattingen over de rollen van mannen en vrouwen bij de Turkse en Marokkaanse Nederlanders moderner geworden, maar ze zijn nog wel traditioneler dan de opvattingen onder autochtone Nederlanders. In de afgelopen vijf jaar zijn de opvattingen over homoseksualiteit bij de in dit rapport onderzochte groepen licht positiever geworden. Met homoseksualiteit hebben Turkse en Marokkaanse Nederlanders vooral problemen als die dichtbij komt (eigen kind is homoseksueel).


Sociaal-culturele positie


- Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond ervaren het maatschappelijk klimaat steeds negatiever en ervaren in grotere mate discriminatie. Van de Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse Nederlanders voelt slechts 60% zich thuis. Dat is in vergelijking met 2006 afgenomen. De ervaren uitsluiting lijkt cruciaal te zijn voor de manier waarop niet-westerse migranten zich verhouden tot autochtone Nederlanders en tot de Nederlandse samen- leving.

- Het SCP beschrijft de integratieparadox zoals die eerder deze eeuw al door Han Entzinger werd beschreven: het zijn vooral vaak hoger opgeleide Nederlanders met een migratieachtergrond die vaker uitsluiting ervaren en meer interetnische spanningen waarnemen. “Met hun hbo- of wo- diploma op zak zijn zij klaar om een plek van betekenis in te nemen in de Nederlandse samenleving, maar in hun ervaring wordt hun die plek niet altijd gegund. Regelmatig worden zij apart gezet door verwijzingen naar hun achtergrond of religie, waardoor zij beseffen dat hun plaats in de Nederlandse samenleving verre van vanzelfsprekend is.”

- Hoewel veel autochtone Nederlanders weerstand heeft ten aanzien van de multiculturele samenleving, is er nog steeds redelijk wat steun voor culturele diversiteit (70%). Het SCP schrijft onder andere: " Etnocentrisme en culturele dreiging zijn de belangrijkste thema’s die hun verhouding tot de multi-etnische samenleving bepalen. Datgene wat de eenheid en eigenheid van de nationale gemeenschap bedreigt, wordt als negatief ervaren waardoor zichtbare uitingen van culturele diversiteit soms met agressie tegemoet worden getreden. Zo hebben bijvoorbeeld islamitische meisjes die een hoofddoek dragen relatief veel te maken met agressie en negatieve bejegening. Er bestaat het gevoel dat er ‘iets afgepakt wordt’ (bijvoorbeeld Zwarte Piet)." 

- Hoewel zij in Nederland zijn geboren, voelen tweede generatie Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders zich inmiddels minder thuis in Nederland dan hun ouders en ervaren zij meer interetnische spanningen. Een deel van hen heeft het gevoel ‘nooit Nederlander genoeg te zijn.’ De Turks-Nederlandse groep voelt zich het minst thuis in Nederland, en is zij het minst tevreden over de Nederlandse samenleving. Maar liefst een derde van de tweede generatie Turkse Nederlanders zou voor altijd in Turkije zou willen wonen. 

Het hele rapport is hier te lezen.


Ewoud Butter is oprichter van Republiek Allochtonië. Hij werkt als zelfstandig onderzoeker en publiceert over o.a. diversiteitsvraagstukken, emancipatie en radicalisering. Meer van en over Ewoud op zijn blog of volg hem op twitter

Op Nieuwwij verscheen een interview met Ewoud Butter naar aanleiding van het verschijnen van het SCP-rapport. Lees het hier.

Meer feiten hier, meer onderzoek hier.

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!

 


Meer over ewoud butter, integratie, onderzoek, scp.

Delen:

Reageer