Breed verzet tegen Amicales. De lange arm van Rabat, deel IV

In achtergronden door Saïd Bouddouft op 24-01-2019 | 21:14

Ook het consulaat en sommige leerkrachten Onderwijs in Eigen Taal werden door het Marokkaanse regime ingezet om meer controle te krijgen op migranten in Nederland. Toch was er veel maatschappelijk en politiek verzet tegen de Amicales. Hierdoor is het de Amicales nooit gelukt om een stevige voet aan de grond te krijgen. Het vierde artikel van Said Bouddouft over de geschiedenis van de lange arm van Rabat in Nederland.

De consul en de onderwijzer

Zoals we in eerdere delen van deze serie lazen had de Marokkaanse overheid de Federatie van de Amicales in Europa opgezet om “de gastarbeiders” onder controle te krijgen. Een ander middel dat de Marokkaanse overheid voor dit doel gebruikte waren de consulaten waarvan de migranten afhankelijk waren voor de verlening van paspoorten, Marokkaanse Nationale Identiteitskaarten, het maken van huwelijksakten etc. De consuls bemoeilijkten in het verleden het verkrijgen van deze documenten voor diegenen die zij als tegenstanders zagen. Zoals je in eerdere artikelen kunt lezen, rapporteerden consuls ook over (politiek) actieve Marokkanen in het buitenland aan het ministerie van arbeid in Marokko.

In het verleden werd in Nederland het zogenaamde Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur (OETC) onderwezen. Voor dit doel werden sommige leraren via de Marokkaanse overheid uitgezonden. Deze leerkrachten hielden zich echter niet altijd aan hun formele opdracht. Velen van hen hebben zich schuldig gemaakt aan intimidatie van de leden van de Marokkaanse gemeenschap. Niet alleen in Nederland, maar in alle Europese landen waar zij naar toe werden uitgezonden. Volgens Abdellatif Bennis, die 3 jaar voorzitter van de Amicales was in Leiden, kregen de leerkrachten snel een cursusje “politiewerk” voordat zij naar Europa worden uitgezonden. In de Volkskrant van 3 maart 1984 zei hij: “In kranten in Marokko worden nu onderwijzers gevraagd die in Nederland zouden kunnen werken. Een kennis van mij heeft gereageerd. Hij moest eerst een opleiding op de politieschool in Tanger volgen terwijl hij alleen maar hier als onderwijzer wilde werken. Via de culturele akkoorden tussen Nederland en Marokko komen nu onderwijzers naar Nederland die een opleiding voor inlichtingenwerk hebben gevolgd". 

Strijd tegen de lange arm van Hassan

De Amicales kreeg vanaf de start te maken met weerstand. De weerstand en het verzet namen toe naar mate er meer afdelingen bij kwamen. In het vorige deel kun je meer lezen over het verzet van de organisaties van Marokkaanse migranten. Het verzet tegen de Amicales was echter breder. 

De stichtingen: bondgenoot die een tegenstander werd 

Vanuit de kerken werden bij de komst van de eerste “gastarbeiders” uit Italië en Spanje in het hele land werkgroepen gevormd om de veelal katholieke gastarbeiders op te vangen. Deze werkgroepen groeiden uit tot regionale of provinciale stichtingen Bijstand Buitenlandse Werknemers die door de overheid gefinancierd werden. Deze stichtingen gingen zich ook richten op de gastarbeiders uit Turkije en Marokko. In totaal ontstonden er 17 regionale of provinciale organisaties. Later volgde ook een landelijk stichting die later het Nederlandse Centrum Buitenlanders zou worden. 

Deze stichtingen gaven voorlichting aan migranten, boden hulp bij de verbetering van huisvesting, bemiddelden bij het ontstaan van problemen met werkgevers of overheid enz. Deze stichtingen organiseerden ook vrijetijdsbesteding. Daarvoor hadden ze gebouwen in bezit die zij beschikbaar stelden aan diverse migrantengroepen. De migrantengroepen mochten in bepaalde steden het beheer zelf doen. Daarvoor had elke nationaliteit een werkgroep gevormd.

Sommige stichtingen hadden Marokkaans personeel in dienst. De medewerkers van de stichtingen in Utrecht, Rotterdam en die van Den Haag waren tevens betrokken bij de oprichting van de afdelingen van de Amicales in hun omgeving. De Amicales konden ook gebruik maken van de activiteitenruimtes die in het beheer waren van de Marokkaanse werkgroepen. Er waren ook stichtingen die vanaf het begin duidelijk stelling tegen de Amicales namen, zoals de stichting Rijn en Lek (regio Gouda-Leiden), die van Dordrecht en Twente. Later kwamen er meer bij. In februari 1976 voerden alle stichtingen anti-Amicales beleid. Dat lieten zijn per brief ook aan de verantwoordelijke minister weten.

Radio-programma voor Marokkanen

In 1975 werd Mohammed Rabbae voor een heel korte periode adjunct-directeur van de stichting in Dordrecht. Vanuit deze stichting zorgde hij ervoor dat de makers van het NOS-radioprogramma voor Marokkanen, de heren Mouhmi en Bouzidi, werden ontslagen. De NOS had in die tijd 20 minuten per week zendtijd per nationaliteitsgroep. Mohammed Rabbae had opnames gemaakt van het programma voor de Marokkaanse migranten en had geturfd wat het programma allemaal uitzond. Uit zijn kleine onderzoek bleek dat de meeste zendtijd besteed werd aan muziek (meer dan de helft) en religieuze liederen. De tijd voor nieuws en voorlichting (23%) werd gebruikt voor propaganda voor het Marokkaanse regime en de Amicales. De heer Mouhmi had een restaurant in Utrecht waarvoor hij ook reclame maakte in de zendtijd. Ook de winkels (slagers) van de Amicales konden op positieve aanbevelingen van het programma rekenen. De tweede medewerker, de heer Bouzidi, bleek bij de NOS “gedropt” door de Marokkaanse consul in Rotterdam. Met de uitkomsten van het onderzoek van Rabbae dienden meerdere stichtingen protest in bij de NOS. Uiteindelijk werden beide heren ontslagen. Voor het maken van het programma werd een andere medewerker aangetrokken. 

De heer Rabbae werd in hetzelfde jaar tot directeur van de stichting in Breda benoemd. Daar ontdekte hij dat sommige leden van de Marokkaanse werkgroep die verantwoordelijk waren voor de activiteiten voor de Marokkaanse gemeenschap, ook bestuurslid waren van de Amicales afdeling. Hij stelde deze leden voor de keuze: afstand nemen van de Amicales of uit de werkgroep uitstappen. De Amicales waren hier niet van gediend. De federatie en de afdeling van Breda schreven in januari 1976 een brief aan de minister, die verantwoordelijk was voor de financiering van de stichtingen, waarin zij het ontslag van Rabbae eisten. Zij wilden ook een onderzoek naar “les activités subversives” van de heer Rabbae. 

Het tijdschrift Motief van februari 1976 schreef over het conflict tussen de Amicales en de stichting in Breda. Hierin komt Rabbae, als directeur van de Bredase Stichting, aan het woord die vertelt dat hij een viertal gesprekken voerde met het Marokkaans Komittee (die de activiteitenruimte van de Marokkaanse gemeenschap beheerde). 

Daarin bleek dat hun doelstelling een hele andere was dan die van onze Stichting (..).We hebben ze toen gezegd dat ze door mochten gaan. Maar dan moest er wel een principiële keuze worden gemaakt tussen hun lidmaatschap van de Amicale en die van ons Marokkaans Komittee. De Amicale-leden in het Komittee wilden echter koste wat kost aanblijven. 

In de tussentijd vonden allerhande incidenten plaats. Op een gegeven moment was er geen beheerder van het Marokkaans Centrum meer. Rabbae:

Die beheerders werden door de Amicale onder grote druk gezet, waardoor ze even snel opzegden als ze kwamen. De Amicale heeft hiermee een chronische probleemsituatie willen scheppen. Als je de beheerders vroeg naar het waarom, dan zeiden ze geen risico’s te willen lopen. Ook presteerde de voorzitter van de Amicale het op een gegeven moment om het Marokkaans Centrum met een ketting af te sluiten.

De stichting heeft uiteindelijk de Amicales weggewerkt. Vanuit de Marokkaanse gemeenschap werd een nieuw Komittee gevormd die het beheer van het activiteitencentrum had overgenomen.

Het verzet van de Marokkaanse organisaties kreeg niet alleen steun van de Stichtingen Bijstand Buitenlandse Werknemers. De steun kwam ook van de vakbonden, politieke partijen en veel actiegroepen die zich het lot van gastarbeiders aantrokken en voor hun belangen probeerden op te komen. Zoals was te lezen in de eerdere artikelen was het Actiecomité Pro-Gastarbeiders in Rotterdam betrokken bij het protest tijdens de oprichtingsbijeenkomst van de afdeling in die stad. Ook in Amsterdam, in Utrecht en in nog veel meer plaatsen waren dit soort actiecomités actief. 

Geen spionnenhol in Utrecht

Op 14 oktober 1977 kwam het ‘Komittee Amicales weg uit Utrecht’ in actie en bezette het kantoor van de Amicales aan de Eikstraat 37 in Utrecht. Het ‘Komittee Amicales weg uit Utrecht’ bestond uit de Werkgroep Buitenlandse Arbeiders Utrecht-West, Muurkrant-Utrecht, de Werkgroep Internationaal Beleid, Rood Front Utrecht en de Internationale communistenbond. Het waren allemaal actievoeders die actie voerden tegen racisme in Nederland en tegen buitenlandse dictatoriale regimes. Men had al acties gevoerd tegen “de Griekse junta in Nederland” en tegen een “Franco-filiaal in Utrecht”. 

De werkwijze die men toepaste was steeds hetzelfde: panden van de verdachte organisaties bezetten, documenten meenemen en publiceren. In het geval van de Amicales was deze opzet maar voor een deel succesvol. Het actiekomittee schreef in het verslag van deze actie:

“Op de afgesproken ochtend blijkt er acht man van de knokploeg binnen zitten (in het pand van de Amicales). Besloten wordt die eerst te laten vertrekken. Dat gebeurt inderdaad om elf uur. Helaas nemen ze ook belastend materiaal mee. De laatste van die acht heeft z'n kont nog niet gekeerd of het actiekomittee breekt de deur open om die direct weer dicht te timmeren met dikke planken. Tegelijk worden in de omgeving pamfletten uitgedeeld en stromen bewoners toe. Binnen worden achter, de vroeger altijd geblindeerde, ramen grote spandoeken opgehangen: "Geen spionnenhol in Utrecht". Het Komittee onderzoekt snel de kasten en ontdekt toch nog papieren. Onder meer lijsten met sympathisanten, leden en tipgevers. Ook vertrouwelijke en op naam gestelde stukken, waaruit een aantal van de werkelijke activiteiten van Amicale blijkt. Direct wordt het belastend materiaal in veiligheid gebracht…..”.

Het Komittee heeft een samenvatting van de meegenomen documenten gepubliceerd in de vorm van de brochure “Daarom Amicales weg uit Utrecht”. Uit deze documenten bleek dat het bestuur van de afdeling Utrecht en die van de federatie vooral bezig waren geweest met het vullen van hun eigen zakken. De secretaris van de federatie stuurde in december 1976 een brief naar de voorzitter en de penningmeester waarin hij hen verzocht duidelijkheid te verschaffen over het verdwijnen van het geld. Het ging om een bedrag van 280.000 NLG die de federatie van de Marokkaanse overheid had gekregen. Iets meer dan de helft was bedoeld voor de federatie en de rest voor de afdelingen. Het geld bleef kennelijk hangen aan de strijkstok van de voorzitter en de penningmeester. Daarom wilde de secretaris van de voorzitter en secretaris weten wat zij als beloning hadden ontvangen. Hij stelde dezelfde vragen aan de sociale attache van de ambassadeur omdat deze verantwoordelijk was voor de financiering van de Amicales. Er was ook geld verdwenen dat afkomstig was uit Saoedi-Arabië. De secretaris vroeg aan de voorzitter duidelijkheid te geven over het bedrag. 

Wat ook uit deze documenten bleek was dat er een levendige handel was in Marokkaanse paspoorten. Bij de namen van de leden op de ledenlijst, werd een van deze twee opmerkingen geplaatst: geschikt of onbruikbaar. Wat hiermee precies werd bedoeld stond er niet bij. Het actiekomittee veronderstelde dat die opmerkingen te maken had met de bruikbaarheid van de leden als informanten.

Strijd om het Amicales-dossier

Het dagblad Trouw van 24 januari 1978 schreef:

“De federatie van Marokkaanse Amicales in Nederland heeft gisteren beslag laten leggen op de drukpers en drukvoorraad van de uitgeverij Ordeman in Rotterdam. Ook liet de federatie beslag leggen op een door de uitgeverij uitgegeven dossier over de Amicales genaamd „De lange arm van koning Hassan". 

Dit bericht gaat over een in 1977 samengesteld dossier over het werk van de Amicales. De drukkerij Ordeman uit Rotterdam had in samenwerking met het Marokko-Komittee (een organisatie die zich vooral richtte op de Marokkaanse politiek), het KMAN en 4 antiracisme Komittees een dossier samengesteld over de Amicales gedurende hun bestaan in Nederland. In het dossier werd ook aandacht besteed aan de politieke situatie in Marokko. De federatie van de Amicales wilde natuurlijk voorkomen dat het dossier verspreid werd. De Amicales spanden in het begin van januari 1978 een kort geding aan waarin zij het verbod op de publicatie van het dossier eisten wegens smaad. Op 12 januari wees de rechter de eis van de Amicales af. De Amicales gingen hiertegen in beroep. Daarnaast eisten zij schadevergoeding van de uitgeverij. Deze laatste eis was de grond waarop de beslaglegging werd gerechtvaardigd. Toch verloren de Amicales ook deze rechtszaak. De rechter was van mening dat er geen sprake was van smaad omdat de inhoud van het dossier uit openbare informatie bestond. De teksten en foto’s waren eerder gepubliceerd. De rechtszaken waren wel mooi voor het dossier dat in heel het land bekend werd. De verspreiding was dan ook een groot succes.

In Nederland was veel maatschappelijk en politiek verzet tegen de Amicales. Hierdoor is het de Amicales nooit gelukt om een stevige voet aan de grond te krijgen. In andere Europese landen had men iets meer succes, zeker in Frankrijk. Maar dat succes duurde niet heel lang. Binnen een periode van nog geen 20 jaar werden de Amicales doodverklaard door niemand minder dan de initiatiefnemer zelf, namelijk de Marokkaanse koning Hassan II. Het waarom en hoe lees je in de volgende artikelen.

Eerder verschenen in deze reeks:

Zie ook:

Terugkijken: Andere tijden over Amicales

Meer artikelen over Amicales

Artikelen over Marokko

Artikelen over de Hirak

 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over amicales, lange arm, lange arm rabat, marokko.

Delen:

Reageer