"Geëmigreerde Marokkanen behoeden voor schadelijke politieke invloeden". De lange arm van Rabat, deel III

In achtergronden door Saïd Bouddouft op 15-01-2019 | 12:14

De Amicales rapporteerden aan de Marokkaanse overheid over politieke activiteiten en activisten om geëmigreerde Marokkanen te behoeden. Doel was de Marokkaanse Nederlanders "te behoeden voor schadelijke politieke invloeden". In een paar gevallen ontaardde de intimidatie door de Amicales in fysiek geweld. Het derde artikel van Said Bouddouft over de geschiedenis van de lange arm van Rabat in Nederland.

Verdeelde gemeenschap

“De oprichting van de Amicales sneed de Marokkaanse gemeenschap in drie plakken: een kleine groep fanatieke voorstanders, een kleine groep fanatieke tegenstanders en een meerderheid die wat sceptisch en argwanend tegenover het initiatief stond”, aldus Will Tinnemans in zijn boek Een gouden armband. Met deze zin heeft Tinnemans kort en krachtig de reactie gegeven van de Marokkaanse gemeenschap op het ontstaan en het werk van de Amicales. 

In de vorige twee artikelen (zie de links onderaan dit artikel) kun je meer lezen over de oprichting van de afdelingen en de federatie van de Amicales. In het vorige artikel schreef ik dat het formele doel van de Amicales een dekking moest zijn voor de echte opdracht, namelijk “de geëmigreerde Marokkanen behoeden voor schadelijke politieke invloeden”. Zo werd het geformuleerd door de Marokkaanse ambassadeur in Frankrijk in zijn brief van 23 november 1973 aan alle Marokkaanse consulaten in Europa. 

Concurrerende activiteiten 

Om deze echt opdracht te vervullen organiseerden de Amicales uiteenlopende activiteiten. Soms ging het om wat onschuldige ogende muziek- en dansfeesten. Maar wat opvallend was, waren de dagen waarop zulke feesten werden gehouden. Het waren de dagen waarop de vakbonden of andere Marokkaanse organisaties politieke bijeenkomsten organiseerden. De eerste week van mei was bijvoorbeeld een favoriete periode van de Amicales om eigen feesten te houden. Wilde men hiermee de Marokkaanse migranten afhouden van de viering van 1 mei? De Amicales-voorzitter de heer Amghane vertelde aan het tijdschrift Motief (van mei/juni 1976) het volgende: “….. wij hebben begin mei op veel plaatsen een feestweek georganiseerd. Dat is onze manier om 1 mei te vieren”.

In de jaren 70 en ook in de jaren 80 werd in Nederland 1 mei gevierd echter met veel politieke bijeenkomsten en niet met dansfeesten. Dat gold ook voor Marokko. Daar organiseerden de vakbonden traditioneel veel demonstraties overdag en in de avonden werden veel politieke en vakbondslezingen gehouden. De Amicales organiseerden vaak activiteiten gelijktijdig met de politieke activiteiten van andere Marokkaanse organisaties. Dat was dus geen toeval.

Rapporteren van politieke activiteiten 

Een belangrijke taak van de Amicales was het rapporteren over de politieke activiteiten van migranten aan de (vertegenwoordigers van) Marokkaanse overheid.

In de Volkskrant van 3 maart 1984 deed Abdellatif Bennis een boekje open over de Amicales-afdeling van Leiden waarvan hij drie jaar (1975-1978) voorzitter was geweest. Abdellatief Bennis werd in 1975 benaderd door de Marokkaanse ambassadeur met het verzoek een welzijnsorganisatie voor zijn landgenoten op te zetten. Uiteindelijk ging Bennis overstag en hij ondertekende een contract met de ambassadeur waarin zijn werk werd omschrijven.

Al snel kwam hij er echter achter dat zijn taak heel anders was dan waarvoor hij getekend had. Aan de Volkskrant vertelde hij:

Al vrij snel kwam ik erachter dat deze organisatie niet zo veel te maken had met welzijnswerk. We maakten afspraken over tolkwerk in ziekenhuizen, hulp bij arbeidsproblemen maar een van mijn eerste opdrachten was het in de gaten houden van een groepje Marokkanen dat volgens de ambassade gevaarlijk was. Ook kreeg ik opdracht om me helemaal niet met vakbonden te bemoeien. Als ik daartegen bezwaar maakte werd er direct op het door mij getekende contract gewezen. Contractbreuk zou tot gevangenisstraf leiden en zou gevolgen kunnen hebben voor mijn familie in Marokko.

In de periode van drie jaar dat Bennis voorzitter was van de afdeling Leiden deed hij niets anders dan informatie doorgeven aan de ambassade. Volgens de Volkskrant bouwde hij een netwerk van informanten op dat zich moest bezighouden met het doorspelen van informatie over Marokkanen die zich kritisch uitlieten over het regime in Rabat. In ieder pension of café waar Marokkanen samenkwamen zat een informant.

In 1978 werd Bennis gevraagd bij een van zijn buren in te breken. Deze buurman was de voorzitter van het Polisario Comité (beweging die streeft naar onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara) in Nederland. Bennis weigerde, belde de politie en stapte op. En dat had hij geweten. In Leiden woonde in die tijd ook de heer Boukrim, de tweede man van de federatie-Amicales. Boukrim startte een campagne van pesterijen, intimidaties, bedreigingen en geweld tegen Bennis die hij als verrader van zijn vaderland beschouwde. Een campagne die in iedere geval tot zijn interview met de Volkskrant in 1984 heeft geduurd.

Rapporteren over activisten 

De Amicales hebben meerdere malen gerapporteerd over activisten aan de Marokkaanse overheid. Zo rapporteerden de Amicales aan de Marokkaanse consul in Amsterdam over een protest van het Kommitee Marokkaanse Arbeiders Nederland (KMAN) en buurtorganisaties. Het ging hier om protest tegen de opening van een ontmoetingsruimte voor de Amicales in april 1983. Op 23 april stuurde de Amicales een brief aan de consul met de namen van personen die daar hadden geprotesteerd. 

Er werd ook gerapporteerd over protesten tegen de politieke onderdrukking in Marokko. In januari 1984 brak in Marokko een volksopstand uit tegen hoge prijzen voor voedsel, zorg en onderwijs. Het regime van Hassan II had een behoorlijk aantal slachtoffers gemaakt om die opstand neer te slaan. Het KMAN en Associatie van Marokkaanse Migranten in Utrecht  (AMMU) organiseerden protestacties bij het consulaat in Amsterdam en bij de Marokkaanse ambassadeur in Den Haag. De Amicales hebben toen de namen van de woordvoerders van deze actie doorgegeven aan de consul en verteld wat ze verklaard hadden.

De Amicales waren goed geïnformeerd over de situatie van de demonstranten. Zo schreven ze over één demonstrant: “uit speciale nieuwsbronnen weten wij dat zijn zoon binnenkort meqaddam (een soort wijkagent op het platteland) zal worden in Ben Mkat, in de provincie Chafchaouen. Hoe kan de staat hem in zo'n vertrouwelijk functie benoemen, als de vader hier zijn geweten verkocht heeft en oppositie voert tegen de regering? Alle genoemde mensen zijn vaak genoeg gewaarschuwd, maar ze hebben al die waarschuwingen naast zich neergelegd en zijn in handen gevallen van de vijanden van het land”.

Ook de Marokkaanse politie was goed geïnformeerd over de deelnemers aan deze protestacties. Zo werd Ali Lazrak in 1986 tijdens zijn bezoek aan Marokko in Tanger aangehouden. Lazrak was toen medewerker van het NOS-radioprogramma voor Marokkanen. In Vrij Nederland van 14 maart 1987 vertelde hij over zijn verhoren door de Marokkaanse politie: “Ze wilden weten waar ik op 30 april 1984 was geweest. Ik had zelf geen idee. Maar zij wisten het precies: bij een demonstratie voor de ambassade. ……. Ze proberen je met zo’n verhoor te intimideren”. 

Het rapporteren over politieke actieve Marokkaanse Nederlanders kwam ook nog voor in 1996. De Volkskrant van 5 juli van dat jaar berichte over de consul-generaal in Rotterdam die aan de Marokkaanse autoriteiten rapporteerde over wat genoemd werd `Marokkanen die betrokken zijn bij de campagne om Marokko zwart te maken’. Op de lijst van de consul stond onder andere Mohammed Rabbae, die destijds Tweede Kamerlid voor GroenLinks was.

Zoals je kan lezen in het tweede deel waren de Amicales niet al te zachtzinnig voor hun tegenstanders. Intimidaties en bedreigingen werden vaak toegepast om de leden van de Marokkaanse gemeenschap in het gareel te houden. Soms gebeurde dit heel subtiel zoals het voorbeeld dat genoemd werd in het Amicales-dossier: twee kaderleden van de Amicales die bij de deur van het gebouw van het KMAN stonden en iedereen die naar binnen wilde vroeg of hij wel wist waar hij naartoe ging? Amicales gebruikten ook vaak het jaarlijkse bezoek aan Marokko en de achtergebleven familie als drukmiddel. Er werden opmerkingen gemaakt in trant van: “Je wil de komende zomer jouw familie in Marokko bezoeken?” of “wat vindt jouw familie in Marokko van jouw bezigheden hier?” De bezigheden hier sloegen dan op alles wat gezien werd als politieke activiteiten. 

Fysiek geweld

De Amicales schuwden het fysieke geweld niet als de genoemde vormen van de intimidatie niet hielpen. Ineke van der Valk beschreef in haar publicatie Van migratie naar burgerschap verschillende geweldsincidenten waarbij de Amicales betrokken waren. Een tweetal incidenten in de jaren 80 haalden het landelijke nieuws. Het ging hier om de mishandeling van de imam van de Moskee El Kabir in 1983 en de mishandeling van Abdou Menebhi in 1987.

Trouw van 5 november 1983 berichtte over de mishandeling van de imam. Trouw kopte “Omstreden imam tijdens gebedsdienst neergeslagen” om vervolgens verder te gaan:

De imam van de Grote moskee (Mesjid El Kabir) aan de Weesperzijde in Amsterdam, de 38-Jarige Hoessein El Hadrati, is gistermiddag tijdens gebedsdienst neergeslagen. Een groepje van zes Marokkanen, onder wie de penningmeester van de Stichting Moskee, verstoorde de dienst om het werk van de imam onmogelijk te maken. Een bezoeker van de moskee, die de imam te hulp snelde, kreeg ook een paar forse tikken in het gezicht. Beiden zijn per ambulance naar een ziekenhuis gebracht. Later op de dag konden ze naar huis gaan. …..De ongeregeldheden volgden op de uitspraak van een kort geding, eergisteren, tussen het bestuur van de moskee en de imam. De president van de Amsterdamse rechtbank zag geen reden voor ontslag op staande voet, wat de eis van het bestuur was. Ook zei de president dat het bestuur de imam bij de uitoefening van zijn werk niets in de weg mag leggen. De zichtbaar aangeslagen imam zei gistermiddag beduusd te zijn over de opwinding die de afgelopen dagen rond zijn persoon is ontstaan. “Het liefst wil ik me met religieuze zaken bezighouden. De politiek hoort buiten de moskee te worden gehouden."

En dat politiek was precies het probleem. De aanleiding voor het ontslag op staande voet was de weigering van de imam om de gebruikelijke smeekbede voor de Marokkaanse koning uit te spreken tijdens het vrijdaggebed. De imam sprak nooit zo’n smeekbede uit en dat was kennelijk geen probleem. In februari 1983 was de Marokkaanse onderwijsminister echter in Nederland. Hij bracht een bezoek aan de Grote moskee en nam daar deel aan het gezamenlijk gebed. Ook in dit geval sprak de imam de smeekbede niet uit. Het bestuur van de moskee, dat volgens documenten van het KMAN en het Marokko Komitee destijds grotendeels uit Amicales-mensen bestond, verzocht de imam vervolgens uit eigen beweging te vertrekken. Maar de imam was zeer gewild door de moskeebezoekers en zij wilden hem houden. Het bestuur zag zich daarop kennelijk genoodzaakt om de imam op staande voet te ontslaan. En hier stak de rechter een stokje met zijn vonnis op 3 november 1983 wat dus tot de mishandeling leidde. Overigens heeft de betrokken imam later een brief geschreven naar de consul waarin hij zijn “berouw” toonde. Eind goed, al goed! Zou je kunnen zeggen. 

Gemeentelijke adviesraad

In maart 1987 vielen de Amicales een vergadering binnen van (het Marokkaanse deel van) de gemeentelijke adviesraad voor minderheden in Amsterdam. De Afdruk, een nieuwsbrief van antifascisme groepen, schreef in het nummer van april 1987 het volgende:

Pas op: de lange arm van Hassan stroopt de mouwen op. 

Zaterdag 7 maart verstoorde een groep Amicales een vergadering van Marokkaanse leden van de gemeentelijke Adviesraad Minderheden. Na enig geschreeuw gingen de Amicales met messen en ijzeren staven enkele aanwezige KMAN-leden te lijf. Twee van de belaagde KMAN-mensen raakten zwaargewond. Het feit dat de Amicales wapens meenamen naar de gemeentelijke vergadering duidt op een zorgvuldig voorbereid optreden. Behalve op het uitschakelen van het KMAN is de nieuwste Amicales-aanval ook gericht tegen alle Marokkanen die zich niet slaafs aan de politiek van het consulaat van Hassan II wensen te onderwerpen.

De aanleiding van deze aanval waren de mislukte pogingen van de Amicales Amsterdam om een plaats binnen de gemeentelijke adviesraad in te nemen. Het Marokkaanse deel van die adviesraad bestond uit zeven leden. Eerst probeerde de consul de leden onder druk te zetten om hun plaats af te staan aan de Amicales. Zo vertelt de heer Moussati aan Vrij Nederland van 30 april 1984 dat hij samen met een ander lid door de consul werden ontboden op het consulaat en dat hen verzocht werd om uit de adviesraad te stappen. Op de vraag waarom zij moesten opstappen, antwoordde de consul dat hij betere kandidaten had voor die zetels. Zoals het geval bij de imam, is ook hier het geweld gebruikt toen de druk achter de schermen niet bleek te werken.

“Een verlengstuk van het Marokkaanse fascistische regime”

Mohammed Rabbae heeft de Amicales ooit “Een verlengstuk van het Marokkaanse fascistische regime” genoemd. Dit zinnetje is de Amicales heel lang als bijnaam blijven achtervolgen. 

Vanaf het ontstaan van de Amicales was er ook weerstand. In het begin was het verzet vanuit de Marokkaanse gemeenschap voorbehouden aan een kleine groep mensen. Bij het protest in Rotterdam was het Marokkaans Arbeiders Collectief betroken. Deze organisatie bleef zich verzetten tegen de Amicales. In Amsterdam werd in 1974 de Stichting Marokkaanse Arbeiders opgericht. Mohammed Rabbae en Hassan Bel Ghazi waren de oprichters van deze stichting. Met deze stichting wilden de oprichters werken aan bewustwording onder de Marokkaanse migranten. Een van de actiepunten van de stichting was tegengaan van de invloed van het Marokkaanse regime. 

In september 1975 werd in Amsterdam het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) opgericht. Het KMAN richtte zich vanaf zijn oprichting op de situatie van Marokkaanse arbeiders in Nederland, de politieke situatie en de mensrechten in Marokko en het bestrijden van de Amicales. Eind jaren 70 en begin jaren 80 kwam er veel meer weerstand vanuit de Marokkaanse gemeenschap tegen de Amicales. Dit had te maken met de groei van de gemeenschap zelf, de toename van wat toen de Marokkaanse zelforganisaties werd genoemd, de toename van de politieke bewustwording én (niet onbelangrijk) er kwam veel informatie los over de verrichtingen van de Amicales-voormannen. In verschillende steden zoals Utrecht, Rotterdam, Leiden en Nijmegen hadden “de gastarbeiders” eigen organisaties opgericht. In Utrecht bijvoorbeeld ontstond AMMU die zich ook op de Marokkaanse politieke richtte en veel deed aan de belangenbehartiging voor de Marokkaanse arbeiders in Nederland. Dat waren dus zaken waarmee een organisatie vanzelf op een confrontatie met de Amicales kon rekenen.

Hoe het verzet tegen de Amicales vorm heeft gekregen en wie daarin allemaal een rol speelden, kun je lezen in het vervolg.

Bronnen die gebruikt zijn voor dit artikel

  • Mohammed Rabbae, Naast de Amicales nu de UMMON, De mantelorganisaties van de Marokkaanse autoriteiten in Nederland, NCB, 1993
  • St. Nederland Bekent Kleur, Mohamed Rabbae, strijd voor Rechtvaardigheid, uitgeverij Letterrijn 2016
  • Will Tinnemans, Een gouden armband, Een geschiedenis van mediterrane immigranten in Nederland (1945-1994), Nederlands Centrum Buitenlanders, 1994.
  • Ineke van der Valk, Van Migratie naar Burgerschap, twintig jaar Komitee van Marokkaanse Arbeiders in Nederland, Instituut voor Publiek en Politiek,1996.
  • Motief, tijdschrift voor wie ten dienste staat van buitenlanders, jaargang 2, nummer 5, mei/juni 1976
  • Trouw, Omstreden imam tijdens gebedsdienst neergeslagen, 5 november 1983
  • De Volkskrant, Ex-voorzitter Amicales: “Het gaat om corruptie, onderdrukking en maffia”, 03-03-1984
  • De Volkskrant, Marokkanen die betrokken zijn bij de campagne om Marokko zwart te maken, 5 juli 1996
  • Afdruk, een nieuwsbrief van antifascisme groepen, april 1987
  • VN, Amicales zijn er, maar eigenlijk bestaan ze ook weer niet, jaargang 48, 14 maart 1987

Bron foto: De Waarheid van 8-2-1983

 

Zie ook:

Terugkijken: Andere tijden over Amicales

Meer artikelen over Amicales

Artikelen over Marokko

Artikelen over de Hirak

 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over amicales, lange arm van rabat, marokko.

Delen:

Reageer