Amsterdam is superdivers

In achtergronden op 28-10-2016 | 11:14

Amsterdam wordt steeds diverser. Van een meerderheidsgroep is in Amsterdam geen sprake meer en daarmee is de zogeheten superdiversiteit een feit. Het aandeel autochtonen is gedaald naar 48%, het aandeel Amsterdammers van niet-westerse herkomst bedraagt 35% en de groep westerse allochtonen is bijna 17%.

Dat blijkt uit een factsheet van het Amsterdamse onderzoeksbureau Onderzoek, Informatie Statistiek (OIS).

Aandeel autochtonen

Uit de factsheet blijkt onder andere dat het aandeel autochtonen in Amsterdam afgenomen van 62 procent (442.000 personen) in 1992 naar 48 procent (403.000 personen) in 2016. Het aandeel autochtone Amsterdammers zal de komende jaren verder afnemen tot 44 procent (400.000 personen) in 2026, een daling van gemiddeld 0,4 procentpunt per jaar. Die daling is minder sterk dan de gemiddelde afname van het aandeel autochtonen in de perioden daarvoor (-1 procentpunt tussen 1980 en 1991 en -0,6 procentpunt tussen 1992 en 2016). 

Niet-westerse herkomst

In dat jaar zal het aandeel Amsterdammers van niet-westerse herkomst gestegen zijn tot 38 procent (342.000 personen); in 2016 is dat nog 35 procent (291.000 personen). Veel Amsterdammers die tot deze groep “allochtonen” worden gerekend, zijn overigens geboren en getogen Amsterdammers. Van de bijna 291.000 Amsterdammers van niet-westerse herkomst is ruim 38 procent in de stad geboren (112.000 personen).

De traditionele migrantengroepen van Marokkaanse (9 procent), Surinaamse (8 procent) en Turkse herkomst (5 procent) zijn nog altijd het grootst. Opvallend is dat het aantal Surinaamse Amsterdammers sinds 2003 afneemt. Dit komt door vergrijzing, maar ook doordat kinderen van een Surinaamse moeder van de tweede generatie niet meer tot de Surinaamse herkomstgroep worden gerekend, maar tot de autochtone bevolking. Daarnaast is het migratiesaldo van personen Surinaamse en Turkse herkomst negatief; er vertrokken in 2014 meer Turkse en Surinaamse Amsterdammers uit de stad, dan dat er zich vestigden. Dat beeld is ook landelijk zichtbaar.

De gezinnen worden kleiner. Dit geldt zeker voor de Marokkaanse gezinnen: was in 1992 het kindertal voor eerste generatie vrouwen van Marokkaanse herkomst nog 4,2, in 2014 was dat gedaald tot 2,6. Voor tweede generatie vrouwen van Marokkaanse herkomst ligt het gemiddeld kindertal lager; het nam af van 4 naar 2,1.

Overig niet-westers en westers groeit
Op dit moment behoort 11 procent (iets minder dan 95.000 personen) van de bevolking tot de
groep overige niet-westerse allochtonen. De verwachting is dat dit aandeel stijgt tot 16 procent (144.000 personen) in 2026.

De groep westerse allochtonen stijgt naar verwachting van bijna 17% (140.000) tot 18 procent (165.000 personen) in 2026.

Immigranten emigranten

Het aantal immigranten was in 2014 (22.800) bijna twee keer zo hoog als in 2000 (11.600). Veel immigranten blijven maar tijdelijk: het vertrek naar het buitenland nam in diezelfde periode nog sterker toe, van 4.000 naar 15.000.

In 2014 vestigden vestigden vooral mensen van westerse herkomst zich vanuit het buitenland in Amsterdam. Het ging vooral om immigranten van Amerikaanse (1.362), Britse (1.205), Duitse (1.119) en Italiaanse (1.096) herkomst. Ook kwamen er veel personen van Indiase en Franse herkomst en uit de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa (vooral persoonen van Bulgaarse, Roemeense, en Poolse herkomst).

Per saldo bekeken was het aantal buitenlandse migranten in 2014 het grootst onder personen met een herkomst uit India (+757), Italië (+606) en de voormalige Sovjetunie (+582).

Trouwen

Vooral Turkse Amsterdammers (95 procent), Marokkaanse Amsterdammers (94 procent) en autochtone Amsterdammers (79 procent) trouwen met mensen uit de eigen herkomstgroep. Onder Amsterdammers van westerse herkomst is dit aandeel 46 procent en onder Amsterdammers van overige niet-westerse herkomst 68 procent.

Er is wel een trend zichtbaar dat Surinaamse, Antilliaanse, Turkse, Marokkaanse en autochtone Amsterdamse jongeren vaker buiten de eigen herkomstgroep trouwen dan ouderen.

De gehele factsheet is hier te lezen. 

Meer feiten:

Meer over superdiversiteit hier

Ewoud Butter is zelfstandig onderzoeker en publiceert over o.a. diversiteitsvraagstukken, emancipatie en radicalisering. Hij is tevens hoofdredacteur van Republiek Allochtonië. Meer van en over Ewoud op zijn blog of volg hem op twitter

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!

 

 


Meer over amsterdam, autochtonen, demografie, niet-westers, O+S, OIS, onderzoek, superdiversiteit, westers.

Delen:

Reageer




Reacties


Flip van Dyke - 30/10/2016 04:58

'Derde generatie migranten, ofwel de in Nederland geboren kinderen van tweede generatie migranten, worden niet meer tot de groep allochtonen gerekend. Er bestaat dan ook geen registratie van derde generatie allochtonen.'

De definitie is tenminste één grootouder geboren in het buitenland (kan ook een autochtoon zijn) en beide ouders in NL, waarvan dus tenminste tenminste één van de tweede generatie is.
En wat is de term derde generatie 'migranten' erg lelijk.
En er is wel degelijk een landelijke registratie: http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=70688NED&D1=a&D2=a&D3=l&D4=l&HDR=G2,G3,T&STB=G1&VW=T en daaruit blijkt dat het aantal 3e generatie niet groot is.

Flip van Dyke - 29/10/2016 16:47

Wat is het toch moeilijk he die definitie. Blz 3:
'Verder is de afname van het aantal geboorten onder Surinamers ook een kwestie van definitie; kinderen van een Surinaamse moeder van de tweede generatie worden niet meer tot de Surinaamse herkomstgroep gerekend, maar tot de autochtone bevolking.'

Dat is waar als de vader NIET in het buitenland is geboren anders is het kind 2e generatie en krijgt de herkomst van het geboorteland van de vader.