Yousouf, een jonge leerling, na Parijs

In opinie door Lody van de Kamp op 15-02-2015 | 22:01

Tekst: Lody B. van de Kamp

Yousouf[1] heeft uitgesproken meningen. In de klas denkt hij goed na over de gebeurtenissen om zich heen. ‘De aanslag op Charlie Hebdo in Parijs? Nee, dat is geen Islam wat die moordenaars aanhangen. De leerling in de 3e klas van de Mavo kijkt bedachtzaam voor zich uit, ‘ maar die mensen van die krant moeten goed weten dat wanneer zij met de Profeet spotten zulke vreselijke dingen kunnen gebeuren’.
De discussie tussen de 24 klasgenoten is best heftig. Over één ding is dit bonte gezelschap van Surinaamse, Ghanese, Turkse, Marokkaanse en oorspronkelijk Nederlandse kinderen het wel eens. ´Vrijheid van meningsuiting, prima. Maar elkaar beledigen, geen respect voor elkaar hebben? Dat niet´.

Yousouf is, ook op zijn jonge leeftijd, een religieuze jongen. Hij is verontwaardigd wanneer er negatief over de Islam, de Koran of de Profeet wordt gesproken. Hij komt in de klas op voor het geloof van zijn ouders en de rest van zijn familie. Ik ben voor hem de eerste Jood die hij in levende lijve aanspreekt. De Gaza- oorlog, het conflict tussen Israël en Palestina, de beelden vanuit het Midden-Oosten roepen heftige reacties bij hem op. Hij spreekt mij daarop aan, maar blijft beleefd. Ergens klikt het tussen ons. Toch kan ik niet voorkomen dat er in mijn gedachten gevoelens van onrust opkomen wanneer wij met elkaar in gesprek zijn. Deze Yousouf, zo jong maar toch ook zo fel. Is het dit soort jongens die beantwoorden aan het wantrouwen en de angstgevoelens binnen mijn eigen Joodse gemeenschap wanneer daar over Moslims wordt gesproken?

We zitten met de klas, een week later, voor een workshop bij de rechtbank. De kinderen krijgen plaatjes gepresenteerd waarop zij zelf moeten formuleren of het publiceren van deze plaatjes wel of niet strafbaar zouden moeten zijn. Een plaatje van Geert Wilders roept nogal wat reacties op. De Haagse politicus noemt de Koran ´de Islamitische Mein Kampf’. ‘Verbieden!’ roept een meisje. ‘Die vent moeten ze opsluiten!’ roept een ander. ‘ Weet Geert wel wat er in Mein Kampf staat’? vraagt een derde leerling.
Meer plaatjes komen langs. De juriste legt helder uit waarom het een wel verboden moet worden op grond van discriminatie of bedreiging terwijl andere teksten of afbeeldingen vanwege de vrijheid van meningsuiting ongestraft moeten blijven. De prent ‘Nous somme Charlie, Wij zijn Charlie’, een spandoek met daaronder een afbeelding van Jezus samen met Mohammed, wordt getoond. Yousouf keert zich verontwaardigt af. Wegkijkend van de spotprent roept hij ‘ mevrouw, waarom laat u ons dat zien? U weet toch wel dat wij hier helemaal niet naar mogen kijken? Dit is spotten met de Profeet’. Er valt een stilte. ‘Verbieden!’ klinkt het. ‘ Nee, zegt de juriste, ‘ dit is satire. Dus is het niet strafbaar’. Yousouf kijkt ontstemd voor zich uit en zet zijn blikje cola aan zijn mond. De wereld van de rechtspraak in ons land en Yousouf´s eigen wereld zijn kilometers van elkaar verwijderd.

Het volgende plaatje komt te voorschijn. In ieder geval voor mij als Joodse aanwezige is deze behoorlijk heftig. Een ledikant wordt gedeeld door Adolf Hitler met Anne Frank. Hitler roept ´Schrijf dit maar in jouw dagboek, Anne’. Nu wordt het Yousouf te veel? ‘Niet strafbaar? Niet verbieden?’. Echt boos kijkt hij de dame die iedere keer uitlegt waarom een afbeelding wel of niet verbonden mag worden aan. ‘Niet verbieden?’ Heftig kijkt Yousouf in het rond. ‘Mevrouw weet u wel hoeveel Joden die vent heeft vermoord? Miljoenen! Ja, ook dat kind naast hem in bed heeft hij vermoord! En u zegt dat dit mag?! Nu richt Yousouf zich op mij met een soort machteloze blik. Met bewondering knik ik hem toe. Met bewondering, maar ook ontroert. Een vrome jonge Moslim, waarvan ik in mijn achterhoofd weet dat hij bij velen binnen onze Joodse gemeenschap wantrouwen op zal opwekken enkel en alleen maar omdat hij een religieuze Moslim is, staat hier op omdat de Jood beledigd, en gekwetst wordt. De regels van de rechtsstaat waar het vrijheid van meningsuiting betreft zijn mogelijk ver verwijderd van Yousouf. De afstand tussen Yousouf en mijzelf is heel klein. Naast elkaar lopen wij de zaal uit, de trap af. Samen, de buitenwereld in......


[1] Een fictieve naam.
 

Rabbijn Lody B. van de Kamp studeerde voor rabbijn aan talmoedscholen in Zwitserland en Engeland. Hij was daarna als rabbijn verbonden aan verschillende orthodox-Joodse gemeenten. Kijk voor een overzicht van zijn uitgaven op de website van Boekencentrum Uitgevers.  Meer van of over Lody van de Kamp op dit blog hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

 


Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook! 


 

 


Meer over lody b van de kamp, lody van de kamp.

Delen:

Reageer




Reacties


John Dubbelboer - 18/02/2015 23:55

Dit is een verhaal van nostalgisch verlangen. Er zijn samenlevingen die gelovigen met veel meer omzichtigheid benaderen dan de meeste landen in Europa. We denken aan Amerika. Maar Amerika is juist opgebouwd door vervolgde en gevluchte gelovigen terwijl Europa het continent is van de getraumatiseerde achterblijvers. Paradoxaal genoeg is Amerika wel het land van de fundamentalistische Christenen. En die plegen dus aanslagen! Voor wie in deze kwestie wat wil nuanceren. In Europa is het Christendom zoals dat heet, gedomesticeerd, onschadelijk geworden. Iets met zingeving of zo maar niet meer die brute kracht die de levens van miljoenen Europeanen verwoestte. Europa is geseculariseerd en niet islamisering maar secularisering is de grote trend. Dat geldt niet in de laatste plaats voor onze tweede en derde generatie allochtonen die carrière willen maken. Met name de slimme vrouwen in deze groep slaan hun vleugels uit en willen, als ze een islamitische achtergrond hebben, niet veel van de Islam weten. Achter blijven de jongens zonder aansluiting en de ouderen die niet veel van de Islam weten maar wel voelen dat het in Europa in toenemende mate gaat om een strijd tussen wij en zij. Wij en Zij. Mohammed, dat is dus Wij.
En dan de jurist die uitlegt dat vrijheid van meningsuiting een grondrecht is en vervat in een juridisch bouwwerk met jurisprudentie en al. Daarin zien we ook een ander grondrecht prijken: vrijheid van godsdienst. Godsdienst krijgt een plaats toegewezen in onze samenleving met rechten maar ook met plichten. Een – in het grondrecht zelf verwoorde – plicht is dat geloofsafval meebrengt dat er geen onevenredig grote sociale druk mag zijn of bedreiging, laat staan de doodstraf zoals in sommige islamitische landen. Moeilijk puntje dus. Ook de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam speelt een rol als grondrecht. Om de zoveel tijd zien we in onze samenleving de discussie oplaaien over de besnijdenis. En ook het ritueel slachten komt altijd weer een keer op de agenda.
Het valt inderdaad niet mee voor gelovigen en die mogen best een afstand voelen met bovengenoemde juridische structuur en “samen de buitenwereld” inlopen. Die buitenwereld is niet perfect maar is wel een uitgebalanceerd kunstwerkje, opgebouwd na de verschrikkingen van de godsdienstoorlogen die we de Dertigjarige Oorlog noemen. Dit is onze geschiedenis. Misschien komt de dag dat men in het Midden Oosten ook, zoals vroeger in Europa, volledig is moegestreden en dat ook daar een samenleving met gedomesticeerde godsdiensten een goede kans maakt