“You can’t have capitalism without racism”

In opinie door Jazie Veldhuyzen op 02-04-2018 | 14:01

In de geest van kameraadschap doe ik een bijdrage aan de discussie die is losgebarsten op sociale media door een longread van Miriyam Aouragh over de beperkingen van privilegetheorie. In haar stuk schrijft Aouragh over de rol van neoliberalisme omtrent de opkomst van privilegetheorie, de invloed hiervan op de antiracismebeweging en hoe deze ontwikkeling in verhouding staat tot de zwarte marxistische traditie.

Om te beginnen wil ik Aouragh bedanken voor het schrijven van het stuk (De beperkingen van Wit Privilege: Shortcuts in de antiracisme strijd) en ik wil haar erkenning geven voor haar jarenlange inzet voor de strijd tegen racisme en imperialisme. Ik vind het stuk uiterst informatief en ik beschouw het als één van de belangrijkste stukken die ik tot nu toe heb gelezen over de ontwikkeling van de antiracismebeweging in Nederland. Het was bovendien interessant en leerzaam om te zien hoe de reacties op sociale media precies de politiek-ideologische verschillen weergeven die Aouragh bespreekbaar maakt in haar stuk.

Veel reacties op het stuk van Aouragh gaan over de kritiek die zij uit op een interventie van activisten van University of Colour bij een lezing van Prof. Dr. Sirma Bilge die werd georganiseerd door Amsterdam Research Centre for Gender & Sexuality op 15 december 2017. Ik wil niet voorbij gaan aan het feit dat (voormalig) activisten van University of Colour een grote rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van mijn eigen perspectief op antiracisme en dat hun activisme mij heeft geïnspireerd om te denken: “Fuck diversiteit, we willen dekolonisatie!” Ik wil ook niet voorbij gaan aan de rol die activisten van University of Colour spelen in strijd voor de dekolonisatie van het wetenschappelijke onderwijs. Ik vind het echter wel jammer dat veel reacties enkel gaan over de eerder genoemde interventie, want volgens mij werd deze vooral gebruikt door Aouragh als voorbeeld om politiek-ideologische verschillen in de antiracismebeweging bespreekbaar te maken. Alhoewel ik de interventie niet volledig wil negeren, wil ik in mijn stuk hoofdzakelijk een poging doen om de politiek-ideologische verschillen opnieuw op tafel te leggen.

Constructieve kritiek tussen bondgenoten

Mitchell Esajas heeft inmiddels een uitgebreid en interessant stuk geschreven als reactie op het stuk van Aouragh. Richting Esajas wil ik ook nadrukkelijk mijn waardering en dankbaarheid uitspreken. Ik ben ontzettend geïnspireerd en onder de indruk van het baanbrekende werk dat hij, ​Jessica de Abreu, Miguel Heilbron en Thiemo Heilbron via The Black Archives verrichten. Dankzij het stuk van Esajas weet ik nu ook wie Claudia Jones was. Er zijn echter ook een aantal kritische kanttekeningen die ik in het kader van constructieve kritiek tussen bondgenoten wil maken op zijn stuk.

Laat ik voorop stellen dat ik het met Esajas eens dat het “pijnlijk ironisch” is dat er bij de lezing van Bilge die zou gaan over “de manier waarop het intellectuele werk van zwarte vrouwen – intersectionaliteit – wordt ingekapseld en ‘witgewassen’ middels processen van institutionalisering binnen neoliberale universiteiten” geen zwarte vrouw op het programma stond. Ik ben het tevens met Esajas eens dat de organisatie naast Bilge ook de moeite had moeten doen om “een zwarte deskundige die de lokale context kent uit te nodigen” en dat de interventie een aanleiding moet zijn “om kritische vragen over de machtsstructuren binnen de universiteit te stellen”. Ik weet echter dat Aouragh deze noodzaak ook inziet en er ook naar streeft om systematisch racisme in de academische wereld te bestrijden. Het is dan ook niet zo dat Aouragh het stellen van kritische vragen door activisten bij lezingen veroordeeld. Het punt dat Aouragh hierover maakte was vooral dat zij de tactieken richting Bilge disproportioneel vond, juist omdat het werk van Bilge overeenkomt met de kritiek van de activisten van University of Colour omtrent ‘whitewashing’ van zwart feminisme.

Het stuk van Esajas gaat grotendeels over ‘political blackness’ terwijl Aouragh een ander vraagstuk bespreekbaar probeert te maken, namelijk de politiek-ideologische verschillen in de antiracismebeweging en de verschillende strategieën en tactieken die daaruit voortvloeien. Alhoewel de discussie over ‘political blackness’ ook gevoerd moet worden, noemt Aouragh de term helemaal niet in haar stuk. Door het stuk van Aouragh wel in dit kader te plaatsen worden haar ideeën automatisch gekoppeld aan haar huidskleur, terwijl Aouragh nadrukkelijk haar politieke ideeën en niet haar etnische identiteit centraal stelt. Het is bovendien zo dat de kritiek van Esajas op de term ‘political blackness’, namelijk dat het “de specifieke geschiedenis van alle groepen die binnen de container term vallen” uitwist, ook geldt voor alle andere vormen van politiek die zijn gebaseerd op een groepsidentiteit.

Daarnaast beweert Esajas dat Aouragh schrijft dat er “in het bijzonder onder zwarte activisten” sprake is van een “neerwaartse spiraal”. Dit is simpelweg niet waar. Alhoewel Aouragh kritiek uit op “de poging om mensen van kleur te herdefiniëren als ‘niet-zwart’” en hierbij de interventie van University of Colour als voorbeeld gebruikt, benoemt zij nergens dat de individualisering van de antiracismestrijd zich in het bijzonder onder zwarte activisten afspeelt.

Verder stelt Esajas dat Cedric Robinson in zijn boek ‘Black Marxism: The Making of the Black Radical Tradition’ een pleidooi maakt voor “een analyse die historisch ingebed is in een specifieke geschiedenis van verzet van Afrikanen in de diaspora”. Dat klopt, maar Robinson maakt met zijn werk, waarin hij deze analyse toepast, juist zichtbaar hoe de wijze waarop zwarte mensen zijn geracialiseerd overeenkomt met de wijze waarop bijvoorbeeld de Ieren en Slavische volkeren eerder onder Europees kapitalisme werden geracialiseerd. Vandaag de dag worden de Ieren echter als wit gezien. Daaruit blijkt dan ook dat de strijd voor gelijkwaardigheid niet rondom raciale maar universele waarden moet worden gevoerd. Het stuk van Aouragh lees ik bovendien als een ode aan zwarte marxisten die kritiek uiten op eurocentrisme in het traditionele marxisme.
 

Esajas schrijft ook dat Aouragh haar argumentatie een “selectief samenraapsel” is “van quotes en namen van zwarte intellectuelen terwijl belangrijke aspecten van hun gedachtegoed wordt weggelaten.” Hij zegt ook: “Aouragh lijkt het werk van deze zwarte intellectuelen uit hun specifieke historische context te rukken.” Hierdoor krijg ik de indruk dat Esajas in zekere zin voorbij gaat aan de essentie van het stuk van Aouragh. Aouragh poogt immers niet om de verschillende zwarte marxistische revolutionairen die zij aanhaalt in hun specifieke historische context te plaatsen en alle aspecten van hun gedachtengoed te beschrijven, maar om lessen te trekken uit hun strijd in relatie tot privilegetheorie om daarmee politiek-ideologische verschillen in de antiracismebeweging in Nederland vandaag de dag bespreekbaar te maken. In andere woorden: Aouragh toont aan dat het werk van zwarte marxisten ons een beter begrip kunnen geven van hoe racisme en kapitalisme in het algemeen werken en waarom we het gezamenlijk moeten bestrijden.

Representatie in een neoliberale samenleving

Door de reacties op sociale media op het stuk van Aouragh voel ik mij genoodzaakt om te benadrukken dat we ervoor moeten waken dat we niet in situaties terecht komen waar mensen per definitie geen spreekrecht hebben vanwege hun te lichte huidskleur. Hiermee wil ik niet voorbij gaan aan het principe van positionaliteit, ik ben er namelijk wel degelijk van overtuigd dat we ons bescheiden moeten opstellen als het gaat om hoe we ons verhouden tot de ervaringen van een ander. Ik ben er daarnaast ook van overtuigd dat we soms pas op de plaats moeten maken en moeten luisteren naar een ander in plaats van ruimte in te nemen door zelf het woord te nemen. Ik sluit me echter ook aan bij de volgende woorden van Aouragh:

Echt verzet betekent de volledige logica, niet alleen de producten, van je onderdrukker te weigeren.

De noodzaak dat niet-zwarte mensen kritiek kunnen uiten op de politiek van zwarte mensen, maar ook op de strategie en tactieken die daaruit voortvloeien, blijkt onder meer uit de woorden van activist, schrijver en assistent-professor Keaanga-Yamahtta Taylor, die ook wordt aangehaald door Aouragh en in het kader van het Marxisme Festival op 20 april aanstaande een lezing geeft in Vereniging Ons Suriname, over de politiek van Barack Obama:

“When we look at what the actual Obama presidency did mean to African Americans, you can see eight years later black unemployment is still twice the rate of white unemployment, 38 percent of black children live in poverty, 55 percent of black workers make under fifteen dollars an hour, the overwhelming majority of them being black women. You can go down the list of persisting inequities that define African American life after not just the rise of Obama but really the highest concentration of black political power in American history.”

Het punt dat ik hier ook mee wil maken is dat zwarte mensen niet per definitie de belangen van andere zwarte mensen behartigen, net zoals vrouwen niet per definitie de belangen van andere vrouwen behartigen. Sterker nog, vier jaar geleden schreef Taylor al een kritisch stuk over privilegetheorie waarin zij zich afvroeg wie onze bondgenoten zouden moeten zijn:

“Barack Obama has certainly experienced racism in his life before being president, and most assuredly now, every time he has to deal with any of the Republican Party Teabaggers. But he has also championed policies that absolved the banks and Wall Street of any responsibility for crashing the economy, for which all workers have suffered as a result. Should Black workers put that aside and unite around Obama or should they unite with white workers to challenge multiple aspects of Obama's political program that regularly defend business interests to the detriment of all working-class and poor people?”

In Nederland hebben we middels personen zoals Ahmed Aboutaleb, Ayaan Hirsi Ali en Dilan Yeşilgöz ook gezien waarom representativiteit niet voldoende is. Het gaat volgens mij dan ook niet alleen om wie iets zegt, alhoewel ik denk dat we daar óók rekening mee moeten houden, het gaat uiteindelijk meer om wat iemand zegt. In de woorden van Antony Hamilton:

“We need to look towards a strategy which unites our class in a struggle against racism which can radically transform society — not simply ally with others who look like us but would rather maintain the status quo.”

In dit stuk benadruk ik daarom niet alleen dat ieder persoon een eigen unieke positie heeft, waarin ook factoren die niet uiterlijk zichtbaar zijn een rol spelen, maar ook dat wij genoodzaakt zijn om gezamenlijk op te trekken als we anti-zwart racisme, moslimhaat, seksisme, validisme, queerfobie en andere vormen van onderdrukking willen overwinnen.

Hierbij kan een groepsidentiteit worden gehanteerd als tactiek binnen de kaders van een bredere transformatieve strategie, maar een groepsidentiteit als einddoel werkt in mijn optiek averechts omdat het uiteindelijk door kan schieten in sektarisme. Het gevaar daarvan zag ik bijvoorbeeld toen Donya Alinejad, die zich al jarenlang op verschillende manieren inzet om anti-zwart racisme te bestrijden, op sociale media werd weggezet als ‘anti-black’ omdat ze kritiek uitte op de politiek van enkele zwarte activisten. Het was daarbij vooral opmerkelijk dat de politiek-inhoudelijke kritiek die zij formuleerde, die overigens werd gedeeld door andere zwarte activisten en intellectuelen, onbeantwoord bleef door de personen die haar beschuldigden.

Ik wil geen afbraak doen aan het belang van het vormen van een groepsidentiteit voor gemarginaliseerde groepen als tactiek om een gelijkwaardige positie op te eisen. Ik pleit er echter wel voor om inhoudelijk de discussie met elkaar te voeren over wat de wortel is van de problemen die we willen bestrijden en welke strategie en tactieken we vervolgens hanteren om radicale verandering teweeg te brengen. Kimberlé Williams Crenshaw, bedenker van de term intersectionaliteit, zei hierover:

"A beginning response to these questions requires that we first recognize that the organized identity groups in which we find ourselves are in fact coalitions, or at least potential coalitions waiting to be formed."

Het is nodig om te erkennen dat de ideologische verschillen die Aouragh bespreekbaar maakt wel degelijk een impact hebben op hoe we ons als beweging organiseren en welke successen we wel of niet boeken. Ik ben er van overtuigd dat instituten zoals universiteiten en musea meer moeten samenwerken met initiatieven zoals University of Colour, The Black Archives en Decolonize The Museum en ik streef ernaar dat de gemeente hierin een voortrekkersrol gaat spelen. Ten tweede vind ik dat de representatie van zwarte mensen, en andere gemarginaliseerde groepen, in de academische wereld, en in andere sectoren, serieus moet worden genomen en indien nodig en mogelijk door de gemeente moet worden afgedwongen middels quota. Het is ten derde ook belangrijk dat er serieus wordt geluisterd naar zwarte activisten die anti-zwart racisme bespreekbaar willen maken. Het bestaan van anti-zwart racisme, maar ook colorism, moslimhaat, antisemitisme en andere vormen van discriminatie door niet-witte mensen, moet worden erkent en een antiracist dient alle vormen van uitsluiting en onderdrukking met woord en daad te bestrijden.

Maar net als Aouragh en Taylor is mijn antiracisme verbonden aan antikapitalisme. Het is dan ook niet mijn einddoel om inclusie en representatie binnen de kaders van de status quo te realiseren, het gaat mij er om dat we het kapitalistische systeem waarmee racisme inherent is verbonden in zijn geheel vervangen. In de woorden van Fred Hampton, een van de zwarte revolutionairen die Aouragh aanhaalt in haar stuk:

“We're going to fight racism not with racism, but we're going to fight with solidarity. We say we're not going to fight capitalism with black capitalism, but we're going to fight it with socialism.”

Politiek gebaseerd op internationale solidariteit

Als ik spreek over racisme dan heb ik het niet alleen over alledaags racisme, institutioneel racisme, koloniale verheerlijking of eurocentrisme in Nederland, ik heb het ook over neokolonialisme, imperialisme en kapitalisme wereldwijd. Naomi Klein heeft in haar boek ‘The Shock Doctrine: The Rise of Disaster Capitalism’ (ook te zien als korte documentaire) treffend beschreven hoe de heersende klasse gebruik maakt van (zelf gecreëerde) rampen, zoals de Pinochet-coupe in 1973, de invasie van Irak in 2003, de tsunami die volgde op de zeebeving in de Indische Oceaan in 2004 en de orkaan Katrina in 2005, om de ultrakapitalistische ideeën van Milton Friedman in de praktijk te brengen. Dit resulteerde niet alleen in extreme toename van armoede en economische ongelijkheid, met alle afschuwelijke gevolgen van dien, maar in het geval van de invasie van Irak ook tot de dood van honderdduizenden onschuldige Irakezen en de totstandkoming van een voedingsbodem van waaruit ISIS/Daesh kon groeien.

De armste helft van de wereldbevolking woont niet toevallig in het globale zuiden. Het kapitalisme heeft racisme, dat zich in verschillende plekken in de wereld op verschillende manieren uit, nodig en het is vooral ernstig op internationaal niveau. Uit onderzoek van Oxfam Novib blijkt dat economische ongelijkheid in de wereld blijft groeien en dat 82% van de welvaart die is gecreëerd in 2017 in handen kwam van de rijkte 1% van de bevolking terwijl de armste helft van de wereldbevolking helemaal niets kreeg van deze welvaart. De winst die de rijkste 1% van de bevolking in 2017 heeft gemaakt is zeven keer zoveel geld als wat er nodig is om extreme armoede in de wereld te eindigen. Dit alles speelt zich af in een wereld waarin meer dan de helft van de wereldbevolking het moet doen met twee tot tien dollar per dag om te overleven en honderden miljoenen mensen in extreme armoede leven.

Via privilegetheorie kan de complexe werking van de verschillende vormen van racisme en de rampzalige gevolgen ervan worden gereduceerd tot individuele verschillen en verantwoordelijkheden. Sharon Smith schreef dat hier een verschil in interpretatie van het begrip intersectionaliteit achter schuilt. In de ‘nieuwe’ postmoderne interpretatie van het begrip is er een centrale rol voor de individuele ervaring binnen de kaders van een neoliberale samenleving. Zwarte feministen die het fenomeen al decennia geleden beschreven legden daarentegen de nadruk op het belang van positionaliteit en solidariteit tussen verschillende bewegingen binnen de kaders van een collectieve internationale antikapitalistische strijd.

Het is dan ook nodig om te erkennen dat de ‘nieuwe’ interpretatie van intersectionaliteit conflicteert met de ‘coalition politics’ en het antikapitalisme van groepen zoals de Combahee River Collective, een groep zwarte queer vrouwen die voor het eerst over de term identiteitspolitiek spraken. In hun statement schreven zij in 1977 al over intersectionaliteit, onder de noemer ‘interlocking oppressions’, en Aouragh haalde deze quote van hen aan:

“We are socialists because we believe that work must be organized for the collective benefit of those who do the work and create the products, and not for the profit of the bosses. Material resources must be equally distributed among those who create these resources.”

Alhoewel er wel degelijk aandacht moet zijn voor de individuele ervaring, in het bijzonder voor mensen in posities waar meerdere intersecties samenkomen, hebben we een breder gedeeld politiek-ideologisch perspectief nodig om racisme en andere vormen van onderdrukking op een effectieve manier te bestrijden. De quote van Assata Shakur die Aouragh aanhaalt vind ik hierin ook uiterst belangrijk:

“One of the most important things the Party did was to make it really clear who the enemy was: not the white people, but the capitalistic, imperialistic oppressors. They took the Black liberation struggle out of a national context and put it in an international context.”

 

Hoe gaan we nu verder?

Als levend product van Nederlands kolonialisme ben ik, ondanks of misschien juist dankzij het (geïnternaliseerde) racisme in de Indische gemeenschap, bekend met de eeuwenlange massale en systematische uitbuiting, onderdrukking en afslachting van niet-witte mensen en weet ik ook dondersgoed dat we de specifieke Nederlandse context niet over het hoofd moeten zien. Prof. Dr. Gloria Wekker definieert racisme in haar boek Witte Onschuld als volgt:

“… een collectief erfgoed van bepaalde soorten kennis, structuren van attituden en referentie, en gevoelens, opgeslagen in een cultureel archief dat tot stand gekomen is op basis van vierhonderd jaar imperiaal rijk.”

De strijd voor dekolonisatie van het culturele archief, het onderwijs en de openbare ruimte en de strijd tegen anti-zwart racisme en moslimhaat, dat zich onder meer uit in etnisch profileren door de politie, discriminatie op de arbeidsmarkt en onderadvisering bij de Cito-toets, en andere vormen van onderdrukking, zoals het niet toekennen van basisrechten aan ongedocumenteerden, moet echter wel hand in hand gaan met de strijd tegen kapitalisme. Malcolm X zei niets: “You can’t have capitalism without racism.” Ewout van den Berg van de Internationale Socialisten schreef hier eerder over:

 “… voor ons gaat de strijd tegen institutioneel racisme en kapitalisme hand in hand en is het niet of/of, maar en/en. Vanaf het ontstaan van het kapitalisme zijn beide met elkaar verweven. Winst was de belangrijkste drijfveer van de slavernij en racisme was hiervan een inherent onderdeel.”

De verwevenheid van racisme en kapitalisme is niet alleen iets van het verleden. Net zoals de slavernij anti-zwart racisme nodig had om tot slaaf gemaakten te dehumaniseren, zo heeft de rechtvaardiging van oorlogspolitiek in het Midden-Oosten ook moslimhaat in Europa nodig. Racisme leidt de aandacht af van de desastreuse gevolgen van de politiek waar de heersende klasse verantwoordelijk voor is. Het is dan ook geen toeval dat extreemrechtse en autoritaire partijen internationaal in opkomst zijn, terwijl we een diep economische crisis hebben meegemaakt, net zoals in de jaren dertig.

Het gaat er dan ook niet alleen om dat antiracisten een duidelijk standpunt innemen omtrent het gebrek aan antiracisme bij gevestigd links en het bestaan van anti-zwart racisme of moslimhaat in onze eigen gemeenschappen, we moeten ook duidelijk zijn dat de postmoderne interpretatie van intersectionaliteit, privilegetheorie en de daaruit voortvloeiende liberale of sektarische identiteitspolitiek geen antwoord bieden op het kapitalisme waarmee racisme inherent verweven is.

Het is belangrijk dat mensen zich gehoord en gerespecteerd voelen, maar als we een beweging willen opbouwen die in staat is om racisme, seksisme, validisme, queerfobie en andere vormen van onderdrukking te verslaan dan moeten we, ongeacht onze eigen positie – maar uiteraard wel door er rekening mee te houden, uiteindelijk altijd politiek-inhoudelijke, strategische en tactische kritiek op elkaar kunnen uiten. Ik sluit me daarom aan bij de volgende woorden van Esajas:

“Laten we inzicht halen uit deze discussies, kracht halen uit de diversiteit binnen onze gemeenschappen en samenwerken op basis van gemeenschappelijke belangen.”

Vooral in de strijd tegen extreemrechts hebben we eenheid in verscheidenheid nodig. Alhoewel ik ook mijn twijfels heb over de relevantie van de term ‘political blackness’ in Nederland, wordt in de context van de strijd tegen extreemrechts duidelijk waarom het begrip in sommige gevallen wel degelijk nuttig kan zijn. Als extreemrechts aan de macht komt dan maakt het niet uit of je zwart, migrant of vluchteling bent, dan ben je als je niet-wit bent, uiteindelijk sowieso de pineut. Afsluitend hoop dat ik met dit stuk vanuit een liefdevol maar systeem-kritisch perspectief kan bijdragen aan de discussie over de koers van de antiracismebeweging in Nederland. Hierbij vormen de volgende woorden van bell hooks voor mij persoonlijk het uitgangspunt:

“When radical activists have not made a core break with dominator thinking (imperialist, white supremacist, capitalist patriarchy), there is no union of theory and practice, and real change is not sustained. That’s why cultivating the mind of love is so crucial. When love is the ground of our being, a love ethic shapes our participation in politics.”

Waardeert u ons werk? U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

 

 


Meer over kapitalisme, marxisme, privilege, privilegetheorie, racisme.

Delen:

Reageer




Reacties


dunya - 03/04/2018 01:09

Mooi stuk. Vanuit strategie valt er weinig toe te voegen. Het is wel duidelijk dat de schrijver uit de marxistische hoek komt - waar men zeker veel lering uit kan trekken.

Maar zelf wil ik nog even aanvullen dat er vanuit de anarchistische hoek er (jawel!) ook hier over nagedacht en geschreven wordt. Zie bijvoorbeeld
http://theanarchistlibrary.org/library/deric-shannon-and-j-rogue-refusing-to-wait-anarchism-and-intersectionality
en
http://libcom.org/files/Black-Anarchism-A-Reader.pdf.

" For example, former prisoners are often unemployable, particularly if they have committed felonies. One only needs to take a cursory glance at the racial and class make-up of US prisons to see how intersectionality can be put to use here. Former prisoners, workers who are targeted for striking or engaging in direct actions and/or civil disobedience, etc. all have specific needs as subjects in a society that assumes political rulers and passive, ruled subjects. And the state tends to target specific sets of workers based on their existence within the dangerous intersections we mentioned above. Anarchists can offer to the theory of intersectionality an analysis of the ways that the state has come to rule our lives just as much as any other institutionalized system of domination. And we can, of course, argue for smashing such a social arrangement and replacing it with non-hierarchical social forms."

Het gaat inderdaad dus om zowel de afbraak van zowel de constructie van ras als de afbraak van het kapitaal als dwangmiddelen als de inherent ondemocratische staat en ondemocratische partijen ("the Party" onder het "democratisch centralisme", een inherent autoritair concept).

Laten we niet vergeten dat de Sovjet-Unie heftig heeft huisgehouden onder etnische volken die de bolsjewisten niet goed genoeg dienden: https://en.wikipedia.org/wiki/Racism_in_the_Soviet_Union