Wordt (‘)Marokkanenprobleem(’) nou met of zonder aanhalingstekens geschreven?

In opinie door Floris Meijer op 09-09-2010 | 17:06

Tekst: Floris Meijer

Lang was de koppeling tussen afkomst – etniciteit – en criminaliteit in de politieke arena en daarbuiten taboe, maar sinds het voorstel van Verdonk in 2006 voor het instellen van een aparte databank voor criminele Antillianen – de zogeheten Verwijsindex - wordt er openlijk gediscusseerd over deze vorm van etnische registratie. In Nederland wordt er ook steeds meer criminologisch onderzoek gedaan naar migranten en crimineel gedrag. Onderzoekers zijn het echter niet altijd eens over de wenselijkheid van dergelijk op etnische achtergrond toegespitst onderzoek.

De relatie tussen criminaliteit en etniciteit wordt in Nederland al decennialang onderzocht, maar pas de laatste jaren verplaatst dergelijk onderzoek zich geleidelijk uit de taboesfeer naar het gewone wetenschappelijke discours, waardoor de uitkomsten niet direct worden opgepakt door opportunistische politici. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat er sprake is van een stelselmatige oververtegenwoordiging van ‘migrantengroepen’ in de misdaadcijfers. Waren het in de jaren zeventig en tachtig – toen de toon in het onderzoek nog voorzichtiger was – voornamelijk de Surinamers en de Molukkers die negatief opvielen, de laatste jaren zijn het met name jongeren van Marokkaanse afkomst die oververtegenwoordigd zijn in politiecijfers.


Beeldvorming

Afgelopen juni publiceerde het Tijdschrift voor Criminologie (TvC) een speciale uitgave over onderzoek naar criminaliteit en migratie (zie hier voor het persbericht van het TvC).** Uit een van deze studies kwam naar voren dat ruim 50% van de Marokkaanse ‘jongeren’ (jongens?) tussen zijn 16de en 23ste jaar als ‘verdachte’ in aanraking met de politie. Die cijfers liegen er uiteraard niet om, zou je zeggen. Hoogleraar criminologie Joanne van der Leun (Universteit Leiden) is auteur van een van de publicaties voor dit nummer.*** Twee weken geleden stelde zij in een artikel dat er teveel nadruk wordt gelegd op op cijfers over criminaliteit onder Marokkaanse Nederlanders (‘Ja, er ís een kans dat ze crimineel worden’, 23-08-2010).

Volgens Van der Leun wordt er voortdurend gewezen op de uniciteit van de misdaadcijfers onder Marokkanen. Dat het beeld in werkelijkheid ‘diverser’ is krijgt nauwelijks aandacht. ‘Over Marokkanen moet het gaan. En over hoge misdaadcijfers’, aldus de hoogleraar. ‘[A]lle oververtegenwoordiging ten spijt gaat het landelijk gezien om een probleem van overzichtelijke schaal’. In welke ‘probleemgroep’ er ook wordt gekeken, een minderheid komt in aanraking met de politie. Waar landelijk 1,6 procent van de autochtone mannen bij de politie staat geregistreerd, geldt dit voor 4,9 procent van de niet-westerse allochtone mannen. Er is volgens Van der Leun sprake van ‘vervorming’ van misdaadcijfers onder Marokkaanse jongens, als gevolg van de bovenmatige interesse van de politie voor deze probleemgroepen. ‘Hoe meer de politie zich richt op probleemgroepen, des te groter de kans dat die ook weer prominent in de cijfers terugkomen’, stelt Van der Leun. Zij roept dan ook op tot meer onderzoek naar de invloed van de beeldvorming op deze misdaadcijfers. De criminologe denkt dat de problemen – net zoals die met de Surinamers en Molukkers enkele decennia geleden – zich uiteindelijk grotendeels geleidelijk zullen oplossen.

In reactie op het stuk van Van der Leun stelt Matthijs de Groot, politieagent bij het korps Utrecht, dat er wel degelijk specifiek gekeken moet worden naar criminaliteit onder Marokkaanse jongeren (‘Het is niet de politie die hen crimineel maakt’, nrc next 24-08-2010). Volgens De Groot is de straatcultuur een van de oorzaken van het contact tussen Marokkaanse jongeren en de politie. Crimineel gedrag komt voort uit de codes die de jongeren hanteren. Omdat de politie hier steeds consequenter tegen optreedt stijgen ook de misdaadcijfers, aldus De Groot. Ook bestrijdt de agent het idee van Van der Leur dat de problemen rond Marokkaanse jongens zich geleidelijk zullen oplossen. De Groot: ‘De politie zal bovenmatig geïnteresseerd blijven in welke probleemgroep dan ook, ongeacht wat dat zal doen met de cijfers’. De Groot roept dan ook juist op voor meer onderzoek naar het ‘criminele en asociale gedrag van Marokkaanse straatjongens’.


Verlammend

Ook anderen stellen dat het zaak is de criminaliteitscijfers van bepaalde etnische probleemgroepen te benoemen. Onderzoeksjournalist en auteur Paul Andersson Toussant, die onderzoek deed naar crimineel gedrag onder Marokkaans-Nederlandse jongeren schreef in 2009 in NRC Handelsblad dat de statistische gegevens omtrent Marokkanen en criminaliteit niet genoeg benadrukt kunnen worden (‘Er zijn niet slechts een paar criminele Marokkanen’, Opinie & Debat, 25 mei 2009).**** 

Toussant: ‘De ontkenning van [de] feiten werkt verlammend en staat de oplossing van dit multiculturele drama in de weg’, daarmee verwijzend naar het essay van Paul Scheffer uit 2000. Toussant stelt het breder dan De Groot: ‘Degenen die de massale criminaliteit door Marokkanen ontkennen, laten niet alleen de slachtoffers in de steek, maar ook degenen die met gezinsinterventie en politiewerk de problemen aanpakken’. Volgens hem is met name het ‘wij-zij-denken’ van de Marokkaanse gemeenschap debet aan de problemen. Hierdoor zetten Marokkaanse jongeren zich af tegen alles wat hun niet zindt. ‘[D]eze groep haat niet alleen de Nederlanders, maar ook Turken en alle andere etnische groepen, vooral de Surinamers.’ Toussant schetst een dramatisch beeld en stelt dat de meerderheid van de beleidsmakers de feiten ‘nog steeds’ bagatelliseren.

Opvallend genoeg levert Toussant, net als Van de Leun, ook kritiek op de beeldvorming rond de ‘Marokkanenproblematiek’, maar meent daarbij het tegenovergestelde van de criminologe. Volgens hem is de perceptie die wordt verkondigd door een grote groep politici, beleidsmakers en journalisten in de media juist tegengesteld aan de problematische werkelijkheid. Er zou dus meer aandacht moeten komen voor de problemen rond Marokkaanse jongeren. Ter onderbouwing draagt Toussant een aantal cijfers van Amsterdam aan: uit een steekproef van enige tijd geleden (1991!) bleek dat toentertijd ‘al’ 33 procent van de Marokkaanse jongens in aanraking met de politie kwam. Op de zogeheten shortlist van overlastgevende jongeren in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart, stonden in 2006 tweehonderd jongens. ‘Behalve één Turk, waren dat allemaal Marokkanen. In het stadsdeel is slechts zeventien procent van de bewoners van Marokkaanse afkomst.’ Een ‘anonieme’ bron op het gemeentehuis heeft de onderzoeksjournalist zelfs ‘ingefluisterd’ dat liefst zeventig procent van de Marokkaanse jongens tot 24 jaar in Amsterdam antecedenten bij de politie heeft.


Datingsite

Dat criminaliteit onder Marokkaans-Nederlandse jongens – Marokkaanse meisjes doen het overduidelijk een stuk beter – een hardnekkig probleem is zullen weinig mensen ontkennen. Het blijkt echter lastig om een volledig en objectief beeld te krijgen van de werkelijkheid. Temeer omdat zelfs ‘harde’ statistische cijfers soms subjectief en flexibel worden geïnterpreteerd en gepresenteerd, al naar gelang het doel dat ze dienen. Zo eenvoudig het is om ‘negatieve’ misdaadcijfers aan te dragen van Marokkaanse ‘straatjongens’ in bepaalde probleemwijken, zo gemakkelijk is het om succesverhalen aan te wijzen rond de aanpak en methodieken van politie en justitie, straatcoaches en buurtvaders in buurten waar dergelijke overlast succesvol wordt bestreden. Er zit dan ook een duidelijke spanning tussen enerzijds het ‘beestje bij de naam noemen’ en het voorkomen van stigmatisering en sterotypering anderzijds.

Uit een studie van Roel Jennissen, verbonden aan het onderzoekscentrum van het ministerie van Justitie (WODC), blijkt dat Marokkanen hun criminele activiteiten vaak staken als ze zich settelen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Antillianen die langer crimineel blijven. Eén oplossing voor het ‘Marokkanenprobleem’ – met of zonder aanhalingstekens – zou dus kunnen zijn, ervoor zorgen dat Marokkaans-Nederlandse jongens zo snel mogelijk een partner vinden en een gezin stichten. Misschien eens tijd voor het subsidiëren van een op deze jongeren toegepaste datingsite?

 

* Uiteindelijk ging de aparte ‘Antillianen-verwijsindex’ niet door, omdat de Rechtbank in Den Haag er geen toestemming voor gaf. Zie: Trouw

** Op 8 oktober a.s. organiseren de Nederlandse Vereniging voor Kriminologie (NVK) en het Tijdschrift voor Criminologie (TvC) een studiemiddag rond het thema Migratie en Criminaliteit. Locatie: Ministerie van Justitie, Den Haag.

*** Joanne van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden. Het artikel dat zij samen met Mariska Kromhout, Marleen Easton en Frank Weerman in het TvC-themanummer publiceerde (‘Criminaliteit, migratie en etniciteit’, juni 2010) is hier te lezen.

**** In opdracht van de Stichting Politie en Wetenschap van de politieacademie publiceerde Toussant in 2009 het boek ‘Staatssecreataris of seriecrimineel. Het smalle pad van de Marokkaan’ (Uitgeverij Prometheus).

Meer criminaliteit en overlast hier


Meer over etnische registratie, Floris Meijer, Joanne van der Leun, Marokkanenprobleem, Matthijs de Groot, Paul Andersson Toussant.

Delen:

Reageer