"Waarom iedereen mijn Mohammedboek moet lezen"

In opinie door Marcel Hulspas op 05-07-2015 | 17:37

"De strijd om de geest van de islam, om de vraag wat nu de kern van de islam is (een geloof van oorlog of van vrede), draait zo uiteindelijk om de vraag wie de Profeet nu ‘eigenlijk’ was. De talloze verhalen gaan alle kanten op; die bieden geen antwoord. Wat nodig is, is een kritischer houding tegenover álle verhalen over de profeet. Een kritische benadering van de traditie." Dat schrijft Marcel Hulspas.

Je kunt veel van IS zeggen, maar duidelijk zijn ze wel. Hun voorman Aboe Mohammed al-Adnani had twee weken geleden heel duidelijk gewaarschuwd dat de heilige maand ramadan ‘een ramp’ zou worden voor ongelovigen, sjiieten en afvalligen. Een week later waren er de aanslagen in Tunesië, Frankrijk en Koeweit. Het is duidelijk dat IS echt oorlog wil op álle fronten, uiteraard in de verwachting dat dan ook van álle kanten de strijders zullen toestromen, en dat men daarbij geen boodschap heeft aan de traditionele betekenis van de ramadan als maand van vasten en bezinning. Niet van moord en doodslag. Maar IS weet dat zij in deze de Profeet aan zijn zijde heeft. En dat moslims dat ook weten.

Bloederige koranverzen


In het oude Arabië waren de heilige maanden, behorende bij een bepaalde god (en zijn heiligdom) bedoeld om pelgrims de gelegenheid te geven om deze god te kunnen bezoeken, zonder dat men gelijk allerlei beveiliging moest regelen. Alle (stammen)strijd kwam dan (met een beetje geluk, en onder de dreiging van goddelijke wraak) tijdelijk tot stilstand. Maar nadat Mohammed en zijn strijders uit Mekka vertrokken waren, hielden die zich daar niet aan, zo blijkt uit het volgende vers:
 

Zij zullen u ondervragen over de gewijde maand, het strijden daarin. Zeg: Strijden, daarin is iets ernstigs maar afwenden van de weg Gods en ongeloof aan Hem en [afwenden] van het Gewijde Bedehuis en het uitdrijven daaruit van de lieden die erbij horen is ernstiger bij God. (soera 2:217)


Met andere woorden: God beschouwde hun verdrijving uit Mekka als zo’n vreselijk onrecht dat zij het recht hadden om de heilige maand te negeren. En het zijn juist dit soort goddelijke opdrachten waar IS graag gebruik van maakt. Ook voor andere misdaden als het onthoofden van ongelovigen (en dus ook sjiieten, en al helemaal afvalligen) citeren zij de ‘juiste’ verzen, en wijzen ze op de bijbehorende verhalen over het meedogenloze optreden van Mohammed. Wat hen betreft is de ware islam niets anders dan het imiteren van de Profeet en zijn gezellen. Zolang zij dat doen, zal God hen zegenen en zullen ze in staat zijn iedereen te verslaan.

De traditie afpellen

Was Mohammed een wrede heerser, een ‘verschrikkelijke man’ zoals ex-moslim Ehsan Jami ooit zei (en waarvoor hij klappen kreeg)? Naar de huidige maatstaven: ongetwijfeld. De traditie laat daar geen twijfel over bestaan dat hij tegenstanders uit de weg liet ruimen, en het is ook nauwelijks voorstelbaar dat hij zich als leider van een Arabische stammencoalitie staande had kunnen houden als hij niet (op z’n tijd) meedogenloos was geweest. De vraag is welke les we hieruit moeten trekken. Voor velen ligt die les voor de hand: het waren andere tijden. Maar voor veel moslims is dat toch een stuk lastiger. Want als het gaat om de vraag wat het is om een ‘goede moslim’ te zijn, wat juist en onjuist is, spelen verhalen over de Profeet vaak een grote rol. Mohammed was eigenlijk gewoon een ‘doorgeefluik’, een sterfelijke mens die Gods openbaring ontving. Maar in de beleving van zeer veel moslims was Mohammed degene die de islam op perfecte wijze voorleefde. En de verhalen over wat hij deed of zei, spelen hierbij een grote rol. Dus wanneer Aboe Bakr al-Bagdadi, de leider van IS, zegt dat zijn bloedige kalifaat gebaseerd is op de leefwijze van de Profeet en zijn gezellen, is dat voor veel moslims helemaal geen absurde (voor velen zelfs een aantrekkelijke) denkwijze.

Wat kunnen moslims daartegenin brengen? Er bestaat het officiële theologische antwoord, waarbij dergelijke agressieve verzen worden gerespecteerd maar met zó veel voorwaarden en uitzonderingen worden omgeven, dat er van een flukse toepassing in de praktijk (zoals IS die voorstaat) geen sprake kan zijn. Maar dat soort redeneringen zijn voor de fijnproevers. Gewone moslims stellen tegenover het beeld van de wrede heerser simpelweg een ander beeld, dat van Mohammed de man van de vrede. Iemand die vredelievend, tolerant, et cetera was. Ook daarover bestaan voldoende verhalen. Maar daarmee is de eerste, de wrede Mohammed, niet van tafel. Er wordt gewoon een andere naast gezet. De strijd om de geest van de islam, om de vraag wat nu de kern van de islam is (een geloof van oorlog of van vrede), draait zo uiteindelijk om de vraag wie de Profeet nu ‘eigenlijk’ was. De talloze verhalen gaan alle kanten op; die bieden geen antwoord. Wat nodig is, is een kritischer houding tegenover álle verhalen over de Moh. Een kritische benadering van de traditie. Zodat er een andere visie op de Profeet ontstaat; een visie die de mogelijkheid biedt om afstand te nemen van die verhalen én van de manier waarop Aboe Bakr al-Baghdadi ze gebruikt.
Mijn boek ‘Mohammed en het ontstaan van de islam’ is bedoeld om een dergelijke visie aan te reiken. Of in ieder geval een eerste stap in die richting te zetten.

Ongezond islamdebat

Maar mijn boek is vooral bedoeld voor niet-moslims. Zij weten immers niets van Mohammed. En dat terwijl zijn leven een zeer fascinerend verhaal is. Mohammed was geen geweldloze bleekneus zoals Jezus, maar profeet én meedogenloos leider in één. Iemand die boven kwam drijven in een zeer gewelddadige tijd. Ongelovigen kunnen nu op een ‘ongelovige’ manier kennismaken met de stichter van de islam. Ik ben geen moslim; ik ben überhaupt niet gelovig. ‘Mijn’ Mohammed is dus niet onfeilbaar en leefde de islam niet voor. Mohammed was een gewone sterveling, die er heilig van overtuigd was dat het Einde der Tijden nabij was, en dat hij openbaringen van God ontving, bedoeld om de Arabieren (op het nippertje) te redden van de Hel. Of zijn openbaringen/ingevingen ‘echt’ van God kwamen, daar doe ik geen uitspraak over. Dat is een zaak van geloof. Dat is de keuze die de gelovige maakt. Daar kan een agnost natuurlijk niet in meegaan, maar hij moet zeker niet zo dom zijn daar minachtend over te doen.

Maar waaróm moet niet-moslims iets over hem weten? Heel eenvoudig: om erger te voorkomen. Het ‘islamdebat’ is de afgelopen jaren alleen maar harder en agressiever geworden. Toenemende terreur en de wassende stroom vluchtelingen hebben van ‘de islam’ een nog grotere boeman gemaakt dan voorheen. Menige ongelovige Nederlander wil er niks van weten en lijkt te denken dat als ‘wij Nederlanders’ maar hard en agressief genoeg zijn, ‘die moslims’ vanzelf hun biezen zullen pakken. Een gevaarlijk misverstand. Moslims are here to stay, en die agressieve toon zal gemakkelijk kunnen ontaarden in massaal geweld. Er is geen enkele reden om te geloven dat de geschiedenis zich in dat opzicht niet (voor de zoveelste keer) kan herhalen. Om dat te voorkomen, zal er enige overeenstemming moeten komen over de vrijheid die moslims hebben binnen de dominante Nederlandse cultuur. Wat is onaanvaardbaar, en wat moet de rest van Nederland voortaan tolereren? Dat soort vragen worden nu al regelmatig gesteld. Denk aan de discussie enige jaren geleden over rituele slacht. Denk aan de verontwaardiging over de manier waarop binnen de moslimgemeenschap omgegaan wordt met (en gesproken wordt over) homo’s en de rechten van vrouwen. Dergelijke discussies zijn géén zaak van moslims alleen. De seculiere westerse samenleving heeft haar eigen opvattingen over wat mag en niet mag, en dwingt religieuze groepen wel vaker tot een pijnlijke aanpassing van de eigen opvattingen. Ongelovigen moeten dus deelnemen aan dat debat – maar dan wel op intelligente wijze. Niet op basis van agressieve generaliseringen over ‘de islam’. Ze moeten openingen bieden, maar ook in staat zijn om moslims die zich al te gemakkelijk beroepen op de traditie of het voorbeeld van de Profeet, van repliek dienen. Dan is het wel verstandig als je iets over Mohammed weet. Verstandig, want als die dialoog er niet komt, ligt het geweld op de loer.

Huiswerk

Niet-moslims moeten dus aan de bak. De tijd van ongeïnformeerd lekker maar wat roepen over de islam is voorbij. Er moet een einde komen aan een ‘islamdebat’ dat gedomineerd wordt door platte oneliners en stoere taal over ‘de islam’ (die ‘achterlijke cultuur’). Ze zullen hun huiswerk moeten maken, zich moeten verdiepen in de islam. Er is geen alternatief. Wie denkt dat ‘wij Nederlanders’ niets hoeven te weten van de islam, en moslims wel even het land uit kunnen pesten, zaait alleen maar de haat die onvermijdelijk een keer tot uitbarsting komt. Ook daarom heb ik dit boek geschreven. Omdat ik, net als Mohammed, bang ben voor de toekomst.

Mijn boek ‘Mohammed en het ontstaan van de islam‘ is verschenen bij uitgeverij Athenaeum (ruim 600 bladzijden, €27,50 – als ebook: €14,99).

Marcel Hulspas is wetenschapsjournalist en columnist. Meer op zijn website: www.marcelhulspas.nl. Dit artikel verscheen eerder op Sargasso en is in overleg met auteur ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

Eerder verscheen een interview met Marcel Hulspas op nieuwwij.nl Mohammed is eigenlijk veelzijdiger en interessanter dan Jezus en verscheen op Republiek Allochtonië Op zoek naar de mens Mohammed.

Meer islamdebat op Republiek Allochtonië hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

 


Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 


 


Meer over islam, islamdebat, islamkritiek, marcel hulspas, mohammed.

Delen:

Reageer




Reacties


Daniel Hake - 05/07/2015 21:52

Beste Marcel,

Kennis van een grote wereldgodsdienst is op zich een groot goed. Volgens mij gaat het er echter niet om of de islam goed of fout is. Het gaat er om dat mensen niet gediscrimineerd mogen worden vanwege geloof, afkomst e.d. Ook al zou de islam de meest krankzinnige religie ooit zijn, dan is dat geen reden om de volgelingen te discrimineren. Wie dat wel doet, zoekt alleen maar een excuus.

Groet,

Daniel Hake