The right thing to do

In opinie op 31-10-2011 | 22:18

Tekst: Jan dirk Snel

Soms is het heel simpel.

Er ligt een keuze voor, en dat kan een keuze zijn die je zelf niet gezocht hebt, en je moet ja of nee zeggen. En dan weet je gewoon wat het juiste antwoord is. Ja, ik kom nog even op de zaak-Mauro terug, want dit is zo’n simpel geval. Nee, dat was zo’n simpel geval, tot de minister besloot om niet te doen wat hij wist dat hij moest doen. Daardoor is dit schijnbaar een ingewikkeld geval geworden.

Ja, er zijn vele zaken waarbij de keuze tussen ja of nee heel lastig kan zijn. En ik behoor tot het soort mensen dat het meestal niet weet of dat vaak probeert zich zo lang mogelijk van een oordeel te onthouden, en soms helemaal, als het toch niet nodig is. Ik mag graag de dingen van enige afstand bekijken. Als ik dus zie dat één individueel geval in het middelpunt van de belangstelling komt te staan, is mijn eerste wantrouwige reactie: is dat nou wel nodig? Zijn er niet veel meer andere, vergelijkbare gevallen? Moeten we dit niet algemener benaderen? Een vraag die ook al vaak gesteld wordt, is of er niet meer even schrijnende of schrijnender – ik hoorde op tv iemand beweren dat de comparatief niet bestond, maar mijn Van Dale kent die wel – gevallen zijn. O ja, vast en zeker wel, maar dan zegt dit ene geval, dat ons door omstandigheden zo beroert, kennelijk ook daar wat over.

Charles-Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu (1689-1755), aan wie de leer van de 'trias politica' wordt toegeschreven, al gebruikte hij de term nooit.
En dit geval is duidelijk. Is er ook maar één concreet belang bij gediend om deze in alle opzichten Nederlandse jongen na ruim acht jaar uit dit land te verwijderen, hem los te rukken uit het gezin waar hij toe behoort – en dat vooral nu hij ruim acht maanden lang, van oktober vorig jaar tot juni van dit jaar, mocht leven met de belofte dat hij hier wel mocht blijven? Nee. Maar zou hem hier houden hem, zijn naasten en vrienden veel verdriet besparen? Ja. Nou dan. En daarbij weet ik ook wel dat grensvragen lastig zijn. Als acht jaar de doorslag geeft, waarom dan zeven of zes niet? Of vijf of vier? En, is er niet bij elke uitzetting, ook na een jaar, verdriet? Lastig, lastig, maar in dit geval vinden de meeste mensen de casus op zichzelf bezien wel helder en dat geldt zelfs voor velen die andere overwegingen menen te moeten laten prevaleren, waarover zo meer.

-

De minister heeft, zo hebben twaalf asielrechtdeskundigen, op eentje na allemaal hoogleraren, in de Volkskrant betoogd en heeft Jan de Visser, een van de zes die begin dit jaar om het voorzitterschap van het CDA streden, op zijn weblog even overtuigend laten zien, alle ruimte om alsnog gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid. De twaalf geleerden betogen trouwens dat de precedentwerking gering zal zijn, en Jan de Visser stelt dat er uit de toepassing van discretionaire bevoegdheden ‘nooit beleidsregels afgeleid’ worden. Ik vraag me dat wel een beetje af. Maar indien wel, so what? Uiteraard dien je die andere gevallen ook zo te behandelen. Dat hoort sowieso al. En als je consequenties voor de toekomst vreest? Dan zorg je maar dat die niet meer voorkomen. (Dat hele idee van een aanzuigende werking is trouwens toch al kwestieus.) Waarbij ik wel wil aantekenen dat het idee dat je sommige dingen definitief kunt regelen, illusoir is, een overdreven geloof in de maakbaarheid van de samenleving.

Kortom, eenvoudig geval en de minister kan een eenvoudig antwoord geven. Hij vindt zelf eigenlijk ook dat Mauro hier moet blijven en probeert daar via bijvoorbeeld een studievisum wegen voor te vinden. Maar niets belet hem om Mauro gewoon een verblijfsvergunning te geven. Hij kan wel, maar hij wil niet. Ten onrechte verschuilt hij zich achter de ‘regels’. De wet geeft hem juist de volle mogelijkheid om de zaak met één pennenstreek op te lossen en die pen kan hij dan vervolgens ook voor andere, mogelijk vaak veel schrijnender gevallen gebruiken. Dat maakt het ook zo ernstig: de onoprechtheid van de minister. Stellen dat hij de zaak aan de geldende regels getoetst heeft, terwijl hij gewoon zelf kan doen wat er gedaan moet worden. Wie over discretionaire bevoegdheid, (enige) vrije beleidsruimte dus – geen willekeur, ook al betekent het adjectief dat in het Frans wel degelijk – beschikt, dient per definitie hogere normen aan te leggen dan die van het geldende, positieve recht; daar is die bevoegdheid namelijk voor: om zelf een afweging te maken. De minister kan gewoon doen wat rechtvaardig is. Barmhartigheid is in dit verband een misleidend woord. Het gaat om the right thing to do. Dat is niet met de hand over het hart strijken, dat is gegeven de voorliggende keuze een kwestie van recht en gerechtigheid.

-

Wat mij het meest opvalt, is dat de verdedigers van de minister zich in de meest vreemde bochten wringen. Tijdens het CDA-congres van zaterdag bestond Elco Brinkman, voorzitter van de fractie in de Eerste Kamer, het zelfs om een tegenstelling te creëren tussen mensen die ‘emotie en geweten’ lieten prevaleren, en mensen die van het ‘verstand’ zouden uitgaan. Die man zou dus echt enige filosofische bijscholing kunnen gebruiken. Het geweten staat dus tegenover de rede? Oei! Het is natuurlijk flauwekul. Het geweten is juist een redelijke zelfbinding aan normen die je erkent. En gevoelens en emoties kunnen redelijk zijn, maar soms ook onredelijk, wat alleen al gegeven is door de – soms juiste, soms onjuiste – informatie die ze bewerkstelligt. Het gewone rechtsgevoel staat niet tegenover het verstand, maar komt op hetzelfde neer. Zonder emoties zouden we trouwens helemaal niet kunnen denken. Zuivere semantiek bestaat voor mensen gelukkig niet. Wat opvalt, is juist de irrationaliteit van degenen die de weigering van de minister om het juiste antwoord op de voorliggende vraag te geven, verdedigen. Eindeloos en velerlei – ik zag het ook op Twitter – zijn de uitvluchten, niet alleen over de zogenaamde ‘regels’ en nog van alles en nog wat, maar ook over wat er in het verleden had moeten gebeuren. Had staatssecretaris Albayrak – alles draait, zie de overzichtelijke tijdlijn bij Krapuul, om haar besluit van 19 november 2009, dat door de rechtbank op 4 oktober 2010 eerst vernietigd werd en door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 16 juni 2011 vervolgens gebillijkt werd – dan in november 2009 niet al een verblijfsvergunning moeten geven? Ja, misschien wel. Maar alle mogelijke gelijk inzake het verleden verandert niets aan de kristalheldere vraag die zich nu aandient. Rede, rechtsgevoel, natuurrecht, waar men maar vanuit gaat, spreken helder.

Een misverstand dat ook vaak opduikt, is dat de trias politica hier in het geding zou zijn. De rechter heeft toch immers gesproken? Jazeker, maar het gaat hier echt niet om een inbreuk op het gezag van de rechterlijke macht. Zoals dat meestal gaat, wordt de Vreemdelingenwet 2000 vooral uitgevoerd door – het werkwoord kondigt het al aan – de uitvoerende macht. De rechter voert primair niks uit. Die is er om nadat je bezwaar bij het bestuursorgaan hebt gemaakt, bij in beroep te gaan. De rechter corrigeert het bestuur hooguit, als dat alle grenzen overschreden heeft. Het is, als je het scherp wilt stellen, dus eerder zo dat de rechterlijke macht, overigens geheel volgens de wet en rechtsstatelijke vereisten, ‘inbreekt’ op de uitvoerende macht. En juist daarom oordeelt de bestuursrechter in het algemeen marginaal: dus of men binnen bepaalde grenzen dit had kúnnen doen, wat dus niet wil zeggen dat het tegendeel niet ook gekund had, zoals ook het deskundigendozijn opmerkt. In dit geval oordeelden de rechtbank en de Afdeling Bestuursrechtspraak dus tegenovergesteld en een van de argumenten van de laatste instantie was dat de rechtbank te snel tot een ‘zelfstandige belangenafweging’ was overgegaan en niet de ‘vereiste terughoudendheid’ had betracht. Alleen daaruit blijkt al dat ze dat zelf wel probeerde. De rechter oordeelt niet inhoudelijk wat het beste of meest rechtvaardige is en dat is ook niet zijn taak. Maar juist daarom heeft de minister zijn eigen discretionaire bevoegdheid. Achter de rechter of de wetten kan hij zich niet verschuilen, de wet legt de laatste verantwoordelijkheid juist in zijn handen. En tja, dat de Staten-Generaal zich daar dan mee bemoeien, dat kan gebeuren, zoals ik in mijn vorige blog al betoogd heb. (Ook een raar misverstand: mensen denken dat de regering uitvoerende macht is en het parlement wetgevende macht. Maar volgens artikel 81 van de Grondwet stellen regering en Staten-Generaal samen de wetten vast. Over de controlerende taak van het parlement of over wat het verder maar kan, staat vrijwel niets in de Grondwet. De beide Kamers bepalen uiteindelijk zelf wat ze op grond van hun bevoegdheden en rechten doen.)

-

Nog steeds geeft het een ongemakkelijk gevoel dat een individueel geval, dat waarschijnlijk echt niet het meest schrijnende is dat er bestaat, zo het nieuws beheerst. Het lijkt een beetje hysterisch. Men kan lange verhalen houden hoe dat zo is gekomen, hoe de pleegouders en andere sympathisanten de media gezocht hebben en hoe politici verwachtingen gewekt hebben. Men kan er ook op wijzen dat het een uiting is van de hoge normen die onze samenleving, althans op het moment dat ze met foutieve beslissingen geconfronteerd wordt – en dat is waarschijnlijk vrij toevallig en veel ontgaat ons – aanlegt. Maar het hele punt blijft ook dat het zover allemaal niet had hoeven te komen. De minister had hier allang een einde aan kunnen maken door gewoon te doen wat recht en rede hem ingeven.

Soms is het heel simpel.

Jan Dirk Snel is filosoof. Dit artikel is eerder op zijn weblog verschenen en met toestemming van Jan-Dirk Snel ook op Republiek Allochtonië geplaatst. Eerdere artikelen van Jan Dirk Snel op Republiek Allochtonië leest u hier

Meer artikelen op dit blog over Mauro hier


Meer over cda, jan-dirk snel, leers, mauro.

Delen:

Reageer