Steden- of samenwerkingsverband? Bezetting blijft bezetting

In opinie door Roemer van Oordt op 15-10-2015 | 15:10

Door: Roemer van Oordt

Toen ik in de jaren tachtig studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, maakten wij ons onder meer hard voor stedenbanden met Midden- en Latijns-Amerika vanuit ontwikkelingssamenwerkingsperspectief. Redenen om die banden aan te gaan zijn drastisch veranderd, hoorde ik laatst van een medewerker Economische Zaken van onze hoofdstad. Niet langer solidariteit, maar economische motieven spelen de hoofdrol, met in de zijlijn aandacht voor sociaal-culturele uitwisseling. Dus geen stedenband met een dorp in Bangladesh maar wél met de Israëlische hightech ‘Silicon Wadi’ Tel Aviv, waar meer uitvindingen worden gedaan dan waar ook ter wereld.

Even opfrissen. Voorstellen om daar vorm aan te geven werden in maart 2014 door de gemeenteraad via een motie aangenomen. Het college van B&W kreeg de opdracht een stedenband met Tel Aviv te onderzoeken. Op voordracht van GroenLinks werd ‘voor de balans’ een band met de Palestijnse stad Ramallah aan het takenpakket toegevoegd.

De uitgewerkte plannen bleven onder meer door de oorlog in Gaza een tijdlang onder tafel en werden uiteindelijk pas in juni 2015 besproken. Een zo krap mogelijke meerderheid van de Raad bestaande uit GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en SP (23 van de 45 zetels) verklaarde zich - voorlopig - tegen de stedenband. Burgemeester Van der Laan zag echter wél perspectieven en kreeg zijn zin. Hij stelde voor de onderzoeksfase te verlengen om een extra bezoek aan beide steden te brengen. Daarna, zei hij voor AT5, ‘kan de raad besluiten of dit tot iets formeels als een stedenband moet leiden of tot iets informeels of misschien doen we wel niets’. Op 3 juli liet Ramallah overigens al weten geen interesse te hebben in een stedenband waarbij ’de bezetter derde partij is’.

Vanavond praat de commissie Algemene Zaken van de Amsterdamse gemeenteraad over een herzien plan van het college van B&W. Een formele stedenband is in ieder geval definitief van de baan. Maar de precieze verschillen met andere vormen van samenwerking zijn, als je er de Buitenlandnota van de gemeente op naslaat, cosmetisch of - zoals je wilt - gevoelsmatig. Op 4 november stemt de Raad.

Strijd om de politieke en publieke opinie
In een volstrekt gepolariseerd debat als dat over Israël en de nog altijd (grotendeels) bezette dan wel (veelal) afgegrendelde Palestijnse gebieden, worden feiten vaak afgewisseld of zelfs verwisseld met persoonlijke aanvallen onder de gordel, karikaturen en irrelevante paradepaardjes. Daar vormde de ‘meningsvorming’ over de stedenband geen uitzondering op.

Feit is wel dat politiek, media en het brede publiek nu meer oog en begrip hebben voor de argumenten van de tegenstanders van een stedenband met Tel Aviv dan zeg 20 jaar geleden. Dat vormt een belangrijke verklaring voor de verwoede pogingen van de voorstanders om de balans ook in dit geval naar hun kant te laten doorslaan. Want, laten we eerlijk zijn, een stedenband is net als in de jaren ’80 in Latijns- en Midden- Amerika natuurlijk alleen maar een middel, een symbool om een veel groter en hoger doel te bereiken.

Naftaniël
Aanjager van de discussie, voormalig CIDI-directeur Ronny Naftaniël, toonde zich weer eens meester in het bespelen van de politieke en publieke opinie. Anders dan zijn inmiddels al weer vertrokken opvolger Esther Voet, wist hij decennialang als geen ander ‘het redelijke van Israël’ in Nederland te vertegenwoordigen, nam hij opponenten op een stevige, maar altijd beschaafde en inhoudelijke manier de maat en paste hij wel op om kritiek op Israël of (zelfs) op het zionisme te snel te verwarren met antisemitisme.

In een opiniestuk in het Parool kwam hij met twee argumenten vóór het in 2013 door hem gelanceerde idee van de stedenband en probeerde hij op een voor hem karakteristieke manier in één adem de angel uit de argumenten van de tegenstanders te halen.

Hij wees op de vrijzinnigheid van Tel Aviv, de vele nationaliteiten die daar harmonieus en gelijkwaardig moeten samenleven, de culturele uitingsvormen en de homovriendelijkheid. Net Amsterdam zei hij. Op het essentiële economische vlak gaf hij mee dat Tel Aviv de tweede ‘startup stad’ ter wereld is, die van Amsterdam zou kunnen leren hoe je producten beter in de markt kan zetten. En Tel Aviv ligt ook nog eens in een zogenaamd herkomstland, vond hij. Een perfect plaatje voor het nieuwe stedenbandenprofiel, zou je zeggen.

Argumenten van tegenstanders over mensenrechtenschendingen door Israël veegde hij van tafel door te verwijzen naar de stedenbanden met Peking, Sisli en Casablanca ‘waar nog nooit iemand een woord aan (de mensenrechtensituatie; rvo) heeft vuilgemaakt’. De critici baseren hun protest volgens Naftaniël vooral op oude voorvallen, of op het beleid van de huidige Israëlische regering. Dat slaat volgens hem nergens op omdat ‘stedenbanden nu eenmaal geen regeringen betreffen’. Als klap op de vuurpijl kwam hij met de stelling dat niemand - en zeker de Palestijnen niet - er beter van zou worden als de stedenband(en) van de baan zouden zijn.

Plausibele argumentatie?
Ladingen ingezonden stukken en bijdrages op de sociale media van de voorstanders volgden - vaak op een op z’n zachtst gezegd minder subtiele en diplomatieke manier - de lijn van Ronny Naftaniël. Het klinkt op het eerste gezicht dan ook allemaal heel aannemelijk, maar wie wat verder kijkt ziet dat er nogal wat is af te dingen op zijn argumentatie.

In vogelvlucht: Amsterdam zou volgens de plannen kunnen leren van Tel Aviv hoe om te gaan met religieuze en etnische minderheden. Er wordt door voorstanders een beeld geschetst van Tel Aviv waar ik mij niet bepaald in herken. Anders dan het veronderstelde multiculturele karakter, is er zichtbaar sprake van segregatie tussen Palestijnse en joodse inwoners. De Israëlische Palestijnen wonen grotendeels in Jaffa, het sociaal en economisch achtergestelde deel van de agglomeraat; 95 procent van de joodse Israëli’s is in het veel welvarende Tel Aviv gehuisvest. Deze segregatie biedt ruimte aan diverse vormen van institutionele discriminatie en achterstelling. Bovendien wordt vaak vergeten dat het verschil in economische en maatschappelijke status tussen joden afkomstig uit Europa (Asjkenazim), het mediterrane gebied (Sefardiem) of Afrika en Azië (Mizrahiem) ook substantieel is. Palestijnse Israëli’s worden als niet-erkende minderheid in alle opzichten als derderangsburgers behandeld.

Toegegeven, in Amsterdam valt er een hoop te verbeteren op terreinen als emancipatie en participatie en het tegengaan van discriminatie van etnische en religieuze minderheden. Ook de inzet op het beheersen van onderlinge spanningen verdient aandacht. Maar Tel Aviv lijkt mij geen goede leerschool.
.
Dan het economische argument. Juist alle start-up en ICT bedrijvigheid in Tel Aviv ‘Silicon Wadi’, het economische paradepaardje van Israël, is onlosmakelijk verbonden met het massieve militaire apparaat dat onder meer de bezetting van Palestijns gebied en alles wat daarbij komt kijken in stand houdt. Het is naïef om te denken dat Amsterdam zwart-op-wit krijgt of samenwerkende bedrijven daar direct of indirect een rol in hebben. Intensiveren van de economische samenwerking met Tel Aviv brengt voor Amsterdam op z’n minst het risico met zich mee dat mee wordt gewerkt aan de normalisatie van de militaire bezetting.

Bezetting en nederzettingen
Ook bij de ontkrachting van de argumenten van de tegenstanders is de redeneertrend wankel. Negatieve voorbeelden over de situatie in China, Turkije en Marokko aanhalen om je gelijk te halen komt nooit sterk over. En al helemaal niet als je de mensenrechtenschendingen door Israël niet ontkent. Nog zwakker wordt de argumentatie als je aan de ene kant zegt dat het gaat om stedenbanden die geen landelijke aangelegenheid zijn, en vervolgens kritiek van tegenstanders resoluut naar de prullenbak verwijst omdat zij zouden refereren aan ‘eerdere voorvallen én aan het beleid van de huidige regering’.
Hier wordt door de voorstanders op z’n minst de suggestie gewekt dat de militaire bezetting en de nederzettingenbouw puur en alleen op het conto van Netanyahu en zijn ‘rechtse’ makkers toe te schrijven zijn. Processen waar het ‘linkse’ electoraat van Tel Aviv zich schijnbaar van distantieert?

Feit is dat er meer nederzettingen in bezet Palestijns gebied zijn gebouwd onder de Arbeidspartij dan onder Likoed. Feit is ook dat de grote architecten achter de ‘omsingelings- en afsnijdingsstrategie’ van het Israëlische nederzettingen- en waterbeleid uit diezelfde partij afkomstig zijn. Met de gevolgen van de huidige vervolmaking van die plannen is de kans op een levensvatbare, onafhankelijke Palestijnse staat tot nul gereduceerd. Een voortdurende politiek die haaks staat op de conventie van Geneve en een definitieve blokkade vormt voor de uitvoering van resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de VN. 

Tot slot Naftaniëls' uitsmijter: Palestijnen zouden er niet beter van worden als de stedenband(en) van tafel gaan. Dat doet denken aan het onderhandelingsproces in het Midden-Oosten, waarbij Israël als sterke, overheersende partij doorlopend de agenda en voorwaarden voor anderen vaststelt. Mij lijkt allereerst dat de Palestijnen zelf wel bepalen waar ze beter van worden. Zoals gezegd gaven ze snel aan niets te zien in een ‘driehoeksverhouding’. In de nieuwe plannen wordt gesproken over ‘losse’ samenwerkingsovereenkomsten op een breed scala van terreinen. Wat Ramallah daar verder mee gaat doen is uiteraard aan hen.

Economische en sociaal-culturele samenwerking tussen Amsterdam en Tel Aviv geeft een volstrekt verkeerd signaal en normaliseert de Israëlische bezetting van Palestijns gebied. Geen samenwerking, maar effectieve politieke en economische druk op Israël én dus ook op het daarvan integraal onderdeel uitmakende Tel Aviv is nodig om aan die bezetting een einde te maken. Nederland (en daarmee Amsterdam) heeft zich via internationale verdragen verplicht daarin een actieve rol te vervullen.

Doorslaggevend in de samenwerkingsdiscussie op kleinere, Amsterdamse schaal is of Naftaniëls’ partijgenoten de komende weken vasthouden aan hun terechte bezwaren of met de VVD en D66 meegaan in de economische voordelen die er ongetwijfeld aan vast zitten.

Roemer van Oordt is politicoloog, verbonden aan het weblog Republiek Allochtonië en de website polderislam.nl. Hij was namens de Europese Unie waarnemer bij de eerste Palestijnse verkiezingen in 1996 en deed onderzoek naar de water- en nederzettingenpolitiek van Israël in de bezette Palestijnse gebieden. Meer van Roemer op dit blog: hier

Meer over de stedenband op dit blog: hier

Volg Republiek Allochtonië op
twitter of like ons op facebook.  

 

Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 


 


Meer over amsterdam, bezetting, cultuur, discriminatie, economie, naftaniël, nederzettingen, ramallah, roemer van oordt, stedenband, tel aviv, van der laan.

Delen:

Reageer




Reacties


Richard van Caem - 24/10/2015 18:55

Advies aan het gemeentebestuur van mooi Amsterdam: ga eens op verkenning naar Palestina, bezoek de bezette gebieden en Gaza, praat met de mensen daar en ervaar wat men dagelijks meemaakt, namelijk een continue behandeling als tweederangs burger (en dat in het eigen land!), kinderen en volwassenen die worden vermoord – door het Israëlische leger IDF én door kolonisten – zonder dat men daar voor wordt vervolgd, vernederende procedures, land dat zelfs nu nog wordt gestolen van Palestijnen, et cetera et cetera. U zult gegarandeerd als gelouterde personen huiswaarts keren en het niet meer in uw hoofd halen om met deze bezetter een samenwerking op te zetten.

Ans Jansen - 24/10/2015 17:24

Er moet erkenning komen dat Israel bezet Palestina is, dat alle Israëlische dorpen en steden illegale nederzettingen zijn en dat het tijd is om Palestina en zijn burgers te bevrijden van het onwettige, koloniale regime, dat we kennen als Israël!!!
Israël moet ertoe bewogen worden het internationaal recht na te leven en de bezetting van Gaza en de Westelijke Jordaanoever te beëindigen, de muur die op Palestijns grondgebied staat af te breken, de blokkade van Gaza op te heffen en de vluchtelingen hun in het internationaal recht verankerde recht op terugkeer te geven.
Het is een strijd tegen koloniale expansie en vóór het internationaal recht. Internationale bepalingen waaraan ook Israël zijn bestaansrecht ontleent, en die door alle landen en dus ook door Israël moeten worden nageleefd.
Het Internationaal Gerechtshof, op 9 juli 2004 al heeft bevestigd wat eerder internationaal recht heeft vastgelegd, namelijk dat Israël zich vreedzaam, zonder voorwaarden vooraf, geheel moet terugtrekken achter de Groene, of Bestandslijn van 1967, dus uit alle bezette gebieden: de Westoever, Oost-Jeruzalem en de Gaza strook.

Alle regeringen, zo stelt het Hof, dienen zich ervoor in te zetten dat Israël zich aan deze uitspraak houdt, dus ook Nederland. Minister Koenders is met zijn ambtseed op de Grondwet, art. 94, gebonden aan deze uitspraak politieke actie te verbinden. Dat artikel zegt namelijk dat het internationaal recht - en dus ook deze uitspraak van het Hof - in rechtskracht gaat boven het Nederlandse recht.

Er is geen hogere instantie die anders kan oordelen, een betere rechtsgrond bestaat er niet. Lagere gerechtelijke instanties - zoals de Europese - hebben minder rechtsrecht.

Roemer van Oordt - 19/10/2015 14:11

Anders dan Likoed Nederland suggereert, kijk ik ‘niet ergens liever overheen’ maar liever wel naar de feitelijke situatie. In mijn blog en in mijn reactie ging ik dan ook niet zozeer in op het percentage Palestijnen dat onder ‘zelfbestuur’ leeft, maar op het deel van de Palestijnse gebieden dat bezet wordt door Israël. Door in de laatste reactie zelf aan te geven dat sinds Oslo nog altijd tenminste 70% van de Westelijke Jordaanoever (exclusief Oost-Jeruzalem) volledig onder Israëlische controle valt, versterkt Likoed Nederland wél mijn pleidooi om te blijven spreken over bezette Palestijnse gebieden, waarvan akte.

Het percentage van de Palestijnen dat op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem en in de Gazastrook onder ‘zelfbestuur’ leeft is overigens in de verste verte geen 98%. Opnieuw ‘facts on the ground’: in de zogenaamde B-gebieden heeft Israël volledige zeggenschap over de veiligheid en feitelijk ook over de veiligheidsdiensten en valt een essentieel deel van het ‘bestuur’ dus buiten het Palestijnse mandaat. Daar komt bij dat het in 1967 bezette en in 1980 geannexeerde Oost-Jeruzalem buiten de afspraken valt die er gemaakt zijn in de Oslo-Akkoorden over zelfbestuur. Zowel de bezetting als de annexatie worden door de Veiligheidsraad van de VN beschouwd als een schending van het volkenrecht.

Afsluitend: wat stelt zelfbestuur voor als je om maar eens mee te beginnen niet gaat over je eigen grenzen en als de gebieden waar je het wel voor het zeggen hebt onmogelijk economisch te ontwikkelen vallen omdat ze van elkaar zijn afgesneden door het nederzettingen- en wegennetwerk voor joodse kolonisten?

Nogmaals, er is pas daadwerkelijk sprake van ‘volledig zelfbestuur in autonome Palestijnse gebieden’ als Israël zich terugtrekt achter de grenzen van vóór 1967 en daarmee uitvoering geeft aan resolutie 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de VN.

Likoed Nederland - 17/10/2015 17:53

De auteur weet dus dat 98% van de Palestijnen zelfbestuur heeft, maar kijkt daar liever overheen.
In het gebied dat nog volledig onder Israelisch bestuur is, wonen dus vrijwel geen Palestijnen.

Lonneke Lemaire - 16/10/2015 13:15

In de raadszaal vond v.d.Laan het ook nodig om zich te laten ontvallen dat Amsterdam al 500 bloei kent door economische banden met elders,,, (dit is niet zijn letterlijke tekst, die weet ik niet meer, maar een hoog VOC mentaliteits gehalte is v.d.Laan niet vreemd.

Roemer van Oordt - 16/10/2015 11:24

Tsja, waar te beginnen. Opvallend is vooral hoe slecht Likoed Nederland leest. Ik spreek heel bewust over (grotendeels) bezette en (veelal) afgegrendelde gebieden: als de Westelijke Jordaanoever met Oost Jeruzalem (zelfs door Israël geannexeerd) en de Gazastrook bij Likoed Nederland wel een belletje laten rinkelen….
Het is niet verbazend maar wel verbijsterend dat Likoed Nederland de Gazastrook - die inderdaad bijna volledig (98%) ‘autonoom’ is - verward met Palestijns zelfbestuur. Dat Likoed geen voorstander is van een zelfstandige Palestijnse staat is bekend. Het is ook geen nieuws dat Likoed, anders dan de Arbeidspartij, ‘de overbevolkte zandbak Gaza’ liever had behouden. Sterker nog: een flink deel van de zittende regering is zelfs van mening dat er al een Palestijnse staat is: Jordanië.
Maar het mag toch ook bij Likoed Nederland bekend zijn dat de uit de Oslo-Akkoorden voorvloeiende ‘ABC verdeling’ van de Westelijke Jordaanoever nog altijd intact is. Op het A en B gebied, dat 30% van het oppervlakte beslaat, woont meer dan 90% van de Palestijnse bevolking. Over het zeer dichtbevolkte A gebied (5%) bestuurt het Palestijnse Nationaal Gezag zelfstandig, in het minder volle B-gebied (25%) heeft Israël nog een flinke vinger in de pap. Het C-gebied (70%) is nog altijd volledig onder controle van Israël. Het gebied is in de loop der jaren om zogenoemde veiligheidsmaatregelen geconfisqueerd en gedeeltelijk bebouwd met Israëlische nederzettingen voor joodse kolonisten. En dan laat ik het geannexeerde en volledig door nederzettingen omsingelde Oost-Jeruzalem nog buiten beschouwing.
Met het overnemen van de term (autonome) Palestijnse gebieden normaliseren Nederlandse regeringen in mijn optiek eerder impliciet de militaire bezetting en de voortdurende bouw van Israëlische nederzettingen, dan dat zij zich committeren aan hun internationale verplichtingen. Om daar wel aan te voldoen is effectieve politieke en economische druk op Israël nodig. Erkenning van Palestina - hoe fictief en onrealistisch staatsvorming onder de huidige omstandigheden ook is - zou een eerste symbolische stap kunnen zijn.

Likoed Nederland - 15/10/2015 23:43

Opvallend hoe de schrijver twintig jaar achter loopt. Zo lang is het dat - 98% van - de Palestijnen autonomie en zelfbestuur hebben, met hun eigen regeringen, buitenlandse politiek, politie, rechtspraak, gevangenissen, onderwijs, televisie enz. enz. Ze zijn zelfs in staat om massaal raketten af te schieten.
De officiële Nederlandse benaming is sindsdien niet meer bezet gebied, maar (autonome) Palestijnse Gebieden.
De Palestijnen worden behoorlijk onderdrukt, dat is waar, maar dat is door hun eigen Fatah en Hamas.
Geen verkiezingen, executies van andersdenkenden, eerwraak, indoctrinatie van kinderen met rassenhaat en moordzucht, grootschalige martelingen, geen persvrijheid, willekeurige arrestaties, vervolging van homo's en christenen, discriminatie van vrouwen, honderdduizenden opgesloten houden in kampen, gigantische corruptie enz. enz.
In ruil voor dit land zou Israel overigens ‘vrede’ krijgen. In werkelijkheid kreeg Israel veel meer geweld, raketten en terreur terug.