Parallellen tussen vroeger en nu

In opinie door Dick Mantel op 13-11-2011 | 20:35

Tekst: Dick Mantel

Tegenwoordig gaat het er niet om of je politiek gezien links of rechts bent, of je hoog- of laagopgeleid bent, of je stedeling bent of plattelander. Nee, het gaat erom of je van ‘dezelfde grond’ of van ‘andere grond’, in andere woorden of je autochtoon of allochtoon bent. Een dwaas onderscheid als je bedenkt dat tweede generatie allochtonen op dezelfde grond geboren zijn als autochtonen. Belangrijker dan dit woordenspel is echter dat het onderscheid naar ‘herkomstgrond’ tot een uiterst contraproductieve ‘wij/zij’ indeling leidt.

Een wij/zij-indeling is niet uitzonderlijk -daarover straks meer-, maar de venijnigheid is nu extra groot omdat Nederland in een ‘culturalistische’ fase zit. Dat betekent dat met name bij alles wat er mis gaat in de maatschappij, een culturele reden gezocht wordt. Deze fase gaat gepaard met een roep om een monocultureel Nederland, een Nederland waarin de nieuwkomers net zo moeten worden als wij door onze cultuur over te nemen. Onwenselijk en vooral ook onmogelijk, omdat je niet van de ene naar de andere cultuur over kan stappen, ook omdat datgene waarnaar overgestapt moet worden divers en heterogeen is. Een multiculturele samenleving, in die zin dat hij bestaat uit apart van elkaar levende bevolkingsdelen met ieder zijn eigen cultuur, is trouwens net zo onmogelijk. Want culturen zijn veranderlijk, cultuur wordt gemaakt door mensen en op ieder moment ontstaan nieuwe mengvormen van culturen, nieuwe hybride vormen.

In de culturalistische fase worden culturen ten onrechte geïnterpreteerd als homogeen en onveranderlijk, als een soort besturingssysteem voor menselijk gedrag. Als dan ook nog religie als cultuurelement wordt gezien en de etnische herkomst als bepalend voor de cultuur van nieuwkomers, dan is de trend gezet voor het creëren van een diepe kloof tussen wij en zij. Een kloof die nog groter wordt omdat we vaak -ten onrechte!- denken dat de mens ééndimensionaal is, omdat we denken dat bijvoorbeeld het geloof alles bepalend is voor de identiteit van mensen. Dat de identiteit van de nieuwkomers dus volledig bepaald wordt door hun andere geloof. Dit in tegenstelling met de visie van Amartya Sen die inhoudt dat er altijd sprake is van wedijverende identiteiten.

Wat is opvallend in de huidige discussie? Het volstrekt ontbreken van iedere historische kennis. De geschiedenis herhaalt zich inderdaad nooit, maar het is heel verhelderend om de vele parallellen te signaleren tussen nu en vroeger. Dat geeft in zekere zin optimisme, zo van ‘er moet nog heel wat gebeuren en het komt niet vanzelf goed, maar er is duidelijk reden voor optimisme, we hebben al eerder met dit bijltje gehakt’.

In dit artikel komen -in het kort- aan de orde de wij/zij- indelingen vroeger; de parallel tussen de positie van de moslims nu en de katholieken vroeger; de massa-immigratie, de gezinsmigratie en de integratieproblemen vroeger.

De indeling in wij/zij vroeger en het probleem dat men afweek van het ‘gewone’
De wij/zij indeling is zeker niet alleen van deze tijd. Het is een steeds terugkerend verschijnsel, de hevigheid is wisselend. Duidelijk is dat we op dit moment in een heftige periode verkeren, een periode waarin de wij-groep, via de door ons gecreëerde nationale identiteit -de verbeelde nationale identiteit-, de voorwaarden probeert te dicteren waaraan de nieuwkomers moeten voldoen. Een niet erg vruchtbare gang van zaken omdat de voorwaarden niet duidelijk zijn -dat ook niet kunnen zijn- en omdat het gevoel dat je alleen welkom bent als je je volledig aanpast, niet bevorderlijk is voor wat we uiteindelijk willen, namelijk de integratie van die nieuwkomers.

Wanneer heeft die strijd om erbij te horen, die we nu zien bij de moslims, zich eerder afgespeeld? Er is een frappante parallel tussen de positie van de katholieken in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw en de manier waarop de moslims nu de maat genomen wordt. De katholieken werden in het protestante Nederland als buitenstaanders beschouwd, ze werden vereenzelvigd met de Spaanse bezetter en er werd ernstig getwijfeld aan hun loyaliteit. Zij zouden in de eerste plaats voor de paus in Rome kiezen. Dit gold trouwens niet alleen in Nederland. In Engeland vonden omstreeks 1860 zelfs frequent rellen plaats tegen de katholieke Ierse immigranten (de befaamde Murhy-riots). Een andere parallel is er met de positie van de Joden in Nederland in de negentiende, begin twintigste eeuw. Ook hier twijfel aan hun loyaliteit.

Boeiend is dat ook op kleinere schaal groepen als ‘afwijkend’ gekarakteriseerd kunnen worden, als buiten de maatschappij staand. Het fenomeen van de ‘onmaatschappelijken’ en de ‘ontoelaatbaren’ is echt niet van heel lang geleden. Het verhaal hierover is te lezen in ‘Geschiedenis van de onmaatschappelijksbestrijding in Nederland; 1914-1970’ van Adrianne Dercksen en Loes Verplanke. Aan het begin van de 20e eeuw was er sprake van een verbetering van de levensomstandigheden van een deel van de arbeidersklasse. Het achterblijvende deel leefde in verkrotte wijken in de binnensteden. Na het tot stand komen van de Woningwet werden veel krotten onbewoonbaar verklaard. De huisvesting was een probleem. Soms kwamen de bewoners terecht in noodbarakken, soms in één van de vele ‘tehuizen voor Dakloozen’, soms in een nieuw huis van een woningbouwvereniging of van de gemeente. De selectie was streng en ‘dames van goede stand’ verrichten die selectie en oefenden ook het toezicht uit. Er werden ook nieuwe tehuizen voor dakloze gezinnen gebouwd. Kenmerkend is dat in Leeuwarden het streven was zo’n tehuis ‘ zo mogelijk buiten de bebouwde kom te zetten’.

De ex-krotbewoners vormden, tezamen met diegenen die uit hun nieuwe woning waren gezet of die werden geweigerd als huurder, een groot probleem. In Amsterdam werd de benaming ‘ontoelaatbaren’ gebruikt. Den Haag, Utrecht en Amsterdam gingen er toe over complexen ‘woningen met bijzondere bestemming’ te bouwen. Het werden de zogenaamde heropvoedingswijken: de Zomerhof in Den Haag, het Kerkwegcomplex in Utrecht, het Zeeburgerdorp en Asterdorp in Amsterdam. Asterhof en Zomerhof werden omringd door een muur.

In de jaren 50 nam het opvoedingswerk weer een grote vlucht. Het Utrechtse Houtpleincomplex ontstond, de Zomerhof in Den Haag werd in ere hersteld en ging weer als opvoedingswijk fungeren. In Amsterdam ontstonden in de twee tuinsteden Slotermeer en Geuzenveld projecten voor probleemgezinnen. En het ‘nieuwste van het nieuwste’ in de opvoedingswereld waren de zogenaamde ‘gezinsoorden’. Idyllisch gelegen, midden in het bos. Maar wel heel ver af van de ‘gewone’ wereld.

En heel bekend is natuurlijk het heropvoedingsoord Veenhuizen. In 1823 ontstaan, toen er onder invloed van de Maatschappij van Weldadigheid drie grote gestichten, voor bedelaars, landlopers en wezen, werden gebouwd.
De roep om volkseenheid hangt nauw samen met het bovenstaande. Ook daarbij is zeker geen sprake van een nieuw verschijnsel. Het streven naar volkseenheid is in weinig perioden zo sterk geweest als in de voor-oorlogse periode. Zonder dat je daarbij direct moet denken aan fascisme of nationaal-socialisme. In het komende boek ‘Volkseenheid, identiteit en loyaliteit’ van de auteur van dit artikel wordt hier uitgebreid op ingegaan.

Massa-immigratie vroeger
De absolute aantallen verschillen, maar er is een parallel tussen immigratie aantallen vroeger en nu. Zoals het voortreffelijke boek van Obdeijn en Schrover -‘Komen en gaan. Immigratie en emigratie in Nederland vanaf 1550’- aantoont kwamen in de periode 1600-1800 twee van de drie mannen in de werkzame periode van hun leven van buiten!

Een ander cijfer: in 1550 was 40% van de Amsterdammers in het buitenland geboren, in de hedendaagse terminologie eerste generatie allochtoon. In Leiden was het percentage toen 55%. En nu? In 2002 was in Amsterdam het percentage eerste generatie allochtonen 28%. Het zal nu zeker niet hoger zijn. Om over Leiden nog maar te zwijgen.

Wat valt er op bij de berichtgeving over de immigratiecijfers nu? Ze dienen vaak een doel, alleen de cijfers die dat doel dienen worden vermeld en essentiële gegevens worden weggelaten. Een voorbeeld. De cijfers uit 2009, het laatste jaar waarover de gespecificeerde cijfers aan mij bekend zijn (de nieuwe migratiekaart 2010 is klaar, maar nog niet verkrijgbaar). De voorpagina haalde het feit dat er in 2009 sprake was van 146.378 immigranten. Daarmee stopte de informatie meestal. Terwijl toch de rest van de informatie niet onbelangrijk is. Namelijk dat van die 146.378 er 42.000 de Nederlandse nationaliteit hadden. En dat er 111.897 emigreerden. Iets dergelijks bij de vermelding van de aantallen niet westerse migranten. Als je registreert naar geboorteland dan kwamen in 2009 52.711 personen geboren in een niet-westers land Nederland binnen en er verlieten 28.864 in een niet-westers land geborenen Nederland. Een saldo van 23.847. Het grootste deel werd gevormd door de gezinsmigranten (17.600). Over de onwenselijkheid van gezinsmigranten c.q. het kunnen opbrengen van begrip voor het fenomeen, valt een boekwerk te vullen. Dat de gezinsmigranten allemaal als kansarm ergens driehoog achter terecht komen, lijkt mij een van de vele stereotypen die in omloop zijn. Een onderzoek over de uiteindelijke mate van participatie zou wel eens anders kunnen leren. Over het ‘opbrengen van begrip’ straks nog een opmerking. Wat waren de andere cijfers in 2009? Het aantal asielzoekers was 14.900 (eerste aanvraag). Weet u nog dat in 1994 het aantal 52.600 was? Verder kwamen er in 2009 7200 niet-westerse studiemigranten Nederland binnen, die naar ik aanneem welkom zijn. En 5000 niet-westerse arbeidsmigranten, waaronder vele voor Nederland belangrijke kennismigranten. Een terugloop van dat aantal van 5000 zou wel eens kunnen betekenen dat we in economisch zwaar weer verkeren.

De cijfers uit de recente ‘rapportage vreemdelingenketen periode jan.-juni 2011’ van minister Leers wijken niet sterk van de cijfers uit 2009 af. Er is dan ook geen sprake van verwezenlijking van de streefcijfers van de PVV (50% minder niet westerse immigranten; totaal 30% vermindering, 25% vermindering asielinstroom). Leers zou wel eens een kansarme minister kunnen worden.

‘Gezinsmigratie’ vroeger
Nee, u heeft gelijk, vroeger kwamen de bruiden niet uit buitenland -of in ieder geval in heel geringe mate. Toch is het goed om bij de gezinsmigratie terug te denken aan het aantal gemengde huwelijken in vroeger tijden. Het percentage katholieken dat in 1960 gemengd huwde was 5,3% (in 1947 6,4%). Bij de Nederlands hervormden waren de percentages resp. 10,2% en 12,6% en bij de gereformeerden 6,4% en 11.0%. Cijfers uit: ‘Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek’ van A. Lijphart. Boeiend om de terugloop te zien van gemengd gehuwden als je 1947 met 1960 vergelijkt. Maar afgezien daarvan liggen deze percentages een stuk lager dan de percentages gemengde huwelijken onder allochtonen: in 2007 15,9%, in 2008 15,3% en in 2009 16,9% (cijfers via StatLine). De nu volgende vergelijking gaat ongetwijfeld in historisch opzicht mank, maar ik wil hem toch maken: de scheiding gereformeerd (later hervormd)/katholiek/doopsgezind dateert van 400 jaar geleden en het fenomeen autochtoon/allochtoon kennen we 40 jaar.

Integratie vroeger (en nu)
Rapporten en statistieken over bijvoorbeeld schoolprestaties, maatschappelijke participatie, werkloosheid gaan nu bijna altijd over de verschillende groepen allochtonen. Dit monitoren vanuit een bepaald gezichtspunt is zeker niet nieuw, alleen ging het vroeger om andere bevolkingsgroepen. In de jaren vijftig werden bijvoorbeeld uitgebreid de vorderingen van de toen ‘achterblijvende’ groep gevolgd, de katholieke. En in diezelfde tijd ging ‘het verborgen talent’ over degenen uit arbeidersmilieus die een schoolopleiding volgden die beneden hun kunnen was. Degenen onder u die in die tijd in het onderwijs werkzaam waren, zullen zich het werk van Van Heek herinneren.

Ging de integratie vroeger geruisloos? Nee, van de Hugenoten werd bijvoorbeeld gezegd: ‘hun kinderen doen zelfs al wat mogelijk is om Frans te zijn en te blijven en om Frans te blijven spreken’ (een uitspraak van Justus van Effen (1684-1735)).

Wat vergeten we? Dat het huidige proces van integratie een proces van generaties is, net zoals dat in het verleden het geval was. En dat er sprake is van een cyclus zoals die door de wetenschapper Robert E. Park en in navolging van deze door Paul Scheffer geformuleerd is: isolement en vermijding; contact, concurrentie en conflict; accommodatie en assimilatie. Het is duidelijk dat we in fase twee zitten. Wat we ook vaak vergeten is dat er altijd sprake is -moet zijn- van wederzijdse aanpassing.

Eindconclusie
In wezen is er, uitgaande van de soms spectaculaire vorderingen bij de integratie en kijkend naar ons verleden, reden voor optimisme. Uiteraard valt er nog veel te verbeteren, zoals de verbetering van sociaal-economische omstandigheden altijd van groot belang is, vooral ook vanwege de gevolgen van die omstandigheden op scholing en participatie. De nadruk in de huidige tijd op de vermeende allesbepalende invloed van cultuur en religie, op de onverenigbaarheid van beschavingen, op de vermeende onveranderlijkheid van onze verbeelde nationale identiteit, werken echter averechts. Ze vertragen de uiteindelijke assimilatie. Verhinderen die trouwens niet!

Zoals uit het bovenstaande hopelijk duidelijk is geworden is het begrip ‘multicultureel’ beladen. Nederland is multicultureel, maar niet in de zin van ‘aparte groepen/aparte culturen’. Maar in de zin van ‘pluriform’. De Nederlandse samenleving bestaat uit mensen met een verschillende culturele/etnische/religieuze achtergrond. Die verschillen respecteren en het garanderen van de rechten van minderheden zijn daarbij noodzakelijk. Het kunnen omgaan met verschillen en het garanderen van die rechten zijn onderdeel van de ‘echte Nederlandse identiteit’, ook al lijkt dat soms anders.

Dick Mantel is gepensioneerd wiskundeleraar. Dit artikel geeft zeer in het kort de inhoud en de conclusies weer van het, door de auteur van dit artikel, geschreven boek ‘Angst en verkramping werken averechts. Een visie op migratie en integratie’. Uitgeverij Literoza. ISBN 978-90-484-9015-8. In dit boek vindt u ook de verwijzingen naar de boeken/rapporten waaruit de auteur zijn gegevens gehaald heeft.

Eerder verscheen van Dick Mantel op dit blog:

Een valse start voor linkse vernieuwing
Cultuur, identiteit en gedoogsteun; de valkuilen voor minister Donner

 


Meer over dick mantel, immigratie, integratie, integratiebeleid, migratie, minderhedenbeleid, politiek.

Delen:

Reageer




Reacties


Verwilderd.nl - 13/11/2011 21:25

Interessant verhaal.