Op zoek naar de mens Mohammed

In opinie door Marcel Hulspas op 14-05-2015 | 15:20

Wie was de profeet Mohammed? Onderzoeksjournalist Marcel Hulspas las met de zorgvuldige en kritische bril van een biograaf de vele verhalen over de profeet en schreef het boek 'Mohammed en het ontstaan van de islam' dat eind juni verschijnt.

In het artikel hieronder vertelt Hulspas waarom hij het boek schreef en wat hij ermee hoopt te bereiken.

Het is een kort, maar prachtig verhaaltje. Het gaat over de dag waarop Mohammed Mekka veroverde, en de Kaäba zuiverde van afgodenbeelden:

'De apostel ging Mekka binnen op de dag van de verovering en het bevatte 360 afgodsbeelden die door de duivel versterkt waren met lood. De apostel stond naast hen met een stok in zijn hand, en zei: 'De waarheid is gekomen en de leugen is verdwenen. Waarlijk de leugen zal zeker verdwijnen.' Toen wees hij naar hen met zijn stok en ze vielen een voor een achterover.'

Je ziet het voor je: de Profeet die het plein rond de Kaäba betreedt, en alleen maar door te wijzen met zijn stok de vele afgodsbeelden van de Mekkanen spontaan omver doet vallen. Als was hij een machtige tovenaar. Een wonderbare afsluiting van een historische dag.
Dit verhaaltje is afkomstig uit de sira ('levensloop') van ibn Ishaak. Dat is de oudste bewaard gebleven biografie van de Profeet. Vrijwel alles wat we weten over Mohammed, of denken te weten, gaat terug op dit werk. Ibn Ishaak heeft voor zijn boek honderden verhalen verzameld, en daaruit een keuze gemaakt. Vaak spreken de verhalen elkaar tegen, en kon of wilde hij niet kiezen. Dan zette hij die verschillende verhalen gewoon achter elkaar en schreef: 'Dat is wat mij werd verteld', of: 'God weet het het best'. Zo vertelt hij ook verschillende verhalen over wat er op die historische dag in Mekka zou zijn gebeurd. Ze kunnen niet allemaal waar zijn. God weet het het best.

Ibn Ishaak schreef zijn sira omstreeks het jaar 750. Dat wil zeggen, zo'n 120 jaar na de dood van Mohammed. Het is dus niet verwonderlijk dat er tegen die tijd veel uiteenlopende verhalen over het leven van de Profeet de ronde deden. Slechts een kleine minderheid kon lezen en schrijven. Maar elke stad, elke moskee, kende zijn verhalenvertellers die het volk vermaakten met spannende vertellingen over de veroveringen, en over de heldendaden van de Profeet. En de verteller die het mooiste verhaal vertelde, kreeg de meeste dinars toegeworpen. De eerste moslims hadden ook grote behoefte aan verhalen. In die 120 jaar hadden ze het grootste deel van de beschaafde wereld veroverd. Maar overal, van Spanje tot diep in Perzië, vormden ze slechts een kleine minderheid te midden van een zee van Joodse en (vooral) christelijke onderdanen. En die ongelovigen zagen niks in hun Profeet. Ten eerste natuurlijk omdat het een Arabier was geweest (kon daar ooit iets goeds vandaan komen?), ten tweede omdat Mohammed helemaal geen 'heilig' leven had geleid. Hij had gevochten. Zoiets zou een echte profeet nooit doen, vonden de christenen. En dan nog iets: had die Mohammed eigenlijk wel, net zoals Jezus, wonderen verricht? Want dat was toch wel het meest duidelijke teken dat een profeet door God gezonden was.
Dat debat tussen moslims en christenen barstte na het jaar 700 goed los. En de sira van ibn Ishaak past daar helemaal in. Ibn Ishaak wilde een levensverhaal schrijven van de Profeet dat vergelijkbaar was met de evangeliën over het leven van Jezus. In zijn sira legt hij zorgvuldig uit waarom Mohammed op een gegeven moment wel geweld móést gaan gebruiken, en dat God hem daarvoor ook toestemming gaf, En hij vermeldt de nodige wonderverhalen die inmiddels de ronde deden. Menige moslim kent er wel een paar.

De evangeliën zijn geen biografieën van Jezus. Ze zijn niet geschreven met als doel de lezer te vertellen wat Jezsus heeft gedaan, en hoe hij leefde. Ze zijn bedoeld om lezers ervan te overtuigen dat Jezus de Messias was, Gods zoon. Dáár ging het de auteurs om. Net zo is ook de sira van ibn Ishaak geen biografie van de Profeet zoals wij dat woord nu gebruiken. Ook hij had een ander, en in zijn ogen ongetwijfeld veel belangrijker doel: hij wilde zijn lezers ervan overtuigen dat Mohammed de laatste profeet was, en dat hij de perfecte openbaring had gebracht. Wie aan de hand van de evangeliën een biografie van Jezus wil schrijven, ontdekt al snel dat dat niet lukt. Die vier evangeliën spreken elkaar vaak tegen. Ze zijn samengesteld uit vele verschillende verhalen. Prachtige verhalen vaak, met een heldere boodschap. Maar wie het leven van Jezus wil onderzoeken, moet die evangeliën uiteenrafelen en de gebruikte verhalen één voor één kritisch bekijken. Welk verhaal klinkt redelijk, realistisch? En welk niet? Wat zou 'waar' kunnen zijn? Wat niet?

Ik ben geen gelovige moslim. Maar ik ben zeer geïnteresseerd in de Profeet. Ik weet niet of hij Gods gezant was en of hij inderdaad de perfecte openbaring heeft gebracht. Ik wil weten hoe hij leefde. Ik wil proberen te achterhalen wat hij deed en dacht. Ik wil, kortom, proberen een biografie van de Profeet te schetsen. Er zijn de afgelopen decennia natuurlijk heel wat biografieën van Mohammed verschenen, geschreven door ongelovigen. De bekendste zijn die van Maxime Rodinson, Montgomery Watt, Karen Armstrong, en (hier in Nederland) de twee deeltjes van de onlangs overleden arabist Hans Jansen. Maar naar mijn mening maken die auteurs het zichzelf te gemakkelijk. Net als de islamitische traditie gebruiken ze de sira van ibn Ishaak als leidraad en ze blijven mijns inziens te dicht bij diens ideeën over hoe Mohammeds leven verlopen is. Maar de sira is geen biografie. Ibn Ishaak was helemaal niet van plan het leven van Mohammed te reconstrueren; hij wilde bewijzen dat Mohammeds de gezant Gods was. Wanneer we écht op zoek wil naar het leven van de Profeet, en daarbij ibn Ishaaks boek willen benutten, dan moeten we zijn opzet 'doorzien', en de verhalen die hij heeft verzameld (en vele andere verhalen) door een andere bril bekijken. De kritische bril van de biograaf.

Dat is wat ik in mijn boek probeer te doen. De biografie schrijven van Mohammed. Door het zorgvuldig en kritisch lezen van de vele tradities die in de loop der tijd zijn ontstaan en doorverteld. Met steeds die vraag: zou dit verhaal wellicht 'waar' kunnen zijn, of is het later, om wat voor reden dan ook, aangedikt, verzonnen? Om het luisterend publiek te boeien. Om een tegenstander belachelijk te maken. Het is allemaal mogelijk. Daarmee zet ik vaak vraagtekens bij verhalen die altijd voor 'waar' zijn gehouden. Verhalen die door gelovigen soms gekoesterd worden. Doe ik de Profeet daarmee tekort? Is mijn boek een aanval op de islam? Integendeel.

Hier, in West-Europa, verschijnen al meer dan honderd jaar kritische biografieën van Jezus. Boeken waarin de verhalen uit de evangeliën worden geanalyseerd, vergeleken met andere informatie, en daardoor inderdaad vaak ook verworpen als 'waarschijnlijk verzonnen'. Christenen vonden die kritische aanpak moeilijk te verteren. Volgens hen getuigde dat van een gebrek aan respect voor het geloof. Maar geloof is méér dan een verzameling verhalen. En respect voor een geloof betekent níét dat wij (gelovigen én niet-gelovigen) de verhalen die rond dat geloof zijn gegroeid, niet kritisch mogen onderzoeken. Het christelijk geloof en de vrijheid van meningsuiting kwamen vroeger vaak keihard met elkaar in botsing. Maar die kritische aandacht voor de christelijke traditie, die zoektocht naar het leven van Jezus, naar zoals dat heet de 'historische Jezus', heeft het christendom uiteindelijk alleen maar vernieuwd, verrijkt en verdiept. De stroom boeken en artikelen over Jezus wordt elk jaar alleen maar groter. Jezus en zijn boodschap zijn er alleen maar interessanter door geworden.

Moslims kunnen het kritische onderzoek naar het leven van Mohammed gevaarlijk vinden, ze kunnen er huiverig voor zijn – dat is allemaal goed voorstelbaar. Maar ze kunnen het niet tegenhouden. En ze hoeven er volgens mij niet bang voor te zijn. Van vragen stellen is nog nooit iemand dom geworden. De zoektocht naar de mens achter al die mooie verhalen, zal de islam kunnen vernieuwen, verrijken en verdiepen. Want wie was Mohammed? Geen wonderdoener, geen tovenaar met een staf, maar een gewoon mens:
'Ben ik dan iets anders dan een menselijk boodschapper?' (al-Israa, vers 93)

Mijn boek 'Mohammed en het ontstaan van de islam' verschijnt 30 juni bij uitgeverij Athenaeum – Polak & Ven Gennep. (Ruim 300 bladzijden, € 19,99.)

Marcel Hulspas is wetenschapsjournalist en columnist. Meer op zijn website: www.marcelhulspas.nl

Meer:

Eerder verscheen een interview met Marcel Hulspas op nieuwwij.nl Mohammed is eigenlijk veelzijdiger en interessanter dan Jezus

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  


Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 


 


Meer over islam, islamdebat, islamkritiek, marcel hulspas, mohammed, profeet mohammed.

Delen:

Reageer




Reacties


Ali Simsir - 29/06/2015 16:02

Mohammed wordt in Koran 4 keer genoemd: 3 keer als apostel van Allah en bij de vierde keer op een wijze die mi niet accuraat is vertaald, te weten: Mohammed is apostel van Allah en profeet.
Juiste vertaling van deze tekst moet mi zijn: -
Mohammed is apostel van Alah en van profeet.
Porfeet kan in dit geval Jezus Christus zijn of Maslama (of te wel Musaylimah de leugenaar, de valse profeet) uit Yamama. Koran is een verslag van de oorlogen om de zogenaamde Harems (dat zijn gebieden in de woestijn waar handelaren die met kemelen van de ene plek naar de andere plek trokken, met hun kamelen). In die Harems kwamen ze bij elkaar om afspraken te maken over de handelsroutes, waarbij zij elkaar grondgebied moesten betreden.
Mekka, Medina, Yamama waren zulke Harems, waarin ruim 20 duizend mensen woonden. Alle inwoners waren heel erg rijk, dankzij handel van rondtrekkende handelaren. Mohammed was dus alleen maar een apostel geen profeet, die eerst in Mekka probeerde Mekkanen over te halen om oorlog tegen andere Harems bijvoorbeeld Medina te voeren. Toen hij in zijn opzet niet slaagde vluchtte hij naar Medina en haalde mensen uit Medina over Mekka binnen te vallen om Mekkanen af te slachten. Met de profeet wordt er Maslama bedoeld. Mohammed was zijn apostel. Als je Koran met wat ik schreef in je achterhoofd leest plaats je inhoud van de Koran in een heel anders context. Koran is mi oorsproneklijk geschreven door Musaylimah. He tis bekend dat Musaylimah twee boeken had gescheven, te weten:- eerste (werd Faruk I genoemd) werd geschreven toen Mohammed nog leefde en tweede (Faruk II) werd geschreven na overleden van Mohammed.
Leeftijd van Musaylimah was 150, toen hij door Aboe Bakr werd vermoord.

John Dubbelboer - 15/05/2015 00:15

Wordt hopelijk even interessant als zijn zeer geslaagde boek: En de zee spleet in tweeen.