MOE-landers: de Marokkanen van de jaren ’10

In opinie door Floris Meijer op 23-11-2010 | 16:12

De zogenaamde MOE-landers – (arbeids)migranten uit Midden- en Oost-Europa, waaronder die uit de nieuwe EU-lidstaten Polen (2004), Roemenië en Bulgarije (2007) – zijn de laatste tijd regelmatig in het nieuws, niet zelden negatief. Berichten over overbewoning, drankoverlast en criminele activiteiten passeren de afgelopen maanden steeds vaker de revue. En de kritiek op de overlast van deze ‘gastarbeiders’ vanuit de samenleving is daarmee groeiende.

Tekst: Floris Meijer

Er lijkt sprake te zijn van een ambivalente houding van de Nederlandse maatschappij ten aanzien van de MOE-landers.* Men kan blijkbaar niet met en niet zonder ze. Veel Nederlanders willen maar wat graag een goedkope dakkapel laten bouwen, in elkaar getimmerd door Poolse arbeiders die voor slechts een paar euro per uur komen opdraven, maar de overlast die met de komst van deze migranten gepaard gaat willen we dan natuurlijk niet. Het lijkt te gaan om een geval van NIMBY, Not In My Back Yard (Niet in mijn achtertuin). MOE-migranten zijn welkom om te werken, maar mensen willen ze liever niet als buren hebben.


Gastarbeiders?

Een groot aantal van de MOE-landers wordt gezien als gastarbeider en is slechts een paar maanden (per jaar) werkzaam in ons land, voornamelijk in de bouw, tuin- en landbouw, de pluimveehouderij, de industrie en in mindere mate in de thuiszorg. Het merendeel is gestationeerd in en rondom het Westland (groente- en fruitkassen), met Den Haag en Rotterdam als voornaamste wooncentra.** Formeel mogen Polen, Bulgaren en Roemenen alleen in Nederland werkzaam zijn met een werkvergunning, maar een aanzienlijk deel van hen komt via het zwarte circuit aan een baan. Op dit moment staan ruim 65.000 MOE-landers ingeschreven in officiële overheidsadministraties, maar de schatting is dat het aantal dat in Nederland verblijft in werkelijkheid ruim boven de 170.000 ligt. Alleen Den Haag telt al ruim 30.000 MOE-landers.***

Het is echter maar de vraag of er echt sprake is van tijdelijke (gast)arbeid en de MOE-landmigranten weer zullen vertrekken als het werk erop zit, zoals Minister Donner onlangs betoogde. Experts voorspellen dat een aanzienlijk deel van de migranten na verloop van tijd in Nederland zal blijven om hier een nieuw bestaan op te bouwen. Zo bleek in september uit een steekproef dat driekwart van de Polen in Nederland niet de intentie heeft (permanent) terug te keren naar het land van herkomst. Het aantal aanmeldingen van Polen bij taal- en inburgeringscursussen groeide het afgelopen jaar dan ook explosief. Migranten uit EU-lidstaten kiezen vrijwillig voor het volgen van een inburgeringscursussen, daartoe kunnen zij niet van overheidswege worden verplicht.

Er kan worden gesteld dat de overheid dezelfde ‘denkfout’ maakt met de MOE-landers, als in de jaren zeventig en tachtig met Marokkenen en Turken. Het verschil met de Marokkaanse en Turkse gastarbeiders is echter dat die formeel nog konden worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Met migranten uit EU-lidstaten ligt dat beduidend anders. Het uitzetten van een Roemeense migrant vandaag kan betekenen dat diezelfde migrant morgen weer ongestoord de landsgrenzen passeert.


Overlast

De laatste tijd is er een duidelijke stijging te zien in de berichtgeving rond overlastgevende MOE-landers. De overheid probeert met nieuwe regelgeving en scherpere controles deze overlast aan te pakken. Zo was er vandaag een grootschalige verkeerscontrole op de A1 bij de Duitse grens, specifiek gericht op de aanpak van Oost-Europeanen met openstaande geldboetes.

Twee weken geleden luidde de Haagse wethouder Marnix Norder (PvdA, Integratie) de noodklok over de overlast van migranten uit Midden- en Oost-Europa in Den Haag. Norder stelde dat het aantal MOE-landers in de Hofdstad het afgelopen jaar met 20 procent is toegenomen en dat er om die reden duidelijk sprake is van meer overlast. Hij sprak van een ‘tsunami van Oost-Europeanen’, een uitspraak die men eerder uit de hoek van de PVV zou verwachten. Norder stelt echter dat een migratiestop van MOE-landers voor Den Haag ongewenst zou zijn, aangezien de migranten hard nodig zijn voor de stad. Volgens de wethouder moet er beter gekeken worden naar de integratie van deze migranten. Norder: ‘Het enige wat ze doen is wonen en werken. Er wordt niet of nauwelijks geïnvesteerd in Nederlands leren en niet of nauwelijks in inburgering’. Den Haag trekt de komende jaren dan ook bijna 3 miljoen euro uit om de integratie van Oost-Europese arbeidsimmigranten te verbeteren.


Regelgeving

Betere regelgeving rondom arbeidsmigratie, zowel op nationaal niveau als vanuit de Europese Unie, zal de omgang met MOE-landmigranten moeten verbeteren.**** Veel specifieke wetgeving ontbreekt nog, evenals de hiervoor benodigde kennis. Om die reden zal er de komende tijd meer onderzoek naar de situatie rondom migranten uit de MOE-landen moeten komen. De gemeenten Den Haag, Rotterdam en Amsterdam lieten eerder al (kleinschalig) onderzoek doen naar de positie van MOE-landers. Op initiatief van de gemeenten Den Haag en Rotterdam werden er in 2007 en 2008 twee zogenaamde ‘Polentoppen’ georganiseerd, waar een vijftigtal Nederlandse gemeenten gezamenlijk de aanpak en behandeling van MOE-landers bespraken.

Er wordt echter ook opgeroepen tot betere wetgeving om de migranten te beschermen tegen wanpraktijken als (financiële) uitbuiting door malafide uitzendbureau’s, koppelbazen en huisjesmelkers. Het nieuws over de ‘slavernijachtige’ werkomstandigheden van Roemeense aspergestekers in het Brabantse Someren staat nog vers in het geheugen. Ook hier lijkt de laatste tijd echter steeds meer aandacht voor te komen. Zo maakte FNV Bondgenoten afgelopen woensdag (17 november 2010) bekend dat de pluimveeverwerkende industrie vanaf 1 januari 2011 alleen nog uitzendbureau’s voor MOE-landers mag inschakelen die zijn gecontroleerd op naleving van de cao en zijn goedgekeurd met een certificaat. De gemeente Rotterdam doet ook een moreel appèl enl roept haar burgers op wat 'gastvrijer' te zijn ten aanzien van migranten uit de MOE-landen.

Het zal goed kunnen dat in het komende decennium de publieke discussie over Marokkaanse Nederlanders zal verschuiven naar migranten die uit de Europese Unie komen, met name die uit Midden- en Oost-Europa. Hopelijk zullen de migranten zelf zich dan ook gaan mengen in de discussie.

Op 9 december a.s. organiseert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in Utrecht het praktijkcongres Huisvesting en inburgering van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. Zie hier voor meer informatie.

Update (21 januari 2011): bekijk hier een item over dakloze MOE-landers in de uitzending van actualiteitenprogramma Nieuwsuur van vrijdag 21 januari 2011.

* Met MOE-landers wordt hier Midden- en Oost-Europa bedoeld, zowel EU-lidstaten als landen buiten de Europese Unie. Het gaat in Nederland dan met name om Polen, Roemenen en Bulgaren, maar ook migranten uit Slowakije, Tjechië, Hongarije, voormalig-Joegoslavië en de Baltische staten weten steeds vaker de weg naar Nederland te vinden.

** Ook West-Friesland (Andijk), Limburg (Horst aan de Maas) en Noord-Brabant (Steenbergen) tellen een aanzienlijk aantal MOE-landers.

*** Een van de problemen is dat veel migranten uit EU-lidstaten in het grijze en zwarte circuit werkzaam zijn. Volgens onderzoek van de Erasmus Universiteit (RISBO, 2009) is slechts één derde van deze migranten terug te vinden in de kaartenbakken zoals de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) en andere overheidsarchieven. Dit bemoeilijkt het in kaart brengen van deze groepen migranten.

**** In juni 2010 werd hiervoor een belangrijke stap gezet toen demissionair minister Middelkoop bepaalde dat er een kennisnetwerk en een praktijkteam zal komen waarmee het Rijk gemeenten gaat helpen bij het huisvesten en inburgeren van MOE-landers.


Meer over arbeidsmigranten, Floris Meijer, Marnix Norder, Midden- en Oost-Europeanen, MOE-landers, moelanders.

Delen:

Reageer