Met zijn opmerking over 'invechten' legde Rutte de vinger op de zere plek

In opinie door Dilan Yesilgöz op 09-06-2015 | 10:00

Heel links Nederland viel over premier Rutte heen toen deze stelde dat slachtoffers van arbeidsdiscriminatie zich moeten invechten. De premier zou hiermee aangetoond hebben arbeidsdiscriminatie niet serieus te nemen. Echter, het tegendeel is waar. Door juist pijnlijk te benoemen wat de huidige situatie is en aan te geven hoe we dat kunnen en moeten veranderen, heeft Rutte als een van de weinige politici de vinger op de zere plek gelegd.
Dat schrijft Dilan Yesilgöz.

Tijdens het voorjaarscongres van de VVD legde premier Rutte in zijn toespraak de nadruk op de kracht van de samenleving en het individu. De overheid kan en gaat het niet allemaal voor je regelen. Dat kan je zelf veel beter. Zorg voor jezelf, geef om een ander. En als je de stroming tegenhebt, roei wat harder.

Zo maakt het in dit land helaas uit of je Jan of Mohammed heet als je solliciteert, de overheid kan dit probleem niet eenzijdig oplossen, herhaalde Rutte in zijn speech tijdens het congres. In een eerder interview tijdens de Provinciale verkiezingen had hij aangegeven dat ondanks de vele maatregelen die de politiek neemt tegen deze hardnekkige vorm van discriminatie, een echte mentaliteitsverandering uiteindelijk vanuit de samenleving moet komen. “Je moet je invechten”, aldus de premier.

Heel links Nederland viel toen en nu weer over de minister president heen. Hoezo invechten? De premier zou hiermee aangetoond hebben arbeidsdiscriminatie niet serieus te nemen. Echter, het tegendeel is waar. Door juist pijnlijk te benoemen wat de huidige situatie is en aan te geven hoe we dat kunnen en moeten veranderen, heeft Rutte als een van de weinige politici de vinger op de zere plek gelegd.

Vrijwel nergens in Europa zijn de arbeidskansen van allochtonen zo slecht als in Nederland. Dat blijkt uit een analyse van de cijfers van Eurostat en de OESO.
Taalachterstand en lage scholing verlagen, met name bij de eerste generatie allochtonen, dikwijls de baankansen. Discriminatie op de arbeidsmarkt speelt echter ook een rol bij deze achterstandspositie. Het College van de Rechten van de Mens concludeerde in het jaarverslag van 2014 dat meer dan de helft van de zaken die binnenkomen betrekking hebben op deze vorm van discriminatie. De drie belangrijkste gronden waarop mensen worden uitgesloten zijn geslacht, handicap of chronische ziekte en leeftijd. Daarnaast vormt afkomst vaak een reden voor afwijzing, schrijft het College.

Vele vrienden van mij, met een geboorteplaats buiten West-Europa, met uitstekende papieren en zo mogelijk nog mooiere referenties zijn, zonder een eerste gesprek, net iets te vaak afgewezen voor banen die één op één aansloten bij hun ervaring en kennis, om te geloven dat het niets met discriminatie te maken heeft. Voor mij is dit zeker niet anders geweest. Kunnen wij het bewijzen? Nee. Natuurlijk niet. Zoals onderzoekers van de Universiteit van Utrecht vorig jaar al aangaven: een sollicitant komt vrijwel nooit te weten of etniciteit de reden is dat hij of zij niet uitgenodigd is voor een gesprek.

Arbeidsdiscriminatie heeft niet alleen te maken met instroom. Het heeft ook te maken met gelijke beloning en gelijke kansen voor doorstroom; wie maakt promotie en wie blijft op lagere niveaus ‘hangen’? Feit is dat vrouwen minder snel in beeld komen voor een promotie. Het maakt ook uit of je Marloes of Jan heet.
Arbeidsdiscriminatie heeft ook te maken met hoe men naar je expertise kijkt. Onlangs kreeg ik tijdens een sollicitatiegesprek te horen dat mijn kennis en ervaring met veiligheidsdossiers als kraken, cameratoezicht en high impact crimes natuurlijk wel fijn was, maar dat ik als kandidaat vooral interessant was om het gesprek met de Turkse gemeenschap in de moskee aan te kunnen gaan. Want daar begreep mijn potentiele toekomstige werkgever niet zo veel van. Het mag duidelijk zijn dat het niet erg klikte tussen ons.

Het kabinet introduceerde in 2014 maatregelen tegen arbeidsdiscriminatie. Deze zijn voornamelijk gericht tegen bedrijven waarvan het discriminerend gedrag zichtbaar is geworden. En dat is dus juist het probleem. Negenennegentig van de honderd keer, wordt het helemaal niet zichtbaar en is het ongelooflijk moeilijk om discriminatie te bewijzen. Dus hartstikke goed dat de overheid geen zaken meer wil doen met bedrijven die aantoonbaar discrimineren, super dat de overheid aan naming and shaming wil doen, en schitterend dat iedereen het recht heeft als individu te worden behandeld. Mooie kaders en sterk signaal. De overheid moet voorwaarden scheppen om het individu te beschermen. Heel belangrijk, maar in de praktijk betekent dit voor mij, voor Mohammed en voor Fatima helaas niet zo heel veel. Feit blijft dat er sprake is van arbeidsdiscriminatie en feit blijft dat het vaak niet aantoonbaar is. Op het moment dat je 100ste brief schrijft en weer afgewezen wordt, heb je vrij weinig aan een actieplan van een minister. Als je dan bij de pakken gaat neerzitten, dan zal je er nooit komen. Dat is oneerlijk en dat is zeer onrechtvaardig, maar het is wel wat het is.

Met zijn opmerking sloeg de minister president de spijker dus keihard op z’n kop. De politiek moet kaders scheppen, acties uitzetten en discriminatie keihard, en wat mij betreft zichtbaar, veroordelen. Hierdoor zal het probleem echter niet verdwijnen.
Ik, Mohammed en Fatima hebben een sterke overheid achter ons nodig die ons steunt, maar wij zullen echt zelf ons moeten invechten. Enige structurele manier om deze vorm van discriminatie aan te pakken is ervoor te zorgen dat je het systeem van binnenuit verandert. Zorg dat je je opleiding afmaakt, dat je de taal vloeiend spreekt, dat je hard werkt, ja misschien wel harder dan Jan, wat inderdaad erg oneerlijk is. Maar laat geen slachtoffer van je maken. Zorg dat jij of in de toekomst jouw kind op de stoel komt te zitten waar de beslissingen worden genomen. En zorg dan Jan, Mohammed en Fatima gelijk behandeld worden. Een zeer waardevolle, eerlijke les van de minister president en de enige manier om discriminatie daadwerkelijk uit onze samenleving te bannen. Hoe graag we ook zouden willen dat dit anders was.

Dilan Yesilgoz - Zegerius is is sociaal-cultureel wetenschapper, redactrice van Republiek Allochtonië en Amsterdams VVD-raadslid. Dit stuk verscheen eerder in het NRC. Meer van en over Dilan op dit blog: hier

Meer artikelen over discriminatie op de arbeidsmarkt hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 


 


Meer over arbeidsmarkt, dilan yesilgöz, discriminatie, rutte.

Delen:

Reageer




Reacties


John Dubbelboer - 12/06/2015 02:37

Er is in Nederland een vrij ernstig probleem als het gaat om de toegang tot de arbeidsmarkt van talentvolle allochtonen van de tweede of derde generatie. Dat ligt een beetje aan allochtonen maar vooral aan de Nederlandse cultuur waarin werk niet over het beoefenen van een vak gaat maar over gezellig samen zijn
Er in Nederland ook een probleem met strijdbare allochtonen die over the top gaan.

Jonge allochtonen zonder werk: hier mijn advies. Leer een foutloze brief schrijven. Doe een cursis sollicitatiegesprekken. Profileer je als Nederlander dus je hebt geen enkele belangstelling voor straatboefjes of iets met Marokkaanse echtscheiding, nee je interesseert je voor lastige en ook technische problemen. Zo mogelijk heb je daar in je studiekeuze al rekening mee gehouden. Waarom zo weinig beta? In Amerika kiezen Aziaten exakt en het gaat ze voor de wind.
Kort samengevat: Luister naar Rutte en luister niet naar Marcouch.

Ondertussen gaan we eens heel goed nadenken wat dat "passen in een team" toch eigenlijk betekent. En discriminatie is in een bepaalde vorm gewoon verboden.
Met verstand en sommige werkvloeren een spiegel voorhouden moeten we het doen.

Leo Salazar - 10/06/2015 06:44

Het oplossen van het probleem begint bij besef, dat men bewust zijn dat er überhaupt een probleem is. En, wat dat betreft, het is goed dat Rutte aandacht aan het probleem is gegeven.

Maar de slachtoffer de schuld geven, "blaming the victim," is een typisch schijnbeweging vaak bedoeld als excuus om minder te doen om het probleem op te lossen. "If you're not part of the solution, you're part of the problem" is nog nooit zo relevant geweest als bij discriminatie.

Ik ben volledig met Marcouch mee eens dat Rutte en de VVD kunnen beginnen bij zichzelf als voorbeeld door meer kleur in het kabinet binnen te brengen.

anoniem - 09/06/2015 15:34

Hallo,

Ik ben in Nederland geboren en getogen in een Turks arbeidersgezin. Ik heb geen taalachterstand en ben goed geintegreerd. Ook heb ik een HBO-bachelor en een universitaire masterdiploma op zak. Sinds negen maanden doe ik er alles aan om aan een baan te komen. Ik heb in die negen maanden 83 sollicitaties gestuurd en ben nog steeds aan het sturen. Financieel kom ik niet meer rond. Ik heb altijd moeten vechten, vooral tijdens mijn studie om te bewijzen dat ik niet "die allochtoon" ben. Hoe moet ik mij nu nog verder invechten om aan een baan te komen?

Marcel Hulspas - 09/06/2015 15:15

Sorry, maar Marcouch is hier oneerlijk. Ik ben geen fan van Rutte, maar als Rutte stelt dat er grenzen zijn aan wat de overheid kan doen tegen discriminatie, dan heeft hij groot gelijk. Een deel van de weg naar gelijke behandeling zal toch écht op straat, in de vergaderzaaltjes, etc bevochten moeten worden. Daar helpt geen wet, daar komt het aan op burgermoed.

Ahmed Marcouch - 09/06/2015 15:01

Bizar en laf dit! De VVD kijkt weg en zegt tegen slachtoffers van een misdrijf (discriminatie) sorry de overheid kan je niet beschermen. Kijk maar wat je er zelf aan kunt doen en ondertussen borrelen en golfen we door met de daders. Zegt de VVD dat ook tegen slachtoffers van aanranding?! De overheid heeft tot taak te beschermen en de rechtsorde te handhaven! Dat is waar Rutte terecht is op bekritiseerd.

Geven wij onze Ahmeds en Fatimas de kans om te tonen wat ze waard zijn, dan komen ze inderdaad ver in ons land. Niet als wij cv's met vreemde achternamen blind weggooien. Daar helpt geen invechten tegen, daar moet de overheid stelling nemen. Dus nu de daden van de premier. Om te beginnen op zijn eigen ministerie. Ik kijk uit naar het moment dat ik de premier zie met Ahmeds en Fatimas in zijn ambtenarentop. We hebben ze nodig, ze kennen delen van onze samenleving die anderen niet kennen.