In de Taalprullenbak #2: politiek correct

In opinie door Zoë Papaikonomou op 06-11-2018 | 09:26

Woorden kunnen verbinden, maar ook uitsluiten. Zeker als het gaat over discriminatie en racisme. Historicus en onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou bespreekt in de serie Taalprullenbak woorden, begrippen en uitdrukkingen die uitsluiting in de hand werken en rijp zijn voor Taalprullenbak. Vandaag: politiek correct.

‘Wat waren ze blij dat Sneeuwwitje weer leefde! De prins trouwens ook. Hij nam Sneeuwwitje op zijn paard en ze reden samen weg naar zijn paleis. Daar trouwden ze en leefden nog lang en gelukkig.’ 

‘ “Dank je wel, lief mooi meisje,”, zei de prins. Tweeoogje wist niet wat ze hoorde! Zei de prins dat ze lief en mooi was? Dat had nog nooit iemand tegen haar gezegd! Ze werd er rood van.’ 

(Uit: ‘Sneeuwwitje’ en ‘Eenoogje, tweeoogje en drieoogje’ in De dertig mooiste verhalen van de sprookjesverteller)

Het nieuwe favoriete boek van mijn zoon (bijna 5) is een sprookjesboek. Elke avond lezen we trouw gouwe, ouwe sprookjes iets vlotter beschreven dan dat ik ze ooit te horen kregen in de jaren tachtig. In die tijd was ik ook een groot sprookjesliefhebber. De hoeveelheid prinsessentekeningen van mijn hand was al snel niet meer op één hand te tellen. Dat de prinses in veel van deze sprookjes een bijrol had, onderdanig was met als grootste doel ‘te trouwen met een prins’ en altijd lief en mooi was, bevraagde ik nooit. Natuurlijk niet. Ik keek naar de plaatjes van kleurrijke jurken en luisterde genoeglijk naar de fijne vertelstem van mijn moeder. Pas veel later leerde en ervaarde ik wat de effecten zijn van het continu voorspiegelen van dit soort rolverdelingen. 

Zijn de nog steeds vaak oneerlijke verwachtingen van en verhoudingen tussen man en vrouw het resultaat van sprookjes? Ja. Of althans, ze passen in een veel breder palet aan verhalen en beelden die wij dagelijks voorgespiegeld krijgen. En die zich nestelen in onze manier van denken. Nog altijd kennen veel kinderverhalen vrij eenzijdige hoofdpersonen en rolpatronen. Gelukkig is er wel meer keuze dan dertig jaar geleden. En ik geef zelf een draai aan de sprookjes die ik aan mijn zoon voorlees. Ik verwissel af en toe hoofd- en bijrol, ik kies andere bijvoeglijke naamwoorden en verzin nieuwe toekomstperspectieven. Een prins kan ook verlangend wachten op de kus van een sterke, dappere prinses (of andere prins), lief en mooi zijn, een donkere huidskleur hebben en af en toe ‘snikken’. 

Volgens auteurs Gertjan Geling en Gerben Bakker maak ik me hiermee schuldig aan wat zij in hun boek Over politieke correctheidde ‘dogmatische vorm van politieke correctheid’ noemen.

Ach jee. 

Deze vorm wordt vooral beleden door ‘social justice warriors’ die ‘morele correctie’ nastreven, vertellen ze in een interview met De Kanttekening. Als voorbeeld geven ze de strijd van deze ‘warriors’ tegen standbeelden of koloniaal taalgebruik. En waarschuwen de auteurs: deze vorm van politieke correctheid kan al snel dwingend worden. Zo heeft de NOS de term ‘wit’ overgenomen en zich hiermee geconformeerd aan een groep activisten uit angst om incorrect te zijn. Arme NOS. Willoos overgeleverd aan social justice warriors. 

Dit soort beweringen laten precies zien waarom de term ‘politiek correct’ rijp is voor de Taalprullenbak. Het wordt te pas en te onpas gebruikt om geen steekhoudende argumenten te hoeven geven en je opponent in een debat de mond te snoeren. Zo maakte journalist Wouter Laumans zich af van het bedenken van de titel Mocro Maffia voor het boek dat hij schreef met Marijn Schrijver over een groep criminelen in Amsterdam-West met de opmerking: ‘ik vind het een semantische discussie die me mateloos irriteert. Gewoon politiek correct gelul’. (dekleurrijketop100.nl, 2015)

Zijn argument voor de titel: het is een georganiseerde groep criminelen (maffia) en een groot deel van hen heeft Marokkaanse wortels (mocro). Einde gesprek. De term ‘mocro maffia’ is inmiddels volledig ingeburgerd geraakt in de mainstream media en is nu zelfs de titel van een nieuwe dramaserie. Het effect van deze term beschrijft criminoloog Abdessamad Bouabid in een artikel in Trouw:

‘In het woord Mocro-maffia klinkt een etnisering van sociale problemen door. En dat is stigmatiserend. Dat is typisch Nederlands en heet culturisme. [...] Over elk probleem gaat een Marokkaans sausje, en dan klinkt het: binnen die gemeenschap is een cultuur van wantrouwen. Maar wie zegt dat je de verklaring daar moet zoeken? Ze zijn tenslotte in Nederland opgegroeid. En uit zoveel culturen zitten er mensen in de criminaliteit." (13 april 2018)

Bouabid geeft sterke argumenten waarom het deelnemers aan het publieke debat niet zou misstaan na te denken over hun gebruik van deze benaming. Dit wegzetten als ‘politiek correct’ werkt uitsluitend. Een belangrijk ander gevaar van de term politiek correct. Je sluit mensen uit van het debat, want ze geven immers alleen maar ‘politiek correcte’ argumenten. Het lijkt een beetje op wat mijn bijna vijfjarige zoontje doet wanneer hij zijn zin niet krijgt. Hij vindt allemaal ‘niet eerlijk’, hij wil niet meer met me praten en hij gaat in een hoekje staan mokken.

Thijs Kleinpaste beschrijft in een scherp stuk voor De Groene Amsterdammer wat de groep ‘politieke-incorrectheid-warriors’ onbewust drijft:

‘Het hele discours over politieke correctheid, lijkt het, is een psychologisch drama van mensen die zich altijd als ‘goed’ hebben beschouwd, en nu tot hun afschuw horen (vaak van een jongere generatie) dat het wat complexer ligt allemaal, en dat ze met hun tijd mee moeten gaan. Niet de vrijheid van meningsuiting staat op het spel, maar een voorheen genoten onbekommerdheid – het zalige voorrecht niet te veel te hoeven letten op de veranderende normen van de samenleving en om gevrijwaard te blijven van pijnlijke kritiek.’ 

Neem DJ Giel Beelen, hij vertrok zelfs naar Radio Veronica om af te zijn van dat ‘politiek correcte gelul’ bij BNN-VARA/3FM, waar hij in opspraak raakte omdat hij onder meer apengeluiden in zijn uitzending liet horen en daarna ‘rustig Sylvana’ riep en opmerkte dat hij nooit een relatie met een ‘dikke vrouw’ zou kunnen hebben want die zouden niet goed voor zichzelf zorgen en geen doorzettingsvermogen hebben.

De term politiek correct is een schijnargument met als doel een gesprekspartner monddood te maken en/of geheel uit te sluiten. Het ontslaat de gebruiker van de plicht zijn gesprekspartner serieus te nemen door te luisteren en inhoudelijke argumenten te geven. De term draagt helemaal niks bij aan enig vorm van gesprek of debat en kan dus per direct in de Taalprullenbak.


Zoë Papaikonomouis historicus en onderzoeksjournalist. In april verscheen haar boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’dat ze schreef met organisatieantropoloog Annebregt Dijkman.

Lees ook: 

Taalprullenbak #1: 'westers' en niet-westers'

Heb je een tip voor de Taalprullenbak? Mail naar: info@republiekallochtonie.nl

Foto

Zie ook:

Zie ook het taaldossier op One World

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over politiek correct, taalprullenbak.

Delen:

Reageer