Hierom ging ik de politiek in

In opinie door Kathalijne Buitenweg op 27-11-2019 | 13:00

Drie jaar geleden besloot ik opnieuw de politiek in te gaan. Er waren bijna acht jaar verstreken sinds mijn lidmaatschap van het Europees Parlement. Acht jaar waarin ik de politiek wel volgde, maar niet echt miste. Daarvoor ging ik teveel op in mijn nieuwe bezigheden: promoveren, het opzetten van een nieuwe branche-organisatie voor kinderopvang en werken bij het College voor de Rechten van de Mens. Maar in 2016 ontvlamde het politieke vuur opnieuw. Ik wilde niet langer opleiden of adviseren, maar zelf aan de knoppen zitten bij politieke beslissingen.

In reactie op mijn nieuwe plannen wensten veel mensen me van harte succes. Maar ze zeiden er even vaak bij: “ík zou het niet kunnen”. En daarmee bedoelden ze niet dat ze minder vaardig waren dan ik, maar vooral dat zij de keerzijde van de politiek niet zouden kunnen verdragen. Dat zij gefrustreerd en boos zouden worden van het vliegen afvangen, van eindeloze uitruilen en van compromissen waar niemand blij van wordt. En die keerzijde ken ik natuurlijk ook. Maar juist omdat politiek niet altijd mooi is en te vaak gaat om afbreken en afgeven, koester ik de momenten waarop we iets belangrijks bereiken – door op elkaar te bouwen.

En deze week is er zo’n moment. Na jaren van discussie, dient minister Dekker vandaag een wetsvoorstel in om huwelijkse gevangenschap tegen te gaan. Een nieuwe regel in het burgerlijk wetboek moet vrouwen helpen een religieus huwelijk te beëindigen als zij dat willen, maar hun partner weigert mee te werken. Dit wetsvoorstel is zeker anders dan de minister aanvankelijk voor ogen stond, maar ook niet helemaal in lijn met mijn oorspronkelijke voorstel. Het voorstel is verbeterd door goed te kijken waar de problemen nu precies zitten, door open naar elkaar te luisteren en door het raadplegen van anderen. Geen uitruil of ieder de helft, maar een oprechte gezamenlijke poging om vrouwen te helpen hun mensenrechten te realiseren. Want het is onaanvaardbaar om met een beroep op de vrijheid van religie, de vrijheid van de vrouwen te beknotten.

Al tijdens mijn eerste begrotingsbehandeling, in 2017, heb ik het onderwerp huwelijkse gevangenschap aangekaart. Ik was ermee in aanraking gekomen als lid van het College voor de Rechten van de Mens. En in de Tweede Kamer stapte Shirin Musa, directeur van Femmes for Freedom, gelijk op me af. Ze leerde me dat rechters verschillende posities hadden ingenomen. In sommige gevallen waarin vrouwen naar de rechter waren gestapt om hun islamitisch huwelijk te helpen beëindigen, oordeelden de rechters dat de weigerachtige mannen een onrechtmatige daad pleegden. Want door hun weigering, verhinderden zij hun (ex-)vrouwen het leven weer op te pakken en nieuwe relaties aan te gaan. Maar andere rechters handelden anders, in vergelijkbare zaken. Eentje stuurde een vrouw zelfs door naar een sharia-rechtbank in Londen. Kortom, er is nu onvoldoende rechtszekerheid voor vrouwen. 
Voor mij reden genoeg om het burgerlijk wetboek te willen aanpassen en te zorgen voor een verplichting om mee te werken aan een religieuze scheiding. 

Aanvankelijk was daar de nodige weerstand tegen. De woordvoerder van de VVD zei tijdens die eerste begrotingsbehandeling in november 2017 dat de Staat zich niet moet bemoeien met religieuze huwelijken. Vanwege de scheiding van kerk en Staat, is het een zaak die niet de overheid aangaat. Maar minister Dekker toonde zich gelukkig ontvankelijker toen ik voorlegde dat de Nederlandse overheid weliswaar niet over de inrichting van religie gaat, maar wel over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. De net geïnstalleerde minister wilde de verschillende voorstellen weleens bekijken. En ook onder de kamerleden groeide de steun om te zoeken naar een goede oplossing om huwelijkse gevangenschap tegen te gaan, zoals bij Madeleine van Toorenburg (CDA) en ook bij de VVD, met de nieuwe woordvoerder Jeroen van Wijngaarden.

Verschillende korte gesprekjes, oa met de minister en zijn medewerker, volgden en leidden in april 2018 tot een brief aan de Tweede Kamer. Daarin stelde de minister voor om de wet te wijzigen zodat het expliciet mogelijk wordt om tegelijk bij een verzoek tot echtscheiding van een burgerlijk huwelijk, afspraken te maken over ontbinding van een religieus huwelijk. Het ging dus om de mogelijkheid om een nevenvoorziening te treffen. Op zich een prima plan, maar absoluut onvoldoende voor al die vrouwen die naast hun religieuze huwelijk geen burgerlijk huwelijk hebben afgesloten. Hoe konden zij onder hun huwelijk uit?

De afgelopen jaren hebben Femmes for Freedom en onderzoekers van de Universiteit van Maastricht, onder leiding van Pauline Kruiniger en Susanne Rutten verschillende juridische opties op tafel gelegd. Daar heb ik veel uit kunnen putten. Op mijn verzoek heeft de minister afgelopen jaar niet alleen zijn eigen voorstel aan de Raad van State voorgelegd, maar ook de vraag of het mogelijk is om een verplichting tot meewerken op te nemen in het burgerlijk wetboek. Als een eigenstandige verplichting dus, en los van het feit of ook een burgerlijk huwelijk is gesloten. In het recente advies van de Raad van State staat dat dit wel kan, maar niet ongeclausuleerd. Bij een botsing van grondrechten moet volgens dit college altijd een individuele toetsing mogelijk zijn.

In reactie hierop heeft de minister een nieuw voorstel ingediend. Mensen zijn verplicht mee te werken aan een ontbinding van een religieus huwelijk als de partner dat wil, behalve in die situaties waarin een rechter heeft geoordeeld dat er zwaarwegende redenen zijn waarom die medewerking niet gevraagd kan worden. Volgens mij is dit een prima stap. Ik kan de zwaarwegende redenen niet verzinnen, maar het is aan een rechter om die toetsing te doen. Wel zal ik een evaluatie-bepaling voorstellen. Over vijf jaar kunnen we dan bekijken of de wettelijke norm voldoende stevig is om vrouwen ook echt te helpen om hun religieuze huwelijk te ontbinden als zij dat wensen, of dat de tekst toch nog scherpen moet worden geformuleerd. Voor nu tel ik vooral dat er echte, betekenisvolle stappen worden gezet voor het recht van vrouwen om zelf te beslissen met wie ze willen trouwen – en als onderdeel daarvan het recht om te scheiden.

Dit stuk verscheen eerder op de facebookpagina van Kathelijne Buitenweg

Zie ook:
 

Mannen moeten verplicht worden mee te werken aan religieuze scheiding als hun partner dat wil

'Juridische middelen die huwelijkse gevangenschap kunnen voorkomen of oplossen' (factsheet Universiteit Maastricht)

Onderzoeksproject ‘Huwelijkse gevangenschap: bruggen bouwen tussen religie en recht'

Gevangen in een huwelijk en dan? (Zorg en Welzijn)

CDA en GroenLInks willen boete voor mannen die vrouwen gevangen houden in religieus huwelijk

Artikelen over huwelijksdwang

 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over huwelijksdwang, huwelijkse gevangenschap, vrouwenemancipatie.

Delen:

Reageer