Gedraag je als 'ons' en je mag erbij horen

In opinie door Sinan Çankaya op 01-12-2014 | 15:23

Tekst: Sinan Çankaya

Wat een saamhorigheid. Ik heb me in tijden niet zo Turks gevoeld. Doorgaans voel ik me noch Turks, noch Nederlands. Het meest identificeer ik me nog met mijn Marokkaans Nederlandse slager om de hoek die ook last heeft van het zwerfvuil in onze wijk. De laatste keer dat ik uit volle borst Türkiye schreeuwde was in 2002, het Wereldkampioenschap voetbal in Japan en Zuid-Korea waar het Turkse elftal derde werd. Daarna was het Turkse elftal huilen met de pet op. Ik kijk niet meer, dus schreeuw niet meer.

Door het onderzoek van Motivaction en de perikelen rondom het vertrek van Kuzu en Öztürk uit de PvdA voelde ik mij dus tijdelijk Turks. Dat kan onmogelijk de bedoeling van minister Asscher zijn geweest. De ironie.

Het afscheid van Kuzu en Öztürk van de PvdA is illustrerend voor het ongemak in Nederland met echte pluriformiteit. In de kern: gedraag je als 'ons' – een altijd problematisch onsje – en je mag erbij horen. Marcouch bijvoorbeeld is 'in'. Ik ga liever uit van de lezing waarbij Marcouch wordt gezien als een autonoom individu dat in zijn privéleven congruent is aan de publieke façade die hij graag etaleert, namelijk de ultiem geassimileerde Marokkaanse Nederlander. All fine. Live and let live.

Maar Kuzu en Öztürk zijn 'uit'. Deze Turkse kranten lezende, zich ritueel wassende en baardenkammende figuren worden geframed als de discursieve antoniemen van de goede burger, wiens nationale loyaliteit eenzijdig aan de Nederlandse nationale gemeenschap moet toebehoren en wiens religieuze loyaliteiten uitgegomd moeten worden. Want anders, cliëntelisme. De subtekst is dat (religieuze) Turkse Nederlanders die integreren verdacht zijn en eigenlijk de staat infiltreren. De boodschap is ambivalent en tergend: je kunt het als migrant nooit goed doen.

Het onderzoek van Motivaction gaf verder een real time inkijkje in hoe etnisch 'groepswerk' in de praktijk uitpakt. In het populaire discours is de veronderstelling vaak die van afgebakende 'groepen', 'gemeenschappen' en 'groepsleden' die hechte contacten onderhouden, omdat ze dezelfde achtergrond delen. Mijn uitgangspositie – lees Brubaker er maar op na – is het volgende: 'groepen' zijn geen a priori gegevens, ze 'zijn er niet al', maar moeten hun aanwezigheid in het sociale leven elke keer weer verwezenlijken, legitimeren, in het leven roepen. Dat wil zeggen, groepen worden pas groepen als groepsleden actief groepswerk plegen.

En dat deden de Turkse Nederlanders, de categorie werd een tijdelijke groep. Ze gingen een stap verder. Door petities en tegenonderzoeken verdreven ze de boze geesten uit hun lichamen. Ze wilden aantonen wel betrouwbaar te zijn. De boodschap was: Asscher en co, medelanders, u heeft niets van ons te vrezen. Ze volbrachten gedwee het ritueel door massaal afstand te nemen van het onderzoek en hun 'groepsleden', alsof ze verantwoordelijk zijn voor de opvattingen van een willekeurige ander binnen de categorie. Door het ritueel van 'afstand nemen' omzeilden ze tijdelijk hun uitsluiting.

Dat betekent echter niet dat de negatieve beelden over Turkse Nederlanders verdwijnen. Die kunnen op een ander moment zo weer van stal worden gehaald. Dat is het fnuikende: de bewijslast is continu en onbeweeglijk. Het is wachten op de volgende rituele geste waarbij een migranten- of religieuze groepering afstand neemt van een 'afwijkende' opinie of daad van een 'groepslid'.

Natuurlijk is een tegengeluid ook een positief signaal. Het toont de betrokkenheid van Turkse Nederlanders met de Nederlandse samenleving. Daarbij krijgt het tegengeluid vorm in een ongelijke context waarin Turkse Nederlanders voortdurend als aberraties worden verbeeld, als de Ander, de buitenstaander, onder andere door onderzoek gefinancierd door de overheid.

Dat onderzoek transformeerde Nederlanders tot Turkse Nederlanders. Redelijk begrijpelijk dat diezelfde Nederlanders zichzelf vervolgens als Turkse Nederlanders observeren.

Sinan Çankaya is cultureel antropoloog en doet onderzoek naar de politieorganisatie, in- en uitsluiting en multiculturalisme. Dit stuk verscheen eerder op Zaman Vandaag en is in overleg met de auteur ook op Republiek Allochtonië geplaatst. Meer van Sinan Çankaya op dit blog hier.  Volg hem op Twitter: @S1nanCankaya


Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  


 


Meer over identiteit, integratie, motivaction, Sinan Çankaya, turkije, turkse nederlanders.

Delen:

Reageer




Reacties


john Dubbelboer - 04/12/2014 08:34

Is dit een onfris bijna rechts stukje? Ik denk het wel. Eigenlijk is de teneur niet veel anders dan verdachtmaking. Marcouch heeft een publieke “façade” van geassimileerde Marokkaan. Nederlanders zien een paar zich ritueel wassende Turken en “framen” die als discursieve antoniemen. Dan weer een “subtekst” die eigenlijk ook niet veel anders is dan een verdachtmaking. Veelbetekenend is de reactie van Erik Tjalinks. De Turkse gastarbeid was bedoeld als tijdelijk. Het is inderdaad de PvdA geweest er voor heeft gezorgd dat Nederland niet als een soort Saoudi Arabie afscheid heeft genomen van zijn gastarbeiders. Bij Asscher bestaat oprechte zorg over integratie en speelt na 50 jaar ook het Nederlandse belang een keer mee. Dat Çankara zich “tijdelijk Turks” voelt bij het vertrek van beide Turken zou voor Asscher veeleer een indicatie kunnen zijn dat hij op de goede weg zit.

Erik Tjallinks - 01/12/2014 21:42

De beste stuurlui staan aan wal, zeker als ze een Turkse achtergrond hebben. Vergeten even wat de PvdA voor de Turken sinds de 60-er jaren (toen schrijver nog niet was geboren) heeft betekend. Eén uitglijer en er wordt meteen een cynisch stuk geschreven waarin de Nederlanders de les wordt gelezen. Ik hoop dat de uit de PvdA getreden Turken een flinke partij worden waarin de Turkse Nederlanders hun eigenheid kunnen uitdragen en verdedigen, beter dan dat binnen de PvdA kon. Dat zou een zegen zijn voor de diversiteit in de politiek en de integratie van Turkse Nederlanders. (Of zo u wilt Nederlandse Turken).