De Verweesde Nederlandse politiek

In opinie door Enis Odaci op 05-09-2017 | 21:22

De jaarlijkse H.J. Schoo lezing leverde ook ditmaal controversiële uitspraken op. Vorig jaar stelde Edith Schippers dat de westerse cultuur vergeleken met alle andere culturen toch echt de beste is. Sybrand Buma, fractievoorzitter van het CDA, legde nadruk op de ‘verweesde, gewone Nederlander’. Deze Hollander voelt zich ontheemd omdat hij zich niet meer onderdeel voelt van het Nederlandse collectief, ook omdat de bijbehorende normen en waarden onder invloed van globalisering en immigratie onder druk staan. Met zoveel woorden zei Buma feitelijk dat die gewone Nederlander zijn plek in Nederland weer moet terugkrijgen. Wat is dat toch met de huidige tijdgeest, waarin politici over elkaar buitelen in dit nieuwe nationalisme? Want dat is het: een oproep tot rangordening van culturen.

De ‘verweesde’ Nederlander. Het doet mij denken aan de romantische beschouwingen van Pim Fortuyn, die zichzelf als een Mozesfiguur zag en het Nederlandse volk wel even door de woestijn van de identiteitscrisis zou leiden. Op zijn manier injecteerde hij een nieuwe nationale trots in het denken van Nederland. Frits Bolkestein klaagde de immigratie al eerder aan vanuit hetzelfde vertrekpunt: onze verlichte waarden en West-Europese identiteit zijn leidend. Paul Scheffer sprak van een multicultureel drama en Geert Wilders effende succesvol het pad voor zijn opvolgers: het rechts-nationalisme van Forum voor Democratie.

Identiteit

Ondertussen is het hele politieke spectrum, linkse partijen dus ook, het eens over de volgende vier punten. Op de eerste plaats is integratie natuurlijk mislukt en dat ligt vooral aan de migranten zelf. Vervolgens brengt immigratie ons geen voorspoed, zeker niet de vluchtelingen uit overwegend islamitische landen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Dan is de islam uiteraard een probleem. Niet alle moslims zijn slecht, maar de islam staat in essentie op gespannen voet met het verlichtingsdenken, en daarmee onze rechtsstaat, en daarmee de scheiding tussen kerk en staat, en daarmee onze manier van leven. Tot slot staat ‘onze’ identiteit onder druk. We moeten nú reageren anders raken we onze verworvenheden kwijt.

Elke discussie eindigt met een variant op deze zin “onze identiteit staat onder druk”. Wie ‘ons’ is zegt Buma verstandig genoeg niet. Daarom krijg je dooddoeners als de ‘Verweesde Nederlander’. Of de ‘Bezorgde Burger’. Zodra hij wel zegt dat het gaat om witte Nederlanders, bij voorkeur christen, en van ná de Tweede Wereldoorlog, dan wordt hij natuurlijk uitgemaakt voor racist.

Maar één ding is zeker: de moslim is geen Verweesde Nederlander in Buma’s optiek. De gekleurde burger is ook geen Verweesde Nederlander. De immigrant is het zeker niet. En niet te vergeten: de sociaal zwakkere burgers zijn het ook niet meer. Die laatste groep is vooral handig om stemmen te vergaren. Geef hen een vijand en dan scharen ze zich wel achter een sterke leider, pardon, herder. De Verweesde Nederlander is in het denken van Buma wit, christelijk, (neo-)liberaal en bij voorkeur hoogopgeleid en hij heeft de bestuurlijke macht. Dit nu is de befaamde ‘elite’. Het christendom is geen voorwaarde om tot dit clubje te behoren, want seculier verlichtingsdenken was toch al een kindje van het christendom, nietwaar?

Cultuurordening

Buma pleit met zijn Schoo-lezing voor de herintroductie van de ordening van culturen. Waar Bolkestein, Scheffer, Fortuyn en Wilders al veel eerder openlijk pleitten voor een leidende cultuur, en de christelijke partijen nog enige schroom betrachtten in het onderkennen van dit streven, lijken de dammen nu gebroken. De SGP, de ChristenUnie en het CDA propageren inmiddels openlijk niet alleen voor een leidende westerse cultuur, maar een leidende christelijke cultuur. Zij hebben het neoliberale superioriteitsdenken aangevuld met bijbelverzen.

Omdat superioriteitsdenken per definitie schuurt met de grondwet, alle mensenrechtenverdragen en ook zijn eigen geloofstraditie, bewandelt Buma het pad van de symboliek. Normen en waarden zijn symbolen, zonder deze ooit concreet te maken. De Verweesde Nederlander is een symbool, zonder deze ooit te kunnen aanwijzen. De teleurstelling over een mislukte Europese, Verlichte islam is symboolretoriek, omdat de Verlichting deels een antwoord was op gevaarlijk christendom. Deze symbolen dienen slechts het doel om een cultuurordening aan te brengen. De christelijke cultuur op één, in diverse religieuze, seculiere en liberale verschijningsvormen, en al het andere op twee.

Verweesde politiek

Na de Tweede Wereldoorlog verenigden landen en culturen zich in het streven om de universele mensenrechten leidend te laten zijn voor alles en iedereen. Superieure en inferieure godsdiensten, culturen, nationaliteiten, rassen, etc. bestonden niet meer. De mens was in zijn bestaan al heilig genoeg en daarom moesten we alles op alles zetten om de waardigheid van alle mensen te beschermen. De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het vluchtelingenverdrag, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en al die andere afgeleide verdragen en instituten die garant staan voor veiligheid en rechtsgelijkheid, waren tezamen een monument van beschaving.

Dat monument van beschaving brokkelt nu stukje bij beetje af. Beschaving is een dun laagje vernis en de geschiedenis laat zien dat er niet veel voor nodig is om de fouten van weleer te herhalen. Alles begint met taal. Wie de taal van wantrouwen predikt zal niet vreemd moeten opkijken als de handeling van wantrouwen volgt. Wie de taal van haat spreekt, al dan niet gefundeerd vanuit zijn religieuze ideologie, zal niet vreemd moeten opkijken als de handeling van haat volgt.

Sybrand Buma heeft met zijn H.J. Schoo lezing in elk opzicht de taal van wantrouwen gepredikt. Een preek die het label christendom niet waard is. Hij staat daarmee symbool voor de Verweesde Nederlandse Politiek, dat een bolwerk van symboolpolitici dreigt te worden.

Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam, een denktank voor islamitisch humanisme dat hij mede naar aanleiding van het verscherpte islamdebat post-9/11 oprichtte. Hij is partner bij Stichting Koetsveld & Odaci, waar hij samen met predikant Herman Koetsveld de interreligieuze dialoog vormgeeft. Ook is hij eindredacteur van Nieuw Wij. Dit stuk verscheen eerder op zijn site. Andere stukken van Enis op Republiek Allochtonië leest u hier.

Lees ook:

Sybrand Buma in HJ Schoo-lezing: 'Onze traditie en cultuur mogen we niet laten verwateren' (Volkskrant)

Vorig jaar werd de HJ Schoo-lezing verzorgd door Edith Schippers. Naar aanleiding van haar speech schreef Ewoud Butter Mevrouw Schippers, neem bij uw Vrijheidscoalitie niet cultuur maar mensenrechten als uitgangspunt

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  


Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  




Meer over enis odaci, hj schoo lezing, integratie, nationalisme, populisme, sybrand buma.

Delen:

Reageer




Reacties


Abdulwahid van Bommel - 07/09/2017 21:20

De vileine reactie van de heer Helmich maakt deel uit van het bewust onderhouden onbegrip tussen culturen, waarbij gewoontegetrouw en op de automatische piloot dit soort fake informatie over de islam wordt herhaald.
De formulering van de verklaringen van de Islamic Council of Europe, die van de Organisatie van de Islamitische Conferentie en Cairo vonden in de jaren tachtig van de twintigste eeuw plaats. Vanwege de braakliggende terreinen in deze tekst en in de moslimpraktijk op het gebied van bijvoorbeeld de gelijkwaardigheid van moslimmannen en -vrouwen en niet-moslims, is het voor moslims die als minderheid in het Westen leven
noodzakelijk de hier gestelde verklaring verder te bevragen. Maar nu eerst iets over de geschiedenis van de moderne mensenrechtenverklaring, en de punten van kritiek vanuit de moslimwereld op de Universele Verklaring van Helsinki.

Begin jaren tachtig vonden er ontmoetingen, maar ook gewelddadige confrontaties plaats die ertoe hebben geleid dat een begin werd gemaakt met een soort inventarisatie van ‘formuleringen over mensenrechten in eigen huis’. Na de schok die het uitroepen van de ‘islamitische republiek Iran’ teweegbracht, werden moslims in de Verenigde Staten en West-Europa vaak op conferenties en in de media min of meer gedwongen uit
te leggen waar deze ‘opleving van de islam’ eigenlijk voor stond. In die tijd verschenen kort na elkaar twee ‘islamitische universele verklaringen van mensenrechten’, die van de Islamic Council of Europe in 1981 en een jaar later die van Cairo en het Secretariaat van de internationale conferentie van 47 moslimlanden in Jeddah.
Het is op zich verheugend dat dit plaatsvond, omdat daarmee is aangetoond dat er binnen de religieuze en cultuurhistorische terminologie naar parallellen wordt gezocht met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het gaat niet om een competitie, maar om de mens die centraal staat. De aanvaardbaarheid van die ‘verklaringen’ hangt samen met de analyse van de hierna genoemde argumenten voor de weerstand tegen ‘de universele verklaring’ en het inzichtelijk maken van de Zuid-Noord-machtsverhoudingen. Maar ook het voeren van een mensenrechtendialoog is belangrijk. Een onderdeel van de strategie voor algemene aanvaarding
kan zijn de nadruk te leggen op het feit dat het niet gaat om het opleggen of
het universaliseren van het westerse culturele en religieuze of juist seculiere model.

Theoretisch ontstond de eerste bewustwording inzake het universele karakter en de werkelijke naleving en de gevolgen daarvan tijdens een Unesco-vergadering op 19 september 1981. Echter pas na de invasie van Libanon door het Israëlische leger in 1982 kreeg zowel het Arabisch-islamitische als het internationale rechtsgevoel een injectie.
De tweede bewustwordingsfase vond intern plaats. De strijd tegen de kolonisatie na de Tweede Wereldoorlog had mensen binnen de gekoloniseerde wereld verenigd in één doel: zich bevrijden van de vreemdeling, van de onderdrukker. Halverwege de twintigste
eeuw was deze strijd in zekere zin afgerond. Er ontstonden nationale staten, vaak volgens westers model. Binnen die staten kregen machthebbers en onderdanen soms dezelfde problemen als de bewoners van dat land met de kolonisator hadden. Regeerders wilden de wet gebruiken om het volk te beletten in opstand te komen. Zowel onderdrukkers als onderdrukten beriepen zich op de koran. De ‘universele verklaring’ was daarbij een complicerende factor. Binnen het politieke krachtenveld was het een boodschap van de voormalige kolonisator en daarom verdacht. Aan de andere kant was er inhoudelijke herkenning, vanwege de terminologie die deed denken aan teksten uit de koran en overlevering.

De eerste platformen voor discussie over mensenrechten

Hier en daar ontstonden de eerste platformen voor discussies over mensenrechten. Juristen en journalisten in landen als Indonesië, Tunesië, Turkije en Marokko hadden de moed mensenrechtenorganisaties op te richten. Men werd daarbij verplicht alleen vreedzame middelen te gebruiken en diende zich te houden aan de grondwet, aan de verklaring
zelf en aan de culturele waarden van het land. Maar kritiek op martelen bijvoorbeeld was en is een taboe. Fouten mogen niet worden toegegeven. In de internationale mensenrechtendiscussie en dialoog speelt druk van organisaties als Amnesty International een steeds grotere rol. De golfoorlogen hebben de infrastructuur van vooral de (Arabische) moslimwereld behoorlijk beschadigd. De zender Al-Jazeera speelt een bijzondere rol in het aan het licht brengen van het enorme gebrek aan zelfkritiek van de huidige moslimleiders – die zichzelf vaak als verlicht beschouwen.

De moslimwereld – waarin niet altijd even duidelijk is welke rol ‘de islam’ speelt voor machthebbers, onderdrukten of terroristen – mag trots zijn op haar naamloze helden en martelaars voor de mensenrechten, zoals daar zijn de vrouwen, jonge meisjes en kinderen in Afghanistan en in Algerije. Maar ook de Turkse artsenorganisatie Turkish Medical Association (TMA), een semi-staatsinstelling te vergelijken met de Duitse Ärztekammer,
heeft zich jarenlang ingezet vóór het behoud van mensenrechten en gevochten tégen betrokkenheid van artsen bij doodstraf en marteling.
In 1984 werd het hoofdbestuur van de TMA door de staat in de beklaagdenbank gezet omdat het haar leden had verboden aan de doodstraf ‘medewerking te verlenen’. Na een jarenlang proces en na langdurig internationaal protest werd de aanklacht ingetrokken. De TMA stelt nog steeds regelmatig folteringen aan de kaak en zet zich in voor de professionele integriteit van artsen.


Ewout Helmich - 06/09/2017 08:46

Is meneer Odaci alweer de Cairo Declaration on Human Rights in Islam vergeten? Deze door de gehele Moslim wereld ondertekende verklaring uit 1990 vormt een ontkenning van de Universele Verklaring, en is meer een verklaring van Sharia dan van enige menselijke rechten.

"De teleurstelling over een mislukte Europese, Verlichte islam is symboolretoriek, omdat de Verlichting deels een antwoord was op gevaarlijk christendom"

Nee, we hebben nu, net als toen, een Verlichting nodig als antwoord op de gevaarlijke aspecten van de islam. Er blijkt helaas geen enkele bereidheid te zijn onder moslims om hun religie onder de loep te nemen. Je zou van iemand die voorzitter is van "een denktank voor islamitisch humanisme" juist dat verwachten. Zo niet dan is die denktank een heillose (voor ons niet-Moslims tenminste) exercitie.
Nieuwsbrief