De soap 'Zendtijd voor de islam'

In opinie door Froukje Santing op 18-09-2010 | 09:14

tekst: Froukje Santing
De islam kent niet alleen vele kamers. Spreekwoordelijk heeft vrijwel elke moslim in Nederland onderhand zijn of haar eigen organisatie. Daar is niets op tegen, als op gezette tijden maar een gezond pragmatisme zegeviert. Bijvoorbeeld de met belastinggeld gefinancierde zendtijd in het publieke bestel voor wat officieel de hoofdstroming islam heet – 4,5 miljoen euro per jaar - is van en voor elke moslim in Nederland. Dat houdt in dat er door moslimorganisaties compromissen moeten worden gesloten om samenwerking mogelijk te maken.

Hoe moeilijk dat ligt hebben we in de afgelopen decennia kunnen zien. Welke etnische en/of religieuze stromingen en welke grote ego’s er in Hilversum aan de touwtjes mogen trekken, was en is nog steeds belangrijker dan het produceren van onafhankelijker radio- en televisieprogramma’s die inzicht geven in de rijke verscheidenheid van de islam in Nederland en daar buiten. Dat belemmert moslims in Nederland niet alleen in hun eigen emancipatie, het verhindert hen ook om de veranderende beleving van de islam - een religie is een levende traditie - voor het voetlicht te brengen, zowel in eigen kring als in de Nederlandse samenleving in haar geheel. Dat is des te belangrijker in een politiek woelig tijdgewricht waarin de islam in een nare, gure wind staat. Waarom de knop in moslim-Nederland op dit punt niet omgaat, is en blijft een raadsel.

De laatste aflevering in wat onderhand met recht de soap ‘Zendtijd voor de Islam’ mag worden genoemd, is de beslissing van het Commissariaat voor de Media (CvdM), eind vorige maand, om de zendtijdmachtiging voor de komende vijf jaar van de Stichting Moslim Omroep Nederland (SMON) in te trekken. De SMON maakte tegen die beslissing bezwaar in de vorm van een kort geding dat vrijdag 10 september voor de bestuursrechter in Amsterdam diende. Op donderdag 16 september oordeelde de bestuursrechter dat het CvdM juist had gehandeld en dat zo orde kan worden geschapen in de chaos rondom de zendtijd voor de hoofdstroming islam.

Voorlopig gaat het CvdM verder met het opnieuw beoordelen van de vorig jaar ingediende aanvragen op grond waarvan wordt besloten welke groepering van moslimorganisaties de licentie alsnog gaat krijgen. Tot die tijd worden de voor de islam geoormerkte uren op de radio en de televisie bij publieke omroepen ondergebracht.

Deze situatie is het gevolg van het feit dat de Stichting Academica Islamica (SAI) zich terug heeft getrokken. De SAI had aanvankelijk een eigen aanvraag ingediend, maar besloot in november vorig jaar de aanvraag van de SMON te ondersteunen. Dat laatste was voor het CvdM in belangrijke mate de reden om de SMON en niet de andere twee dingende gelegenheidsgroeperingen van moslimorganisaties (SMO en FION) de licentie voor de komende vijf jaar te verstrekken. Zo werden ook de tweede en latere generaties moslims bij het nieuwe moslimbedrijf betrokken, benadrukte het CvdM opnieuw tijdens de behandeling van het kort geding.

Maar het was zeker niet de enige reden. In het besluit van december vorig jaar van het CvdM om de zendtijd aan de SMON toe te wijzen, wordt tevens expliciet gesteld dat deze mede is ingegeven door het bestuursmodel dat de SMON heeft gekozen. Artikel 76 van het besluit luidt: dat “biedt naar ons oordeel voldoende garantie om herhaling van de onrust en conflicten die de moslimomroepen in het verleden hebben gekenmerkt, te voorkomen. Door dit bestuursmodel heeft het uitvoerende omroepbedrijf programmatische zelfstandigheid en kan deze slagvaardig en efficiënt opereren. Hiermee wordt haar ook de ruimte geboden om programma’s te verzorgen die recht doen aan de diversiteit van de Islam en waarbij geen enkele stroming, substroming of groepering wordt uitgesloten.” In artikel 77 wordt bovendien gesteld dat [ ] “binnen de uitvoerende media-instelling een duidelijke scheiding [ is] aangebracht tussen toezicht en de dagelijkse leiding.”

Het is dan ook onnavolgbaar dat het CvdM zich vorige maand bij het besluit om de licentie in te trekken, na het vertrek van de SAI, enkel lijkt te hebben laten leiden door de achterbankwestie. Waarom hebben de artikelen 76 en 77 in het primaire besluit opeens zo weinig relevantie? Kortom: Waarom kreeg de SMON niet eerst een gele kaart? Dan was in de komende maanden vanzelf wel duidelijk geworden of Nederland nu eindelijk een omroeporganisatie voor de islam had die onafhankelijk opereert en kwalitatief goede journalistiek levert. Zo niet, dan was intrekking alsnog van de zendmachtiging een logische stap.

Nu zal het CvdM ontijdig de strijd weer aan moeten met moslimorganisaties die worden aangestuurd door voormannen die opnieuw niet zullen schromen om hun invloed ook op de redactievloer te laten gelden. De soap ‘Zendtijd voor de Islam’ krijgt ongetwijfeld nog vele afleveringen.

Froukje Santing was als eindredacteur aangetrokken voor OBA-live op radio 5 voor de MON, waaraan de SMON haar omroepproducties heeft gedelegeerd.Dit stuk is ook verschenen op haar blog Niet alleen Allah Een verkorte versie van deze blog staat op www.nieuwemoskee.nl

Meer over de moslimomroepen in de categorie media


Meer over froukje santing, mon, moslimomroep, moslimomroepen, oumma, smon.

Delen:

Reageer




Reacties


Johan - 22/02/2011 08:53

De mening van mevrouw Froukje Santing lijkt me nogal logisch en partijdig als ik onderaan het artikel lees: 'Froukje Santing was als eindredacteur aangetrokken voor OBA-live op radio 5 voor de MON, waaraan de SMON haar omroepproducties heeft gedelegeerd." Verder stoor ik nogal aan de laatste twee zinnen, vooral hieraan: "moslimorganisaties die worden aangestuurd door voormannen die opnieuw niet zullen schromen om hun invloed ook op de redactievloer te laten gelden.' Waar baseert u uw informatie op? Heeft u het dan over invloed zoals die gold bij de NIO of bij de NMO? Want ik heb zes jaar bij de NMO gewerkt en hiervan niets gemerkt. Oh sorry toch wel, 1x, maar dat was onder Frank William. U weet wel dat is de patroon van Radi Suudi.