De niqaabfixatie: hoe politici problemen creëren

In opinie door Annelies Moors op 16-06-2018 | 10:50

In 2009 schreef ik het rapport ‘Gezichtssluiers: Draagsters en Debatten’. In de afgelopen jaren zijn niqaabdraagsters zelf meer naar buiten getreden. Mede daardoor wordt er niet meer klakkeloos vanuit gegaan dat vrouwen gedwongen zijn een gezichtssluier te dragen. Maar het debat van afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer laat ook zien dat veel hetzelfde is gebleven. Terwijl niqabdraagsters vaak geboren en getogen zijn in Nederland, meende bijvoorbeeld de SGP toch, dat het om vluchtelingen zou gaan van wie je mag verwachten dat ze zich aanpassen. En nog steeds beginnen sprekers, ook als ze tegen een verbod zijn, over de gevoelens van ongemak die dit kledingstuk bij hen oproept voordat ze hun argumenten op tafel leggen. Dat stelt Annelies Moors,, hoogleraar Hedendaagse Moslimsamenlevingen aan de UVA

De argumenten van minister Ollongren waren opmerkelijk divers. Het verbod heeft slechts beperkte reikwijdte; het geldt alleen voor specifieke locaties en sectoren: de gezondheidszorg, het onderwijs, overheidsgebouwen en het openbaar vervoer. Maar is dat echt een ‘beperkt’ verbod? De niqaabdraagster lijkt alleen nog welkom op straat en in de private sector. Ze kan niet langer functioneren als participerende burger, maar wordt gereduceerd tot consument, en als ze geen auto heeft, veroordeeld tot de buurtwinkel.

Welk groot maatschappelijk probleem wordt met deze wetgeving opgelost die grondrechten zoals de vrijheid van godsdienst en de uitingsvrijheid aantast? Het gaat er niet alleen om dat het een miniem aantal vrouwen betreft, maar ook dat zij geen schade veroorzaken. Het zijn toch niet deze vrouwen die hulpverleners aanvallen of gewelddadig zijn in het openbaar vervoer?

De minister wil door wetgeving een eind maken aan een lange discussie. Deze kwestie speelt inderdaad al sinds 2005. Het is een kwestie geworden omdat Wilders in 2005 een motie indiende voor een algeheel boerkaverbod. Dat deed hij niet omdat er in Nederland grote problemen waren, maar geinspireerd door de Belgische lokale verboden. Gezichtssluiers bleken voor politici een onderwerp waar ze niet omheen konden.    

Volgens de minister zijn er geen minder vergaande middelen om het doel te bereiken. Maar wat was dan dat doel? Ze noemde het garanderen van de kwaliteit van de dienstverlening en de veiligheid in genoemde sectoren. Die sectoren zagen daar zelf niet de noodzaak van in. Zo was bijvoorbeeld de artsenfederatie erop tegen, want bezorgd over zorgmijdend gedrag. Er is een reëel risico dat een heel kleine groep burgers wordt gestigmatiseerd en uitgesloten van essentiële dienstverlening. En de vraag naar de effecten op de veiligheid van niqaabdraagsters wordt niet gesteld.

De achterliggende gedachte is dat goede dienstverlening gebaseerd is op communicatie en dat men daarvoor elkaars gelaatsuitdrukkingen moet kunnen zien. Dat is wel begrijpelijk in een-op-een contacten, maar daar gebeurt dat eigenlijk al. Is het echt nodig om elkaars gezichtsuitdrukking te zien in het restaurant van het ziekenhuis, of in de gangen van de universiteit? Betekent dat ook dat de overheid dan maar beter kan ophouden met online communicatie of het gebruik van de telefoon?

De minister noemde ook de noodzaak van uniformiteit en normstellend optreden. Die uniformiteit verdween echter snel uit het zicht toen de uitvoering van de wet aan de orde kwam. Daarbij verwees de minister naar de deskundigheid van professionals. Waarom zouden dezelfde professionals dan niet hun eigen huisregels kunnen opstellen die passen bij de context waarin ze werken?

De nadruk op normstellend optreden geeft aan dat het vooral om symboolpolitiek gaat. Symbolen hebben inderdaad betekenis, maar die betekenis is niet eenduidig. Maakt deze wetgeving niet vooral duidelijk dat de meerderheid gemakkelijk haar wil kan opleggen aan een hele kleine religieuze minderheid (en dan specifiek vrouwen) ook als daardoor grondrechten geschonden worden? Dat staat op gespannen voet zowel met de Nederlandse traditie als het idee van de liberale rechtsstaat.

Annelies Moors is hoogleraar Hedendaagse Moslimsamenlevingen aan de Universiteit van Amsterdam.


Een kortere versie van dit artikel verscheen eerder vandaag in Trouw

 

Meer over niqaab en boerka op dit blog: hier


Waardeert u ons werk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email<

 


Meer over boerka, boerkaverbod, eerste kamer, niqaab, niqaabverbod, politiek.

Delen:

Reageer




Reacties


Marlon Lema (Lonneke Lemaire) - 17/06/2018 16:22

Het verbod is natuurlijk inderdaad symboolpolitiek. En vooral weer een manier van "moslimbashen". Ik heb daarom alleen maar een verduidelijkende vraag. Deze zin begrijp ik niet: "De achterliggende gedachte is dat goede dienstverlening gebaseerd is op communicatie en dat men daarvoor elkaars gelaatsuitdrukkingen moet kunnen zien. Dat is wel begrijpelijk in een-op-een contacten, maar daar gebeurt dat eigenlijk al". Wat wordt bedoeld met "daar gebeurt dat eigenlijk al?" Hoe kun je de gelaatsuitdrukking dan zien?